De imker als farmaceut


Op je boterham, oké, maar honing op de wond van uw patiënt? Het is bijna niet te geloven, maar honing blijkt wonden sneller te genezen dan welk ander middel ook.

"Honing op een wond doet wonderen". Met deze opmerking verbaast podotherapeut José Meijsen haar publiek tijdens haar drukbezochte workshop over de diabetische voet op de Nursing Praktijkdagen eind vorig jaar. "Honing?", hoor je de aanwezige (wijk)verpleegkundigen verwonderd murmelen. Op brood of in de thee, oké, maar op de wond van je patiënt?
Het valt niet met elkaar te rijmen: de onbekendheid met honing als 'wondgeneesmiddel', tegenover het enthousiasme van Meijsen, bestuurslid van de Woundcare Consultant Society (WCS) en podotherapeut in het Diabetes Centrum in Bilthoven. Zij zweert bij een flinke lik honing, zo vanuit het potje op de wond: "Hoe honing precies werkt, weet ik niet, maar dat het snel wonden geneest is mij al jaren duidelijk."

Niets te verliezen
In de WCS-nieuwsbrief las Meijsen ooit een artikel over het gebruik van honing bij de behandeling van brandwonden. Toen zij een jaar of acht geleden een uitbehandelde tachtigjarige mevrouw met een diàbetisch voetulcus in haar praktijk had, kwam zij op het idee om het met honing te proberen. Mevrouw had een te slechte conditie om haar te opereren, en alle geijkte wondverzorgingsmiddelen hadden geen effect. De internist ging akkoord met het toepassen van honing: er was immers niets te verliezen. Het resultaat was verbluffend: binnen een maand was de wond dicht. Sindsdien gebruikt Meijsen regelmatig honing als wondgeneesmiddel en vraagt ze haar (poliklinische) patiënten om ook thuis minimaal eens per dag honing op hun wond te doen. "In het begin kijken mensen er wel raar van op: diabeten die geen of zo weinig mogelijk suiker mogen innemen, krijgen zowaar de instructie honing op hun wond te doen. Ik moet soms wel moeite doen om ze te overtuigen." In al die jaren heeft Meijsen maar één patiënt gehad bij wie honing geen effect had: "Bij alle andere patiënten heb ik er altijd een goed resultaat mee behaald. Zelfs bij patiënten die al voorbereid zijn op een amputatie."

Voedsel of geneesmiddel
Wie op zoek gaat naar (wetenschappelijke) informatie die de bevindingen van Meijsen kunnen staven, stuit onherroepelijk op de naam van dr. Theo Postmes, voorheen bioloog/biochemicus en staflid van de vakgroep Interne Geneeskunde van het Academische Ziekenhuis Maastricht. Sinds 1995 werkt hij voor de Biomedical Research Foundation Maastricht. Al bijna tien jaar onderzoekt Postmes honing als geneesmiddel. Zijn studie naar het effect van honing op brandwonden werd onder andere gefinancierd door het Brandwonden Research Instituut in Beverwijk. "Een groot aantal klinische studies laat zien dat wonden sneller genezen met honing dan met welk ander geneesmiddel ook," aldus Postmes, "en dat geldt voor alle soorten wonden, of het nou brandwonden, open wonden of chronische wonden zijn."
De westerse farmaceutische industrie is nauwelijks geïnteresseerd in honing als geneesmiddel, omdat het product moeilijk is te patenteren. Wij kennen honing als voedsel, en dat mag volgens de wet niet worden aangeprezen om een genezende werking. Bovendien loopt een fabrikant risico als hij honing als geneesmiddel laat registreren en met een honingzalf op de markt komt, want hij kan niemand verbieden bij de imker een pot honing te kopen en dat op de wond te doen.

Schone wonden
Voor de snelle genezing is volgens Postmes wel een aantal verklaringen te geven, maar een echt alles dekkende theorie is er nog niet. Postmes trekt de vergelijking met aspirine, waarvan men ook pas 75 jaar na de uitvinding in 1900 de ontstekingsremmende werking kon verklaren. Maar dat was in die driekwart eeuw nooit een reden om het middel dan ook maar niet in te nemen.
De aanzet voor een wetenschappelijke verklaring beschrijft Postmes in zijn boekje Honing en brandwonden. "Wat vooral belangrijk is: honing is in staat te zorgen voor schone wonden, ook wanneer men onder zeer onhygiënische omstandigheden te maken krijgt met smerige, stinkende en etterende wonden."
Dierproeven en klinisch onderzoek laten bijvoorbeeld zien dat brandwonden sneller genezen met honing dan met het in brandwondencentra veel gebruikte flammazine (zilver-sulfadiazine). Van de wonden behandeld met honing is na zeven dagen 91 procent bacterievrij, tegenover slechts 7 procent van de met zilversulfadiazine behandelde wonden. Na twee weken honingtherapie is 87 procent van de wonden helemaal genezen, tegenover 10 procent
genezing bij zilversulfadiazine.

Hoe werkt honing?
De verklaring van Postmes voor de snelgenezende werking van honing luidt, kort samengevat, als volgt. Honing trekt water aan. Breng je het op een wond aan, dan trekt honing het wondvocht (inclusief bacteriën en gifstoffen) als het ware uit de wond. Na verloop van tijd is de honing zo verdund dat deze verzadigd is en geen vocht meer opneemt. Door regelmatig nieuwe honing op de wond aan te brengen blijft het vocht zich van binnen naar buiten verplaatsen.
Honing heeft bovendien een zelfsteriliserende werking, waardoor bacteriën en schimmels niet kunnen overleven. Die werking komt voor een deel doordat honing een extreem lage waterdampspanning heeft (aw-waarde tussen 0.45 en 0.70), terwijl bacteriën en schimmels een minimale waterdampspanning nodig hebben om te kunnen groeien (aw-waarde minimaal 0.90).
De zelfsterilisatie is daarnaast te verklaren uit het feit dat honing het enzym glucose-oxidase bevat, afkomstig uit de voedersapklier van de bij. Als de honing verdund raakt - bijvoorbeeld met wondvocht - zet dit enzym glucose om in gluconzuur en waterstofperoxide. En waterstofperoxide doodt bacteriën. Om de zelfsteriliserende werking te behouden, is het belangrijk dat je de honing in het donker bewaart, bij maximaal 5 graden C. Doe je dat niet, dan verliest honing zijn bacteriedodende werking, omdat licht en hitte het enzym afbreken.
Verder stimuleert honing de epitheelvorming van wondranden.

Welke honing moet je hebben?
Postmes vergeleek de anti bacteriële werking van vier honingsoorten: linde-, fruit-, klaverlinde- en acaciahoning. Hij voegde aan diverse verdunde concentraties honing vier bacteriesoorten toe (E.coli, Staphylococcus Aureus, Pseudomonas Aeruginosa en Streptococcus Feacalis.) In een aparte test bleek dat lindehoning bij verdunning het hoogste waterstofperoxidegehalte heeft en dus de beste antibacteriële werking, gevolgd door respectievelijk acacia, fruit en klaverlinde.
Maar volgens Postmes heeft praktisch elke honingsoort die ónverdund op de wond wordt aangebracht een verwoestend effect op genoemde pathogene bacteriën, mits de honing koud geslingerd is: "Toch raad ik aan eco-honing te nemen. In het algemeen voldoet koud geslingerde imkers honing wel, maar een eerste vereiste is dat de honing pesticide vrij is."

Honing onverdund of als zalf
U kunt honing rechtstreeks onverdund op de wond aanbrengen - 1 theelepel honing voor 5 cm2[superschrift]- en afdekken met gaas. U kunt het ook twee keer verdund met water toepassen. Een andere mogelijkheid is honing als onderdeel van zalf te gebruiken: eenderde honing, tweederde gele vaseline en eventueel 2 procent lidocaïnebase.
Houd er rekening mee dat behandeling met honing lekkage van de wond veroorzaakt. Zorg er dus voor goed verband aan te brengen. Breng verbandgaas met honing aan op de wond, dek dit vervolgens af met folie en doe daar nog een laag gaas overheen. Daarna zwachtelen. Gebruik eventueel viltverband om de wond drukvrij te leggen.

Koudgeslingerde eco-honing
Honing die in de supermarkt verkrijgbaar is, heeft meestal een hittebehandeling ondergaan en is langere tijd aan licht blootgesteld geweest. Daardoor is de antimicrobiële activiteit verminderd. Bij voorkeur gebruikt u koud geslingerde honing, rechtstreeks afkomstig van de imker.


Literatuur
Postmes, Honing en brandwonden, Maastricht, Academisch Ziekenhuis, afdeling Interne Geneeskunde 1994
Hooge de MN, Movig KLL, Egberts ACG, De herontdekking van een elegant middel. In: Pharmaceutisch Weekblad 1999; 12:423-27
Hoekstra MJ., Postmes Th., De plaats van honing in wondbehandeling. In: WCS-nieuws 1997; maart:20-21
Hoekstra MJ., Honing: een oud middel met een nieuwe toekomst. WCS-nieuws 1998; september:13-15




Auteur: Boukje Tijhuis

6 april 2008