Nanodeeltjes…..gevaarlijk of niet?


In het voorjaar van 2009 spraken de Europarlementariërs in Brussel hun bezorgdheid uit over de risico’s van het gebruik van nanodeeltjes. Er moesten regels komen over het gebruik ervan in REACH, de Europese richtlijn voor chemische stoffen, in de Cosmetica Richtlijn en de Novel Food-richtlijn.

Er werd al eerder opdracht gegeven 14 deeltjes nanodeeltjes nader te onderzoeken: o.a. fullerenes, enkel en dubbelwandige koolstofnanobuisjes, zilver-, ijzer-, en titaniumnanodeeltjes. Nanodeeltjes van tien tot honderd nanometer zijn even groot als eiwitten, DNA en virussen. Nanodeeltjes worden toegevoegd in gebruiksartikelen als tandpasta (hygiënische zilverdeeltjes), zonnebrand (titaniumdeeltjes) en fietsframes (koolstofnanobuisjes). In 2008 was er ophef over koolstofnanobuisjes van 20 micrometer en meer die kanker zouden kunnen veroorzaken (net als asbest).

In Nederland is het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) als knooppunt verantwoordelijk voor het inventariseren van producten die nanodeeltjes bevatten. De wetenschappelijke onzekerheden rondom nanodeeltjes staan beschreven in ellenlange rapporten. De potentiële gezondheidsrisico’s en milieuproblemen op korte en lange termijn zijn onzeker en het onderzoek ervan is moeilijk.

TNO Kwaliteit van Leven doet onderzoek naar de risico’s voor werknemers die uitwendig in contact komen met de nanodeeltjes. Het onderzoek op het terrein van voedselveiligheid wordt uitgevoerd door RIKILT, Instituut voor Voedselveiligheid.

Een knelpunt voor de RIVM is het zicht krijgen op de blootstelling aan nanodeeltjes. Bedrijven zijn in Nederland niet verplicht om te melden of zij nanodeeltjes stoppen in hun producten. Consumenten kunnen verschillende soorten nanodeeltjes naast elkaar gebruiken.

Een ander knelpunt is de vraag naar welk type blootstelling gekeken moet worden: via de luchtwegen, het maag-darmkanaal of de huid? De toxiciteit van nanodeeltjes is moeilijk te bepalen. Fabrikanten kunnen verplicht worden een stof bij een bepaalde afmeting te testen. Deeltjes van die stof die een andere afmeting hebben kunnen totaal andere eigenschappen hebben. De fabrikant zou dus toxicologisch onderzoek moeten doen naar alle afmetingen. Dat gebeurt echter niet.

Er wordt nu gezocht naar manieren om de toxiciteit van nanodeeltjes te voorspellen. Hoe lang duurt het voor een deeltje biologisch wordt afgebroken en of het wel wordt afgebroken. Deze methode geeft aanwijzingen en leidt tot aannames over nano’s en de risico’s.

Losse, niet-afbreekbare, kunstmatig gemaakte nanodeeltjes lijken erg gevaarlijk. Ze kunnen schade berokkenen aan het DNA en zich ophopen in de cellen van mensen, dieren en planten. Wat is het gevolg hiervan op lange termijn?

Een ander probleem kan ontstaan door de complexe nanotechnologie die toegepast wordt in biosensoren. Is de draadloos verzonden privé informatie veilig? Dit lijkt op de discussie die gevoerd wordt rondom het Elektronisch Patiënten Dossier.

Het onderzoek is in volle gang. Kennisgaten worden vastgesteld, definities worden gestandaardiseerd en Europese richtlijnen worden aangepast. Binnen twee jaar moeten in Europa nanodeeltjes worden geregistreerd als ‘nieuwe stoffen’ en moeten worden voorzien van een veiligheidsvoorschrift in een informatiedossier voor gebruikers.

In Nederland werden in juli 2009 drie moties aangenomen. Het kabinet moet referentiewaarden laten opstellen, ze moet een risico-analyse voor nanotechnologie verplichten en een meldingsplicht invoeren voor de productie en het gebruik ervan.

Het RIVM heeft een Kennis en Informatiepunt Risico’s Nanotechnologie (KIR-nano) ingericht dat zich gaat verdiepen over de referentiewaarden op de werkvloer. Ook zal het RIVM een REACH screeningstool gaan opstellen waarmee moet worden bepaald op grond van welke kennis er regels opgesteld moeten gaan worden. Deze zal eind 2012 klaar moeten zijn.




Samenvatting door: ’t Schrijverscollectief


Bronnen: Flux nummer 2, september 2009
Nanodeeltjes welke zijn veilig? Door Ronald Veldhuizen