Fukushima Daiichi zomer 2012: Radioactiviteit en geloofwaardigheid



In tegenstelling tot de berichtgeving in reguliere media een achtergrondartikel
over de toestand rond de Fukushimaramp

“Onze wereld wordt geconfronteerd met een crisis die het in zijn hele bestaan nog nooit eerder onder ogen heeft moeten zien ... De ontketende kracht van het atoom heeft alles veranderd behalve onze manier van denken en daarom glijden we naar een ongeëvenaarde catastrofe.”
Albert Einstein, Bulletin of the Atomic Scientists, mei 1946

Albert Einstein’s waarschuwing en het onheilspellende lot van Fukushima Daiichi
Naarmate het slechte nieuws zich geleidelijk aan verspreidt dat het debacle bij de Fukushima-1 kerncentrale steeds gevaarlijker in plaats van minder wordt, schieten me de woorden van Albert Einstein te binnen. 

Bedenk dat de legendarische fysicus Einstein het Manhattan Project in gang hielp zetten. Het personeel van het Manhattan-project ontwierp en bouwde de eerste atoombommen die in 1945 op Hiroshima en Nagasaki werden gedropt. In zijn brief van 1939 aan de Amerikaanse president Franklin Delano Rooseveld waarschuwde Einstein dat als de Verenigde Staten de race om het destructieve potentieel van atoomwapens niet zou aangaan en winnen Duitsland dat vrijwel zeker zou doen. Het Manhattan Project werd een eerste prototype voor de Research & Development, R&D, -partnerschappen tussen de Amerikaanse overheid en nonprofit bedrijven in wat Dwight D. Eisenhower later zou omschrijven als “het militair-industrieel complex.” Einstein zelf nam niet rechtstreeks deel aan dit enorme initiatief dat gericht was op het verslaan van de spil-machten die Japan met Duitsland en Italië verbind. Eén van de meest iconografische denkers van de twintigste eeuw keek vanaf de zijlijn toe terwijl andere natuurkundigen en technologen veel van Einstein’s theorieën toepasten in de bouw van atoomwapens. Nadat Japan in puin lag, niet enkel door de atomaire vernietiging van Hiroshima en Nagasaki, maar ook door de massale tapijtbombardementen op Tokyo en verschillende andere stedelijke centra, verkondigde Einstein publiekelijk zijn angsten en zorgen. In beroemde passages die het onderwerp waren van verschillende vertalingen, parafraseren we Einstein die zegt: “Onze wereld wordt geconfronteerd met een crisis die het in zijn hele bestaan nog nooit eerder onder ogen heeft moeten zien ... De ontketende kracht van het atoom heeft alles veranderd behalve onze manier van denken en daarom glijden we naar een ongeëvenaarde catastrofe.”

 

Albert Einstein maakte zich zorgen dat de menselijke manier van denken zich niet zou kunnen aanpassen aan de veranderingen die in de wereld zouden komen bij het aanboren van de enorme energiebronnen die voortvloeien uit de moleculaire samenstelling van de stratosfeer.

Japan als Laboratorium
Er werden door Einstein in de periode na 1945 en vóór 3 maart 2011 veel previews van de catastrofe voorzien, de dag dat een aardbeving en tsunami een kettingreactie van met elkaar verbonden crisissen veroorzaakte die Japan’s oudst werkende kerncentrale vernietigde. Elke dag groeit het bewijs dat dit locale incident zich uitstrekt tot nationale, regionale en mondiale kettingreacties die op één of andere manier Japan zoals we het kende doet ophouden te bestaan en onze wereld zal transformeren op manieren die zelfs moeilijk voor te stellen zijn in dit vroege stadium van de crisis. De richting en de kwaliteit van deze transformatie is sterk afhankelijk van de vraag of we onze denkwijze kunnen transformeren om ons aan te passen aan de transformaties die teweeg gebracht werden door onze ontdekkingswetenschappers en de vernieuwers van technologie die meevaren in hun kielzog. 

Door het in kaart brengen van een koers diep in de stratosfeer en het aanboren van vluchtige eneriebronnen afkomstig uit de moleculaire constitutie van de materie, is onze beschaving gewijzigd op manieren die ons oog in oog brengen met de profetie van Einstein. De 4-decennium oude installatie op de Japanse oostkust was op het moment van de vernietiging van Fukushima-1 een virtueel museum van nucleaire technologie. Het ontwerp van de zes GE Mark-I reactoren was opgetrokken uit de kerncentrale die in de vroege jaren 1950 ontwikkeld was voor de eerste Amerikaanse nucleaire onderzeeër. Toen de tsunami toesloeg was één van deze antieke GE reactoren, nummer 3, gevuld met de nieuwste generatie plutonium-geregen Aveda MOX brandstofstaven. Een basis-ingrediënt voor kernbommen, plutonium isotopen worden versproeid bij de 500 of zo radionucliden die momenteel in de lucht, de oceaan en het grondwater worden verspreid door de enorme explosies die de Fukushima Daiichi kerncentrale omtovert tot ’swerelds grootste en meest bedreigende kernwapen. In het Japans betekent daiichi nummer één. Fukushima kerncentrale 2, Fukushima Daini, ligt ook aan de Pacifische kust ongeveer 11 kilometer dichter bij Tokio dan Fukushima-1. Fukushima-2 liep op 3 maart 2011 ook grote schade op. Momenteel zijn alle 54 kerncentrales, op één na, volledig afgesloten.

Er is alle reden om te vermoeden dat de essentiële informatie over de volledige omvang van de nucleaire ramp in Japan nog steeds van het publiek wordt gehouden; dat de levensbedreigende schade aan de Japanse nucleaire infrastructuur niet eindigt bij Fukushima-1. Het gebrek aan publiek vertrouwen in een industrie die berucht staat voor zijn leugens, geheimhouding, militaire onderbouwing en gebrek aan geloofwaardige regelgeving dwingt om oplossingen in de groeiende beweging in Japan en wereldwijd met de eis dat het nucleaire electriciteitsnet in één van ’s werelds meest onstabiele geologische regio’s nooit meer mag worden aangezet. Het groeiende bewijs van de toegenomen frequentie en ernst van aardbevingen in Japan met bijhorende tsunami-gevaren voegt spoed toe aan het argument voor de permanente ontmanteling van nucleaire installaties die nooit hadden mogen gebouwd worden in de eerste plaats. Er lijkt zich een fundamentele verschuiving voor te doen in de tektonische platen onder deze onstabiele regio.

Het Fukushima debacle staat nog maar in zijn kinderschoenen
Het groeiende besef dat het ergste van het Fukushima debacle in de toekomst ligt in de plaats van het verleden, zet de relevantie van de waarneming van Einstein in scherp contrast. Sterker nog, het profetische karakter van de waarschuwing van Einstein wordt schril weerspiegeld in het falen van zoveel bij de overheid, in de media, in de academische wereld, en vooral in de rijk gefinancierde innerlijke heiligdommen van de nucleaire industrie om adequaat te reageren op de verschikkelijke gevolgen van wat er zo vreselijk misgaat in de Japanse spuwende Fukushima-1 kerncentrale. 

Geworteld in oude en verouderde motieven van waarneming heeft het falen van ambtenarij, om de profilerende bedreigingen te identificeren in deze ongekende samenloop van omstandigheden, extreem ernstige gevolgen. Wat wordt er gedaan en nog belangrijker, wat wordt er niet gedaan in de Fukushima-1 kerncentrale demonstreert op tragische wijze Albert Einstein’s cruciale observatie dat de ontketende kracht van het atoom alles heeft veranderd, behalve onze oude manier van denken. Een belangrijk obstakel, dat een goede perceptie van de ware oorzaak van het Fukushima debacle blokkeert, heeft zijn oorsprong in een propaganda meme die teruggaat naar de jaren 1950. Ingeleid door de Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower met zijn “Atoms for Peace”-toespraak bij de Verenigde Naties in het najaar van 1953, zocht deze propaganda meme de dubbele compartimenten binnen de nucleaire industrie volledig te scheiden. Terwijl het wereldwijde publiek voor de gek gehouden werd door te denken dat de zogenaamde civiele tak van de nucleaire industrie totaal los stond van zijn dominante militaire tak, is dit onderscheid in werkelijkheid een spook. Van bij het begin was de inzet van kernenergie om electriciteit op te wekken zo ontworpen om PR-dekking te geven voor de zeer lucratieve en totaal immorele handel in het bouwen van kernwapens. Inderdaad, tot op de dag halen bombouwers sommige van hun ingrediënten, zoals tritium voor hun massavernietigingswapens, uit de exploitatie van kerncentrales. http://www.timesfreepress.com/news/2010/feb/03/sequoyah-to-produce-bomb-grade-material/

De facade van dualiteit maakt het moeilijk te zien wat er werkelijk in Fukushima uitwasemt. Bij Fukushima zijn we getuige van een installatie die gebouwd werd voor het schijnbaar goedaardige doel om electrische energie op te wekken dat plotseling getransformeerd wordt in een stationair wapen met hoog opgestapelde splijtstof-materialen met een veel groter potentieel voor massavernietiging dan een enorm arsenaal aan grote nucleaire bommen.

Radioactiviteit als een langzaam maar zeker massavernietigingswapen
Om vierkant geconfronteerd te worden met de harde waarheid van wat er zich afspeelt in Fukushima, is het nodig om enig begrip te hebben van de krachtige effecten die vele verschillende vormen van nuclaire radioactiviteit hebben op de cyclische hernieuwing van het leven. 

Hoewel straling zelf zo oud is als het universum, is het vermogen van mensen om deze natuurkracht door de kracht van nucleaire technologie te genereren iets nieuws onder de zon. De nieuwe middelen van de mensheid om energieën met goddelijke tussenkomst te ontketenen om zo de genetische blauwdrukken van het leven te veranderen, het hoogsteigen DNA van het bestaan, vormt veruit het meest verstrekkende van de gevolgen waarvoor Einstein ons waarschuwde. Het verbazingwekkende falen van Japanse en internationale reacties met betrekking tot de radioactieve straling van Fukushima – straling die op elk moment hoger kan schieten dan de knal van wat uitgestoten wordt bij een volwaardige nucleaire oorlog – vormt een tragische confirmatie van Einstein z’n ergste angsten. Erger dan enige andere crisis tot nu toe, illustreert de nucleaire ineenstorting in Fukushima de faling van onze soort, maar vooral van diegene die zich kandidaat stellen als onze leiders, de faling om oude denkwijzen aan te passen aan veranderingen die ingeluid werden door de splitsing van het atoom. 

De wetenschap van het opmeten en begrijpen van de effecten van radioactiviteit op biologische transformaties staat nog in z’n kinderschoenen. Toch is het sinds 1945 voor de bevorderaars van de toegepaste kernenergie de tendens om de effecten van radioactiviteit op de natuurlijke patronen van hernieuwing van het leven te ontkennen, te loochenen of te bagatelliseren. Deze cultuur van ontkenning heeft zijn oorsprong in de officiële respons van de Amerikaanse regeringsambtenaren over de radioactieve besmetting van alle mensen, planten en dieren die de eerste golf van vernietiging overleefden van de bombardementen op Hiroshima en Nagasaki. Deze onwil om de gevolgen van radioactiviteit op de openbare gezondheid van grote bevolkingsgroepen te betwisten, werd verhaald in een kop in de New York Times op 13 september 1945. De titel luidde “Geen radioactiviteit in de ruïnes van Hiroshima” http://japanfocus.org/-Gayle-Greene/3672

Doorheen de decennia die het begin van het nucleaire tijdperk volgde in de A-bombardementen op Japanse burgers door de Amerikaanse regering, is de formele positie van de bureaucratie nauwelijks veranderd. Keer op keer werden we gerustgesteld dat de gezondheidseffecten van industrieel gegenereerde radioactiviteit te verwaarlozen zijn, ongeacht de bron. Keer op keer is publieke financiering gericht om ons te overtuigen dat er geen reden is tot angst, bijvoorbeeld kernproeven in de atmosfeer, de mijnbouw, het verwerken en aanmaken van nucleaire producten waaronder nucleaire wapens, de inzet van nucleaire energie voor het aanmaken van electriciteit en voor de voortstuwing van schepen en onderzeeërs. Niet te verwonderen dat hetzelfde patroon van desinformatie op tragische wijze wordt herhaald in de faling om de nucleaire catastrofe in Fukushima af te beelden als het ware gedrocht van een noodsituatie die het in werkelijkheid is. Het systeem van professioneel misdrijf dat ontstaan is in 1945 wordt uitgebreid tot de Fukushima cover-up door de nucleaire industrie ambtenaren en die bij de overheid, media en de akademische wereld die hebben toegestaan om hun criminele handlangers te worden. Wat zijn de juridische implicaties van het onthouden van informatie aan het publiek, de informatie dat we ons uiterste best moeten doen om onszelf, onze families en onze gemeenschappen te beschermen tegen potentieel dodelijke aanslagen op onze gezondheid? Deze voortdurende neiging van de bureaucratie om de effecten van radioactieve besmetting te bagatelliseren is vergelijkbaar met de decennia-lange geschiedenis van tegenwerking van de tabakindustrie. Wie kan nog blind zijn voor de inspanningen van de tabaksindustrie om bergen bewijsmateriaal waaruit blijkt dat roken grote nadelige effecten heeft op de gezondheid van de mens, te ontkennen? Een meer recent equivalent is de campagne van de oude, vastgeroeste en rijkelijk gefinancierde lobby van de Grote Olie-industrie, die ontkent dat de enorme verbranding van zijn belangrijkste product na generaties invloed heeft op de wereldwijde atmosfeer. De andere kant van deze zelfde medaille laat vermoeden dat sommige van de grote voorstanders van de nucleaire industrie heimelijk hebben bijgedragen aan het te hard opblazen van de politieke ballon van de wereldwijde opwarming om kerncentrales eruit te laten zien als het groene alternatief van de fossiele brandstofindustrie.

Wie zijn de geloofwaardige bronnen?
Hoewel de mainstream media grotendeels afwezig is geweest in het hele Fukushima verhaal, zijn een aantal gewetensvolle autoriteiten op het gebied van kernenergie naar voor gekomen om de noodsituatie uit te leggen op plaatsen als Russia Today. Deze geleerde deskundigen zijn onder andere Arnold Gundersen, Christopher Busby, Helen Caldicott en Michio Kaku. Andere ambtenaren, waaronder ten minste twee Japanse ambassadeurs en de Japanse keizer zelf, hebben hun stem toegevoegd om op de ernst en het onverholpen karakter van de lopende Fukushima crisis te wijzen. Zo gaf bijvoorbeeld Akio Matsumuru, die regelmatig Japan vertegenwoordigt bij de VN-gesponsorde conferenties, een rapport uit op 11 juni 2012. Onder de vele alarmbellen die hij rinkelt, vestigt Matsumuru de aandacht op de mogelijkheid dat het fenomeen, dat in de volksmond beter bekend staat als het China Syndrome, nabij is als het zich al niet voordoet. Matsumuru merkt op:

1.    In de reactoren 1, 2 en 3 zijn volledige kernsmeltingen opgetreden. De Japanse autoriteiten bekenden de mogelijkheid dat de brandstof gesmolten kan zijn door de bodem van de reactorvaten. Er wordt gespeculeerd dat dit kan leiden tot onbedoelde kriticiteit (hervatting van de kettingreactie) of een krachtige stoomexplosie – beide gevallen kunnen leiden tot grote nieuwe uitstoten van radioactiviteit in het milieu.

2.    Reactoren 1 en 3 zijn plaatsen met bijzonder intens doordringende straling, waardoor deze gebieden niet benaderd kunnen worden. Als gevolg daarvan hebben er sinds het Fukushima ongeluk geen versterkende herstellingen kunnen plaatsvinden. Het vermogen van deze structuren om aan een sterke naschok van een aardbeving te kunnen weerstaan is onzeker.

 Romp nr 3

Deze romp nummer 3 in Fukushima-1 is de plaats van zowel een nucleaire kernsmelting als een hydrogene explosie. Het is ook de installatie die geladen was met plutonium-geregen nucleaire brandstofstaven op 3 maart 2011.
http://akiomatsumura.com/2012/06/what-is-the-united-states-government-waiting-for.html

Terwijl elke dag meer en meer zeer ernstige crisissen worden geïdentificeerd, blijft het koor van stemmen groeien om te wijzen op de aankomende catastrofe der catastrofes bij reactor-4. Mitsuhei Murata, de voormalige Japanse ambassadeur in Zwitserland verbloemde geen woorden bij de VN-Secretaris-Generaal om aan te duiden wat hij ziet als het belangrijkste dreigende gevaar. Murata beweerde “het is niet overdreven om te zeggen dat het lot van Japan en de hele wereld afhangt van reactor-4”

    

De afbeeldingen hierboven zijn van constructie-4, de ruïne met één van de 7 beschadigde koelbaden met meer dan 4.000 ton gebruikte hoog radioactieve splijtstofstaven in Fukushima-1. Van dit gedrocht van een constructie wordt niet verwacht dat het een nieuwe grote aardbeving overleeft. Als de schok van een aardbeving leidt tot het lekken van deze al-gedecimeerde radioactieve lading in de open lucht, wordt door een aantal veldexperten voorspeld dat een radioactief kampvuur zal volgen die het slow-motion-equivalent zal zijn van een grote nucleaire oorlog. Let op de grote fel-gele ronde constructie die op alle vier de foto’s staat, waaronder de eerste van het koelbad boven reactor-4 vóór 3 maart 2011. Aanzie het voor de hand liggende domme ontwerp van het koelbad voor gebruikte splijtstofstaven op een hoogte van 30 meter.

De diplomaat gaf commentaar op de precaire toestand van het koelbad voor gebruikte splijtstofstaven dat zich op een hoogte van 30 meter bevond bij een ontplofte constructie die hoogstwaarschijnlijk in elkaar zou storten samen met vele tonnen nucleair afval als er zich nog een aardbeving zou voordoen. De verdere ontbinding van het reeds zwaar beschadigde “koelbad” zou leiden tot een enorm radioactief vuur dat misschien wel een eeuw zou branden en tientallen van de meest giftige radionucliden die de wetenschap kent zou vrijgeven in de lucht, de oceaan en het grondwater. Ron Wyden, een senator van de Amerikaanse staat Oregon, uitte soortgelijke gedachten nadat hij zelf Fukushima inspecteerde. Hij merkte op: “De omvang van de schade aan de planten en de omgeving was veel erger dan ik had verwacht en de omvang van de uitdagingen voor de nutseigenaar, de Japanse regering en de mensen in de regio zijn ontmoedigend. De precaire toestand van de Fukushima Daiichi nucleaire eenheden en het risico van de enorme inventaris aan radioactieve stoffen en verbruikte splijtstof in geval van een nieuwe aardbeving moet voor iedereen van belang zijn en een focus zijn voor grotere internationale steun en hulp.” http://www.naturalnews.com/035813_Ron_Wyden_Fukushima_radiation.html#ixzz1xWqfblUu

Sinds de eerste dag van de crisis is Alexander Higgins één van de meest hardnekkige, nauwkeurige en oplettende bloggers geweest die regelmatig verslag uitbracht over, en het groeiende bewijsmateriaal interpreteerde dat er iets heels ergs aan de hand was in Fukushima-1. Eén van zijn koppen meldt dat de Fukushima-catastrofe al 4.023 keer de hoeveelheid dodelijk radioactief cesium in de lucht, de oceaan en het grondwater heeft vrijgegeven dan de fallout van de aanval op Hiroshima. Een ander kop luidt: “Fukushima bezoedeld ons voortdurend met hoge niveaus van Cesium, Strontium en Plutonium en zal in de komende jaren langzaam aan miljoenen doden.”
http://blog.alexanderhiggins.com/2011/06/16/scientific-experts-fukushima-potentially-worse-20-chernobyl-governments-hiding-truth-28221/
http://blog.alexanderhiggins.com/2012/05/25/fukushima-cesium-nuclear-fallout-equals-4023-hiroshima-bombs-138001
http://blog.alexanderhiggins.com/2011/09/01/fukushima-continually-blasting-high-levels-cesium-strontium-plutonium-slowly-kill-millions-years-66941

De aanval van radionucliden op de mens omvat door de lucht reizende, alfa-straling uitstotende nucleaire deeltjes die hun weg kunnen vinden naar de longen, botten, spieren en bloed. Dezelfde krachten van radioactieve besmetting die ons momenteel aanvallen, vallen momenteel onze planten en dierlijke familieleden aan, waarvan we sommigen eten. Het proces van grotere schepsels die kleinere schepsels eten heeft de neiging om de concentratie van giftige besmetting te verhogen, ook radioactieve besmetting, hoe hoger in de voedselketen, helemaal tot aan de vorstelijke plek die bewoond wordt door menselijke omnivoren. De enorme radioactieve besmetting van de Stille Oceaan is misschien wel de wildste van de wild cards die ons aangereikt werd door het Fukushima debacle. Het waterleven in de Stille Oceaan is een bijzonder grote en vruchtbare voedselbron voor enkele van de meest dichtbevolkte gebieden van menselijke bewoning op de planeet waaronder Japan, China, Ino-China, Austral-Azië en het westelijk halfrond. De ontdekking van radioactieve tonijn en radioactieve kelp in Californië, om nog maar niet te spreken over de rare ziekte die zich voordoet bij zeehonden en walrussen in Alaska, is zonder twijfel nog maar een klein signaal van grotere en gevaarlijke dingen die gaan komen. 

Zoals zo veel van het frontlinie werk van het noodzakelijke onderzoek dezer dagen, wordt het grootste deel van de pijnlijke waarheden over de grenzen van de sluipende effecten van Fukushima op de levensecologie gemaakt door burgers in plaats van regeringsambtenaren. Over het algemeen is de respons van de meeste regeringen, waaronder mijn eigen Canadese regering, op het Fukushima debacle om de controleprogramma’s stop te zetten en om de lat van minimale normen te verlagen zodat een valse schijn van normaliteit kan worden gehandhaafd. De verontreiniging van de oceanen wordt geëvenaard door ontdekkingen van sporen van radionucliden in melk, eieren, vlees, groenten en fruit. Zelfs het neerkomen van zoete regens zijn besmet. Wat gebeurt er met onze innerlijke bron van spirituele vernieuwing wanneer we niet langer zonder zorgen kunnen zoeken naar de helende krachten van reinigende wandelingen in de voorjaarsregens of de nevel van de dageraad?



Higgins heeft de neiging om vooral snel de aandacht te vestigen op de vele gevallen waarin de Tokyo Electric Power Corporation, TEPCO, data herziet die het in zijn eigen eerdere verslagen heeft uitgebracht. Deze herzieningen onthullen bijna altijd dat TEPCO initieel zijn beoordeling over de omvang van de met elkaar verbonden catastrofes onderwaardeerde. Vóór de 3 maart 2011 catastrofe was TEPCO de eigenaar van Fukushima-1. Ondanks alle goed-gedocumenteerde gevallen van fraude en misdrijven in de aanloop naar de Fukushima-ramp, blijft TEPCO op onverklaarbare wijze de leiding hebben over de vermeende corrigerende ingrepen aan de verwoeste faciliteit. Tot nu toe blijft TEPCO derde wetenschappelijke waarnemers beletten om op het terrein te controleren wat er wel en niet gedaan wordt. Het bedrijf staat dergelijke waarnemers niet toe om hun eigen onafhankelijke onderzoeken te doen over de ware stand van zaken in Fukushima-1. 

Veelbetekenend meld Bloomberg News kort na 3 maart 2011 dat het aansprakelijkheidsniveau van TEPCO aan burgers en bedrijven die door de ramp getroffen zijn maar 2,1 miljard dollar zal zijn, een peuleschil onder deze verschrikkelijke omstandigheden. Zoals het er nu naar uitziet kan dit bedrag worden teruggebracht tot nul als TEPCO een Japanse rechter ervan kan overtuigen dat het debacle voortvloeit uit een daad van God. http://www.bloomberg.com/news/2011-03-23/nuclear-cleanup-cost-goes-to-japan-s-taxpayers-may-spur-liability-shift.html

Zoals zo vaak het geval is als het gaat om het socialiseren van de risico’s van gevaarlijke industriële en militaire activiteiten, zelfs als de winsten worden geprivatiseerd, de onwil van verzekeringsmaatschappijen om de corporate exploitanten van kerncentrales te dekken, maakt het de regeringen en de mensen van de gastlanden tot de échte dragers van de hoge risico’s die samengaan bij de opwekking van electriciteit door kernsplijting.

Wetenschappelijke rationaliteit ontmoet krankzinnige-toevluchtsoord-irrationaliteit
In één van de vroege correcties van Higgins wijst hij erop dat de schatting van TEPCO, dat er zich 1.760 ton verse en verbruikte splijtstof bevind in Fukushima, er meer dan 200% naast zit. Het volgende cijfer dat TEPCO vrijgeeft geeft aan dat Fukushima-1 4.277 ton nucleaire brandstofstaven herbergt, het grootste deel van het nucleair afval opgeslagen in 7 koelbaden. Al deze koelbaden zijn nu beschadigd en in meer of mindere mate onbruikbaar. 

Na de aardbeving en tsunami begon de hele industriële catastrofe in Fukushima-1 met de defecten van de systemen om stromen koelwater door de baden van de verbruikte splijtstofstaven te pompen. Zonder deze procedure oververhitte deze hoog radioactieve staven, vatten ze vlam, en ontploffen ze in een kettingreactie van radioactieve kritikaliteit. Deze kettingreacties zijn al ver gevorderd en vinden vlak voor onze ogen plaats, althans voor degenen onder ons die oplettend zijn. http://blog.alexanderhiggins.com/2011/03/19/the-amount-of-radioactive-fuel-at-fukushima-dwarfs-chernobyl-9281/

Het is de omvang van de grote baden nucleair afval in Fukushima-1 en in vele andere kerncentrales, die deze installaties het potentieel geven om veel destructiever te worden dan kernwapens. De zogenaamde “pay-loads” van nucleaire bommen zijn klein in vergelijking met de duizenden tonnen splijtbaar materiaal dat niet alleen in Fukushima, maar in de meeste van de 500 of zo kerncentrales over heel de wereld wordt opgeslagen. Een besef van het gevaar voor de volksgezondheid – eigenlijk voor de gezondheid van alle levende wezens – die zich voordoet bij de vrijgifte van zelfs minuscule sprenkels van dit nucleaire afval in de lucht of het water eist een verstandhouding die Einstein terecht in tragisch tekort voorspelde in een wereld waar dingen als het menselijk bewustzijn nog steeds ver achterop raken met wetenschappelijke ontdekkingen en technologische transformatie. 

De vele aparte voorzieningen voor de verbranding van nucleaire brandstof, verwerken van nucleair afval en de opslag van nucleair afval, die in Fukushima-1 zo dicht tegen elkaar stonden, belichaamt het vreemde huwelijk van de wetenschappelijke rationaliteit met de krankzinnige-toevluchtsoord-irrationaliteit die het handelsmerk is van een industrie die gesticht werd in de militaire drang naar uitbreiding in de industriële grenzen van massamoord.



Deze ingewikkelde opstopping van de meest gevaarlijke industriële procedures die de mensheid kent is een formule voor het projecteren van kettingreacties door middel van drempels van een nucleaire holocaust. De oprichting, in Fukushima-1, van een op maat gemaakte omgeving voor de transformatie van kleine problemen in reusachtige problemen door kettingreacties, weerspiegelt misschien het kernfenomeen waarop de nucleaire industrie uiteindelijk is gebaseerd. De sleutel om kernenergie in zowel bommen als kerncentrales vrij te geven, is om de proliferatie van kettingreacties te beginnen op het moleculaire niveau van de stratosfeer. 

In geval van de zes GE Mark I reactoren in Fukushima-1 en in de 23 gelijkaardige installaties in de Verenigde Staten, strekt deze waanzin zich uit om de apparaten voor het verbranden van nucleaire brandstof letterlijk onder de verhoogde koelbaden voor het opslagen van kernafval te plaatsen. Dit ontwerpconcept kan nog een beetje steek houden in de context van de nauwe grenzen van nucleaire onderzeeërs. Als we achteraf terugblikken moet de beslissing van GE om eenvoudigweg het basis-prototype van de centrale die ontwikkeld werd in de jaren 1950 voor de Nautilus nucleaire onderzeeër, en dit ontwerp te gebruiken voor de inlandse stations voor de transformatie van kernenergie naar electrische energie, zeker beschouwd worden als één van de meest dubieuze kostenbesparende maatregelen aller tijden. De erfenis van de Fukushima-catastrofe in de technologie van nucleaire onderzeeërs licht veel grotere verschijnselen toe. Zoveel van wat doorgaat als zogenaamde burger-economie is gebaseerd op louter industriële bijproducten van de militaire politieke economie wiens superioritiet werd verankerd in de loop van de Koude Oorlog en nu aan het versnellen is in de verdere militarisering van de samenleving in de naam van het bestrijden van de universele “terrorisme”-boeman.



Helaas helpt de volledig-te-voorkomen catastrofe in Fukushima duidelijkheid te brengen in de echte oorzaken van de meest verwoestende verschrikkingen waarmee de mensheid momenteel geconfronteerd wordt. De transformatie van Fukushima-1 in een kernwapen-1 vraagt geen leveringssysteem. De natuurlijke stromingen van de wind en de oceanen verspreiden de radioactieve toxiciteit effectiever dan een raket, een onderzeeër of een geheim Star Wars apparaat. De ontstellende beelden van de opslagbaden voor kernafval in Fukushima-1 die dodelijk blootgesteld worden aan de open atmosfeer in de bovenste gedeelten van de uitgestraalde gedrochten van de vernielde nucleaire insluitingsvaten zet de intellectuele, technologische en ethische armoede van een industrie die is uitgegroeid tot een maniak van onnodige risico-neming, duidelijk in de kijker. Deze beelden kunnen bekeken worden als angstaanjagende karikaturen van de bizarre uitersten van de de-regulering in combinatie met de privatisering van de kern publieke nutsvoorzieningen van de samenleving. Hier is een sterk bewijs om te suggereren dat Einstein misschien niet ver genoeg ging in het anticiperen van de waanzin van wat er zou gebeuren nadat de geest van kernenergie werd vrijgelaten uit de lantaarn.

Nucleair afval: het “einde” van de nucleaire cyclus
Gebruikte splijtstofstaven komen voort uit het proces van het genereren van kernenergie in kernreactoren. Deze staven bevatten duizenden balletjes die vele soorten radioactieve isotypes bevatten, waarvan sommige miljoenen of zelfs miljarden jaren radioactief blijven. Onder de meest giftige en langlevende isotypes zijn die van cesium, strontium, uranium, americum, curium en neptuniu. Er zijn duidelijk grote technische problemen in het isoleren van dergelijke variëteiten van nucleair afval van het leven z’n kwetsbare ecologie-interacties met aarde, lucht en water voor perioden langer dan heel de geregistreerde menselijke geschiedenis. Deze problemen zijn gecombineerd op manieren die al lang gekend waren als de zogenaamde Achille-pees van de nucleaire energie-industrie. http://coto2.wordpress.com/2011/03/26/us-stores-spent nuclear-fuel-rods-at-4-times-pool-capacity/

Er zijn geen geldige redenen voor het gebruik van de plaatsen waar kernenergie wordt opgewekt voor lange termijn opslag van nucleair afval, waarvan de meest gevaarlijke soort gebruikte splijtstofstaven zijn. De afschuwelijke catastrofe in Fukushima-1 demonstreert inderdaad grafisch de dwingende redenen om deze functies niet te mengen. Deze praktijk om verschillende stadia in de industriële cyclus van nucleaire brandstof te combineren, ontwikkelde zich niet als gevolg van een goed bedacht plan. Het is eerder ontstaan als een ad-hoc politiek hulpmiddel afgeleid van de bijna-onvermijdelijke neiging van locale bewoners om de publieke opinie tegen de bouw van faciliteiten voor permanente opslag van kernafval in hun regio’s, gemeenschappen en buurten te mobiliseren. Dit patroon heeft geleid tot de ontwikkeling van een korte termijn acroniem dat vaak gebruikt wordt en met minachting door sommige ambtenaren in de nucleaire industrie. Die term is NIMBY – Not In My Backyard (vertaald: niet in mijn achtertuin). Naar mijn mening zijn er diepere dimensies aan de virtueel losbandigheid van de nucleaire industrie (behalve misschien in China) voor initiatieven voor het ontwerp, de locatie en het bouwen van faciliteiten die specifiek gewijd zijn aan de taak van permanente opslag van kernafval. Elke mobilisatie van burgers die begint met een NIMBY-aanpak breidt bijna zonder uitzonderingen uit om te leiden tot een focus van het openbaar onderwijs en een populaire organisatie gericht op het aanpakken van de bredere waaier van gevaren die verbonden zijn aan vrijwel alle facetten van de industrie die zowel kernwapens als kerncentrales maakt. Eén van de strategieën om het probleem te vermijden van om te gaan met een georganiseerde oppositie van geïnformeerde burgers door de omstreden nucleaire industrie is om niet op te vallen door kernafval uit het zicht op te stapelen en uit het publieke collectieve geheugen bij kerncentrales. 

Het gebrek aan enthousiasme binnen de nucleaire industrie om betrouwbare en veilige wegen te zoeken om zich van kernafval te ontdoen gaat terug naar het begin van de nucleaire energie-industrie als een hulpmiddel van de militaire Onderzoek en Ontwikkeling. Terwijl Carrol L. Wilson, de eerste General Manager van de US Atomic Energy Commission opmerkte toen hij terugblikte naar het begin van de industrie vanuit het perspectief van 1979, waren chemici en chemische ingenieurs niet geïnteresseerd in het kernafval. Het was niet glamoureus, er waren geen carrières, het was vuil, niemand kreeg spaarpunten als men gaf om kernafval...Er was geen echt belang of winst voor het omgaan met het einde van de splijtstofcyclus. (Carrol L. Wilson, “Nuclear Energy: What Went Wrong?” Bulletin of Atomic Scientists, Vol. 35, June, 1979, 15)

Uitbreiding van de grenzen van kernenergie
Deze vermenigvuldiging en samenstelling van gevaren om de plaatsen van operationele kernreactoren dubbel te maken om ook gebruikt te worden als opslagfaciliteit voor kernafval, waaronder verbruikte kernsplijtstofstaven die voortdurende koeling vragen, vind zijn epicentrum in de Verenigde Staten, meer bepaald in de aardbeving/tsunami zone van Californië. De spuwende puinhoop van sluimerende kritikaliteit in Fukushima-1 vestigt de aandacht op andere zeer genucleairiseerde rechtsgebieden zoals Frankrijk en Ontario waar kerncentrales ook dubbel gebruikt worden als opslagfaciliteit voor de meest gevaarlijke soorten kernafval.



De Indian Point Nuclear Power Plant is zelfs ouder en veel antieker dan Fukushima-1. Meer dan 20.000.000 New Yorkers leven binnen een straal van 80 km van de installatie. Het kernafval dat opgeslagen wordt op de plaats is het onderwerp geweest van een rechtszaak met belangrijke vertakkingen voor de Amerikaanse nucleaire industrie. Ambtenaren laten de opslag van meer dan 70.000 ton verbruikte splijtstofstaven toe voor 104 “civiele” kerncentrales in de Verenigde Staten. De voortzetting van dit patroon van opslag van kernafval voor onbepaalde tijd bij kerncentrales werd in twijfel getrokken door een recente uitspraak van de rechtbank van New York. Deze rechtszaak is ontstaan uit de groeiende publieke tegenstand over de werking van de Indian Point kerncentrale te midden van de stedelijke megopolis van het omliggende New York City. Bijna 20 miljoen mensen leven in een straal van 80 km van deze antieke nucleaire installatie die nog ouder is dan Fukushima-1. 

In het bijzonder in de Verenigde Staten is de militaire context van de zogenaamde civiele tak van de nucleaire industrie zeer duidelijk. Eén van de grootste, bekende ophopingen van kernafval in de wereld is in de Hannover militaire reserve in de staat Washington waar de assemblage plaatsvond van de Fat Man en Little Boy-bommen op Hiroshima en Nagasaki. De Hanford reserve is de plaats met een opslagfaciliteit voor minstens 241 miljoen liter hoog radioactief afval. De lopende experimenten met nucleaire energie blijft door de Amerikaanse strijdkrachten en haar bevoorrechte stal van militaire contractanten verder gaan.
 
Deze experimenten en de soms geheime toepassingen van zijn resultaten heeft zonder twijfel grote, zij het grotendeels niet-erkende, gevolgen voor de volksgezondheid van de vele bevolkingsgroepen over de hele wereld maar vooral voor die in Eurazië. Een verhoogd aantal gevallen van kanker en menselijke misvormingen die opgelegd werden aan de mensheid door de invallen van de militaire tak van de nucleaire energie-industrie zijn het meest evident onder de slachtoffers van verarmde uranium-aanslagen in Irak. De tragedie die daar aan de mensen, en in andere getroffen bevolkingsgroepen, werd toegebracht zal binnenkort met meer regelmaat te zien zijn als de korte- en lange termijn effecten van de Fukushima catastrofe op de gezondheid met meer regelmaat beginnen te verschijnen in Japan, in Oost-Azië, in Noord Amerika, over het hele noordelijke halfrond, en over heel de wereld. Sommige geloven dat de grote donkere budgetten die gericht zijn op de meest geheime afdelingen van de nationale veiligheidsstaat hebben geleid tot de ontdekking van nieuwe wetenschappelijke principes die nog niet openbaar zijn gemaakt. Sommige van deze ontdekkingen kunnen nieuwe manieren met zich meebrengen om nucleaire energie in te zetten op meer gerichte en verborgen manieren. Deze nieuwe principes en de toegepaste technologieën die hieruit voortvloeien kunnen bijvoorbeeld een rol hebben gespeeld in de bijna onmiddelijke-transformatie van de met stalen-frame gevormde Twin Towers tot damp en fijnstoffige deeltjes op 9/11. Het duidelijk misleidende officiële verhaal van de gebeurtenissen van 9/11 is instrumentaal geweest bij het helpen om nieuw leven te blazen in oude richtlijnen van privilege en macht die samengevoegd zijn in de loop van de koude oorlog.

Tsjernobyl, Fukushima, en de ontbinding van imperiums
De kernramp in Tsjernobyl in 1986 was zonder twijfel een bijdragende factor aan het einde van de Koude Oorlog. De ramp was één van de vele factoren die in belangrijke mate bijgedragen heeft aan de implosie van het publieke vertrouwen in de Sovjet-Unie naar de pretenties van zijn gouverneurs. Dit verlies aan vertrouwen en prestige vertaalt zich naar de bezoedeling van de reputatie van de USSR en de levensvatbaarheid in de internationale gemeenschap. Bovendien ondermijnde de nucleaire explosie in Tsjernobyl de zelfrechtvaardiging-mythologie van de Sovjet-staat als een bolwerk van wetenschappelijke rede in het uiten van dialectisch materialisme die Hegel en Karl Marx hadden gekenmerkt als de belangrijkste bezielende kracht in de menselijke geschiedenis. Het kernongeval werd, zelfs binnen de Sovjet-regering, gezien als een indrukwekkende aanklacht tegen het Sovjet-systeem.

Vanuit het perspectief van degenen die zich gestileerd hadden als de leiders van de “vrije wereld”, ging de ondergang van de Sovjet-staat gepaard met de plotselinge verdwijning van vijand nummer 1 met zijn bijbehorende rechtvaardiging van grote macht, invloed en welvaart van degenen die toezicht houden op de activiteiten van de nationale veiligheidsstaat en zijn vergezelde militair-industrieel complex. De officiële 9/11 cover story gaf de oude elites snel alle voordelen terug van een producerende en vechtende wereldwijde vijand, zelfs toen het nieuwe elites de mogelijkheden gaf om locale vijanden om te zetten naar generieke vijanden van het zogenaamde “Westen”. Het is leerrijk om de responsen op de vernietiging van de kerncentrales van Tsjernobyl en Fukushima te vergelijken. De mobilisatie van 800.000 Sovjet-burgers van binnen en buiten de krijgsmacht om letterlijk een deksel te zetten op de massale verwoesting in het hart van de Oekraïense broodmand is één van de mooiste uren van de Sovjet-Unie. Op de plaats met de meeste radioactiviteit werd een enorme sarcofaag gebouwd om zo een aantal obstakels in de weg te plaatsen van de verschrikkelijke plaag van nucleaire ziekte, dood en intergenerationele misvormingen die zich waarschijnlijk tot nu toe tot miljoenen heeft uitgebreid. Hoeveel miljoenen of tientallen miljoenen meer zouden besmet zijn geweest als de sarcofaag niet gebouwd was?



De Sovjet-respons op de plotselinge explosie van een kernreactor in Tsjernobyl in 1986 was monumentaal. De Sovjet-staat mobiliseerde 800.000 arbeiders van binnen en buiten de krijgsmacht om op de crisis te reageren. Een deel van de respons bestond uit het bedekken van de verminkte giftige structuur door een enorme sarcofaag, zoals u hier kunt zien. De enorme inspanning om de ongekende dreiging voor de volksgezondheid van honderden miljoenen potentiële slachtoffers te bevatten staat in griezelig contrast met de lauwe respons op de nucleaire ramp in Japan.

Tot nu toe was de respons op het Fukushima debacle geheel anders. In de dagen na 3 maart 2011 was de onmiddellijke diagnose van de onruststokers van de nucleaire industrie dat het ongeluk “groter was dan Three Mile Island maar kleiner dan Tsjernobyl”. Een andere paniek was dat er enkele “gedeeltelijke kernsmeltingen” zouden kunnen plaatsvinden. Ik herinner me dat het idee van een gedeeltelijke kernsmelting ongeveer net zo zinvol was als een gedeeltelijke zwangerschap. Vooral de mainstream media veegde het Fukushima-verhaal bijeen tot de limieten van de dekking met vele media die de desinformatie van de Japanse regering napraatte, dat Fukushima-1 in “koude-opslag” was gezet ergens rond december 2011. Zoals reeds vermeld was de dekking in sommige delen van de alternatieve media vrij degelijk en in overeenstemming met de omvang van de Fukushima-catastrofe. Daar worden de verklaringen geleidelijk aan meer zeker en is men er meer en meer van overtuigd dat het potentieel van cataclysmische vernietiging van Fukushima de omvang van het Tsjernobyl-debacle enorm overstijgt. 

Een deel van wat de Fukushima-crisis zo dreigend maakt is de nietige, incompetente en verschrikkelijke aanpak van degenen die TEPCO op de voorgrond houden, althans publiekelijk, van de officiële respons op de verslechterende crisis. Dat wil niet zeggen dat er geen heldhaftig vertoon is geweest van moed, intelligentie, vernieuwing en zelfopoffering aan het adres van sommige mensen die de zondvloed van de ramp probeerden tegen te gaan. Het is moeilijk om zelfs maar voor te stellen wat het zou betekenen om in hun schoenen te staan. Maar deze ode aan de allerbeste van de eerste hulpverleners in Fukushima-1 verzacht op geen enkele substantiële manier mijn grotere stelling dat de corporate respons op de ramp van TEPCO hetzelfde misdadig gedrag bewijst die de voorwaarden voor de ramp in de eerste plaats veroorzaakte. Deze ongekende crisis is echter veel meer dan de corporate onvolkomenheden van TEPCO. 

Uiteindelijk bewaar ik m’n meest overeenstemmende en gerichte kritiek voor diegenen aan de top van de Amerikaanse nucleaire industrie, waaronder ambtenaren in de uitvoerende sector in de Verenigde Staten. Deze regerings- en corporate ambtenaren manoeuvreerde Amerika’s meest gehoorzame formele en vervolgens informele kolonie om de nevenproducten van kernenergie van de Amerikaanse militaire technologie te accepteren toen de Japanse mensen op hun idyllische, maar voor aardbevingen vatbare, eilanden nooit onder druk hadden mogen gezet worden om dit te accepteren. Het is in die kringen van keizerlijke macht waar de echte verantwoordelijkheid voor de ramp zich bevindt, zelfs als dit zich bevindt in dezelfde centra van gezag van waaruit de belangrijkste initiatieven om de ramp in te sluiten, uitgaat. Het contrast tussen de Sovjet-respons op de Tsjernobyl-crisis en de corporatistische reactie op de Fukushima-crisis is dan ook enorm, verhalend en uiteindelijk enorm bedreigend voor de toekomst van de menselijke beschaving, laat staan voor de toekomst van alle leven op aarde. De lessen die men kan leren over de omvang van de nonchalance van elke verplichting voor het algemeen belang en het algemeen welzijn van de kant van degenen die beweren onze leiders te zijn, is een kleine troost. Belichaamt de verslechterende puinhoop van chaos en kernsmelting in Fukushima-1 het ziekelijke Tsjernobyl-moment van het Amerikaanse Rijk?

Einstein versus Rickover
Er is zich een belangrijke controverse aan het brouwen binnen en buiten Japan over het regeringsbesluit om radioactief afval van het Fukushima-gebied naar alle delen van het land af te voeren voor verbranding. Er zijn verschillende theorieën over waarom dit gebeurt. 

Eén daarvan is dat de overheid een grote massa rechtszaken op zich ziet afkomen en nu wil handelen om toekomstige wetenschappelijke studies te verwarren waarin het aantal kankergevallen en de vele andere ziekten in de meest getroffen gebieden wordt vergeleken met de proporties in de minder getroffen regio’s. Mijn visie is dat deze irrationele beslissing kan worden toegeschreven aan de hele Japanse samenleving die ineenstort onder het gewicht van de ene na de andere mislukking. De Japanse inwoners zijn getraumatiseerd door natuurrampen van grote omvang. Wij, buiten Japan, moeten ons voortdurend herinneren aan de stress en de spanning die natuurrampen hebben opgelegd aan de hele bevolking. De grove mislukkingen van de Japanse regering om adequaat te reageren op de Fukushima-catastrofe moet worden beschouwd door de lens van deze overweging.

 

Een groot deel van het probleem is dat de respons op het Fukushima debacle op internationaal vlak zou moeten worden bekeken. Anderzijds moet de crisis niet behandeld worden als een zaak die enkel is weggelegd voor de Japanse binnenlandse politiek. Deze domesticatie van toezicht op kerncentrales, terwijl de gevolgen van wat er in hen gebeurt zo duidelijk transnationaal van aard zijn, gaan terug naar de angst van Albert Einstein dat de meeste mensen niet in staat zijn om zich proactief aan te passen aan enorme transformaties die voortkomen uit het splitsen van het atoom. 

Net als Robert Oppenheimer en vele andere wetenschappers die in dienst waren van het Manhattan Project, was Einstein van mening dat er te veel enorme en ongekende factoren waren in de ontketening van atoomenergie om dit onderzoeksgebied te laten plaatsvinden binnen de soevereine bevoegdheid van afzonderlijke landen. Einstein voorzag de nood aan de vorming van een nieuw soort internationale entiteit die nauw toezicht zou houden op nucleaire geheimen alsmede de ontwikkelingen van de nucleaire wetenschap nauw zou overzien en reglementeren. De Einstein-fractie was vooral overtuigd dat de toepassing van de beginselen van de nucleaire wetenschap aan technologische veranderingen vooral groot was. Dergelijke toepassingen zouden streng verboden moeten worden totdat de complete gevolgen van elke innovatie volledig onderzocht werden en volkomen begrepen werden.

De catastrofe in Fukushima en het gebrek aan enige gezamelijke internationale respons is een teken van het voorkeurrecht van de Einstein-fractie door zijn tegenstanders. Admiraal Hymen G. Rickover, de Amerikaanse marine-ingenieur die kort na de Tweede Wereldoorlog werd belast met het ontwikkelen van een nucleaire onderzeeër, was de leider van de anti-Einstein-fractie. Eenmaal hij de kercentrale voor de Nautilus onderzeeboot ontwikkelde, zette hij zijn hand aan de ontwikkeling van land-kerncentrales voor de opwekking van electriciteit. Tussen 1954 en 1957 ontwikkelt Rickover een model voor een “burger”-kerncentrale in Shippingport, Pennsylvania. Hij gebruikte die plaats als een pedagogisch platvorm voor wat hij beschouwde als de democratisering van kennis en expertise in het aanboren van de kracht van het atoom. Hij probeerde dit samen met een propaganda-campagne van president Dwight D. Eisenhower. In de promotie van “Atoms for Peace” wilde Eisenhower de toenemende publieke ongerustheid verlichten aan beide zijden van de Koude Oorlog, dat het toenemende proces van het testen van grotere en grotere kernwapens in de atmosfeer in de richting leek te wijzen van een nucleaire holocaust door een nucleaire oorlog. 

Het Atoms-for-Peace-initiatief werd vooral in Japan agressief gepromoot, een land waarvan de mensen voldoende reden hadden, en nog steeds hebben, om iets dat ook maar geassocieerd is met atoomenergie te verwerpen, gezien de aanvallen die ze doorstaan hadden in Hiroshima en Nagasaki. Deze obstakels werden overwonnen door de kolonist van zowel het formele als informele rijk van de Verenigde Staten. De Amerikaanse promotie van kernenergie als een manier om electriciteit op te wekken werd diep geïntegreerd in het anti-communisme dat Amerikaanse beleidsmakers en hun corporate cliënten, zoals GE in die tijd, bezighield. Zoals gepland werd Japan omgevormd tot een insluitingsbolwerk om de invloeden van het Chinese Maoïsme af te weren. Het presidentschap van de voormalige GE-media-woordvoerder Ronald Reagan en de zes GE nucleaire reactoren in Fukushima-1 waren uitwassen van deze saga. Jaren later herzag admiraal Rickover zijn opvatting dat kerncentrales goedaardige instrumenten van vrede en vooruitgang waren radicaal. Toen men hem over het onderwerp vroeg op het einde van zijn carrière antwoordde de ingenieur: “Elke keer dat je straling produceert, produceer je iets dat een bepaalde halfwaardetijd heeft, in sommige gevallen miljarden jaren. Ik denk dat de mensheid zichzelf zal vernietigen en het is belangrijk om proberen controle te krijgen over deze verschrikkelijke kracht en te proberen hem te elimineren. Ik geloof niet dat kernenergie de moeite waard is, als het zorgt voor straling.”

 

Door  Prof. Anthony Hall voor Global Research – 13 juni 2012 -
Bron: http://globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=31401

 

Vertaald door ’t Vertalerscollectief