Nederlander weet niet wat RFID-chip is

 
De gemiddelde Nederlander weet niet wat een radio frequency identification chip (RFID, identificatie met radiogolven) is. Na een korte uitleg ziet men voordelen voor toepassingen in het dagelijks leven, maar er is ook angst voor privacy en commerciële toepassingen van de technologie. 

62 procent van de Nederlanders (steekproef ruim 2000 mensen) weet niet wat rfid is. Dat blijkt uit onderzoek van de Consumentenbond, het Rathenau Instituut en ECP.NL naar de bekendheid en acceptatie van rfid in Nederland.

Na een korte uitleg van de techniek gaat bij de ondervraagden een belletje rinkelen over de verschillende toepassingen van rfid in het dagelijks leven, zoals het nieuwe paspoort, de OV-chipkaart en in toenemende mate de werknemerspas.

Volgens de onderzoekers denkt de helft van de respondenten dat rfid het leven gemakkelijker gaat maken zoals bij het afrekenen in de supermarkt en in het openbaar vervoer. Ook verwacht men dat het kan helpen bij het bestrijden van de criminaliteit.

Een meerderheid vindt dat opsporingsinstanties pasfoto’s/gelaatsscans (56 procent) op de chip in het paspoort mogen raadplegen. Daarnaast ziet 80 procent van de consumenten de chip als een kans om af te komen van verschillende pasjes en kaarten die ze nu bij zich dragen.

Nadelen
Naast de voordelen zien de respondenten ook nadelen. Er wordt gevreesd dat fouten in het systeem moeilijk gecorrigeerd kunnen worden. Daarnaast vertrouwt 37 procent er niet op dat de gegevens alleen gebruikt worden voor het doel waartoe ze worden verzameld. Met name het zorgvuldig en terughoudend omgaan met verzamelde persoonlijke gegevens door het bedrijfsleven wordt zeer klein geacht. Tweederde van de respondenten maakt zich zorgen over de verkoop van gegevens aan bedrijven voor marketingdoeleinden. Ook de kans dat onbevoegden zich toegang tot de database kunnen verschaffen acht 57 procent aanwezig.
 
Volgens de onderzoekers heeft rfid alleen een kans van slagen als het door een brede groep in de samenleving wordt geaccepteerd. De onderzoekers concluderen: ‘Wil de technologie worden geaccepteerd, dan moet de burger weten waar hij mee te maken heeft en kunnen bedrijfsleven en overheid rekening houden met de behoefte en wensen van de gebruikers.’




Bron: Computable.nl, 27-09-2007