De posthumane mens

Het lijkt er steeds meer op of de mens erop uit is zijn eigen soort te perfectioneren en in de toekomst misschien zelfs te overstijgen. Het uiteindelijke doel van deze ontwikkeling is iets transhumaans, ‘bovenmenselijks’ te creëren: een mens met perfecte ogen, immuun voor allerlei ziekten en voor de wetten van dood en verval. Op het eerste gezicht een nobel streven, utopisch haast, maar ik heb iets tegen utopieën en de geschiedenis geeft me gelijk. Een stukje deze keer, dat begint in mineur maar eindigt in majeur!

Het lijkt een niet te stuiten ontwikkeling te zijn. Een ontwikkeling die aantoont hoe wij mensen elkaar zien. Het weerzinwekkende kindermisbruik bijvoorbeeld, laat zien dat een kind niet als een mens wordt gezien, maar als slechts een gebruiksvoorwerp, dat in sommige gevallen na gebruik achteloos wordt weggegooid (gedood). En dan te bedenken dat er hele netwerken bestaan tot op hoog niveau die elkaar dekken en beschermen, zoals dezer dagen weer eens duidelijk werd (Trouw 30 okt). Een verkilde samenleving die dit misbruik tolereert zegt iets over het wereldbeeld en de visie op de mens die steeds meer als een product wordt gezien dat zoveel mogelijk moet opbrengen en zo weinig mogelijk mag kosten.

Kijk maar eens naar de gezondheidszorg en de manier waarop we met ouderen in verzorgingshuizen omgaan. De oudere als product dat moet opbrengen, niet teveel mag kosten en ook niet lang moet leven. In een column schreef de publicist H.J. Hofland al eens een essay: Het kale grijze tuig. Hij schets een samenleving waarin ouderen in een getto wonen en door hooligans in elkaar worden geramd als zij zich daarbuiten begeven. Zover is het nog lang niet, maar er is wel duidelijk sprake van een trend waarin de oudere mens als lastig gezien wordt die teveel geld kost.

Is de Übermensch comin’?

In zijn op DVD verkrijgbare documentaire Technocalyps laat filmmaker Frank Theys ons kennis maken met wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat we een tijdperk naderen waarin de mens, zoals we die nu kennen, niet meer het meest intelligente wezen op aarde zal zijn.Technocalyps gaat over de verstrekkende gevolgen die de aankomende ontwikkelingen voor het menselijk ras met zich meebrengen. Voor- en tegenstanders worden aan het woord gelaten over dit intrigerende, maar ook onheilspellende toekomstbeeld. TechnoCalyps is in drie delen opgedeeld. Deel een gaat over alles wat met klonen, genetische manipulatie en de maakbare mens te maken heeft. Nanotechnologie, de herschikking van afzonderlijke atomen, is een van de centrale technologieën. Bedoeling van die technologie is het creëren van een posthumaan: dat zou een superwezen kunnen zijn met een onbeperkte levensduur. Deel twee gaat in op de gevolgen van de technologische revolutie. Wat gebeurt er als de mens die door kunstmatige intelligentie gemaakte transhumanen niet meer onder controle kan houden. In dit deel komen de critici van de technologische revolutie uitvoerig aan het woord. Het laatste deel gaat over religie en wetenschap. Hier worden yoga en andere met het bewustzijn verbonden religies belicht. Ook hier weer wordt de nadruk gelegd op het ontstaan van een superwezen dat niet meer verbonden is met het goddelijke, maar dat zelf God wil worden.

De Übermensch van Nietzsche en de Nazi’s is coming, wat God verhoedde. In de film wordt er weliswaar op los gespeculeerd maar het gegeven dat wetenschappers e.d. zich hiermee bezig houden is veelzeggend! Uitgangspunt is de maakbare übermensmens. Waarom zouden we geen 300 jaar kunnen worden? Met wat sleutelen en prutsen aan ons onvolmaakte lichaam met behulp van microchips en genetische manipulatie moet het mogelijk zijn een superieure mens te maken. Wanneer hebben we dat meer gehoord? Op naar het in het tijdperk van de posthumane mens? Hoop het niet mee te maken!

Microsoftman en miljonair Bill Gates is er kennelijk heel enthousiast over en steunt de onderzoeksactiviteiten van Ray Kurzweil, een van de meest vooraanstaande Joodse futurologen en uitvinders ter wereld. Was adviseur van enkele Amerikaanse presidenten en is adviseur van het Pentagon en de Nasa en wordt gezien als een toonaangevend wetenschapper op het gebied van de toekomstige robottechnologie en kunstmatige intelligentie. Hij is van mening dat de huidige mens vervangen zal worden door de robotmens, de ‘posthumane mens’, de ‘transhumane mens’. In Kurzweils boek The Singularity is near. When Humans Transcend Biology bespreken Kurzweil en Gates op quasi-religieuze wijze de ontwikkeling naar de ‘transhumane mens’ en het plan van Kurzweil om ‘de materie en de energie in het universum met intelligentie te doordringen’, waardoor het universum zal ‘ontwaken, bewust worden en ongelooflijk intelligent zal zijn’. Een ‘soort charismatisch besturingssysteem’, dat volgens Kurzweil ‘dicht in de buurt van God komt’. Marcel Messing wijst er terecht op dat Kurzweil er kennelijk niet van op de hoogte is dat alle grote wijzen, mystici en gnostici weet hebben van een altijd aanwezige kosmische intelligentie, Bewustzijn zonder begin of einde, waarin licht en liefde de hoogste kwaliteiten zijn.

Maar ten koste van wat en wie gaat deze ontwikkeling naar die transhumane mens, naar Utopia? Een vraag die mij al op jonge leeftijd bezig hield. In 1982 stelde ik daarom op mijn initiatief het door L.J. Veen uitgegeven boek Keergang samen. Een boek waarin politici en journalisten door het vertellen van een verhaal laten zien hoe maatschappelijke verschijnselen en ideeën van nu zich in de toekomst zouden kunnen ontwikkelen. Zelf schreef ik ook een verhaal. Je zou het science fiction kunnen noemen, maar dan van het serieuze sociologische/ maatschappelijke genre. Ik zag met mijn mede-auteurs toen al ontwikkelingen in de samenleving die mij niet vrolijk stemden.

Maatschappelijke sciencefiction is een subgenre van sciencefiction waarbij meer de nadruk wordt gelegd op de sociologische aspecten van een beschaving en minder op technologie en avontuur. In dit genre vallen ook door een breder publiek gelezen boeken, waarvan George Orwells 1984 het bekendste voorbeeld is. Een van de eerste sciencefictionschrijvers die sociologische thema’s aansneed was de Brit H.G. Wells in De Tijdmachine uit 1895. Hij schrijft hierin over een tijdreiziger die in de verre toekomst twee volken op aarde aantreft: de sierlijke Eloi en de monsterlijke Morlocks, die beide uit de mensheid zijn ontstaan. In de Verenigde Staten begon deze stroming in de jaren 40 met schrijvers als Robert Heinlein en Isaac Asimov. De laatste poneerde voor dit subgenre de term “Social Science Fiction”. Dystopische en utopische verhalen vallen ook vaak in het genre van maatschappelijke sciencefiction: Wij van Jevgeni Zamjatin, Brave New World van Aldous Huxley, het al genoemde 1984 en Ray Bradbury’s Fahrenheit 451 dat ook is verfilmd.

In de jaren ‘60 begon het moderne tijdperk van de sciencefiction. Schrijvers van maatschappelijke sciencefiction uit die tijd zijn Harlan Ellison, Brian Aldiss, Ursula Le Guin, Kurt Vonnegut en Robert Heinlein. Ellison schrijft vooral anti-militairistische romans, Le Guin over antropologische, feministische en sociologische problemen in afgelegen beschavingen en Vonnegut vooral over ethische vraagstukken. In zijn boek De grote pianola wordt in een klein stadje in de Verenigde Staten na de Grote Oorlog alle handenarbeid vervangen door machines. De mens is verdrongen door een computer en zijn ponsband. Wat rest is eindeloze verveling, Slechts een kleine elite vindt nog emplooi. Het boek bevat een aantal treffende beschrijvingen van huidige en mogelijke toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen, en een aantal even interessante misverstanden daaromtrent. Het was overigens Isaac Asimov die met zijn bundel I, Robot in de jaren ´40 voor filosofen de toon zette om eens stevig na te denken over robots. Met zijn drie wetten bedacht de science-fiction schrijver een manier om de mensheid te behoeden voor kwade daden van de mechanische wezens. Hoe valt de vergelijking met Asimov’s werk en échte robotica uit? De film I, Robot uit 2004 blies de drie wetten nieuw leven in, met het nodige Hollywoodgeweld natuurlijk.

Je zou zeggen, een gewaarschuwd mensheid telt voor twee, schreef ik in mijn inleiding in het genoemde boek Keergang waarin ook collega’s en een ex-bewindsman (Wil Albeda) hun verontrusting over de toekomst uitspraken, maar de geschetste ontwikkelingen geven weinig reden tot hoop. Het is wel heel griezelig en schimmig wat er op allerlei befaamde universiteiten in Amerika zoals het MIT, en allerhande duistere instituten, aan wetenschappelijk onderzoek wordt uitgevoerd. De wetenschappers die dergelijk onderzoek doen en in Technocalyps aan het woord komen, blijken elk kritisch vermogen kwijt te zijn. Ze geloven met een bijna religieus fanatisme in hun voor de mensheid zegenrijke onderzoek. Brrrr!

Big Brother, bekend uit het boek 1984 zou de wereld wakker geschud moeten hebben, maar de massa wordt nog steeds in slaap gesust en maakt het daardoor mogelijk dat de samenleving steeds meer ontmenselijk wordt.

Een somber scenario dat geen werkelijkheid hoeft te worden omdat het aantal mensen dat wakker begint te worden, gaat toenemen en gaan inzien wat er werkelijk speelt. Als het om 2012 gaat, hoop ik dat mensen wakker gaan worden en het niet meer accepteren dat hun kinderen misbruikt worden, Big Brother het steeds meer voor het zeggen gaat krijgen en ouderen bij het grof vuil worden gezet en wij mensen steeds meer verkillen, wat overigens al door de oude wijsheid voorspeld werd.

Maar profetieën zijn waarschijnlijkheden die niet uit hoeven te komen en hebben vaak een preventief doel. Alles moet open, zo luidt de titel van het boek van Dianne Bosch over het misbruik dat zij onderging (zie vorige column). Alles gaat in deze tijd ook open. Steeds meer komt aan het licht. Het Licht plaats alles in het licht, zorgt dat mensen ontwaken en er steeds meer aan het licht komt. Beerputten gaan open, kijk maar naar de onthullingen over de BBC, waar misbruikers zich zelfs aan lijken vergrepen. De wereld kijkt verbijsterd toe maar zal hopelijk hierdoor ook gaan veranderen 2012, het jaar van het ontwaken?

Aat-Lambèrt de Kwant