Inzichten en teksten rond de Bhagavad G­ītā



De Bhagavad G­ītā wordt wel eens vergeleken met een parelsnoer waaraan flonkerende parels van onvergankelijke wijsheid geregen zijn.
In een tijd waarin sprake is van crisis na crisis, begerige handen grijpen naar werelds goud, zilver, diamanten en parels en de wereldeconomie ineen dreigt te storten, is het van essentieel belang om inzicht te krijgen in het onvergankelijk goud van wijsheid en dit te laten indalen in ons hart om de woelige zee van kali-yuga, het ijzeren tijdperk, te kunnen oversteken.

Reeds in mijn jonge jaren is de Bhagavad G­ītā op mijn pad gekomen, naast allerlei andere wijsheidsleringen. Speciaal tijdens een reis door India met een paar ontmoetingen met leraren en een ‘oude’ yogi, werden Marijke en mij inzichten aangereikt die pas jaren later tot rijping zouden komen. Jarenlang werd de G­ītā ter hand genomen, bestudeerd, overwogen, in stilte beschouwend, luisterend naar een ‘stille stem’. In de Pyreneeën overwogen we een tijdlang dagelijks één tekst uit de Bhagavad G­ītā, waarbij we een tiental woord-voor-woordvertalingen vanuit het Sanskriet met elkaar vergeleken om tot de essentie van de tekst te kunnen doordringen. Nu, zo’n twintig jaar later, voel ik dat er een zacht, ja, soms teder ‘begrijpen’ is ontstaan, dat gedeeld kan worden, met maar één bedoeling: groeiend inzicht verkrijgen in het juiste (heilzaam) handelen. Als we op de juiste wijze handelen, handelen vanuit de dharma (de kosmische wet die heilzaam handelen op allerlei wijzen steunt), kunnen alle levende wezens gelukkig zijn. De dharma rust in een absolute Kracht, in Superintelligentie, in Zuiver Bewustzijn.

Nu steeds meer stormen over de wereld razen, veroorzaakt door onjuist (onheilzaam) handelen, kunnen we als nooit tevoren oefenen om onze ‘strijdwagen’, ons lichaam, in het juiste midden te houden. Door inzicht in het juiste handelen kunnen we boven de dualiteit van de verscheurende strijd tussen goed en kwaad uitkomen. Die strijd is niets anders dan het zichtbaar worden van een lang proces van onwetendheid. Door steeds maar te ‘eten’ van de boom van kennis van goed en kwaad en de vruchten van deze boom op te eisen, ging de mens voorbij aan het juiste handelen en groeide in zijn geest de boom van onwetendheid. De kosmische boom des levens, de dharma, werd vergeten. 

Ontelbare mensen zijn gaan denken dat we afgescheiden wezens zijn. De slang van begeerte heeft tallozen in de achilleshiel gebeten, waardoor het bewandelen van het pad van het midden moeilijk lijkt. De dharma zal steeds op het juiste moment door middel van karma (de wet van oorzaak en gevolg) de levende wezens confronteren met de vruchten van hun handelingen. Op dit moment is dit duidelijk zichtbaar op onze planeet. Op dramatische wijze zien we wat egoïsme teweeg heeft gebracht, wat het betekent als het vuur van begeerte heel de aarde dreigt te vernietigen en de dharma niet behoed wordt.

De Bhagavad G­ītā kan ons tot steun zijn op het pad van licht en liefde. De leringen van Krishna in de Bhagavad G­ītā sluiten naadloos aan op die van de Boeddha, Jezus en vele anderen. Datgene wat in India de sanathana dharma, de eeuwige dharma, wordt genoemd, is door verlichten, mystici en gnostici in alle tijden overal ter wereld naar voren gebracht.



Teksten rond de Bhagavad G­ītā

‘Toen duizenden jaren geleden de strijd van Kurukshetra werd uitgevochten, werden de twijfels die in Arjuna oprezen beantwoord door Shri Krishna in de Gita. En de strijd van Kurukshetra duurt maar voort en zal alsmaar voortduren, [ook] in ons. En steeds weer zal Heer Krishna, de prins van de yogi’s, het universele atman dat in het hart van ons allen woont, er zijn om Arjuna, de menselijke ziel, te leiden. En onze op God gerichte impulsen, vertegenwoordigd door de Pandava’s, zullen altijd triomferen over de demonische impulsen, vertegenwoordigd door de Kaurava’s. Totdat de overwinning is behaald, dienen we vertrouwen te hebben, de strijd  te laten voortgaan en intussen geduld te beoefenen.’
Mahatma Gandhi (1869-1948)
(Uit een toespraak in de ashram te Wardha, 21 december 1925, in: The Collected Works, 19942, dl. 29, p.  339.)

‘Zoals iemand versleten kleren wegdoet en nieuwe aantrekt,
zo legt ook de ziel [het zelf] versleten lichamen af
en gaat in andere, nieuwe lichamen, binnen.’
Bhagavad Gita, vers 22



‘Voorwaar, de ziel heeft geen geboorte,
geen dood, geen begin en geen einde,
zonde kan haar niet aanraken,
noch kan deugd haar verheffen;
zij is altijd geweest
en zal altijd zijn
en al het overige is haar bedekking,
zoals een stolp over het licht.’
Inayat Khan

‘Steeds wanneer rechtmatigheid [dharma] tot verval geraakt
en rechteloosheid [adharma] opkomt, O Bharata [Arjuna],
breng ik Mijzelf in manifestatie.'
Bhagavad Gita, vers 7

‘De Gita is een moeder voor mij geweest vanaf het ogenblik dat ik er in 1889 kennis mee maakte. In elke moeilijke situatie wend ik mij ertoe en de gevraagde leiding blijft nooit uit. Maar je moet Moeder Gita in alle eerbied benaderen als je baat wilt vinden bij haar bijstand. Wie zijn hoofd in haar vrede schenkende schoot laat rusten krijgt nooit teleurstellingen, maar ervaart gelukzaligheid in volmaaktheid. Deze geestelijke moeder geeft haar volgeling ieder moment van zijn leven nieuwe kennis, hoop en kracht.’
Mahatma Gandhi

Albert Einstein zei eens over Gandhi:
‘Komende generaties zullen nauwelijks geloven dat iemand als hij ooit in levende lijve hier op aarde is geweest.’

'Bemint elkander.' Dit gebod van zachtmoedigheid, tweedui­zend jaar geleden nederig uitgesproken als een verzachtende olie op het menselijk lijden, openbaart zich aan onze moderne geest als het machtigste, en in feite het enige denkbare beginsel van een toekomstig evenwicht van de aarde. Zullen wij eindelijk aannemen dat het geen zwakheid is en geen zoete manie, maar dat het een formele conditie meedeelt aan de meest organische en meest technische vooruitgangen van het leven? Zo ja, dan zou de ware victorie ons wachten en de enige ware vrede. Het geweld zou zich in zichzelf ontwapenen, omdat wij eindelijk de hand gelegd zouden hebben op iets sterkers dat het kan vervangen. En dan zou de mens, volwassen geworden, zijn weg gevonden hebben.’
Teilhard de Chardin

‘De waarheid zetelt in ieder mensenhart; men moet haar dáár zoeken en zich door die waarheid laten leiden zoals men haar opvat.’
Mahatma Gandhi 



‘We staan tegenwoordig voortdurend versteld van de verbijsterende ontdekkingen op het terrein van het geweld. Maar ik beweer dat er nog veel ongelooflijker en schijnbaar onmogelijker ontdekkingen zullen worden gedaan op het terrein van geweldloosheid.’
Mahatma Gandhi

 ‘Als je een geweer hebt, kun je één, twee, drie of vijf mensen doden; maar als je een ideologie hebt en eraan vasthoudt en denkt dat het de absolute waarheid is, kun je miljoenen mensen doden.’
Thich Nath Hanh

‘De uiteindelijke vrede begint in jezelf. Wanneer we innerlij­ke vrede vinden zullen er geen conflicten en geen aanlei­dingen tot oorlog meer zijn. Als dit de vrede is die je zoekt, zuiver dan je lichaam door gezonde leefgewoonten aan te nemen, zuiver je geest door alle negatieve gedachten te verdrijven, zuiver je motieven door elk idee van zelfzucht of zelfingeno­menheid uit te schakelen en door erop uit te zijn je medemen­sen te dienen. Zuiver je verlangens door al je begeerten naar materi­ële bezittingen of zelfverheerlijking op te geven en door vurig te verlangen God en Zijn Wil met jou te kennen en te volgen. En inspireer anderen hetzelfde te doen.’
Peace Pilgrim



‘Elkeen beeft voor lijfstraf,
elkeen vreest de dood.
Moge men, anderen vergelijkend met zichzelf,
noch doden, noch laten doden.’
De Boeddha
(Dhammapada, vers 129)

‘Het woord 'misdadiger' zou uit het woordenboek geschrapt moeten worden. Of we zijn allemaal misdadigers. 'Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen.' En er was niemand die de eerste steen durfde te gooien naar de zondige hoer. Zoals een cipier eens zei: 'Iedereen is in het geheim een misdadiger.' Er schuilt een diepe waarheid in dat gezegde, dat half schertsend werd gezegd. Laat de cipier en de misdadiger daarom goede metgezellen zijn. Ik weet dat dit gemakkelijker is gezegd dan gedaan. Maar dat is nu precies wat de Gita en trouwens alle religies ons op 't hart drukken.’
Mahatma Gandhi


 

 

© Marcel Messing