Zwerven buiten deze wereld ~ een totale filosofie

 

‘Ik zwerf hier en daar,
zonder te weten wat ik zoek.
Wild en ongebreideld
weet ik niet waar ik ga.
Ik vermaak me, zonder doel,
en aanschouw daarmee het eindeloze’.

[Wijde Weetniet, Zhuang Zi, H 11:4]


Over cultuurpessimisme en neerwaartse tendensen van beschaving,
- en hoe we de zaak weer te boven kunnen komen.

Daarover gaat dit artikel. Waarop is de wijd verbreidde angst voor de eindtijd geschoeid? Wat schuilt er achter het succes van films als ‘2012’ en ‘Melancholia’? Bestaat er een verband met de filosofie van Nietzsche? Hoe past de evolutietheorie in dit verhaal, en hoe is het mogelijk dat zij volgens de officiële visie als bewezen feit geldt, terwijl zij door steeds meer wetenschappers als volledig achterhaald wordt beschouwd?*2) Is het mogelijk dat nihilisme, ‘toeval’ en ‘survival of the fittest’ zich aan de basis van ons denken en handelen hebben geworteld, zich uitend in gevoelens van doelloosheid en fatalisme? Liggen de oorzaken voor de breuk in collectief zelfvertrouwen en de afwezigheid van het gevoel van verbondenheid met een liefdevol universum subtieler dan een geschiedschrijving van oorlog en geweld alleen? Hoe komt het dat in de kunst een tragische opvatting van de ‘conditio humaine’ eeuwenlang zo veelvuldig is verbeeld en grondig uitgemeten? Zijn wij zo aan de tragedie van het leven gaan geloven dat we in haar de hoogste expressie van waarheid zien? En waarom zijn wij toch altijd zo druk in de weer, trachtend ‘ergens bovenop te geraken’, strevend naar … ‘iets’, meestal gedekt gaand onder de term vooruitgang (meer, beter), maar waar een nauwelijks verholen wanhoop aan geloof in eigen slagen alsmede de onmacht om in het nu te kunnen verblijven, altoos doorheen schemert? Zal er een moment komen waarop we onszelf kunnen overgeven aan Grote Geest, aan Wakan Tanka, in plaats van de dingen te weerstreven tegen beter weten in? ‘De Tao doet zelf nooit iets, en toch wordt door hem alles gedaan’, zo fluistert Oude Langoor, bij velen beter bekend als Lao Zi, ons over zesentwintig eeuwen heen nog steeds in het oor. 

En in hoofdstuk 77 van dit slechts uit vijfduizend karakters bestaande omvangrijke wijsheidsboek heet het: ‘De Tao van de Hemel: wat te veel is neemt hij weg, wat niet genoeg is vult hij aan’.*3)
Toch voelt de mens zich klein en onmachtig binnen dit grote krachtenspel, maar waar komt dat gebrek aan vertrouwen vandaan en hoeveel (onzichtbare) lagen spelen hierin een rol? De dagelijkse hoeveelheid negatieve berichtgeving wakkert de angst aan dat er ieder moment ‘iets’ kan gebeuren, maar maakt ook een geconditioneerd geloof in een fatale afloop sterker. Instinctieve reactie en overlevingsdrang staan aan de basis van ons mensbeeld en passen perfect binnen de opvattingen van een blind evolutionair proces. Toch rijst de vraag: waar komt instinct vandaan? *4)

Natuurlijk maakt alleen al de immense stroom vernietigende activiteiten welke op deze planeet eeuwenlang de boventoon heeft gevoerd, een zekere mate van instinctieve angst voor cataclysmes niet ongegrond.*5) Wij weten allemaal dat het zo niet langer kan, en  zien het bewijs hiervan reeds dagelijks om ons heen in de vorm van talloze aardbevingen, overstromingen en bosbranden. Maar anders dan in termen van ‘schuld en boete’ á la Dostojevski en anders dan een vermeende dag des oordeels, of de Hollywood varianten daarop (‘2012’) hoeft de ontknoping allerminst te ontaarden in een wereldomvattende vernietigingsgolf. Wanneer op voldoende schaal het inzicht doorbreekt in wie en wat wij werkelijk zijn en wat wij in potentie vermogen, en wanneer een intieme band met de kosmos wordt hersteld in het besef dat wij zelf het doel zijn van een langdurig evolutieproces, dan gloort letterlijk het licht binnen handbereik. Dan zal het zijn alsof we uit een donkere kamer plots in het volle daglicht treden. Per slot van rekening verwacht het universum ons, - en dat hoeft geen ‘afrekening’ in te houden. Wij worden verwacht, maar niet op de wijze door telkens de natuur te bevechten en te ‘verbeteren’. Het universum wacht op herstel van ons innerlijk vertrouwen dat door de dominante invloeden van corrupte geloofssystemen, ideologieën, filosofie en wetenschap keer op keer werd misleid, beschadigd en ondermijnd. Dan zal ook een collectieve karmische ‘schuld’ (Wet van reflectie, - dus nooit in de zin van ‘straf’) haar betekenis ad hoc kunnen verliezen in die zin dat we niet overmatig onder een cataclysmische overgang gebukt hoeven gaan. Dan zal tevens blijken dat de weg naar herstel niet door moeizaam zwoegen gewonnen hoeft te worden, omdat antwoorden en oplossingen – zoals altijd – eenvoudig en moeiteloos plaatsvinden. Op het juiste moment, mits wij geleerd hebben iedere angst te laten varen, en we vanuit het juiste inzicht de intentie koesteren dit op alle fronten in het juiste handelen om te mogen zetten.
Kunnen wij zelf meester zijn van deze eindtijd? Dat is de cruciale vraag.


Angst voor de eindtijd

‘Ik vermaak me, zonder doel, en aanschouw daarmee het eindeloze’, zoals Wijde Weetniet het in bovenstaand citaat uitdrukt; wie is tot een dergelijke bewuste zorgeloosheid nog in staat in deze roerige eindtijd? Wie niet aan een zekere mate van cultuurpessimisme lijdt, wordt niet voor goedwijs aangezien. Nu alles rammelt en wankelt binnen de schijnbaar altijd zo stabiel statische systemen, invloeden binnen het zonnestelsel zich steeds sterker doen gelden aangezien de planeet haar meest kritieke fase is binnengetreden binnen het grote transformatieproces, en de aarde aan alle kanten rilt en trilt, lijken nog maar weinigen zich raad te weten met hun eigen innerlijke stabiliteit. Als het veld zich roert, de kosmos van zich laat spreken en oude machtstructuren één voor één in opspraak komen, dan raast het ook binnen het veld van de collectieve menselijke geest. Of men zich daar nu rekenschap van geeft of niet.

Massa’s mensen trekken, zonder goed te beseffen wat hen precies aantrekt, naar de bioscoopzalen voor de nieuwste productie van Lars van Trier: Melancholia (2011). Maar na afloop vraag je je onwillekeurig af waar filmmakers vandaag de dag toch hun inspiratie vandaan halen. ‘What star is that, the red one?’ ‘- Een planeet die achter de zon school passeert ons nu’ (…) ‘Ik heb maar één ding te zeggen: geniet ervan zolang het duurt’. Wat is hier aan de hand? 

Nadat wij ons al eerder hebben kunnen laven aan producties als de Antichrist, (eveneens van Von Trier), The Day After, Avatar en natuurlijk niet te vergeten, 2012, voegt zich nu Melancholia in het rijtje om het gevoel van depressie compleet te maken. Daarnaast zijn er nog de onheilsvoorspellingen van onder meer Alexander Retrov, - zichzelf duidend als a crystal clear channel from Source-, en de angst zit er bij velen weer goed in.
Retrov’s ‘kristalheldere’ inzichten, - hoewel op astronomisch gebied niet gespeend van inzicht en scherpzinnigheid waarbij hij m.i. terecht melding maakt van de reeds uit 1983 daterende ontdekking van een nieuwe naderende planeet door de infrarood satelliet IRAS (welke drie dagen later door NASA weer werd ontkend), bevatten op spiritueel niveau een aantal duistere resonanties en verraden een aanzienlijk gebrek aan werkelijk inzicht. Dat laatste is natuurlijk heel goed mogelijk, maar noem jezelf dan geen crystal clear channel from Source.*6)

Von Triers nieuwste film bevat het nodige occultisme, hetgeen we bijna gewoon zijn gaan vinden sinds de kinderen opgroeiden met Harry Potter en Star Wars. Von Trier en Retrov dragen ieder op eigen manier een steentje bij om het reservoir van collectieve angst aan te vullen en de resonanties op een ‘gezond’ laag peil te houden. De bioscoopstoelen dreunen letterlijk mee bij wat zelfs geen geluid meer genoemd mag worden. Laat ons waakzaam blijven voor al het zogenaamd ‘onschuldige amusement’. Beeld en film behoren ongetwijfeld tot de krachtigste instrumenten waarvan machten zich bedienen om negatieve en lage resonanties in het systeem van de toeschouwer te verankeren. Valse ‘leraren’ verschijnen voor het witte doek…

Onrust zaaien is niet moeilijk. Mogelijke cataclysmes zijn niet ‘simply events’ waarvan je het feitelijke verloop kunt berekenen of met zekerheid kunt voorspellen. Dat er dingen gebeuren zien we echter reeds geruime tijd overal om ons heen. Als er niet snel iets veranderd kan het lelijk uitpakken (Messing, Laszlo, Keith) Doch evolutie is een proces en vindt primair vanuit bewustzijn plaats. De kwantumfysica heeft ons laten zien dat daarin voor een uitsluitend mechanistische causaliteit geen plaats is, maar dat keuzemogelijkheden tot manifestatie komen vanuit een veld van bewustzijn (kosmisch). Een uitspraak met enorme reikwijdte en betekenis voor onze nabije toekomst, hetgeen ik verderop hoop te aan te tonen. Dat veld is in hoog tempo aan verandering onderhevig. Wij zijn in wezen bewustzijn-in-ontwikkeling, bezig onszelf te ontdekken, bezig te ontdekken dat wij niet gescheiden zijn van dat veld. Een veranderend veld, hetgeen een permanente bijstelling van mogelijke waarschijnlijkheden toelaat. Probleem met profetieën is dan ook altijd dat we geneigd zijn deze als ‘gegeven’ (d.w.z. statisch) te beschouwen, terwijl het in werkelijkheid vooruit schouwen betreft in de trant van ‘als-dan’, dus een mogelijkheid bij gelijkblijvende omstandigheden (ceterus paribus), en daar houdt het heelal nu eenmaal niet van. Bovendien heeft de kwantumfysica nog een ander belangrijk principe naar voren gebracht, nl. dat van retroactieve manifestatie*7), hetgeen wil zeggen dat onze handelingen invloed kunnen uitoefenen op gebeurtenissen uit het verleden (te vergelijken met de techniek van reversing zoals dit wel bij heling wordt toegepast). Deze gedachte vindt helaas nog altijd weinig aansluiting omdat we zo gewoon zijn geraakt aan een lineair, statisch tijdsbegrip. Laat staan dat ons dagbewustzijn goed uit de voeten kan met de idee voorwaarts, achterwaarts en zelfs zijwaarts door de tijd te kunnen bewegen. Begrijpelijk, maar misschien begint zoiets als ascensie wel met het loslaten van oude en beperkte geloofspatronen en dienen wij datzelfde dominante waakbewustzijn dat alles graag overzichtelijk en bij het oude houdt, op onze beurt terug te fluiten. 

Waarom blijven, wanneer de grote aardeveranderingen en de daarmee samenhangende cataclysmes onder onze aandacht worden gebracht, de feiten en gebeurtenissen veelal volledig gespeend van spiritueel inzicht? Hoe dienen wij het planetair (én kosmisch!) ‘gerommel’ te verstaan? En kunnen we, - om met Zhuang Zi te spreken -, ‘zo strikt als een peillood ons eigen gedrag bepalen, ten einde de crisis van de wereld het hoofd te bieden’?


Het voorbereidende werk voor het heersende gevoel van ‘afgrond’:
het nihilisme

- Nihilist, zei Nikolaj Petrowitsj. Dat komt van het Latijnse nihil, niets, voor zover ik het beoordelen kan; het moet dus betekenen iemand die…niets erkend?
-Zeg maar: die nergens respect voor heeft, zei Pawel Petrowitsj en hij ging meteen verder.*8)

Zoals bekend leven wij in een tijd van nihilisme. Nietzsche waarschuwde ons, maar droeg in feite vooral bij aan de totstandkoming ervan met diens beroemde ‘Gott ist tod’. Een van de vele paradoxen die deze tragische filosoof omkleven.

‘(…) ik zal jullie vertellen waar god is. Wij hebben hem gedood, jullie en ik. Wij zijn zijn moordenaar. Hoe hebben we dat kunnen doen? Hoe konden we de zee leegdrinken? Wie gaf ons de borstel waarmee we de hele horizont hebben weggeveegd? Wat hebben we gedaan toen we de aarde van haar zon hebben losgerukt? Waarheen bewegen we ons nu? Weg van alle zonnen? Vallen we niet voortdurend? Voorwaarts, zijwaarts? Is er nog een boven en een beneden? Dwalen we niet door een oneindig niets, door een oneindig lege ruimte? Wordt het niet steeds kouder? Wij hebben god gedood! Het heiligste en machtigste dat ooit bestond hebben wij mensen gedood. Met welk water kunnen we ons nog reinigen? Is de reikwijdte van deze daad wel te overzien door ons?

[F. Nietzsche, Uit: Vrolijke wetenschap, derde boek, #125]

Een daad waarvan de langdurige voorgeschiedenis maar vooral de desastreuze gevolgen voor onze cultuur inderdaad nauwelijks te overzien zijn. Charles Darwin heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat de oplossing welke Nietzsche voorstond om de deformatie van de levenszin (welke hij nota bene zo gevleugeld constateert) op te lossen, het probleem alleen maar groter heeft gemaakt. ‘Niets heeft ooit eerder de wereld en de realiteit zo ontzield en zo’n duistere, uitzichtloze leegte achtergelaten’.*9) De mens heeft zijn ankerpunt verloren, omdat hij het goddelijke in zichzelf verloren heeft. Tijd om god te rehabiliteren zou je denken. Helaas, niets is minder waar. Het lijkt er op of god heeft Nietzsche, en velen na hem, flink bij de neus genomen.
Het is de in deze gruwel aller filosofieën gezaaide ondergrond, waar de huidige onrust zo gemakkelijk uit ontspruit en keer op keer welig tiert. Wie nergens meer aan kan of durft geloven, gelooft ook niet meer in zichzelf en is daardoor niet meer bij machte wezenlijk ergens naar te streven. Het doel, het hart is uit de kosmos gehaald, en – zo boven, zo beneden -, blijft de mens met een bloedend hart eenzaam achter.

Is het mogelijk ‘god’ te rehabiliteren zonder een flater figuur te slaan? Met een kort maar beslist pardon aan het adres van Klaas Hendrikse, en zonder onze toevlucht te hoeven nemen tot creationisme of Intelligent Design, is dat precies wat de kwantumfysica heeft gedaan. ‘Bewustzijn is één, - enkelvoudig’, aldus Erwin Schrödinger. Maar eerst staan we nog even stil bij de westerse denktrant en de onvermijdelijk daaraan verbonden gevoelens van zinloosheid en verlorenheid.


Het debacle van de westerse filosofie

Het nihilisme is dus de perfecte voedingsbodem voor peilloze angst. Hoewel Nietzsche terecht opperde dat het ‘ik’ een problematisch gegeven is, - het is niet duidelijk wie en wat we zijn, en bovendien veranderen we voortdurend! -, maakt hij de fatale vergissing zijn peil omlaag te richten en de mens tot een verzameling wils-impulsen te reduceren (das unfestgestelltes Tier). Met de introductie van het dionysische, de irrationaliteit, de chaos en het extatische heeft een nieuwe feststellung een oude vervangen. Maar had Nietzsche zich niet beter tot bijvoorbeeld de Boeddha kunnen wenden om zichzelf en de mens te leren begrijpen? De ‘arts van onze cultuur’, zoals hij zichzelf typeerde, bleek eigenlijk meer een kwakzalver, vanuit dieper liggende onwetendheid omtrent onze ware natuur. Het grote debacle van de filosofie bestaat er uiteindelijk in dat het ‘ik’ dat gezocht wordt buiten haar domein ligt, buiten de kennis. ‘De plant die alleen uit de onzichtbare aarde van het hart van de mens groeit, groeit niet slechts uit een hoop klei!’*10) De filosoof, priester en mysticus Giordano Bruno stelde al in de 13e eeuw dat wij het centrum van de kosmos zijn, hoe wij allen deel hebben aan de oneindigheid. ‘Al wat is bevindt zich in het universum, en het universum bevindt zich in al wat is (…) Het universum bevindt zich in ons.’ De Perzische mysticus Rumi licht dezelfde gedachte in diens Masnavi als volgt toe: ‘Qua vorm ben je de microkosmos, in werkelijkheid de macrokosmos. Van buitenaf gezien is de boom de oorsprong van het ooft, van binnenuit gezien ontstond de boom omwille van het ooft. Als hij niet verlangde naar en hoopte op vruchten, had de tuinman dan ooit de zaailing van de boom geplant? De boom kwam dus in werkelijkheid voort uit de vrucht, ook al lijkt het net of de vruchten werden voortgebracht door de boom’.*11)
Pas met de komst van de kwantumfysica begint deze gedachte bredere weerklank te vinden en staat bekend als het antropisch principe (Gr. antropos=mens). De proeven van Masaru Emoto (‘Water weet het antwoord’) maken op direct aanschouwelijke wijze duidelijk dat wij tenminste co-creatoren zijn in dit universum. Om een (kwantum)mogelijkheid manifest te laten worden, - dat wil zeggen: realiteit - is een waarnemer noodzakelijk. Om die reden stelt de kwantumfysica het primaat van  bewustzijn. John Wheeler verschafte verdere theoretische onderbouwing voor het antropisch principe. Waarnemers zijn vereist om het universum ‘in aanschijn te roepen’. *12) ‘Zouden wij het ogenblik zijn waarop het leven heeft gewacht?’, vraagt Peter Russell, Brits auteur en onderzoeker. ‘Wij zijn een evolutionair zaad, uitgestrooid in de winden van het ruimte-tijdcontinuüm. Of wij ons hele potentieel zullen verwezenlijken, wordt aan ons overgelaten (…) Wij worden feitelijk aan een evolutionair examen, een kosmische intelligentietest onderworpen. Wij hebben de beschikking over gigantische krachten waardoor de planeet kan worden beschadigd. Voordat wij onze evolutionaire reis kunnen voortzetten, moeten wij aantonen over de wijsheid te beschikken om meesterschap over onszelf te kunnen bereiken en onze creativiteit zodanig te kunnen aanwenden dat zij iedereen ten goede komt’.*13) Wie de kwantumfysica echt serieus neemt moet wel samen met de oude mystici opnieuw tot de conclusie komen dat wijzelf het doel van het universum zijn. Niet het universum heeft ons voortgebracht, maar wij hebben ons het universum geschapen. Inzichten welke binnen de mystiek letterlijk reeds duizenden jaren voorhanden zijn, werden lange tijd systematisch genegeerd binnen zowel religie, wijsbegeerte als wetenschap. Karl Jaspers, leerling van Heidegger wees de mystieke ervaring ronduit af als middel tot kennis vanwege haar onmogelijkheid om te worden overgedragen. Iedere waarheid die niet valt te communiceren is ‘ongeldig’, en dus niet-waar. Okeee…!?

Het is op z’n zachtst gezegd vreemd, maar ook tot op zekere hoogte typerend, hoe de westerse filosofie systematisch de oosterse wijsheid heeft genegeerd, evenals de esoterie en mystiek van eigen bodem, de alchemie incluis (chemie van het al). Een pijnlijk onderwerp. Maar nu de beschaving toch zo aan het wankelen is geslagen wellicht het uitgelezen moment om de hand in eigen boezem te steken en te bekennen dat met het zoeken naar wijsheid het westen er nogal bekaaid afkomt. Ligt de oorzaak hiervan bij een zeker Europees superioriteitsgevoel? Dat zal zeker meespelen en komt niet alleen tot uitdrukking in een gewelddadige wereldgeschiedenis, maar ook in het denken binnen de filosofie. Veel filosofische systemen, waaronder bijvoorbeeld dat van Hegel, hebben op de een of andere manier de moderne samenleving gelegitimeerd.
Tot ver in de 20e eeuw wordt de deformatie van de levenszin steeds verder ontgonnen en geanalyseerd, maar feitelijk ook in stand gehouden wanneer Sartre, en later talloze (post)structuralistische denkers als Lacan, Foucault, Derrida en Baudrillard iedere hoop op verandering door menselijk ingrijpen bij voorbaat lijken te frustreren. De structuren van de macht steeds verder analyserend, raakt het denken desalniettemin steeds meer verstrikt in een zelfgesponnen web, niet in staat boven zichzelf uit te stijgen en daardoor onmachtig het denken zélf als fundamentele oorzaak van alle problemen te herkennen. Wittgenstein verslikt zich - op unieke en briljante wijze - in de taal. Rorty doet de zaak af als zijnde toeval, – en stelt dat alles contingent is. Heel ‘toevallig’ zagen we deze drogreden ook al binnen de heersende wetenschappen, die maar wat blij zijn met deze filosoof. Rorty: ‘waarheid is wat werkt’ (pragmatisme), - alsof we daar iets mee opschieten. Volgens Lyotard mag eenheid, of een eenheidsgedachte, op geen enkele wijze nog worden verondersteld, - de alchemie, het kwantumveld en vijfduizend jaar mystieke overlevering geheel ten spijt. Lyotard gelooft nog slechts aan splijting, aan ‘het verschil’ (differentiedenken). Habermas op zijn beurt constateert de ‘nieuwe onoverzichtelijkheid’ en draagt daar met alleen al vanwege hun omvang slechts voor vakgenoten toegankelijke publicaties, grif toe bij. Wat heeft al deze kritik der reinen Vernunft ons eigenlijk meer opgeleverd dan een vernuftig spel van de denkgeest? Heeft de filosofie zichzelf in eigen staart gebeten?*14). Misschien is het einde zoals we haar kennen eindelijk in zicht als we Krishnamurti mogen geloven: ‘Wie vrij is heeft geen filosofie’. Zo eenvoudig is het.

‘Het denken veroorzaakt eenzaamheid en verafschuwt het en vindt daarom middelen uit om eraan te ontsnappen door religieus en cultureel vermaak en het nimmer aflatende zoeken naar diepere en grotere verbanden’. (*15) 

Met de filosofie lijkt de mens zichzelf in de hoek geschilderd te hebben van een dood, zinloos universum. Met name door het ‘l’autre est un object’ van Sartre, waarmee ‘de ander’ tot object wordt gereduceerd schiep het nihilisme in wezen reeds het vernietigend en in walging eindigend slot van deze opvatting (La Nausée, vert: De Walging). In talloze subtiele gedaantewisselingen heeft de vergiftigende, negatieve opvatting van onszelf en het leven eeuwenlang door filosofie, wetenschap en maatschappij ‘vrij’ kunnen vloeien, als een soort tragisch fundament. Vanzelfsprekend een schraal en obscuur alternatief voor de daaraan voorafgaande al even obscure trucjes van kerk en religie. Bovendien nauw aansluitend bij het wetenschappelijk determinisme van de biologie: genen (clusters onbetekende deeltjes onderhorig aan natuurwetten) maken de dienst uit waarbij wijzelf als onbetekenend conglomeraat zijn overgeleverd aan een kosmos waarin god systematisch buiten spel wordt gehouden.
Ook in de psychologie (onder andere Pavlow, Freud en Adler) kunnen we duidelijke overeenkomsten zien met de opvattingen van Schopenhauer, Darwin en Nietzsche. Alles lijkt op elkaar geschoeid, als een haast vooropgezet plan. En zelfs daarin mogen wij een zekere mate van waarheid aanvoelen, voor wie enigszins bekend is met de vrijwel onzichtbare invloeden op alle facetten van het leven vanuit geheime loges en genootschappen.
Frappant hoe al deze ideeën gezamenlijk een zelfde beeld creëren waarbij de mens omlaag wordt getrokken, de afgrond in. ‘Onbetekenend is hij, onbetekenend zal hij zich voelen’, zo klinkt de onuitgesproken gedachte achter dit alles door. Ergens lijken we op een bepaalt punt gekomen totaal vergeten te zijn wat een onvoorstelbaar kosmisch wonder de mens is. ‘Buiten jou is er niets in het heelal’, zegt Rumi. Zijn we dan echt vergeten dat bewustzijn één is? Dat het doel van de menselijke evolutie erin gelegen is om te groeien, om boven het beperkte, in de stof verdronken zelf uit te stijgen? De bron van alle menselijk geluk lijkt op de klippen van het denken zelf kapotgeslagen en voorgoed opgedroogd. Hoe heeft het westen zich zo lang blind kunnen staren op zijn eigen vermeende intelligentie?


Vrouwelijke kracht en het scheppend principe

Het lijkt er dan op of Nietzsche het extatische uitsluitend als iets lichamelijks ziet, iets wilds en ongerijmds, als een soort woeste irrationaliteit. Waarschijnlijk omdat hij van extase-in-stilte niets begreep. Van doen door-niet-te-doen nooit had gehoord, en nooit ‘had leren zwerven buiten deze wereld’, en nooit eens een keer ‘uitrustte in het land van niemendal’. Dit alles had hem ongetwijfeld te zwak in de oren geklonken. Lao Zi of Zhuang Zi zal hij vermoedelijk niet hebben gekend, in ieder geval niet van hebben gehouden.

‘Met een vrij gevoel leun ik op mijn armsteun en zing ik.
Mijn hart heeft zich uitgeput in het willen begrijpen, mijn ogen zijn uitgeput in het willen zien, mijn kracht is gebroken in het willen najagen (…)
Verwarring maakt je dom, en door domheid bereik je de Tao.’
 
[Zhuang Zi, H14:3]

In plaats van de oplossing voor zijn tijd te zoeken in de richting van een herwaardering  van het vrouwelijke, van kwaliteiten als geduld, vertrouwen, intuïtie en overgave, zocht Nietzsche het als een ware Faust in de strijd, in wilskracht en ‘de sterke mens, een dankbaar alibi voor de latere blindheid van het nazisme, nog jammerlijk bevorderd door de corrupte, gecensureerde edities van Nietzsches werk door nota bene diens eigen zuster. Geheel onwetend omtrent de aard van werkelijke kracht, welke altijd op zachtheid berust. ‘Wie boordevol innerlijke kracht zit, is als een pasgeboren kind’ (Lao Zi, H:55) ‘Het allerzachtste ter wereld overwint het allerhardste’ (Idem, H:43) ‘De hoogste vorm van innerlijke kracht berust niet op kracht. Zo is er pas echt sprake van innerlijke kracht.’ (Idem, H:38)  

‘Hij heeft nog niet begrepen dat je onuitputtelijke kracht hebt wanneer je naar de omstandigheden alle kanten op kunt’.

[Zhuang Zi, H 14:4]

‘De Geest van de Vallei, die niet sterft,
Noemen wij: het mysterieuze Vrouwelijke.
De Poort tot het mysterieuze Vrouwelijke
Noemen wij: de Wortel van hemel en aarde.
Onophoudelijk houdt het zich in stand,
Hoe je het ook aanwendt, nooit raakt het uitgeput’.
 
[Lie Zi, H1:1]

‘Ken het mannelijke, bewaar het vrouwelijke:
Dan wordt je tot ’s werelds waterstroom.
De eeuwige innerlijke kracht zal je nooit verlaten,
En keert terug tot de staat van het ongeboren kind.’
 
[Lao Zi, H:28]


De eenzame confectiemens

‘Het huidige geslacht sla ik bekommerd gade!’

[Lermontow]

Waar de mens ieder contact met de natuur in zichzelf heeft verloren, daar ontstaat een plastic confectie werkelijkheid van formele uiterlijkheden en ‘vormgeving’. Het leven wordt nog slechts van buiten af geleefd, hol, als een plaatje (‘gezien op T.V’) Op een ‘hoger’ niveau uit dit zich tevens in bijvoorbeeld de beeldende kunst van het (post)modernisme als een eenzijdige preoccupatie met formalisme, abstractie of stijlelementen. De moderne confectiemens is het resultaat van de nihilist waar Nietzsche voor waarschuwde én die hij tegelijkertijd hielp scheppen. Geen involutie, geen evolutie, geen god, geen doel en zelfs geen oorsprong. (Ik bedoel, wie wil er nu van de oersoep afstammen?) De mens van z’n ontwikkeling beroofd, van de diepte weggerukt, een leven  zonder enig perspectief of reliëf.

Waar de levenszin grondig is gedeformeerd, ontstaat paradoxaal genoeg juist tevens de (post)moderne honger naar extase. Belust als de hedonistische mens is op kicks naar seks, drugs, sport, ‘vrije tijd’, amusement, sensaties, zelfs oorlog. Prikkels en nog meer prikkels, welke altijd een indicatie zijn van een schrijnende innerlijke leegte (Lieve de Cauter: ‘De archeologie van de kick’). De digitaal-virtuele varianten brachten het allemaal in huis: wel zo comfortabel, maar ‘gelukkig’ niet minder heftig voor de geest. Zie hier de vervolmaking van het degeneratief principe waar onze beschaving steeds verder van doortrokken raakt. Ook in de ‘hogere’ regionen der cultuur zoals binnen de kunst zien we een sterk analoog proces; zich o.a. uitend in de gedaante van een obsessieve drang naar voortdurende vernieuwing. Een beschaving waarbij wetenschappers, kunstenaars, economen en politici telkens weer in koor roepen: ‘vooruit!’, daar holt diezelfde beschaving in feite achteruit. 


Het hart (en hoger)

‘Een mens is geen ding of proces, maar een opening of open venster waardoorheen het absolute zich kan manifesteren’

[Ken Wilber]

Wanneer zal de mens zich unaniem gaan richten op prikkels van het hart (en hoger)? Afstemming op positieve gedachten en gevoelens is essentieel om te kunnen anticiperen op de mogelijkheden die de evolutie voor ons in petto heeft. Niet dat we de ogen moeten sluiten voor negatieve zaken, en ook niet om het ‘lagere’ te weren, want hoog en laag horen bij elkaar en vormen één geheel. Wie zichzelf wil hervinden zal hoger moeten mikken dan Nietzsche, hoger dan wils- en driftimpulsen, en hoger dan deze beschaving tot nu toe lijkt te hebben gedaan. Waar het hogere op alle mogelijke manieren in diskrediet is gebracht en iedere geloofwaardigheid heeft verloren, daar valt een maatschappij onvermijdelijk ten prooi aan het lagere. Ook het lagere is misvormd, eenzijdig en eendimensionaal geworden, bestaat vooral als negatie van het hogere (dualiteit) in plaats van dat zij als één pool binnen een beweging tussen polariteiten wordt gezien. De weg naar het jezelf kunnen vergeten wil eigenlijk zeggen: in extase raken (Gr. ex-stasis= bovenuit stijgen). Velen hebben daar eerder het beeld bij van een dionysische roes of van trance, dan een beeld van rustige alertheid. Toch hoeft dit geen tegenstelling te betekenen. De Mevlana-traditie kent de wervelende soefi-dans. Muziek vormt een van de krachtigste manieren om de ziel te verenigen en boven jezelf uit te stijgen, eenvoudigweg omdat de kosmos zelf een harmonie van klanken is. Ook voor de soefi gaat het er om het dimensieloze punt van stilte in zichzelf te vinden. Eckhart Tolle laat zien dat het allemaal heel eenvoudig kan wanneer hij zegt: ‘Als je niet meer weet wie of wat je bent, en daar nog steeds rustig onder kunt blijven, dan kom je aardig in de buurt van wie of wat je werkelijk bent’, en wijst daarbij op het belang van bewuste ademhaling. ‘De pas vertragen en iedere seconde iedere ademhaling proeven, dat is genoeg’, aldus Thich Nhat Hanh. Geen dionysische afgrond, maar een openbaren aan ungrund (Böhme) wordt hierin mogelijk. In het werkelijk vergeten van zichzelf wordt de mens alles, één met al het andere. Dat kán eenvoudigweg geen gevoel van reddeloos verloren zijn inhouden, want vormt de ultieme wijze van opgenomen zijn in totale verbondenheid. ‘De wijze is stil, niet omdat stil zijn goed is, maar omdat geen van de tienduizend dingen in staat is zijn hart te beroeren: daarom is hij stil.’ (Zhuang Zi)

‘Als de geest het eenmaal kan nalaten zich met zichzelf bezig te houden, dan zal hij weten.’

[Krishnamurti, Uit: ‘Wat is waar?’]

Welke ook het pad is dat gelopen wordt, aandachtigheid (dat wil zeggen innerlijke stilte) vormt altijd de sleutel én het doel. Vaak wordt vergeten dat juist de afwezigheid van prikkels bij uitstek de mogelijkheid biedt om gevoelens van geluk te ervaren. Hoe dan ook; iedere vorm van enthousiasme (lett: in-god zijn, en-theos) en inspiratie (lett: beademd worden door de kosmos) maken dat we letterlijk gevuld en gevoed worden door het goddelijk veld van levensenergie (élan vital, Bergson), - basis en voorwaarde voor geluk. Afstemming op dit veld, -ongeacht de naam die er aan gegeven wordt, maar wel vanuit het besef dat er een oneindige intelligente en liefdevolle energie boven het beperkte ego-bewustzijn uitstijgt, maakt dat je daarmee vanzelf meer in resonantie komt. De ‘poort’ van het DNA bewerkstelligt de verbinding tot in ieder cel van het lichaam, tot op de diepste niveaus. 

Voorwaarde is dat wij onszelf leren accepteren zoals we zijn en van onszelf kunnen houden zoals we zijn. De mogelijkheid daartoe wordt gemakkelijker bereikbaar door jezelf niet langer te identificeren met allerhande geconditioneerde drogbeelden van jezelf. ‘Wat is het zelf?  Neti, neti – niet dit, niet dat’ zegt de Brihadaranyaka Oepanisjad. Op het moment dat we ons volledig realiseren dat we niet de predikaten en aanhangsels zijn die we aan onszelf toekennen, maar Bewustzijn zelf, opent zich spontaan ontzag, liefde en werkelijk mededogen. De kosmos heeft ieder van ons voortgebracht, laten we er dus maar op vertrouwen dat dat echt niet zonder reden gebeurt. Ik ben Dát. Jij bent Dát. Wij zijn Dát. Houden van Dát maakt dat Dát wordt gerealiseerd; ‘Tat Tvam Asi’. Hieruit bestaat de betekenis, het proces én het doel van het begrip ‘ascensie’, dat wil zeggen; van evolutie. 

‘Je bent de kopie van een goddelijke brief. Je bent de weerspiegeling van koninklijke schoonheid. Buiten jou is er niets in dit heelal. Zoek alles in jezelf – je kunt zijn wat je wilt.’

[Rumi, Diwan, kwatrijn Isf. 1761]  

‘Stommeling, jij bent diep. Als er iets is wat diep is, ben jij het wel’

[Sjams, Maqalat-e Sjams I:221] 



Creatieve evolutie: god terug op z’n stoel?

‘De wetenschap heeft godzijdank haar tijd gehad (…) Ze kan wel inpakken. Jawel meneer. De mensheid begint reeds de behoefte te voelen haar door iets anders te vervangen’

[ Tsjechow, Uit: ‘Een trieste geschiedenis’, 1889]

Deze vervanging draagt reeds een naam: kwantumfysica. Want de nieuwe wetenschap verschilt net zoveel van de oude, als een koe van een paard, en daar gebruiken we tenslotte ook twee verschillende woorden voor. De kwantumfysica heeft, - om het revolutionaire karakter ervan binnen het kader van dit artikel te duiden -, god tot een objectief principe verklaart, waar de klassieke opvatting van wetenschap toch vooral een waarheidsidee poneerde naast of zelfs tegenover geloof in god. Let wel, er is een subtiel verschil: de god van de kwantumfysica is geen religieus concept; god wordt als objectief bestaand gezien. Dat is toch heel wat anders dan we gewend zijn te verstaan onder wetenschap. Voor velen komt het beeld dat zij bij wetenschap hebben meer overeen met de tijd van Tsjechow, dan met de kwantumwetenschap van vandaag. Helaas geldt dat ook nog steeds voor veel beoefenaren der wetenschap zelf, omdat er maar zelden ruimte is voor reflectie op de fundamenten van de eigen discipline, niet in de laatste plaats veroorzaakt door de verstrengeling van multinationale krachten, bedrijfsleven en onderwijs en door van de universiteiten bedrijfscorporaties te maken.

Dat geldt misschien wel in het bijzonder voor de biologie, de leer van het leven. Sinds de ontdekking van het DNA door Watson en Crick heeft de biologie zich meer en meer ‘ingekapseld’ tot een laboratorium discipline van moleculaire biologie en neurologische genetica, tot grote ergernis van veldbiologen als de ecologen. Specialismen richting het kleine, waarbij zoals altijd wanneer het grote uit het oog wordt verloren, ieder evenwicht al snel zoek raakt. Specialismen ook, welke volledig op darwinistisch mechanistische leest geschoeid zijn, waarbij alle oorzakelijkheid binnen evolutionaire veranderingen verondersteld worden te komen vanuit de gedragingen van moleculaire deeltjes (dit wordt opwaarts causaal determinisme genoemd). Het kleine bepaalt de structuur van het grote en de ontwikkeling richting steeds complexere organismen. Gevoel, gedrag en bewustzijn worden dan gezien als neveneffecten van een op toevalligheid berustend doelloos evolutionair principe. Je zou dit de ‘Gott ist tod’ premisse van de biologie kunnen noemen.


Problemen binnen de biologie

Opwaartse causaliteit (vanuit het kleine ‘omhoog’) is bijzonder problematisch voor de verklaring van het ontstaan van ingewikkelde organen of organismes, laat staan waar het ‘t ‘ontstaan’ van gevoel en bewustzijn betreft als een soort epifenomeen. Ook de onmiskenbaar creatieve oplossingen welke de natuur heeft ontwikkelt om te overleven worden binnen het Darwinisme genegeerd. Er kleven nogal wat problemen aan de wankele fundamenten van de biologie, waar zelfs geen bevredigende oplossing wordt geboden voor het verschil tussen leven en niet-leven. Bestaat het verschil uit organisatie, metabolisme (stofwisseling), homeostase, selectieve respons, groei en biosynthese, al of geen RNA en DNA, al of niet in staat tot voortplanting en populatievorming, etc.? Zo’n hele lijst van eigenschappen is een wel erg omslachtige definitie van leven, en ook niet zonder tegenstrijdigheden. Want een kristal is ook in staat tot groei, maar wordt niet als levend gezien. Een virus is niet meer dan een DNA streng, en kan dus wel genetische informatie opslaan, maar die niet zelf repliceren. Kortom de biologie zit aan haar basis eigenlijk al vol problemen. De uitroep van Francis Crick: ‘Ik heb het geheim van het leven gevonden!’ na diens ontdekking van DNA samen met James Watson, wordt in theoretische kringen wellicht nog altijd wat al te serieus genomen. Leven is geen kwestie van deeltjes, welke dan ook.
En de evolutiebiologie? Daar doemen de problemen in razende vaart achter elkaar op, waarvan er hier slechts enkele genoemd worden. Zo is er de eindeloze reeks hiaten in de  fossielenketens; de evolutionaire ‘sprong’ tussen de verschillende soorten vormt telkens een onoplosbaar ‘gat’ in de theorie. Dit betreft niet alleen de beroemde missing link, want er zijn onvoorstelbaar veel soorten, en dito gaten, welke nauwelijks of niet zijn gedicht sinds de tijd van Darwin. Zo kennen we, als voorbeeld, aan de ene kant  schaaldieren en aan de andere kant vissen met graten, maar niets daar tussenin. Blijkbaar moet er ook sprake zijn van versnelde evolutie, maar hoe valt dat te rijmen vanuit moleculaire deeltjes? Trouwens, voor wat betreft het lukraak ontstaan van leven uit moleculaire deeltjes moet worden opgemerkt dat volgens statistici de tijd die nodig is om zelfs maar één enkel enzym te produceren vele keren de totale ouderdom van het universum beslaat (Wyller, zie: Goswami 2008). Maar schuiven we dit fundamentele euvel even terzijde, en richten we ons op meer hanteerbare zaken zoals bijvoorbeeld  macromutaties, dan stapelen de problemen zich eveneens al snel op. Wanneer we bijvoorbeeld stilstaan bij de ontwikkeling van de lange giraffennek, dan moeten we constateren dat zo’n mutatie onmogelijk veel ontwikkelingstijd toelaat wil volgens de idee van survival of the fittest het organisme niet binnen de kortste keren het onderspit delven. Een dergelijke omvangrijke en complexe mutatie valt moeilijk enkel vanuit genen te verklaren aangezien de verandering op talloze niveaus simultaan de meest ingewikkelde aanpassingen vereist. Hoe kunnen talloze genmutaties tegelijk plaatsvinden, zonder organiserend principe? Waar komt de verbluffende coördinatie vandaan van tientallen ingewikkelde aanpassingen, inclusief die in de skeletopbouw, kleinere kop, terugslagkleppen in het bloedvatenstelsel, grotere longinhoud, langere luchtpijp, en de aanpassingen in tal van spieren en pezen etc.? En dit alles moet op harmonieuze afstemming op elkaar worden gewijzigd. Dit soort problemen in de klassieke theorie raken aan een algemeen probleem in de biologie: dat van de vorm. Waar komt de vorm vandaan? En hoe zit het tussen haakjes met het begrip levensenergie? Om alles vanuit natuurwetten op moleculair nivo te willen verklaren lijkt gewoon wel heel erg tegen beter weten in. Ongetwijfeld hebben overwegingen van bovengenoemde aard professor Louis Bonoure doen uitroepen: ‘Evolutionisme is een sprookje voor volwassenen. De theorie heeft niets bijgedragen aan de vooruitgang van wetenschap. Ze is waardeloos.’*16)


God als objectief kosmisch bewustzijn

Bewustzijn wordt aangetrokken door zichzelf.

[Peter Russell]

Het in het begin van dit artikel gesignaleerde probleem van de deformatie van de levenszin wordt er niet beter op als we naar de antwoorden van de (post)moderne filosofen of naar opvattingen van de klassieke biologie luisteren, wanneer in feite zoveel vragen onbeantwoord blijven omtrent wie en wat wij zijn, waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Voor het neodarwinisme is spreken over de toekomst van de evolutie onzinnig.*17) Het wonder van het leven uitsluitend stoffelijk en vanuit kleine deeltjes beschouwen en haar bovendien nog reduceren tot een at random gebeurtenis is niet alleen weinig bevredigend voor de ziel, maar doet ook geen recht aan de feiten. Als de biologie echter eenmaal gefundeerd wordt op kwantumfysica kan zij van talloze problemen en tegenstrijdigheden worden verlost. Bovendien sluit een dergelijk perspectief vrijwel naadloos aan met de inzichten vanuit de mystiek en esoterie. ‘God (of universeel bewustzijn) en de mens zijn niet twee verschillende entiteiten, maar twee condities (respectievelijk: eeuwig en individualiserend) van hetzelfde, alles doorstromende en vormende bewustzijn’.*18) ‘Bewustzijn is een enkelvoud waarvoor geen meervoud bestaat’, aldus Erwin Schrödinger (What is Life? uit 1944)

Een paar karakteristieken van de kwantumfysica op een rijtje:

  1. Bewustzijn is de oergrond van al wat bestaat.
  2. Dit kiezende bewustzijn verenigt alles met alles, is non-lokaal, en is voor ieder van ons gelijk. Met andere woorden het kiezende bewustzijn is objectief.
  3. Bij het verval van een mogelijkheidsgolf wordt bewustzijn in ons innerlijk zelfreferent: we worden bewust van het gemanifesteerde object, maar ook van een zelf, als gescheiden van het waargenomen object.*19)

Doel van evolutie is het onbewuste (datgene waarvan we ons niet bewust zijn) bewust te maken. Het ego is zich niet bewust van kosmisch of universeel bewustzijn, voor haar is dit ‘onbewust’. Vanuit het standpunt van kosmisch bewustzijn echter vertegenwoordigt het ego het onbewuste, d.w.z: is niet-wetend. Dat wij onszelf als individuele ‘ikken’ ervaren is het gevolg van conditionering. Het ‘ik’ is een geconditioneerde ervaringswerkelijkheid, als gevolg van responses op stimuli waarmee het zelf zich vroeg of laat vereenzelvigd. Deze vereenzelviging is het ego. (Mitchell en Goswami, 1992)

‘Er zijn tienduizend sluiers
tussen jou en de werkelijkheid.
Er is geen enkele sluier
tussen de werkelijkheid en jou’. 
 
[Uit; Het geluk van Tao]



Creativiteit en doelgerichtheid in plaats van blinde evolutie

‘Uit vreugde worden alle wezens geboren,
door vreugde worden zij allen onderhouden
en in vreugde zullen zij weer terugkeren’.

 
[Taittrirya Oepanisjad]


Lamarck, wiens hoofdwerk veertig jaar voor dat van Darwin tot stand kwam, was van mening dat een organisme zelf een mogelijkheid in zich heeft om actief op veranderingen in zijn omgeving te reageren en zijn eigen evolutie te bewerkstelligen (rechtstreekse mutatie*20). In een 9eeeuws taoïstisch werkje getiteld Wunengzi (lett: ‘Nietskunner’) wordt  het principe van autonome transformatie eveneens naar voren gebracht. ‘Het heelal is uit zichzelf het heelal, de tienduizend wezens zijn uit zichzelf de tienduizend wezens.’ En Guo Xiang, Chinees commentator van de Zhuang Zi schrijft: ‘Ik ben dus uit mezelf zoals ik ben! Dat ik uit mezelf ben zoals ik ben wordt ‘natuurlijk’ genoemd (…) Elk van de dingen komt uit zichzelf tot stand, niets spruit voort uit iets anders: dit is de Weg van de natuur.’

Een heel ander perspectief dan de gangbare opvatting van causaliteit, gestoeld op newtoniaanse mechanica van actie en reactie tussen ‘botsende’ lichamen, waarbij overigens de kracht (P) als metafysisch principe volledig onverklaard blijft. (De kracht zelf is tenslotte onzichtbaar, onmerkbaar en onkenbaar, met andere woorden: niet-materieel, maar wordt binnen een verder materialistische wetenschap volledig geaccepteerd.)
Klassieke wetenschap heeft zich altijd bijzonder ijverig gemaakt om iedere vorm van geest (spirit) systematisch uit te bannen of te degraderen tot bijproduct of ‘eigenschap’ van materie. Impliciet wordt maar al te vaak verondersteld dat de hele natuur alleen bestaat uit een stoffelijk universum.

We hebben reeds herhaaldelijk gezien hoe onhoudbaar die stelling is, te meer daar de materialistische wetenschap in feite zelf ook stoelt op een onbewezen metafysische veronderstelling. Zij stelt namelijk dat alle verschijnselen en dingen in deze wereld op basis van slechts één causaal substraat kunnen worden begrepen: elementaire deeltjes, de bouwstenen van alle materie. Veel juister zou het zijn om opwaartse causatie samen te voegen met neerwaartse causatie en het idee van autonome transformatie of zelfreferentie. Meerdere principes zijn werkzaam.*21)
Autonome transformatie, het élan vital (vitaallichaam) en Lamarckisme kunnen allen enigszins vergeleken worden met de idee van bewustzijn (god zo men wil) als immanent principe, terwijl het kiezende kwantumbewustzijn transcendent is. Beide systemen brengen echter het aantoonbare bestaan van biologische creativiteit terug in het verhaal.

‘De Tao geeft ze het leven.
Zijn innerlijke kracht voedt ze,
geeft ze als schepsels een vorm,
vervolmaakt hun functie.’
 
[Lao Zi, H:51]

‘Je bezit niet eens je eigen lichaam, hoe zou je dan de Weg kunnen verkrijgen en bezitten? Het lichaam is een tastbare vorm die jou door hemel en aarde is toevertrouwd.
Ook het leven is niet van jezelf: het is een harmonie die jou door hemel en aarde is toevertrouwd. Jouw aard en lot zijn niet van jezelf: zij zijn de gang van zaken zoals die door hemel en aarde jou zijn toevertrouwd.
(…) Daarom ben je op reis zonder te weten waar je heen gaat, verblijf je zonder te weten waar je je aan vastklampt en eet je zonder te weten waar het vandaan komt.
Jij bestaat uit de krachtige yang-energieën van hemel en aarde; hoe zou je die kunnen verkrijgen en bezitten?

[Lie Zi, H 1:14]


Accumulatie van mind-control of verankerd zijn in ongrond?

De angst welke door ‘informatie’ [Retrov] en ‘amusement’ [Von Trier] in ons systeem wordt geplant heeft een voedingsbodem nodig om te kunnen ‘gedijen’. Vergeet nooit dat je lichaam primair een elektromagnetisch resonantieveld is.
Die voedingsbodem, veroorzaakt door genetische ingreep (val uit de paradijstuin), is gedurende duizenden jaren voorbereid door alle mogelijke vormen van terreur en geweld (lichamelijk en geestelijk) en wordt verder aangekweekt door middel van ideeën vanaf het moment dat steeds meer mensen kunnen lezen en schrijven. De meest vernietigende aller ideeën is de idee dat niets er meer toe doet (nihilisme). Waar boeken nog tot reflectie uitnodigen, omdat lezen een proces is, dus in de tijd plaats vindt, laat het directe beeld binnen een cultuur van de haast hiervoor nog nauwelijks ruimte, aangezien we visuele informatie heel snel tot ons kunnen nemen. Met name film biedt in wezen een virtuele totaalervaring (beeld/geluid/tijd) waarbij razendsnel geraffineerd geprogrammeerde beelden iedere bewuste afstand elimineren. (Nooit gezien met wat voor gebiologeerde, ietwat verdwaasde blik mensen naar een televisietoestel staren als gevolg van de onmogelijkheid om te participeren?.) Televisie, internet en games brachten het allemaal in huis, draadloos nog wel, waardoor ons eigen levensveld (vitaallichaam) steeds meer het ‘veld’ moet ruimen voor het onhoorbare inbeuken van elektromagnetische disharmonische resonanties. Met frequenties kunnen genezingen plaatsvinden bij mens, plant en dier. Het is recentelijk zelfs mogelijk gebleken om binnen wetenschappelijke proefopstellingen via laserlicht DNA over te ‘zappen’ uitsluitend door middel van frequenties*22). Maar als manipulatief wapen zijn onzichtbare en onhoorbare trillingen juist om die reden buitengewoon ‘effectief’. Leven in een wereld van draadloze elektronica is in zeer sterke mate ondermijnend voor onze concentratie, gezondheid en vitaliteit. Het leven is in wezen een wonder van frequenties, maar met welke energievelden verbinden wij ons? Op welke frequenties stemmen wij ons af? 
De opeenstapeling van van mind-control is in onze tijd tot ultieme perfectie gekomen. Let wel: opeenstapeling, want zowel genetische manipulatie, manipulatie door terreur als wel de manipulatie van ideeën (bekrachtigd door media en onderwijs) gaan onverminderd voort. Belangrijkste doelgroep om de mensheid in de greep te houden is vanzelfsprekend de jeugd, daarom heeft zich met name de elektronische manipulatie het krachtigst ontwikkeld. Chip en nanochip, naast internet, reclame, film en games. Juist de goedkoopste apparaten gaan tegenwoordig al in draadloze modus van de hand (Wifi, Bluetooth) Wie beseft werkelijk dat met de grenzeloze toename aan de ons omringende ambiente intellgentie wij letterlijk het verstand, en zelfs het leven dreigen te verliezen?


Uit het ei

‘As long as habit and routine dictate the pattern of living, new dimensions of the soul will not emerge’

[Henry van Dyke] 

Wie echter niet langer gevormd wil worden door dit soort negatieve hamerslagen op het hete aambeeld van de tijd, wie vrij wil zijn, dient zichzelf allereerst van niets en niemand als het slachtoffer te beschouwen. Het eigen energieveld kan vele malen sterker zijn dan welke beïnvloeding dan ook. Het eerste en belangrijkste is het bewaren van het perspectief dat wij ten diepste Bewustzijn zelf zijn; onvergankelijk en onaantastbaar, zichzelf ontvouwend in de tijd, zichzelf ervarend in de vorm. We zijn niet overgeleverd aan een doelloos krachtenspel. Zelfs de ideeën van Einstein en Tesla zijn verre van volledig. Aan bewustzijn is geen einde, ook geen begin. Als we net als kuikens die uit het ei kruipen, eenmaal ons perspectief veranderen, de zorgvuldig gebroken en gekraakte eigenwaarde kunnen herstellen vanuit het besef dat wij als kinderen van de kosmos altijd al van goddelijke waarde zijn geweest, wat onze positie ook is in het leven, - dan zal er vanzelf een expansie in ons plaatsvinden, mits we deze maar vooruit durven projecteren. Nieuw inzicht zal zich ‘vanzelf’ gaan manifesteren in het denken, voelen en handelen. Dan is de weg definitief ingeslagen richting een opwaartse spiraal in plaats van dat de mens keer op keer omlaag wordt getrokken. Immuun worden we dan voor alle negatieve beïnvloeding en ieder manipulatief krachtenspel.
Wanneer de mens eenmaal is begonnen te anticiperen op de mogelijkheden die de natuur en de kosmos hem aanreiken, komen deze te mettertijd vanzelf binnen handbereik. Wij zullen onszelf en elkaar hervinden, zonder angst ergens tegenaan te botsen, omdat we hebben leren sterven aan de illusies van het oude kleine zelf. Met een innerlijke revolutie in geest en gemoed, krijgt de uiterlijke revolutie van deze planeet vanzelf gestalte in de vorm van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Dan gaat het een goed mens goed. Niet omdat hij een goede relatie heeft of een goede positie, maar omdat het ‘van binnen’ goed zit. Het peillood hangt onverstoorbaar uit. Wat komen moet, dat komt.
Wie een dergelijk perspectief kan bewaren, is innerlijk reeds koning. 

‘Beschouw hem die zich niet bekommert om het koningschap als een vorst.
Alleen wie een vijand is voor zijn eigen hachje bezit echt bestaan’.

[Rumi, Masnavi II: 1469, 1470]

Ik voel mij niet zelden zo
gevangen als een atoom
haast nihil en onbegrepen
 
tot het moment dat ik losbreek
van alle moleculair-deterministische banden,
ondeelbaar zweef, vrij en blij



©Wido Blokland 2011  www.opklimmen-in-bewustzijn.nl 

Noten:

  1.  Dat wil zeggen: wanneer men de spontane evolutie van de kosmos volgt, het hoogste natuurlijk principe (Tao)
  2. 'Today…the Darwinian theory of evolution stands under attack as never before… A growing number of repectable scientists are defecting from the evolutionist camp… For the most past, these “experts”have abandoned Darwinism, not on the basis of religious Faith or biblical persuasions, but on strictly scientific grounds’. (Prof. Wolfgang Smith, MIT & Oregon State University. Uit: Wilcock, The Source Field Investigations, 2011.
  3. Lao Tse, Het boek van de Tao, (vert. K. Schipper) 2010, H:77
  4. Goswami, Creatieve evolutie, 2008. Volgens kwantumfysicus Goswami is iedere vorm van instinct in wezen het resultaat van conditionering, zodanig dat het in de soort verankerd is. Instinct wil zeggen dat wanneer dat deel van de hersens wordt geprikkeld er een automatisch reactief program wordt geactiveerd, maar volgens hem is instinct niet (alleen) eerst, maar in ieder geval (ook) het gevolg van gedrag. Met andere woorden: gedrag en gewoontes creëren instinct wanneer deze via een evolutionaire kwantumsprong in de hersenen verankerd worden. Biologische vormen zijn in zijn optiek getrouwe weergaven van vitale blauwdrukken welke binnen een creatief ontwikkelingsproces door morfogenetische velden worden voorbereid vanuit het universeel bewustzijn en kwantumsprongsgewijs tot manifestatie komen. ‘Binnen enkele generaties kunnen limbische systemen die zijn afgestemd op positieve gevoelens door de grote massa van de bevolking worden overgeërfd door de overdracht via reïncarnatie van de gemodificeerde morfogenetische velden. Genetische assimilatie via biologische creativiteit  zal de taak – het instinctief maken van positieve gevoelens – voltooien’.(pp 271)
  5. ‘In 900 was 90% van het aardoppervlak met wouden bedekt. In 1900 was dit nog slechts 20%’ Anna Bond, Voed het land dat ons voedt, Frontier nr.101. Wij bevinden ons nu op de grenzen van een accuut planetair zuurstofgebrek.
  6. Retrov heeft inmiddels iets gas teruggenomen (‘I believe i was given the true events, but ‘wrong’ date for a reason’) en de hier besproken video-lezing van zijn website verwijderd. Op YouTube nog wel te bekijken: http://www.youtube.com/watch?v=YTXZyxo8UYc  Ook heet het nu op  http://www.alexanderretrov.com/ “A crystal clear channel to the Source of Truth” i.p.v. het voormalige “A crystal clear channel from Source”
  7. ‘Zo is het ook met het universum gesteld: wij manifesteren het retroactief!’ Goswami, 2008, p.110
  8. Toergenjew, Vaders en zonen.
  9. Adamah, Nulpunt Revolutie, 2006, p.99
  10. Sirdal Ikbal Ali Shah, Islamic Sufism, Uit: Adamah, 2006
  11. Rumi, Masnavi IV, 521 e.v. UIt: Waar twee oceanen samenkomen – De inspiratie van Sjams en Rumi, Sipko A. den Boer. 2007, pp. 210 -212
  12. Goswami, 2008, pp. 106-107
  13. Peter Russell, Het witte gat in de tijd – onze toekomstige evolutie en de betekenis van het nu, 1992
  14. Zie ook: Messing, De ondergang van de wijsheid, www.marcelmessing.nl  
  15. Krishnamurti, :Wat is Waar? Over waarheid en leven. (1934) 2003
  16. Louis Bonoure, Quotations on Evolution as a Theory, 2001. Uit: Wilcock, The Source Field Investigations, 2011, pp.193
  17. Goswami, 2008, pp.78
  18. Adamah, 2006, pp.106
  19. Goswami, 2008, pp.37
  20. Ibidem, pp.35
  21. Ibidem, pp.75-77
  22. Wilcock, The Source Field Investigations, 2011, www.divinecosmos.com  


‘Mijn licht schijnt samen met de zon en de maan,
met hemel en aarde blijf ik altijd bestaan.’
 
[Zhuang Zi, H11:3]