Een ‘niet-bestaande’ symfonie

Rondzingen van de tijd – deel 5

 

Datgene wat de ganse kosmos bindt, bij-Een houdt, is het Enige dat mij als werkelijk belangrijk overkomt,
hoe mooi, waardevol en indrukwekkend alle verschijnselen afzonderlijk ook mogen zijn.

‘Ik’ ben niet wat u van mij denkt, beste lezer, ‘ik’ ben ook niet wat ik er zelf van denk, of zelfs maar iets wat gedacht kan worden.
‘Ik’ ben niet iets, ik ben niets, ik ben… 

Ik ben geheel tot in de verste ster.

(Erik van Ruysbeek)

Wie tot niets is geworden
hoeft het aambeeld niet te vrezen –
haal elke ochtend een les uit het absolute niets zijn.

Rumi (Masnavî V:532)

Het begrip fakir uit de Perzische en Indische cultuur betekent letterlijk ‘arme’, en duidt net als het woord derwisj, dat ‘niet-bestaand’ betekent, op het vermogen om iedere zelfzucht en iedere vorm van eigenbelang op te willen geven vanuit het diepe besef geen onafhankelijke eigen identiteit te bezitten. De derwisjen koesterden de wens om alle vormen van een waanzinnig volgehouden illusoire identiteit los te laten welke een mens gevangen houden in een rondzingen binnen de grenzen van wat wij nu de matrix noemen. Tijdens hun ontmoetingen spraken zij elkaar niet zelden aan met ‘wees gegroet, koning der koningen, keizer der keizers’ en gingen veelal in lompen gehuld rond. Gezamenlijk streefden zij er naar om met behulp van zang en muziek de innerlijke snaren zodanig in de juiste stemming te brengen, tot er nog slechts één toon aanwezig was, welke alle tonen omvatte. Waren deze soefi’s gek? Nee, tenzij men waanzinnig van God bedoeld, vervuld van het Ene. Zij raakten niet zelden in een toestand van trance, buiten zichzelf en waren daarmee in staat zichzelf te vergeten, te overstijgen.

Met één toon wordt in het bovenstaande in ieder geval iets heel anders bedoeld dan de monotone symfonie van de kunstenaar Yves Klein (1960), laat staan de huidige verstarde monotonie welke house of techno worden genoemd; trieste verklankingen van de eendimensionaliteit waar de filosoof Marcuse in de jaren zestig al voor waarschuwde. 
Geluid is een levend iets, het is de ziel zelf. Geluid is de uitdrukking, de manifestatie van het heelal, niets meer maar ook niets minder. Het idee dat we leven in een heelal van liefde komt wellicht sentimenteel of naïef over, maar licht en liefde vormen wel degelijk de basis en essentie van het heelal. Dat we in een tijd leven waarin de fysicus Andre Geim de Nobelprijs kan winnen door een plakje grafeen van één atoom dik af te snijden van een blokje grafiet, waarmee hoopvolle verwachtingen rezen om daar lcd-schermen van te kunnen maken, minuscule sensoren, nieuwe kunststoffen, nieuwe chips, etc, - tja, dat verhindert wellicht alle zicht om tot de werkelijke essentie van de kosmos door te kunnen dringen: licht en liefde.

Binnen de harmonie van licht en liefde is de mogelijkheid tot disharmonie, wanklank, afscheiding, altijd in potentie aanwezig. Een zekere dissonant is zelfs nodig, want zelfs in een eeuwige hemel zou je je gaan vervelen. Achter iedere disharmonie gaat een uitdaging schuil. In plaats van in verbittering de liefde te ontkennen, wat altijd het gevolg is van het onvermogen om boven het persoonlijke in zichzelf uit te stijgen, is het precies dát wat we eigenlijk zouden moeten nastreven, om daarmee in te leren zien dat al het lijden, hoe schrijnend en gigantisch ook, nooit meer is geweest dan een vergissing aan de oppervlakte, en dat daar onder altijd een oceaan van liefde regeert.

Infinite love is the only truth, everything else is just an illusion.
 (David Icke)

In een tijd van chaos en disharmonie is het van des te groter belang om in symfonie met het leven te blijven. (sym-fonie, lett: samen-klank) Het woord SN-SKRT (Sanskriet), - éen van de oudste talen -, betekent letterlijk scheuren, verdelen van de werkelijkheid, waarin dan ook de dramatische lading doorklinkt wanneer de eenheid verbroken wordt; het verlies, het verdriet dat hiermee onbetwistbaar mede geschapen wordt. Zij het dat de eenheid in werkelijkheid nooit verbroken werd; eenheid is niet te breken. Een min Een is Een; Een plus Een is Een. “In het werkelijke bestaan is enkel eenheid”, zegt de 13e eeuwse soefi-mysticus Djalal-ad-Din Rumi. 

Een mens kan gestemd worden door z’n omgeving, maar een mens kan ook zichzelf stemmen, ondanks z’n omgeving. Dit tweede is spiritualiteit, het is wat de mysticus doet. De dichter Novalis stelde reeds dat ziekte in eerste instantie een gebrek aan muzikaliteit is. Volgens het Griekse denken is de mens een microkosmos die ernaar dient te streven met de macrokosmos in overeenstemming te komen. We vinden dit idee terug in het gedachtegoed van de renaissance, o.a. bij Paracelsus. Hoe heeft deze eenvoudige waarheid toch zó zoek kunnen raken? Is het omdat een plakje grafeen van één atoom dik ons alle zicht benomen heeft? Zo nauw kan inderdaad het verschil zijn tussen binnen dan wel buiten illusie te leven.
 

De hemel is de mens en de mens is de hemel, en alle mensen samen zijn een hemel,
en de hemel is niets dan een mens.

(Paracelsus)


Qua vorm ben je de microkosmos,
in werkelijkheid de macrokosmos.

(Rumi, Masnavî, IV: 521)

Alle fenomenen zijn het directe gevolg en de manifestatie van energie-resonanties (licht/geluid). Daaraan is een heel belangrijk gegeven verbonden, dat de oude volkeren begrepen. Om een ongewenste gebeurtenis, fenomeen of structuur te veranderen, hoeft slechts de vibratie ervan veranderd te worden, en het is daarom dat de derwisjen bijEen kwamen. De kennis van de verbondenheid van de dingen, dat alle dingen in samen-klank bestaan en in onderlinge samen-spraak tot elkaar functioneren, was in alle oude culturen bij sjamanen, derwisjen en yogi’s bekend, en dringt nu weer langzaam in het moderne bewustzijn door, met name dankzij de quantumfysica als brug tussen traditie en moderniteit. Dit principe wordt ook op aanschouwelijke doch uiterst wetenschappelijke wijze aangetoond door prof. Masaru Emoto met diens water-onderzoek*1). Verander de vibratie en de situatie is mee veranderd. 
 

De wereld is van hetzelfde spul gemaakt
als waarvan dromen gemaakt zijn

(Osho)

Iedereen kan hetzelfde principe direct toetsen aan eigen ervaring. Sta je enthousiast of positief ergens tegenover, dan heb je bergen energie, en leef je letterlijk in een andere wereld dan wanneer je daarentegen in een negatieve houding verkeert. Dan is alles je te veel en je energie vloeit weg waar je bij staat. Verander de vibratie – de ‘droom’, de gedachtekracht of de intentie – en de situatie verandert mee. Dit spirituele geheim (The Secret), waarbij een mens wel degelijk invloed kan uitoefenen op zijn omgeving, op zijn werkelijkheid, en zelfs op de kosmos, is echter alleen dan werkzaam wanneer het kleine ‘ikje’ volledig wordt prijsgegeven. Vanuit deze ‘niet-bestaande’ symfonie kan alles worden herschapen.

Wat betekent de kennis van Gods eenheid leren?
Opgaan in de tegenwoordigheid van de Ene.
Als je wilt stralen als de dag,
verbrand dan de waan dat je denkt
op jezelf te staan.

(Rumi, Masnavî, I: 3009-3012)

En elders zegt Rumi: 

Zon en maan gehoorzamen aan een ieder
In wie het onruststokende zelf gestorven is.

Uit-trillen en éénworden

Als een Mevlivi-derwisj soms per ongeluk ‘ik’ zegt,
herstelt hij zijn fout meteen door ‘Weg met mijn ik-zijn’ te zeggen
en dan over te gaan op: ‘De fakir – deze niet-bestaande…’ gedachtig de woorden:
 ‘Wat van ons is, verdwijnt, maar wat van God is, blijft bestaan*2).

In het Arabisch bestaat er een mooie uitroep voor datgene waardoor men intimiteit met God kan ervaren: ‘Hoewa’ (lett: Goddelijke Tegenwoordigheid). Het streven van de derwisj is gericht op de afwezigheid van alle praalzucht, trots, zelfverheerlijking, egoïsme en egocentrisme. De weg van de soefi is te vergelijken met een ladder die tot in de hemel reikt en uiteindelijk tot God leidt. Een symbool dat ook in de hermetica en in de alchemie veelvuldig terug te vinden is. “Tachallakoe bi achlaki ‘illahi”; “Neem Gods eigenschappen over”, zo luidt een Hadîth (overlevering betreffende de Profeet Mohammed).
Van buitenaf gezien is de mens een individu, met een afzonderlijke, beperkte identiteit.
Van buitenaf kan de ene mens aan de andere zelfs overkomen als een nietig wezen. Van binnenuit echter is een mens zonder einde, en kan men eigenlijk niet zeggen wat hij is. Aan de groei van bewustwording is letterlijk geen grens. Het is de grootst mogelijke reis die denkbaar is.
 

Indien het hart ruim genoeg is, kan het het ganse heelal bevatten

(Nizami)

Er bestaat niets in het heelal dat niet in de mens terug gevonden kan worden,
indien hij slechts de moeite wil nemen het te ontdekken.

(Inayat Khan)

Wie het pad van niet-zijn volgt, wordt geleidelijk neutraal, houdt op z’n eigen stoorzender te zijn. Nibbana (nirvana) betekent letterlijk uitdoven, en pas dan kan het Al-weten, het Al-zijn in al z’n glorie opflakkeren. ‘Niet-bestaand’, niet(s)-zijn betekent niet meer jezelf overal voor plaatsen, jezelf in de weg staan, door alle innerlijke ruis overstemd te worden en daardoor de kosmische achtergrondstraling van de oneindige zee van liefde te ‘missen’. 
 

I am the daughter of Earth and Water,
and the nursling of the Sky.
I pass through the pores of the ocean and shores;
I change, but cannot die.

(Shelley, ‘The Cloud’)

Wie te vol is van zichzelf, kan er niets meer bij hebben. Wijsheid kan niet meer binnendringen. Daarom zegt de taoïst: “Ontledigt u! Word een zeef”, en werp jezelf in de volle oceaan die leven heet. Iedereen die weleens plankenkoorts heeft ervaren, weet hoe moeilijk het kan zijn om je zelf overboord te werpen, en niet te verstenen voor het leven in eigen kleine angsten.

Herinner mij. Ik heb mij neergeschreven
op de rand van nu en daarna en toen,
omdat ik niet anders kon, wilde doen
en ik leven moest, het uitriep van leven.

Vergeet mij – want die het schrijft is het niet
en wat hij schrijft laat niet los van zijn vingers
dan ondanks hemzelf. Er is niets geringers
dan een mens en iets beters is er niet.

Dubbele tong. En daarin de waanzin
en de zin, het haast onuitspreekbaar tasten,
onderwoords aftasten van een begin-

nend geluk, geluk waar? Overal waar ik
doodga aan ik, leef door mij niet meer vast te
houden, - hier: in het aards en ruimtelijk

vuur,- hier: in het vogelvrij ogenblik.
 
(Hans Andreus, Uit: De Sonnetten van de kleine Waanzin, 39, 1971)

Er is niets geringers dan een mens en iets beters is er niet. Zowel grootheid als nietigheid van de mens worden hier uitgedrukt. Ik heb mij neergeschreven, omdat ik niet anders kon, leven moest, maar: Vergeet mij – want die het schrijft is het niet. Moeten wij eerst waanzinnig worden om dit te verstaan, om dit te kunnen bereiken? Aan de wereld, aan het ego, ja, daaraan dient eerst te worden gestorven, vrijwillig, vol overgave zelfs. En dit is inderdaad vanuit werelds perspectief een waanzinnig gegeven. Waar de mens van de wereld lijden ziet, ziet de wijze een poort naar geluk. Waar een werelds mens geluk denkt te ervaren, ziet de wijze het lijden er reeds in doorschemeren. Geluk waar? Overal waar ik doodga aan ‘ik’, overal waar ik leef door mij niet meer vast te houden. Het is duidelijk; in Hans Andreus was een fakir aan het woord.

Het paradijs is omgeven door datgene
waarvan we een afkeer hebben,
het hellevuur is omgeven
door dat wat we begeren.

(Rumi, Masnavî II: 1873)

Toen Mahavira het hofleven definitief achter zich liet, - hij was net als zijn tijdgenoot Gautama Siddharta van prinselijke afkomst -, en hem werd gevraagd hoe hij in ’s hemelsnaam het paleis de rug toe kon keren, - het rijke leven, prachtige gewaden, prinsessen, luxe en weelde -, antwoordde hij: “Wáár een paleis? Ik zie slechts vuur”.

Paleis, twee-onder-een-kap of Vinex woning, wij hebben onszelf ingemetseld tussen steen en steenwol, leven gekluisterd aan electronische schermen binnen een technologische umwelt, die met de dag onleefbaarder dreigt te worden. In ijl tempo stevenen we af op een situatie waarbij één op de vier Nederlanders vrijwilliger is waarvan straks ook nog één op de drie 65+. Vervreemd van zichzelf en van elkaar, achter dubbel glas of in de auto tevens vervreemd van de natuur en ondanks een altijd snelle internet-verbinding en GPS, toch altijd de weg kwijt!

En wij treuren, werken, lopen op straat,
schuilen in sleuven van huizen van stenen
en wachten wat ons te gebeuren staat.

(Hans Andreus, Uit: De Sonnetten van de kleine waanzin, 34)

Herinner je je Kind zijn van vader Hemel en moeder Aarde, hoe je ziel opspringt bij het zien van de zee, hoe je lichaam herademt in de wind. Herinner ‘jouw’ Eenheid. Niemand is ‘daar’, iedereen is er ‘aanwezig’. 

 
For wisdom, listen
not to me but to the Word
and know that all is one.
 
(Heraclitus, Uit: Fragmenten, 2)

Diep in bergen kan het aum nog steeds gehoord worden, al wordt op de meeste plaatsen op Aarde de zuivere grondtoon luid overstemd. Chtonische (Aarde) en kosmische resonanties doordringen ons wezen tot in het diepste van onze cellen. Het licht van de Zon is geen lamp van een paar biljoen Watt (wat?). Geluid wordt zelfs geproduceerd in het binnenste van de Zon. Het European Space Agency (ESA) meldt dat wetenschappers hebben aangetoond dat de geluiden voortgebracht vanuit het binnenste van de Zon de Aarde laten trillen en mee-resoneren in sympathie. Zij ontdekten dat het magneetveld van de Aarde, de atmosfeer en ‘aardse systemen’ allen accorderen in deze kosmische zang, een cosmic sing-along*3). Zon en Aarde vormen een circuit. Zij hebben een intieme liefdesrelatie waar letterlijk de vonken vanaf springen en zijn samen verweven in een onvoorstelbaar grote maar subtiele energie uitwisseling, waar een nog verdorde wetenschap nog maar half weet van begint te krijgen*4).

Zoals gezegd is geluid een levend iets; het is de ziel zelf. Als alles uit golflengte bestaat, als alle dingen zowel ontvanger als zender van resonanties zijn, dan moet dit niet statisch worden opgevat. Als klank inderdaad levend is, dan kan zij veranderen, van intonatie, van timbre, van klankkleur. Wie ervaring heeft in het werken met Tibetaanse klankschalen weet uit eigen ondervinding dat de schalen –  toch solide gesmede metaallegeringen – letterlijk op elkaar reageren! Schalen die niet 100% met elkaar harmoniëren, doen dat na verloop van tijd wel; zij stemmen zich op elkaar af. Hocus pokus? Nee hoor, slechts het levend bewijs dat wij in een dynamisch, interactief heelal vertoeven. 

Alle negatieve resonanties, van electrosmog en electrostress, van UMTS, WIFI en GPS, van chemtrails en internet, van oorlogsdreiging en 2012-onheilsprofetiën, van terroristische ‘boodschappen’ en TV-subliminals, van een electronische, chemische en digitale wereld vol dood en bewerkt voedsel en genmanipulatie, vol giftige uitvindingen, giftige uitstoot en giftige medicijnen, vol geconditioneerd gedrag en gemanipuleerde kennis, een leven van nooit tijd en altijd druk; - dit alles is de aan ons opgedrongen en aangeleerde ‘werkelijkheid’, bedoeld om de echte volheid des levens grondig buiten de deur te houden. Om u en mij gevuld te houden met onnodige zaken, de innerlijke tempel tot de ‘nok toe’ te bevuilen en te vullen met stress, angst, negativiteit en met een voortdurende focus en preoccupatie op het kleine, petieterige ‘ikje’. 

Ook dit alles is een vorm van ordo ab chao te noemen, maar niet een die het leven dient, maar enkel de overheersing van de enkelen veilig wil stellen. De super wealthy van deze planeet, op de achtergrond verbonden via illustere machtsstructuren zijn volledig op de hoogte van de diepere aard van de werkelijkheid bestaande uit trilling. De kennis is daar volledig aanwezig en wordt op alle mogelijke manieren aangewend, - het is alleen de liefde waaraan het ontbreekt.

Laat ons daarom tot slot terugkeren tot een laatste vingerwijzing welke doet herinneren aan het enige dat werkelijk nodig is:
 

Het boek van de soefi
bestaat niet uit inkt en letters –
het is slechts een hart zo wit als sneeuw.

(Rumi, Masnavî II: 159)

 

©Wido Blokland, 2011
www.opklimmen-in-bewustzijn.nl 

Noten:
*1) Dit wordt het Hado-effect genoemd, zie: Masaru Emoto, Water weet antwoord, 2001.
*2) Sipko A. den Boer en Aleid C. Swieringa, Roemi, Juwelen, 2006, pp.212.
*3) http://www.washingtonsblog.com/2010/08/space-weather-affects-earth.html
*4) http://science.nasa.gov/headlines/y2008/30oct_ftes.htm
Zie ook: Wido Blokland, De zon in een ander daglicht, 2010.
http://www.wijwordenwakker.org/content.asp?m=M53&s=M89&ss=P1080&l=NL