Monsanto probeert zijn duivelse imago op te poetsen


4 december 2013
Als een duivel heerst Monsanto over de landbouwwereld. Althans, zo is het imago. Het voorheen gesloten en mysterieuze bedrijf gaat daarom public relations inzetten om zijn kwaadaardige imago proberen af te schudden.

De biotechnologische multinational Monsanto is de mondiale marktleider op het gebied van genetisch gemodificeerde (GM) zaden. Tot een aantal jaar geleden deed de naam van deze landbouwgigant bij de burger nauwelijks een belletje rinkelen, maar Monsanto is steeds vaker onderwerp van gesprek op verjaardagen en kroegavonden.

Volgend jaar op 24 mei 2014 staat de derde internationale protestmars tegen het bedrijf op de planning. Ook in Nederland kan het volk de straat op. De steden Amsterdam, Bergschenhoek, Den Haag, Zwolle en – natuurlijk – landbouwbolwerk Wageningen staan aangemeld op de lijst van de aankomende March Against Monsanto.

Suicide seed     

Hanneke van Veghel, een Nederlandse masterstudent Sustainable Agriculture & Food Security, liep vorig jaar in Londen mee met de eerste March Against Monsanto. Van Veghel was niet alleen. Volgens de organisatoren van de mars liepen er in meer dan 250 steden ongeveer twee miljoen mensen mee. Op haar blog noemt Van Veghel de belangrijkste redenen van het protest. Zo zou Monsanto 200.000 Indiase boeren tot zelfmoord hebben gedreven door hen door middel van zaadpatenten op te zadelen met ondraaglijke schulden.

De 75-jarige Amerikaanse boer Vernon Bowman kreeg ook te maken met de patentenslag van Monsanto toen hij afgelopen mei een schadevergoeding 84.456 dollar moest betalen aan het bedrijf omdat hij onrechtmatig gebruik zou maken van genetisch gemodificeerde zaden van Monsanto. Behalve de macht op de agrarische sector, zouden de genetisch gemodificeerde gewassen volgens criticasters ook nog eens slecht zijn voor de gezondheid van consumenten.  Franse wetenschappers heben een onderzoek gepubliceerd waarbij ze ratten 2 jaar lang GM-maïs hebben laten eten. Deze ratten kregen grote tumoren.



Monsanto omarmt public relations  

Het Franse onderzoek met de ratten werd echter door veel collega’s uit de wetenschap tegengesproken en is uiteindelijk door de publicist teruggetrokken. Ook over het verhaal van de Indiase boeren zijn twijfels. Maar of de toenemende kritiek nou opgeblazen, ongenuanceerd of juist het topje van de ijsberg is; in ieder geval zeker is dat het burgerlijk verzet het imago van Monsanto geen goed doet. Het Amerikaanse politieke dagblad Politico schrijft dat de agrarische multinational – na jaren de ogen en oren te hebben gesloten voor de kritiek – nu het wapen van de public relations (pr) gaat inzetten om zijn imago te verbeteren.

In de afgelopen maanden heeft het bedrijf nieuwe communicatiemannen aangenomen, een van Amerika’s grootste pr-bedrijven stevig aan de borst gedrukt en een website gelanceerd die onjuistheden over genetisch gemodificeerde organismes beoogt tegen te spreken. ‘En, het allerbelangrijkst, het herkent dat biotechnologie een imagoprobleem heeft’, aldus Politico.

Het kan erger    

Robert Fraley is executive vice president en chief technology officer voor Monsanto. Afgelopen vrijdag ging hij langs bij Politico en andere bladen in Washington als onderdeel van het charme-offensief. ‘There are loud voices on one end that don’t like the technology (red. genetisch gemodificeerde gewassen) and there are people like myself on the other side that are advocates, and fortunately most of the people are in the middle’,  zegt Fraley tegen Politico. ‘If you talk to the average consumer, biotech is not on the top 10 list of food safety issues, once you get through sugar and salt and all of those other issues. So I think there is an opportunity to reframe that conversation.’

Monsanto werd in 2011 uitgeroepen tot het kwaadaardigste bedrijf ter wereld

Ondanks dat fast food-producenten met hun zout, suiker en vet volgens Fraley op meer kritiek omtrent voedselveiligheid kunnen rekenen dan biotechnologie (specifieker gezegd: genetisch gemodificeerde gewassen), werd Monsanto in 2011 door de 16.000 lezers van duurzaamheidswebsite Natural News met kop en schouders uitgeroepen tot het kwaadaardigste bedrijf te wereld. De zadenteler kreeg 51% van de stemmen terwijl de nummer twee, de Federal Reserve, het met twintig procent van de stemmen moest doen. McDonalds’, de hoogste fast food-producent in de lijst, kwam op drie procent.

Naast aanvallen vanuit deze voorspelbare hoeken, schrijven ook mainstream-media de afgelopen jaren kritisch over Monsanto: van het frisse Vice Magazine, dat wereldwijd miljoenen jongeren bereikt, tot het bijna 100 jaar oude zakenblad Forbes. De frontale aanvallen van bladen als Vanity Fair (Monsanto’s Cruel and Dangerous Monopolization), steken schril af tegen de Monsanto Pledge, waarin het bedrijf ‘integriteit’, ‘dialoog’, ‘transparantie’, ‘respect’ en een ‘goede werkomgeving’ poogt te garanderen.



Ongelukkige prijswinnaar   

Fraley won met twee van zijn collega’s afgelopen zomer wel nog een positieve prijs, namelijk de World Food Prize. Het trio van Monsanto (vicevoorzitter Fraley en de wetenschappers Marc Van Montagu en Mary-Dell Chilton) hebben de prijs gewonnen omdat het een manier heeft gevonden om buitenstaande genen in een plant te implementeren. Deze menging leidt tot rendabelere gewassen die insecten ziektes en extreme klimaten kunnen weerstaan.

New York Times merkte echter op dat de biotech-industrie deze prijs min of meer telkens aan zichzelf uitreikt. De stichting die de World Food Prize toekent, wordt namelijk gesponsord door voedsel- en landbouwbedrijven. Monsanto beloofde in 2008 nog 5 miljoen dollar te schenken aan de World Food Prize.

De Amerikaanse krant schreef dat de prijs misschien een beetje sympathie opwekt voor Monsanto binnen de industrie zelf, maar dat de eigen toegekende eremedaille de discussie over genetisch gemodificeerd voedsel alleen meer nieuw leven heeft ingeblazen. En zo werd ook afgelopen zomer een ogenschijnlijk positieve pr-verhaal toch weer een moment van kritiek op het geplaagde Monsanto, met dank aan  New York Times.

Het adagium van de negentiende eeuwse dandy en dichter Oscar Wilde dat ‘there is only one thing worse than being talked about‘ mag dan misschien gelden voor kunstenaars, maar gaat zeker niet op voor multinationals als Monsanto. Helaas voor Monsanto zijn de dagen dat het bedrijf in de luwte kan opereren voorbij.


Door Ruben Munsterman
Bron: http://www.ftm.nl/exclusive/monsanto-probeert-duivelse-imago-poetsen/