Wat slikken we van de farmaceutische industrie?


In Duitsland is een groep artsen een beweging gestart: MEZIS, wat staat voor “mein Essen zahl ich selbst.” Hiermee wordt bedoeld dat zij zich niet willen laten fêteren door de farmaceutische industrie, met name bij nascholingen. Zij willen alle artsen wakker schudden voor de alom tegenwoordige invloed van de farmaceutische industrie. Ook maken zij deel uit van een wereldwijde organisatie met de alleszeggende naam “no-free lunch netwerk.”

Ze hebben een aantal actiepunten:
- geen bezoek meer van artsenbezoekers
- geen artsenmonsters van medicijnen en geen cadeaus
- bij nascholingen zelf de maaltijd betalen
- geen observaties meer van het voorschrijfgedrag
- afschaffen van door farmaceuten gesponsorde praktijksoftware
- nascholingspunten zijn alleen te verdienen met onafhankelijke nascholingen.

Hoe zit dat in Nederland? Formeel zou het er hier heel anders aan toe moeten gaan. De toenmalige minister voor volksgezondheid Els Borst gaf al aan dat het gunstbetoon door de farmaceutische industrie duidelijk minder moest worden. Zo werd bijvoorbeeld MSD (Merck Sharp & Dome) in 2003 aangepakt omdat zij artsen gefêteerd zouden hebben op Terschelling.

De Stichting Code Geneesmiddelen Reclame (SCGR) heeft hiervoor een gedragscode geneesmiddelen reclame ontwikkeld. De belangrijkste regels hieruit:
Het geven en ontvangen van geschenken ter waarde van meer dan € 50 per keer en meer dan in totaal  € 150 per jaar is niet toegestaan. De geschenken moeten bovendien relevant zijn voor de beroepsuitoefening.

Bij het verlenen en genieten van gastvrijheid bij wetenschappelijke bijeenkomsten (onder andere nascholing), moet de gastvrijheid binnen redelijke perken blijven en ondergeschikt zijn aan het hoofddoel van de bijeenkomst. De voor rekening van het bedrijf komende kosten van gastvrijheid per beroepsbeoefenaar en per therapeutische klasse bedragen niet meer dan € 500 per keer en € 1500 per jaar. Alternatief is dat de beroepsbeoefenaar ten minste 50 procent van alle kosten (reis- en verblijfkosten en de kosten van deelname) zelf draagt. Banden tussen sprekers op wetenschappelijke bijeenkomsten en de farmaceutische industrie moeten vooraf bekend worden gemaakt.

De vraag is dan natuurlijk of het allemaal ook echt zo werkt. We praten over een industrie die een miljardenomzet kent, en die dus ook makkelijk geld kan uitgeven om inventief hiermee om te gaan. We hebben het over een industrie die 30% van de jaaromzet uitgeeft aan productpromotie en medische nascholing. Dat die nascholing ertoe moet leiden dat hun producten meer moeten worden voorgeschreven zij duidelijk. Met zo’n percentage zou je kunnen zeggen dat het beïnvloeden van artsen tot één van de kernactiviteiten van de farmaceutische industrie behoort. Zo worden bijvoorbeeld vrijwel alle wereldcongressen gesponsord door de farmaceutische industrie. En ook op de regionale nascholingen zijn daar de artsenbezoekers, waarvan er in Nederland zo’n 1200 rondlopen, die de artsen proberen te beïnvloeden.

Daarnaast is een niet te onderschatten factor het internet, waar de farmaceuten vrijuit de patiënten kunnen beïnvloeden, die vervolgens weer om een specifiek middel komen vragen bij de arts, omdat ze gelezen hebben hoe geweldig het wel is. Tenslotte vinden de farmaceuten de weg naar de patiënt ook via patiëntenverenigingen en zelfhulp organisaties, die middels sponsoring ook hun onafhankelijkheid op het spel zetten.
In Nederland wordt wat betreft de nascholing in het algemeen vrij goed de code voor geneesmiddelenreclame gevolgd. Artsen betalen de nascholing in elk geval gedeeltelijk zelf, en de farmaceutische industrie heeft meestal geen invloed op de inhoud van de nascholing. Wel mogen ze aanwezig zijn om reclame te maken, maar het staat artsen vrij om dit te negeren en gewoon onderling dingen uit te wisselen. Niettemin ziet de farmaceutische industrie er nog steeds wel brood in om nascholingen te sponsoren, dus we kunnen ook wel concluderen dat er blijkbaar voor hen toch nog steeds wel iets te halen valt.

Het NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) heeft vorig jaar een duidelijke richtlijn uit doen gaan: artsen wordt geadviseerd niet meer individueel artsenbezoekers te ontvangen. Een alternatief is dat artsenbezoekers op een FTO (farmaco-therapeutisch overleg) worden uitgenodigd, waarbij een groep artsen en een apotheker kritische vragen kunnen stellen. De beweringen die een artsenbezoeker doet worden dan toch veel kritischer tegen het licht gehouden.

De registratie van het voorschrijfgedrag van artsen, waar de Duitse artsenorganisatie het over heeft is hier niet aan de orde. Deze registratie vindt wel plaats, maar alleen door de zorgverzekeraars. Wanneer zij die gegevens zouden verkopen aan de farmaceutische industrie zou dit een schending zijn van de wet op de persoonsgegevens. Bovendien hebben de zorgverzekeraars hier ook geen belang bij, zij willen juist dat de artsen zo goedkoop mogelijk voorschrijven en richten zich daar ook op met hun registratie. Dat lijkt dus niet aan de orde, wel zijn de farmaceuten door de omzetcijfers meestal goed op de hoogte van het regionale voorschrijfgedrag, zonder dat dit echter naar de individuele arts te herleiden is.

Wat wel aan de orde is dat de farmaceutische industrie voortdurend tracht onder het motto van PMS (post marketing surveillance) artsen hun geneesmiddelen te laten voorschrijven. Er wordt vaak flink geld geboden wanneer de arts bereid is patiënten een nieuw middel voor te schrijven, hij vult dan een paar keer wat vragenlijstjes in en krijgt per patiënt al snel een bedrag van €100,- of meer.  Voor mij is dit iets waar een arts nooit op in zou moeten gaan. Een nieuw geneesmiddel is geregistreerd nadat er experimenten mee gedaan zijn op kleinere groepen patiënten, het werkelijke klinische onderzoek vindt pas plaats op het moment dat het op de markt komt en op grote schaal wordt voorgeschreven. Hier ben ik altijd heel terughoudend mee, de geschiedenis heeft me hierin helaas ook gelijk gegeven, als we nog denken aan fiasco’s als dat van Lipobay (Bayer) en Vioxx (MSD), die beiden na een tijdje van de markt werden gehaald wegens zeer ernstige bijwerkingen.

Twee jaar geleden volgde ik een nascholing waar het ging over de beïnvloeding door de farmaceutische industrie. Er waren twee prominente sprekers: de huisarts v.d. Linden, die al jaren fulmineert tegen de invloed van de farmaceutische industrie, en de journalist Joop Bouma, schrijver van het boek “Slikken.” Zij gaven een zeer duidelijk beeld van de invloed van de farmaceutische industrie, waar maar weinigen zich van bewust zijn. Wie daar meer over wil weten moet het boek van Bouma lezen, het is vaak ronduit schokkend!

Wat betekent dit voor de praktijk?
Wat betreft nascholingen heb ik zelf de insteek dat ik deze makkelijk zelf kan betalen. Wanneer ik op een door de farmacie gesponsorde nascholing ben, ben ik er altijd alert op dat de nascholing inhoudelijk onafhankelijk dient te zijn. Ik moet zeggen dat dit eigenlijk ook altijd wel het geval is, maar misschien komt het wel doordat ik probeer mijn nascholingen zorgvuldig te selecteren. Nascholingen met dure locaties en diners ga ik niet heen, zonde van de tijd.

Artsenbezoekers ontvang ik af en toe nog wel, ondanks de aanbeveling van het NHG. Ik zie het als een uitdaging de discussie met hen aan te gaan. Door me steeds bewust te zijn van de mogelijkheid van beïnvloeding merk ik dat ik toch steeds mijn eigen lijn blijf volgen. Kennis van de communicatietechnieken is dan echter onontbeerlijk. Wanneer ze echt goede argumenten lijken te hebben probeer ik eerst uit te zoeken bij onafhankelijke bronnen in de literatuur of het klopt wat ze mij vertellen. En steeds ben ik mij er van bewust dat zij misschien maar een deel van de waarheid vertellen. Een klein voorbeeld: de firma MSD promoot momenteel het vaccin tegen baarmoederhalskanker. Juichende verhalen, maar in onze literatuur worden wel degelijk kritische kanttekeningen geplaatst.
Ook was er recent bij de site van Lynn McTaggart  (what doctors don’t tell you) te lezen wat er mogelijk voor vervelende bijwerkingen aan dit vaccin zouden kleven. Dus schrijf ik het niet voor, ondanks de mooie verhalen van de farmaceut. Wanneer artsen op zo’n kritische manier met de informatie omgaan is er niets aan de hand. Dat dit vaccin wel is opgenomen in het rijksvaccinatieprogramma vind ik persoonlijk een schandaal, anderen zijn met mij van mening dat dit allemaal veel te snel beslist is, zonder dat er gedegen gekeken is naar de gevolgen op lange termijn. De manier waarop is een oude bekende: creëer eerst angst door massaal de media te bespelen en introduceer vervolgens met veel lawaai de “oplossing.” Dat de minister voor een dergelijk scenario zwicht is verbazingwekkend en geeft te denken.

Het is dan ook goed, wanneer patiënten op grond van informatie op internet of in de krant om een bepaald middel komen vragen, om de tijd te nemen om hen uit te leggen dat ze misschien gefopt worden door de farmaceutische industrie, die nu eenmaal alle trucs uit de kast haalt om de mensen te beïnvloeden.

Moeten artsen in Nederland zich nu bij het Duitse initiatief aansluiten? Ik denk niet dat het veel zal veranderen, de culturen, de manier van omgaan met de farmaceutische industrie, zijn waarschijnlijk toch te verschillend. Wel lijkt het nuttig om tot een uitwisseling te komen en te kijken hoe we van elkaar kunnen leren, hoe we het beter kunnen aanpakken en onze onafhankelijkheid kunnen behouden. Zou de farmaceutische industrie dit idee ook willen sponsoren?




Auteur: © Henk de Vos, Arts, Januari 2009

 

Aanbevolen literatuur:
J. Bouma, Slikken (hoe ziek is de farmaceutische industrie); L.J. Veen, maart 2006