Ovariumkanker: risicobeperking en opsporing


Nieuw Amerikaans onderzoek wijst uit dat screening op eierstokkanker (ovariumkanker) maar weinig levens redt. Gelukkig is er bewijs gevonden dat een aantal natuurlijke benaderingen het risico op de ziekte kan beperken.

Het huidige preventieve onderzoek om te screenen op eierstokkanker is nauwelijks van nut om de totale sterfte hieraan te verminderen. Zo blijkt uit een nieuw onderzoek dat werd gepubliceerd in Cancer, het officiële orgaan van de American Cancer Society. Aan de hand van een computersimulatie van het ziekteverloop ontdekten Amerikaanse onderzoekers dat screeningstesten het probleem doorgaans pas signaleren als het al te laat is1.
‘Als we ervan uitgaan dat verschillende vormen van eierstokkanker in een verschillend tempo groeien en uitzaaien, zal zelfs de beste opsporingsmethode het aantal vrouwen dat hieraan overlijdt op zijn hoogst met 11 procent verminderen’, aldus onderzoeksteamleider Dr. Laura Havrilesky van de Duke University in Durham, North Carolina. ‘Voor een deel komt dat doordat vooral de langzaam groeiende kankers meer kans hebben om te worden opgespoord.’
Andere strategieën blijken dus nodig – zoals preventie en betere behandeling – wil de jaarlijkse sterfte aan eierstokkanker substantieel dalen. Momenteel is het jaarlijkse sterftecijfer 15.000 alleen al in de VS2 (in Nederland in 2009 1006)3. In Groot- Brittannië is het bij vrouwen de vijfde meest voorkomende vorm van kanker en de vierde oorzaak van sterfte aan kanker in het algemeen4. In Nederland staat eierstokkanker op de achtste plaats voor vrouwen en is het de vijfde oorzaak van sterfte aan kanker onder vrouwen5.
Een groot aantal teams van wetenschappers houdt zich wereldwijd bezig met de zoektocht naar een mogelijkheid om deze ziekte te voorkomen. Gelukkig blijkt uit hun bevindingen dat er diverse eenvoudige maatregelen zijn die het risico kunnen verlagen.

Risicobeperking

Kom in beweging
Regelmatige lichaamsbeweging kan het risico op een reeks aandoeningen, waaronder kanker, verlagen6.
Het onderzoek naar deze specifieke vorm van kanker is weliswaar beperkt, maar uit een onderzoek bleek wel dat vrouwen die lichamelijk actief zijn – vanwege hun werk of in hun vrije tijd – significant minder vaak eierstokkanker hebben vergeleken met vrouwen die een meer zittend leven leiden7.
Gezondheidsorganisaties bevelen momenteel aan om uit een oogpunt van kankerpreventie bijna elke dag ten minste dertig minuten matig tot intensief te bewegen.

Stop met roken
Roken hangt samen met bepaalde typen eierstokkanker. Volgens een Australisch review hebben rokers tweemaal zoveel kans op de muceuze vorm, die in 12-15 procent van alle gevallen voorkomt. Het goede nieuws is dat stoppen met roken op ieder moment loont, waarna het risico op de lange termijn weer normaliseert8.

Let op wat u eet
Uw voedingspatroon kan een rol spelen bij de preventie. Een ander Australisch onderzoek – van een ander onderzoeksteam – bij meer dan vierduizend vrouwen, wees uit dat het eten van veel kip en gevogelte en vis een beschermende werking heeft. Te veel bewerkt vlees had juist het tegenovergestelde effect9.
In weer een ander onderzoek, onder 900 vrouwen in de Chinese stad Zhejiang, bleek dat het risico lager werd door het eten van veel groente en fruit, maar toenam bij het eten van veel vet, gebakken, gepekeld en gerookt voedsel en geconserveerde (gezouten) groente10.
Verse groente, vooral groene bladgroente, lijkt in het bijzonder te helpen tegen eierstokkanker. Uit de Iowa Women’s Health Study blijkt dat het eten van veel groene bladgroente een significante risicoverlaging van 56 procent op epitheliale eierstokkanker geeft11. Een studie van het Karolinska Institutet in Stockholm rapporteerde een risicovermindering van 10 procent voor wie dagelijks een extra portie groente at12.
Groenten bevatten flavonoïden: fytochemicaliën die antioxidante, ontstekingsremmende en antikankereigenschappen hebben. Dat zou hun beschermende effecten verklaren. Dit effect blijkt ook uit onderzoeken die een direct verband tussen eierstokkanker en voedingsflavonoïden vonden. Een Italiaans onderzoek wees uit dat bepaalde plantaardige flavonoïden (flavonolen en isoflavonen) samengingen met een 40 tot 50 procent lager risico13. Flavonoïden zitten onder meer in fruit, thee, wijn, en ander voedsel en dranken van plantaardige aard.
Er is nog een andere familie fytochemicaliën – zogeheten carotenoïden – die preventief werken bij ovariumkanker. Een studie uit Boston (Massachusetts) wees uit dat het eten van fruit, groenten en ander voedsel met veel caroteen en lycopeen antioxidanten – zoals wortels en tomaten – het risico kunnen verminderen14.

Drink thee
Er is ook bewijs dat vrouwen die thee drinken minder kans hebben op eierstokkanker dan wie geen thee drinkt. Er werd een significant lager risico vastgesteld voor vrouwen die elke dag vier of meer koppen thee dronken van willekeurig welke soort: zwarte, groene of kruidenthee15. Groene thee is in het bijzonder goed voor u, omdat het een hoog gehalte catechinen bevat – een krachtig type polyfenol-antioxidant met een welbekend antikankereffect16. Een observationeel onderzoek uit China uit de jaren 1999-2000 duidde op een sterke omgekeerde (inverse) relatie tussen het drinken van groene thee en eierstokkanker17.

Kijk uit voor acrylamide
Deze chemische stof is een natuurlijk bijproduct van het bakken van bepaalde voedingsmiddelen bij hogere temperaturen. Daardoor zit het in veel gangbare gebakken en gefrituurde etenswaren, vooral die met veel koolhydraten. Ook hiervan is de link met eierstokkanker gelegd. Het Nederlandse cohortonderzoek naar voeding en kanker, dat 62.000 vrouwen omvatte, toonde aan dat het risico op eierstok- en baarmoederkanker significant toenam naarmate de inname van acrylamide via het voedsel steeg. Van de niet-rokers hadden degenen die de grootste hoeveelheid via het voedsel binnenkregen een tweemaal zo hoog risico als degenen die weinig van deze stof binnenkregen18. Producten als chips, gebakken, gefrituurde of geroosterde aardappelen, cruesli, geroosterd brood en zelfs koffie bevatten acrylamide. Bij gekookt, gestoomd of in de magnetron klaargemaakt voedsel blijkt dat niet het geval.

De Amerikaanse voedselwaakhond US Food and Drug Administration (FDA) doet de volgende aanbevelingen:
Beperk het gebruik van gebakken etenswaren. Bakken produceert de meeste acrylamide, gevolgd door het grillen of roosteren van aardappelschijfjes en het bakken van de hele aardappel.
Zet rauwe aardappelschijfjes eerst onder water. Droog ze pas af na 15-30 minuten alvorens ze te bakken of te roosteren. Dit vermindert de vorming van acrylamide tijdens het bakken. Let op dat ze tevoren goed zijn afgedroogd omdat ze anders gevaarlijk gaan spetteren.
Bewaar aardappels nooit in de koelkast. Ook dit geeft meer acrylamidevorming tijdens het bakken.
Bak aardappelproducten niet te donker. Aardappelschijfjes, bijvoorbeeld, moeten een goudgeel kleurtje hebben en geen bruine kleur. Bruine stukken bevatten meestal meer acrylamide.
Rooster brood tot het lichtbruin ziet en niet donkerbruin. Ook hier bevatten de donkerbruine stukken de meeste acrylamide.
Drink niet te veel koffie. De acrylamide in koffie ontstaat bij het roosteren van de bonen, niet bij het koffiezetten. Wetenschappers zijn er tot dusver niet in geslaagd de hoeveelheid daarvan daadwerkelijk te verminderen.
Neem geen hormoonsubstitie (HRT). Niet alleen kan dit hartziekte en borstkanker veroorzaken bij vrouwen na de menopauze, ook hebben wetenschappers vastgesteld dat het risico op eierstokkanker hierdoor toeneemt. Een Deense langetermijnstudie bij meer dan 900.000 vrouwen van 50-79 jaar toonde aan dat het gebruik van hormonen op die leeftijd leidt tot een 38 procent hoger risico op het ontwikkelen van deze kanker. Omgerekend betekent dit één extra ziektegeval per jaar per 8300 vrouwen die HRT krijgen, oftewel 140 gevallen meer tijdens de vervolgperiode van acht jaar. Dit komt overeen met 5 procent van alle gevallen van eierstokkanker. Bovendien stond het risico van hormoonsuppletie los van de duur van het gebruik, de precieze combinatie van hormonen, de hoeveelheid oestrogeen daarin en de toedieningswijze19.
Wees voorzichtig met vruchtbaarheidshormonen. Er bestaat enige bezorgdheid dat deze het risico op eierstokkanker verhogen. Een studie bij bijna 4000 vrouwen toonde aan dat langdurig gebruik van clomifeen – een selectieve oestrogeenreceptor-modulator (SERM) – het risico van een ‘borderline’ of invasieve ovariumtumor meer dan verdubbelt20. Uit een ander onderzoek kwam echter geen verhoogd risico naar voren bij langdurig gebruik van ofwel gonadotrofinen of clomifeen. Bij analyse van de risicoverschillen naar type eierstokkanker bleek echter een 67 procent hoger risico op de sereuze vorm (de meest voorkomende vorm) bij clomifeengebruiksters, met name degenen die vijftien jaar of langer werden gevolgd21. Ander onderzoek suggereert dat het eerder de onvruchtbaarheid zelf is die bijdraagt aan dit risico dan het hormoongebruik. Het is duidelijk dat meer onderzoek nodig is naar dit belangrijke vraagstuk22.
Pas op met talkpoeder. Er bestaat enig bewijs dat een vrouw die talkpoeder in de genitaalstreek gebruikt meer risico loopt dan wie dat niet doet. De theorie hierachter is dat dit poeder in de vagina terecht kan komen en uiteindelijk zelfs in de eierstokken. Daar zou het tot irritatie en mogelijk ontstekingen kunnen leiden, die kunnen resulteren in kwaadaardige veranderingen in de cellen. Onderzoek van ongeveer 500 vrouwen gaf een 50 procent hoger risico te zien bij vrouwen die talk gebruiken in het gebied tussen vagina en anus. Bij degenen die het rechtstreeks in het genitaalgebied gebruikten – of tien jaar of langer elke dag – werd het risico het hoogst ingeschat23. Een meer recent onderzoek vond ook het verband tussen talk en eierstokkanker in het bijzonder bij vrouwen met een geschiedenis van endometriose – een ontstekingsaandoening die op zichzelf al een risicofactor is24.
Let op uw gewicht. Sommige onderzoeken zagen een verband tussen overgewicht en een verhoogd risico op eierstokkanker. De uitkomst van de European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition toonde aan dat zwaarlijvige vrouwen een significant hoger risico op dit type kanker hadden, vooral na de menopauze25.

Lees verder onder de noten......

1Cancer, 2010; Dec 13: online voorpublicatie
2Int J Cancer, 2009; 124: 1918-1925
3 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2010
4http://info.cancerresearchuk.org/cancerstats/types/ovary
5IKCnet, 2010
6Int J Clin Pract, 2010; 64: 1731-1734
7Int J Cancer, 2005; 117: 300-307
8Gynecol Oncol, 2006; 103: 1122-1129
9Am J Clin Nutr, 2010; 91: 1752-1763
10Br J Cancer, 2002; 86: 712-717
11Am J Epidemiol, 1999; 149: 21-31
12Br J Cancer, 2004; 90: 2167-2170
13Int J Cancer, 2008; 123: 895-898
14Int J Cancer, 2001; 94: 128-134
15Cancer Causes Control, 2010; 21: 1485-1491
16Curr Med Chem Anticancer Agents, 2002; 2: 441-463
17Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2002; 11: 713-718
18Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2007; 16: 2304-2413
19JAMA, 2009; 302: 298-305
20N Engl J Med, 1994; 331: 771-776
21BMJ, 2009; 336: b249
22Minerva Endocrinol, 2010; 35: 247-257
23Obstet Gynecol, 1992; 80: 19-16
24Int J Cancer, 2009; 124: 1409-1415
25Int J Cancer, 2010; 126: 2404-2415


Let op de volgende signalen
Ovariumkanker wordt vaak een sluipmoordenaar genoemd. De symptomen zijn namelijk zo vaag, dat bij de meeste vrouwen de diagnose pas wordt gesteld als de kanker al is uitgezaaid. Toch neemt het bewijs toe dat de frequentie en de combinatie van bepaalde symptomen een waarschuwing kunnen zijn voor vrouwen en artsen om aan eierstokkanker te denken, zelfs in de vroegste stadia van de ziekte, wanneer de overlevingskansen hoger zijn1,2.
De diagnose stellen is lastig, doordat de symptomen vaak lijken op die van onschuldige en veelvoorkomende aandoeningen als spijsverterings- en blaasproblemen. Maar als u aanhoudend last hebt van de volgende drie symptomen moet u toch aan de mogelijkheid van eierstokkanker denken;
• langdurige pijn in buik en bekken;
• toegenomen buikomvang en een opgeblazen gevoel dat niet komt en gaat maar aanhoudt;
• moeite met eten en snel een gevoel van verzadiging.
Soms bestaan er ook andere tekenen als urinewegproblemen, veranderingen in de stoelgang, extreme vermoeidheid en/of rugpijn. Deze verschijnselen kunnen zich alleen of in combinatie met de bovenstaande voordoen. Mocht u dus regelmatig last hebben van een of meer van deze symptomen en u ervaart ze als ‘niet normaal’ raadpleeg dan uw dokter. De kans dat dit wijst op een ernstige aandoening is klein, maar het is belangrijk er voor alle zekerheid toch naar te laten kijken.
Voor meer informatie en een lijst van symptomen zie de website van het Koningin Wilhelminafonds, www.kwfkankerbestrijding.nl.

1Cancer, 2007; 109: 221-227
2JAMA, 2004; 291: 2705-2712

Met dank aan Medisch Dossier http://www.medischdossier.org/word-abonnee/