De illusie van 9/11 en Osama Bin Laden
Deel  1


Zondebokken en profiteurs

De dood van Osama bin Laden kan het einde betekenen van de grootste psychologische oorlog van de wereldwijde oligarchie die ooit is gevoerd.

Hier volgt een samenvatting van het boek van Dean Henderson, getiteld: “Big Oil & Their Bankers in the Persian Gulf: Four Horsemen, Eight Families & Their Global Intelligence, Narcotics & Terror Network” oftewel “De oliecorporaties in de Perzische Golf en hun bankiers: de vier ruiters, de acht families en hun wereldwijde netwerk van spionage, drugshandel en terreur.

De zondebokken

Na 9/11 was iedereen het erover eens dat het leven nooit meer hetzelfde zou zijn. In feite veranderde er weinig. Vijftien van de negentien vermeende kapers waren geboren in Saoedi-Arabië, waar het Huis van Saoed, tegenwoordig de koninklijke familie van Saoedi-Arabië, als dictators heersen. Het Huis van Saoed financierde de strijders van de Moslim Broederschap. De CIA voerde geheime operaties ‘Psy-ops’ (psychologische operaties) uit, waar de acht bankkartel families en de vier grootste ‘ruiters’ van de olie-industrie (Royal Dutch Shell, Exxon Mobil, Chevron en BP) van profiteerden.

De strijders waren mannen van “Al Qaida”, de groep moedjahedien, ooit getraind om de Russen uit Afghanistan te jagen. De moedjahedien, gewapende strijders die moslimfundamentalistische ideologieën aanhangen. Al Qaida is Arabisch voor ‘database’. Een database van moedjahedien.

De moedjahedien werden na de strijd tegen de Russen in Afghanistan ingezet in Bosnië, Albanië, Macedonië, Dagestan, Kashmir, provincie in China, Rusland, Somalië, Algerije en Oezbekistan. De CIA bracht de spirituele leider van Al Qaida: Sheik Abdul Rahman naar Amerika om islamitische fundamentalisten te rekruteren.  [1]

Al Qaida werd door Osama bin Laden geleid. Hij zorgde ervoor dat de trainingskampen in Afghanistan werden gebouwd. Hij was degene die door het Huis van Saoed werd aangewezen om Arabische strijders te vinden, die voor de CIA werk verrichtten in Centraal Azië en de Balkan.

De broer van Osama bin Laden was Salem bin Laden, een zakenpartner en boezemvriend van James Bath.  De familie bin Laden onderhoud directe banden met de familie Bush. In 1979 begint een nog onbekende George W. Bush, (zoon van directeur van de CIA George Herbert Bush) een bedrijf genaamd Arbusto Energy. Eén van de investeerders in Arbusto is James Bath, hij brengt een inleg mee van 50.000 dollars en ontvangt 5% van de aandelen.

James Bath is de enige zaakgelastigde in de VS van Salem bin Laden. Bush en Bath zijn behalve bij Salem Bin Laden ook nauw betrokken bij de kopstukken van de BCCI Bank (Bank of Commerce and Credit International), de Iran - Contra Affaire bank waarin de CIA drugsgelden inzette ter financiering van de Contra's in Nicaragua.

Bath en George W. Bush  zaten beiden in de Texas Air National Guard tijdens de oorlog in Vietnam. [2] De banden tussen de families Bath, Bush en bin Laden werden uitgebreid aan het licht gebracht in Michael Moore’s documentaire uit 2004 ‘Fahrenheit 9/11’ en zijn boek uit 2003 ‘Dude, Where's My Country?’. Ook het boek ‘The Best Democracy Money Can Buy’ van Greg Palast uit 2002, de film ‘Bush Family Fortunes’ uit 2004 en het boek ‘Family of Secrets’ van Russ Baker uit 2009 gaan erover.

De tweede man van Al Qaida, Ayman al-Zawahiri, stond aan het hoofd van de Egyptische islamitische jihad. Een afdeling van de Moslim Broederschap, wiens leden met hulp van de CIA uit Egypte konden ontsnappen naar Albanië, om daarna in dienst van het Kosovo Liberation Army te vechten in de Balkan.

De zogenaamde leider van de terreuraanslag op 9/11 zou Mohammed Atta zijn geweest. Hij ontving in Dubai $100.000 van de Britse Standard Chartered Bank. De rekening werd beheerd door Mustafa Ahmed al-Hawsawi, die de kapers zou hebben voorzien van geld, creditcards en kleding. 

Volgens Engels parlementslid Michael Mearcher rekruteerde MI 6 (Military Intelligence, Section 6, de Britse buitenlandse inlichtingendienst) 200 Britse moslims om te vechten in Afghanistan en oud Joegoslavië.  Meacher zegt ook dat het Brits agent Omar Saeed Sheikh was, die al-Hawsawi opdroeg $100.000 over te maken naar Mohammed Atta voor 9/11. Dit werd bevestigd door de directeur van FBI’s afdeling voor financiële misdaad, Dennis Lomel. [4] 

Toen president Clinton opdracht gaf om het spoor van het Al Qaida geld te volgen, liet een sjeik uit de Verenigde Arabische Emiraten weten, dat het bijna onmogelijk was het geld voor Al Qaida en de CIA oorlogen in Bosnië en Tsjetsjenië uit elkaar te houden.[6]

Professor Michel Chossudovsky werkte als economisch adviseur voor de Verenigde Naties. Tegenwoordig is hij lid van onderzoeksorganisaties, als het Committee on Monetary and Economic Reform (COMER), de Geopolitical Drug Watch (OGD) in Parijs en de International People's Health Council (IPHC).

Na de aanslagen van 11 september onderzocht Chossudovsky de historische banden tussen de regering van de VS, Osama bin Laden en Al Qaida. Volgens Chossudovsky was het doel van 9/11 controle over de olie in Centraal Azië en de opium in Afghanistan.

De meeste zogenaamde kapers hadden legale visa in Amerika. Deze waren in Saoedi-Arabië door de CIA uitgegeven. [8]

Bush blokkeerde het onderzoek naar “sleeper” terroristische cellen van Al Qaida, terwijl hij in het geheim bleef onderhandelen met de Afghaanse Taliban. De laatste ontmoeting tussen NSA en voormalig Unocal hoofd Zalmay Khalilzad vond plaats in augustus 2001, vijf weken voor de aanval. [9] 

Union Oil Company of California (afgekort Unocal) was een bedrijf in exploratie en verkoop van aardolie (sinds 2005 gefuseerd met Chevron Corporation).

Enron had een energiecentrale gebouwd in Bombay en wilde in het begin van de jaren negentig dat gas en olie uit Turkmenistan via Afghanistan en Pakistan naar India zou gaan. In 1995 zijn er twee partijen die willen investeren een pijpleiding van Turkmenistan via Afghanistan naar Pakistan: het Argentijnse BRIDAS en het Amerikaanse Unocal.

In 1995 tekende de president van Turkmenistan Niyazov een contract met Amerika, maar de Afghaanse president Rabbani koos voor Argentinië. Amerika had de pijpleiding door Afghanistan nodig. In 1996 stemde Pakistan in met het plan om Iraanse olie te transporteren naar India. Ook de Turkmeense president tekende een contract met de Turken om het gas via Iran te exporteren. De Amerikanen waren niet gelukkig met de twee nieuwe pijpleidingplannen in Iran.

Hierdoor werd in juni 1996 een nieuwe Amerikaanse wet aangenomen: de ‘Iranian-Libyan Sanctions Act’, landen mochten geen contracten met Iran sluiten waarbij bedragen van meer dan 4 miljoen dollar gemoeid was. Turkije en Turkmenistan tekenden toch een verdrag met Iran.

Gelukkig voor Unocal waren er Taliban, die van hun Afghaanse president afwilden. In september 1996 namen ze Kabul in en president Rabbani moest vluchten. Unocal steunde de Taliban. Maar ook de Taliban bleken niet gecharmeerd te zijn van de Amerikanen en zij besloten voor de Argentijnen te kiezen. Omdat de nieuwe Taliban internationaal alleen door Pakistan en Saoedi-Arabië werd erkend was er een patstelling.

Door de invasie van de Amerikaanse troepen kon in juni 2002 de nieuwe adviseur van Unocal, Hamid Karzai als nieuwe president van Afghanistan worden geïnstalleerd. Karzai tekende meteen het verdrag met Turkmenistan en Pakistan voor de zo gewenste gaspijpleiding. De Taliban werd $100 miljoen beloofd. Het team van Bush had al $132 millioen gegeven in 2001 en zei tegen de Taliban, “You either accept our offer of a carpet of gold, or we bury you under a carpet of bombs.”[10] Vrij vertaald: “Je neemt dit gulle aanbod aan of we bombarderen jullie plat”.

Feiten

Volgens de vader van Mohammed Atta, arts in Cairo, had Mohammed vliegangst en kon hij geen vliegtuigen besturen. Vader Atta vermoedt dat zijn zoon door de Israëlische Mossad te pakken is genomen en tot zondebok gemaakt.  Vader Atta denkt dat de achttien andere Arabische identiteiten zijn gebruikt om de wereld tegen de Arabische wereld te keren. Daarmee zou de positie van Israel wereldwijd winnen.

We weten inmiddels dat op geen van de passagierslijsten van de vier ‘American’ en ‘United’ vluchten Arabische passagiers stonden vermeld. [11] Na 9/11 zijn vele zogenaamde kapers gezien in Arabië, ze waren levend en gezond.   

Volgens Daniel Hopsicker werkte Mohamed Atta vanaf 1992 in Hamburg voor de Amerikaanse overheid. Hopsicker schrijft dat Atta pilootpapieren voor zes landen had en dus geen lessen nodig had voor een vliegschool in Amerika, tenzij er een ‘papieren’ spoor moest worden gemaakt. [12] 

Atta deed mee aan een elitair internationaal uitwisselingsprogramma van het Amerikaans Duitse Congress-Bundestag Program, een  organisatie met banden naar David Rockefeller en Kissinger.[13] Atta had in deze groep de rol van fundamentalistische islamiet.

De vliegschool waar de kapers training zouden hebben gehad heette Huffman Aviation. Een van de medewerkers vertelde Hopsicker dat hij vanaf het begin het gevoel had dat deze mannen werden beschermd door de Amerikaanse regering, dat ze met een speciale missie het land waren binnengekomen.

Profiteurs

Alle Palestijnen werden na 9/11 als potentiële ‘bin Laden terroristen’ gezien, Israel won hierbij. Meer Palestijns grondgebied werd ingenomen.

De Amerikaanse defensiecorporaties kregen megadeals en megacontracten. Lockheed Martin kreeg een contract voor $200 miljard om de F-35 Joint Strike Fighter te bouwen.  [16]

Ook Nederland zou meebetalen aan de ontwikkeling van dit vliegtuig, door als level 2-partner aan het project mee te doen. In 1999 werd geschat dat de totale kosten van het JSF project  €4,5 miljard zouden zijn. Later werd besloten de definitieve beslissing over de aanschaf uit te stellen tot 2012.

De aandelen van defensiecorporaties in Amerika schoten na 9/11 omhoog. De aandelen van Raytheon ging binnen een maand met 36% omhoog, terwijl de rest van de aandelenmarkt in elkaar kelderde. Het budget dat het Pentagon mocht gebruiken steeg gigantisch, in 2005 tot $500 miljard per jaar.

De dollars van het defensiebudget rolden direct in de zakken van de acht families die het bankkartel beheren en de defensiebedrijven bezitten. Hun voorman George W. Bush zag zijn populariteit tot 80% stijgen.

De bijna failliete luchtvaartindustrie in Amerika werd gered met geld van de belastingbetalers. De verzekeringswereld en de spoorwegen volgden niet lang hierna.

De burgerrechten hadden het meest te lijden van 9/11. Binnen een paar dagen na 9/11 werden de rechten van de FBI en CIA voor de bewaking van de nationale veiligheid enorm vergroot door invoering van de USA PATRIOT Act (Providing Appropriate Tools Required to Intercept and Obstruct Terrorism). De CIA mocht weer martelpraktijken toepassen.

In 2002 werd in de VS de Homeland Security Act doorgevoerd en de Intelligence Authorization Act. Burgerrechten zoals privacy werden opgeofferd om terrorismebestrijding mogelijk te maken. Opsporingsdiensten mochten databases doorzoeken, de Freedom of Information Act waarbij burgers informatie kunnen opvragen werd beperkt en adviesraden van de overheid mochten bijeenkomsten achter gesloten deuren houden.
 
In 2003 werd het Department of Homeland Security opgericht. Deze naam lijkt erg op Hitler’s ‘Office of Fatherland Security’, dat werd ingevoerd nadat het Rijksdaggebouw in Berlijn in brand was gestoken. Hitler gebruikte deze brand om zijn macht te vergroten. [18]

Ook in Nederland werden wetten aangenomen of gewijzigd en maatregelen genomen, die van grote invloed zijn op de privacy van de burger.

In Amerika kwam een pijnlijke kwestie aan het licht toen de Domestic Security Enhancement Act bekend werd, deze wet liet het toe dat in het geheim mensen konden worden meegenomen. Dat was nog nooit eerder in de geschiedenis van Amerika voorgekomen. Ook de chemische corporaties kregen een carte blanche en hoeven niet meer bekend te maken wanneer toxische stoffen in het milieu komen. 

In 2004 werd Patriot Act II doorgevoerd. Een verplicht identiteitsbewijs was een van de gevolgen.

De acht bankfamilies wonnen veel. De meeste investeringsbankiers die de aanval op WTC niet overleefden kwamen van concurrerende banken. Merrill Lynch en Deutsche Bank hadden eigen bankgebouwen, Lehman Brothers verhuisde enkele weken voor 9/11 uit WTC. Zeven weken voor 9/11 beëindigde een groep oligarchen het huurcontract. Investeerder Larry Silverstein kocht een 99-jarig leasecontract voor WTC in juli 2001 en verzekerde het gebouw voor $7.2 miljard. Hij kreeg na 9/11 de helft.  

De broer van de president, Marvin Bush, zat in de raad van bestuur van Securacom van 1993-2000. Securacom was verantwoordelijk voor de beveiliging van WTC, Dulles International Airport  en United Airlines. Nu zijn het leger van VS, de luchtmacht en de marine en het departement van Justitie klant. Geen enkel bedrijf mag concurreren met deze contracten. 

De andere broer van de president, Jeb Bush is gouverneur van Florida. Hij bracht de staat Florida een week voor 9/11 in staat van alarm. Hij escorteerde persoonlijk de papieren waarin de aanwezigheid van de kapers in de vliegschool bewezen werd naar Washington DC. [20]

De burgemeester van New York Rudolf Guliani gaf het bevel om de aanwezigheid van brandweermannen tot de helft terug te brengen. 200 ton goud uit de kluizen onder WTC van de Silver Triangle en Bank van Nova Scotia werd weggehaald.  De goudprijzen stegen enorm. Niemand vraagt zich af waar het goud is gebleven. Guliani zei dat hij daar een voorraad van benzine aan had laten leggen voor zijn privéschuilkelder. [21]

De explosie van deze benzine zou de reden zijn van de instorting van WTC gebouw 7. Van Romero, vicepresident van het ‘New Mexico Institute for Mining and Technology’, is een van de vele experts die overtuigd is dat er explosieven waren in de torens van WTC. [22]

De staal en metaalresten van WTC werden direct naar Korea verscheept onder zware bewaking. Professor Steven Jones onderzocht een klein deel van de resten van WTC, hij vond sporen van thermite explosieven.

Was Time’s ‘Man of the Year’ in 2001  Rudy Guliani deel van een geheime operatie om de acht families de controle over de olie in de Perzische Golf en Centraal Azië te geven? In februari 2001 werd Guliani tot ridder geslagen door Koningin Elisabeth de IIde. 



Door Door Dean Henderson,Global Research, 3 mei 2011
Bron: http://globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=24612

Vertaald door ‘t Vertalerscollectief

Noten
[1] “Bin Laden’s Invisible Network”. Evan Thomas. Newsweek. 10-29-01. p.42
[2] Ibid
[3] “Bush: We’re at War”. Evan Thomas an Mark Hosenball. Newsweek. 9-24-01. p.31
[4] The Asian News. 9-30-05. www.theasiannews.co.uk
[5] “US Complicity in 9-11 Attacks Widely Accepted at G6B Summit in Canada”. www.fromthewilderness.com/free/ww3/g6b_calgary.html
[6] “Emirates Looked the Other Way While al Qaeda Funds Flowed”. Judy Pasternak and Stephen Braun. Los Angeles Times. 1-20-02
[7] Ibid
[8] “The Hand that Rules the Visa Machine Rules the World”. J. Michael Springmann. Covert Action Quarterly. Winter 2001. p.41
[9] “US Ties to Saudi Elite May be Hurtng War on Terrorism”. Jonathan Wells, Jack Meyers and Maggie Mulvihill. Boston Herald Online. 12-10-01
[10] Bin Laden: The Forbidden Truth. Jean-Charles Brisard and Guillaume Dasquie. Paris. 2001
[11] Taking Aim. Vol. 7. #9
[12] “Lost in Translation”. Len Bracken. Paranoia. Issue 36. Fall 2004.
[13] “911 and Peculiar Behavior”. Al Hidell and Joan d’Arc. Paranoia. Issue 37. Winter 2005
[14] “Probe Refutes Report on Hijacker”. Josh White. Washington Post. 9-21-06
[15] “Paranotes: Flight School CIA Connection”. Al Hidell. Paranoia. Issue 32. Spring 2003
[16] CNN Headline News. 10-26-01
[17] “The USA Patriot Act”. Nancy Chang. Covert Action Quarterly. Winter 2001. p.14-17
[18] Taking Aim. Vol. 7. #10
[19] “Now with Bill Moyers”. PBS. 2-7-03
[20] “Part II of Exposing the WTC Bomb Plot”. Fintan Dunne and Kathy McMahon. news@psyopnews.com
[21] Robert.lederman@worldnet.att.net
[22] Taking Aim. Vol. 7 #10