De poenschepper


De Vlaamse stripverhalenverteller Willy Vandersteen laat in een van zijn strips de hoofdfiguur Lambiek in handen vallen van de duivel en zijn vrouw.
Lambieks verlangen naar rijkdom en bezit is zo hevig, dat hij op de belofte hiervan door de duivel bereid is om een contract te tekenen waarop de voorwaarden later door de duivel worden ingevuld.
De duivel komt zijn belofte na. Lambiek wordt een groot zakenman. Hij wordt steenrijk en kan zich materieel alles permitteren wat hij wil. Met het stijgen van zijn bankrekening daalt echter zijn moraliteit. Zijn karakter vervormt zich tot dat van een koudbloedige hufter. Zijn vrienden wil hij niet meer kennen en hij schoffeert ze wanneer zij proberen contact met hem te maken.
In de loop van het verhaal blijkt, dat de grote zaken die Lambiek doet en waarmee hij veel geld verdient volkomen illusionair zijn. De zakelijke transacties die hij van achter zijn bureau met vier telefoons tegelijk zit af te sluiten lopen alle via een computer. De computer blijkt bij elke transactie de zakenpartner te zijn van Lambiek. De ene keer treedt de computer op als koper, dan weer als verkoper. De computer berekent de prijzen, verzorgt de boekhouding en keert de winst uit aan Lambiek, die letterlijk kan poenscheppen nadat hij weer zaken heeft gedaan.
Lambiek ontmenselijkt echter door zijn verbinding met de computer, want de duivel heeft het zo geregeld dat Lambiek op zijn beurt de computer moet voeden met zijn hartenklop. Lambiek heeft dus letterlijk zijn ziel aan de duivel verkocht teneinde zijn honger naar rijkdom en bezit te kunnen stillen. Hij zou zeker ten onder gaan als zijn vrienden en een geheimzinnige zwerver hem niet te hulp zouden komen.
Op het moment dat de duivel definitief bezit van Lambiek lijkt te nemen, schiet een door de zwerver vervaardigde Cupido een pijl in het hart van Lambiek, die daardoor net op tijd bij zinnen komt. Het contract is echter nog steeds van kracht totdat de zwerver zich met zijn leven heeft geofferd. Pas dan is de duivel machteloos geworden en is het contract verbroken.

Ik vind dit moralistisch getinte verhaal veelbetekenend. En ook realistisch. In dit opzicht, dat binnen de financiële wereld in feite op dezelfde manier zaken wordt gedaan als het in dit stripverhaal op een eenvoudige manier wordt weergegeven. De handel in derivaten of afgeleiden is in wezen niet iets anders dan de in- en verkoop via een computer. Ook deze handel is niet op stoffelijke waarden gebaseerd. De verbinding met grondstoffen, landbouwproducten, delfstoffen, huizen is zo ver weg, dat het een financieel ‘product’ op zich is geworden. De prijs wordt berekend op basis van computermodellen, waarvoor de input weer wordt geleverd door output van andere computermodellen. Met deze handel is en wordt, evenals met de ‘zaken’ van Lambiek, onnoemelijk veel ‘verdiend’. Een rijkdom die is verworven door handel in illusies. Want wat is het speculeren op bijvoorbeeld het faillissement van een onderneming in de verwachting hier veel geld mee te verdienen anders dan wat Lambiek in het stripverhaal doet. Het heeft geen enkele relatie met de realiteit en het onttrekt geld aan de waardeketen. Met waardeketen bedoel ik de waarde van activiteiten die door mensen eventueel met behulp van technologie worden verricht om een product of een dienst voort te brengen welke voor de ontvanger ervan, de klant, waarde heeft. Koop en verkoop van kunstmatige financiële producten (derivaten) is in dat opzicht ‘perverse handel’.
Als de vergelijking met Lambiek de poenschepper wordt doorgetrokken, dan is het te hopen dat ‘de pijl van Cupido’ de harten zal raken van alle mensen die rijk tot schatrijk zijn geworden door deze handel.
Niet omdat er met jaloerse blikken naar de rijkdom van deze mensen wordt gekeken, maar omdat er door deze praktijken heel veel geld onttrokken wordt aan de echte waardeketen. Waardoor alle mensen in de een of andere waardeketen, waar ook op deze wereld, niet krijgen wat hen toekomt voor de door hen geleverde inspanning.




Auteur: © Adriaan Broere