‘Een crisis is nodig om de nieuwe wereldorde mogelijk te maken’
David Rockefeller


‘‘Je kunt niet eindeloos doorgaan met dingen "doorzien". Bij doorzien gaat het om wat daardoor zichtbaar wordt. De doorzichtigheid van het raam is goed omdat de tuin en de straat daarachter ondoorzichtig zijn. Wat als je nu ook door de tuin kunt kijken? Wie alles "doorziet", ziet niets.’
CS Lewis

In een van de eerste nummers van de Nederlandse uitgave van de ‘Donald Duck’ staat een getekend verhaal, waarin de steenrijke eend Dagobert Duck de hoofdrol speelt. Dagobert bezit een boerderij. De neefjes Kwik, Kwek en Kwak en Donald Duck werken voor hem. De neefjes doen hun werk met veel plezier. Zij verzorgen opgewekt de dieren en de gewassen. Donald Duck vindt het allemaal maar niks. Hij wil een miljoen, want dan hoefde hij niet meer te werken. Dagobert waarschuwt hem. “Als jij een miljoen wilt hebben, zul je moeten werken. Niemand geeft je dat geld zomaar!” Vertwijfeld vraagt Donald Duck zich af “Wie zou het werken uitgevonden hebben? Is er geen middel om zonder werken rijk te worden?”

Achter de boerderij van Dagobert staat een gigantische open kist, waarin hij al zijn munten en bankbiljetten bewaart. Hoe groot dit kapitaal is weet niemand, want het is ontelbaar. Hoe hij aan dit kapitaal is gekomen wordt niet vermeld. Het grootste genoegen van Dagobert is dat hij er ‘als een mol in rond kan woelen, als een zeehond in kan springen en het in de lucht kan smijten, zodat het als regen op zijn kop klettert.’
Op zekere dag pakken zich donkere wolken samen boven Dagoberts’ open geldkist. Een wervelstorm zuigt alles eruit en verstrooit het over het land. Overal valt letterlijk het geld uit de lucht. Ook Donald Duck krijgt op deze manier zijn gewenste miljoen in de schoot geworpen.

Vanzelfsprekend is hij geheel euforisch. Hij besluit meteen een wereldreis te maken. Om te beginnen wil hij benzine tanken en een hapje gaan eten. Echter, tot zijn grote teleurstelling staat bij de benzinepomp een mededeling: ‘gesloten wegens wereldreis, de eigenaar’. Dan maar een hapje eten. Maar ook de eigenaar van het restaurant is op wereldreis. Met de bus reizen gaat niet, want de chauffeur is op wereldreis. Niemand werkt meer, want iedereen heeft een miljoen of meer.

Intussen gaat op de boerderij van Dagobert alles zijn gewone gang. Door de enorme inzet van de neefjes Kwik, Kwek en Kwak voortgedreven door Dagobert wordt er ruimschoots groente gekweekt, graan verbouwd, eieren verzameld enzovoort. En omdat hij de enige is in het hele land die is blijven produceren komt gaandeweg iedereen bij hem voor voedsel. De prijzen voor het brood, de eieren en groente zijn echter exorbitant hoog. Maar omdat niemand de keus heeft wordt de prijs ervoor betaald en na verloop van tijd heeft Dagobert al zijn geld terug. En wat doet hij ermee? Hij springt erin als een zeehond, hij woelt erin rond als een mol en hij smijt het in de lucht zodat het als regen op hem klettert.
 
Dit lijkt niet meer dan een aardig kinderverhaaltje. Misschien vindt u het zelfs wel wat kinderachtig. Toch zit er meer in dan op eerste indruk het geval lijkt te zijn. Wat in werkelijkheid vaak vrijwel niet valt te ontrafelen door ingewikkelde structuren en door het gebruik van academische taal, wordt op een verrassend simpele manier zichtbaar in dit kinderverhaal. ‘Uncle’ Walt Disney heeft met de avonturen van zijn stripfiguren een grote invloed uitgeoefend op de vorming van de normen en waarden bij miljoenen kinderen in de vele landen waarin ‘het vrolijk weekblad’ werd gelezen en waar naar de tekenfilms werd gekeken.

Over welke normen en waarden gaat het?
Bijvoorbeeld over de opvatting dat de mens moet werken om te kunnen bestaan. Over de vanzelfsprekendheid dat fysieke arbeid matig wordt beloond en dat de vreugde in ‘de arbeid’zelf zit. Hoe onaangenaam het werk ook mag zijn. Dagobert Duck heeft een onmetelijk groot kapitaal, zo groot dat een mens het in geen duizend levens door werken alleen bijeen zou kunnen vergaren. De herkomst van zijn kapitaal blijft geheel buiten beschouwing. Het is volkomen logisch, dat hij zelf geen fysieke arbeid verricht. Waarmee het beeld wordt geschapen van de manager, die de ‘lijnen uitzet’ en zich niet bezig houdt met de uitvoering.

Als de inhoud van zijn geldpakhuis door een wervelstorm over het hele land wordt verspreid en iedereen plotseling ‘rijk’ is, dan leidt dat tot grote ellende. Want niemand is meer bereid om iets voor de ander te doen. Het is daarom maar goed dat het geld weer terugvloeit naar Dagobert. Want daardoor is alles weer bij het oude en is de mens bereid om weer te werken voor de kost.

Het verspreiden van het geld over alle mensen zou kunnen worden gezien als een ‘Act of God’. In ieder geval iets wat niet volgens de wil van Dagobert is. Maar als het gebeurt dan maakt hij zich er niet druk over. Hij kent de psychologie van de mens, in zoverre dat hij weet dat hebzucht, begeerte en egoïsme belangrijke drijfveren zijn. Handig speelt hij hierop in en als een echte strateeg plant Dagobert Duck de herovering van zijn kapitaal.
Waarom kent Dagobert Duck ‘de mens’ in de genoemde drijfveren? Omdat hijzelf geheel gekenmerkt wordt door hebzucht, begeerte en egoïsme. Hij heeft deze eigenschappen zelfs tot deugd verheven. Zoals de hoofdpersoon Gekko in de onthullende film ‘Wallstreet’ verklaart; ‘Greed is good!’ In een uitzending van de Boeddhistische omroep zegt de Engelse komiek John Cleese, dat hebberigheid een gevolg is van het niet accepteren van de dood.

Deze gedachte lijkt juist, want waarom zou een mens tot in het oneindige bezit willen vergaren, als hij zich volledig bewust zou zijn van zijn sterfelijkheid? De enige basis waarop de mens volgens de filosofie van Dagobert bereid is iets voor de ander te doen, is geld. Maar laat de grote massa niet teveel geld verdienen of het op een andere manier in zijn bezit krijgen, want dan maakt men liever een ‘wereldreis’. Het is dus volgens het Dagobert denken een zegen voor de mensheid, dat er enkele steenrijke individuen zijn die ervoor zorgen dat de geldhoeveelheid in omloop krap blijft en ook dat de rijkdom niet gelijkmatig is verdeeld. Het is verder maar goed dat die steenrijken liever ‘zwemmen in hun geld’ dan dat zij het in omloop zouden brengen. Want daar komen immers alleen maar ongelukken van.
 
Bestaan de Dagoberts Duck ook in werkelijkheid? En zo ja, waar kan men ze vinden. Het lijkt simpel, Dagobert Duck is daar waar het grote geld is. En waar is geld meer geconcentreerd dan in bankinstellingen? Het zou dus mogelijk moeten zijn om ze daar te vinden. De financieel/juridisch /politiek/economische werkelijkheid van deze tijd is echter zo ingewikkeld en ondoorzichtig gemaakt, dat het vrijwel onmogelijk is om vandaag de dag te traceren ‘who is behind this all’.

Toch weten we vanuit de geschiedenis, dat er dynastieën waren, die een enorme macht en invloed in de financiële wereld bezaten. Zo machtig, dat landen en vorstenhuizen, diep in de schuld bij hen stonden. Deze dynastieën waren in staat om economieën tot bloei te laten komen en naar de ondergang te sturen. Bij de vele oorlogen, die in de afgelopen eeuwen in Europa en Amerika zijn uitgevochten speelden zij een centrale rol in de financiering hiervan. Beide partijen werden door dezelfde dynastie van geld voor soldaten en wapentuig voorzien. Waarbij zij hun macht gebruikten om de partij die moest winnen zo te bevoordelen dat dit ook meestal gebeurde. Napoleon Bonaparte heeft door zijn oorlogen te financieren uit de opbrengst van de verkoop van Louisiana getracht zich aan de macht en invloed van de geld dynastieën te onttrekken. Wat hem uiteindelijk niet gelukt is. De Verenigde Staten hebben na de onafhankelijkheidsoorlog een verbeten strijd gevoerd om zich los te maken van de invloed van deze machtigen. Een strijd, die door de oprichting van de Federal Reserve Bank in 1913 uiteindelijk verloren is.
 
"I believe that banking institutions are more dangerous than standing armies...If the American people ever allow private banks to control the issue of currency...the banks and corporations that will grow up around them will deprive the people of their property until their children wake up homeless on the continent their fathers conquered" - Thomas Jefferson (1743-1826) 
 
On November 21, 1933 President Franklin Roosevelt told Edward M. House 'The real truth .. is, as you and I know, that a financial element in the larger centers has owned the Government ever since the days of Andrew Jackson - and I am not wholly excepting the administration of W[oodrow]. W[ilson]. The country is going through a reptitition of Jackson's fight with the Bank of the United States - only on a far bigger and broader basis.' (bron: Wikipedia)
 
In de 20e eeuw hebben de geld dynastieën het Russische communisme (!) en de het nazisme in Duitsland in het zadel geholpen, door Lenin/Stalin en Hitler te financieren.
Niet alleen in de financiële wereld was er een centrale rol weggelegd voor familie dynastieën. Ook bijvoorbeeld olie, gas, kolen, staal en media werden door hen beheerst. Zo sterk zelfs,dat de olie, in handen van een van de dynastieën, op last van een van de Amerikaanse regeringen werd gesplitst in zeven maatschappijen. Niet dat dit overigens een echte wijziging in de machtsverhoudingen te weeg heeft gebracht. Het is immers duidelijk dat de oliemaatschappijen alle kenmerken van een kartel vertonen. Waar de mededingingsautoriteit in Brussel niet tegen optreedt.
 
In de huidige tijd lijkt het wel alsof de dynastieën volledig op de achtergrond zijn geraakt. Met behulp van gecompliceerde juridische constructies en legers van juristen, economen, (corrupte) politici enzovoort, hebben zij een web gespannen tot in alle uithoeken van de wereld, terwijl de spin zelf onzichtbaar is.
 
Marten Toonder drijft een milde spot met de dynastieën in zijn verhaal ‘De Bovenbazen’. Het verhaal begint schitterend en veelbetekenend als volgt:
 
‘Het is in de wereld ongelijk verdeeld; sommige lieden hebben niets en andere hebben alles. Wanneer men niets heeft, is het mogelijk om meer te krijgen -voor dat soort is het leven eigenlijk een pretje. Maar iemand die alles heeft, is nooit meer blij wanneer hij wat ontvangt. In plaats daarvan moet hij altijd bang zijn dat hij iets verliest, want dat is de enige mogelijkheid die er voor hem overblijft. Zulke stakkers leiden een kommervol bestaan, gevuld met zorgen en kwalen – en het wordt tijd, dat hun stille strijd eindelijk eens onverbloemd in het daglicht wordt gebracht.
Dit is de geschiedenis van de Bovenbazen, ook wel de Bovenste Tien genoemd. Om sterker te staan tegenover de hebzuchtige wereld wonen ze in groepsverband in de Gouden Bergen, omringd door voetangels, klemmen en schrikdraad’.
 
Uit het hele verhaal blijkt het scherpe inzicht dat Marten Toonder had in het geldsysteem en wie hierin de leidende rol hebben. Op een simpele en humoristische manier laat hij zien hoe het gemanipuleerd wordt door een kleine groep. Maar ook dat de Bovenbazen machteloos staan als Heer Bommel, geholpen door Tom Poes de stem van zijn hart volgt en niet die van de hang naar roem, macht en hebzucht.
 
Wie in het ‘centrum’ van de macht zit in het geldsysteem, heeft drie instrumenten tot zijn beschikking. Het eerste is dat van het recht om geld te scheppen, het tweede is dat van fractioneel bankieren en het derde is dat van het berekenen van rente over het uitgegeven geld. Het scheppen van geld is iets wat al heel lang wordt gedaan. In de middeleeuwen gaven de goudsmeden aan de klanten die goud als betaalmiddel bij hen kochten papieren ‘bewijzen’ mee dat de houder hiervan tegen inlevering van dit papier recht had op een hoeveelheid goud. Deze papieren waren ‘zo goed als goud’ en werden daarom gebruikt als betaalmiddel. Dit is een logische oplossing als men bedenkt, dat het transporteren van grote hoeveelheden goud een zware klus was en overvallen van goudtransporten meer regel dan uitzondering waren.

Omdat maar een klein gedeelte van het goud ook daadwerkelijk door de rechthebbenden werd opgevraagd, gingen de goudsmeden er toe over om meer papier uit te geven dan er goud voorhanden was. Deze in wezen frauduleuze handeling wordt fractioneel bankieren genoemd. Door papieren uit te geven, die niet gedekt waren door goud, gingen de goudsmeden geld scheppen – uit het niets!- Dit papiergeld werd uitgegeven in combinatie met een lening aan de ontvanger van het papiergeld. De houder van deze papieren had recht op een evenredige hoeveelheid goud, maar tegelijkertijd een even zo grote schuld aan de goudsmid. De goudsmid eiste behalve aflossing van de lening tevens betaling van rente over de lening. Dus hiermee ontstond het principe van het met geld geld ‘te verdienen’.

Dit is in het kort de grondslag van het bankieren, dat tot de dag van vandaag in praktijk wordt gebracht. Bankiers scheppen dus geld uit het ‘niets’ door het fractioneel bankieren. Sterker, in het verleden was er nog sprake van geld in omloop, dat gedeeltelijk gedekt was door goud. In de moderne wereld is er echter geen enkel verband meer tussen geld en goud en in de meest recente tijd is geldschepping een digitaal (‘druk op de knop’) proces geworden.
Als u het beeld voor ogen neemt van het Droste cacao blik met daarop de verpleegster die een dienblad in de handen heeft met daarop een Droste cacao blik, waarop de afbeelding stat van …. Enzovoort, dan heeft u een visuele indruk van het geldscheppingsproces.
 
Op basis van de rechtvaardiging dat het geldscheppingsproces moest worden gecentraliseerd om zo een ongecontroleerde groei van de geldhoeveelheid te voorkomen, gingen de overheden van de diverse landen, eerst in Europa, later in Amerika en nog later ook in Azië er in verloop van tijd toe over om het geldscheppingsproces te centraliseren bij één bank, de Centrale Bank. Hierdoor ontstond in 1736 de Bank of England, opgericht door een Schot, in 1814 werd de Nederlandse Bank opgericht door koopman-koning Willem I, in 1800 de Banque de France door Napoleon Bonaparte, in 1870 de Deutsche Bank, op initiatief van grootindustriëlen, in 1882 de Japanse Bank en pas in 1913 de Federal Reserve in de Verenigde Staten. Het zou logisch zijn dat in een democratisch land het scheppen en vernietigen van geld onder controle zou staan van het parlement.

De werkelijkheid is anders.
De Bank of England was tot 1946 een ‘privately owned’ instituut. Niet de staat, maar individuen via door hen gecontroleerde bankinstellingen beschikten over de geldhoeveelheid in het in de 18e en 19e eeuw economisch machtigste land ter wereld. De ‘City’ gebouwd in Londen, op grond waarop eens een Mithras tempel had gestaan, was tot de tweede wereldoorlog het financiële centrum van de wereld. Na de tweede wereldoorlog werd de Bank of England genationaliseerd. Maar toen was Engeland bankroet als gevolg van de tweede wereldoorlog en was het financiële centrum verschoven naar New York.

Ook de Centrale Bank van de Verenigde Staten, gewoonlijk de ‘Fed’ genoemd kwam, alle inspanningen van presidenten zoals Jefferson, Jackson en Lincoln ten spijt, niet onder controle van de Amerikaanse overheid. De Federal Reserve werd op 22 december 1913 toen de belangrijkste tegenstanders ervan op kerstreces waren, opgericht als een besloten vennootschap. De aandelen zijn in handen van ‘member banks’. Wie dat zijn is niet bekend omdat het aandeelhoudersregister niet openbaar is. Op speculaties, dat de geld dynastieën in Europa en Amerika de touwtjes in handen hebben wordt steevast gereageerd, dat dit samenzweringstheorieën zijn die onjuist zijn.
Hoe de werkelijkheid dan wel is, wordt niet bekend gemaakt.

De informatie die naar buiten wordt gebracht is, wie er in de board of governors (benoemd door de president van de VS en waarvan Ben S. Bernanke momenteel voorzitter is), de open market committee, en de board of directors zitten. Ook wordt uit de doeken gedaan wat de taken zijn van de genoemde onderdelen van de Fed. Uit deze informatie blijkt, dat de open market committee (FOMC) een prominente rol speelt in de besluitvorming over de uitvoering van de monetaire politiek. Het is verder opvallend dat in de open market committee de leden van de board of governors zitting hebben en vertegenwoordigers van de regionale federale banken, waarbij alleen de Federale Bank van New York een permanente zetel heeft en de andere regionale banken bij toerbeurt voor de termijn van een jaar. De Fed of New York heeft dus een uitzonderingspositie in het belangrijke open market committee.
 
De president van de FED New York is vanaf 2003 Timothy F. Geithner. Geithner wordt minister van financiën onder Barack Obama. Geithner heeft Japans, Chinees en Internationale Betrekkingen gestudeerd. Hij heeft in de periode 1985-1988 gewerkt voor Kissinger Associates Inc. Voorts werkte hij in diplomatieke dienst en voor het IMF, als director of the Policy Development and Review Department (2001-2003). 
 
De rol van de Raad van Commissarissen is toezicht te houden op de board of governors en aanbevelingen te doen voor de te voeren monetaire politiek, vooral met betrekking tot de geldhoeveelheid en de rentevoet waartegen geld wordt uitgeleend. De positie van de commissarissen moet daarom ook niet worden onderschat. Over het aspect van de vertegenwoordiging van de aandeelhouders en de verbanden tussen de raad van commissarissen en de aandeelhouders wordt met geen woord gerept. Ook is de informatie over de winstverdeling van de Fed aan de aandeelhouders summier. 
 
Eind 2007 had de Federal Reserve 369 miljoen aandelen uitgegeven. Op deze aandelen werd een dividend betaald van totaal $ 992 miljoen. De winst van de Fed bedroeg in 2007 38 miljard, behalve het genoemde dividend werd uit de winst verder $ 3 miljard toegevoegd aan het eigen vermogen en $ 34 miljard werd betaald aan de Amerikaanse schatkist als ‘rente’op de door de Fed uitgegeven dollars. Eind 2007 had de Fed $ 792 miljard aan dollars in omloop gebracht. Hier stond een vordering op de Amerikaanse overheid tegenover van $ 746 miljard en $ 46 miljard aan ‘investments denominated in foreign currencies’ of wel de buiten de VS door de Fed gecreëerde dollars. (bron annual report 2007 fed)
 
De Federal Reserve is hoe dan ook niet in staatshanden, maar particulier eigendom. En als er zoveel moeite wordt gedaan om dat te camoufleren, dan gaat het aloude gezegde “waar rook is, is vuur” eens te meer op.
Het geldscheppingsproces van het economisch machtigste land ter wereld vanaf de 20e eeuw tot de dag van vandaag wordt dus, zo niet direct dan in ieder geval indirect beïnvloed c.q. gecontroleerd door bankorganisaties. De dollars (currency), die door de Fed in omloop worden gebracht vormen de basis (reserve), waarop de commerciële banken geld kunnen uitlenen. Dit is de moderne toepassing van het eerder genoemde fractionele bankieren. De verhouding tussen de totale geldhoeveelheid en de reserve mag volgens ‘het boekje’ niet meer dan 10:1 zijn. In de macro economie worden voor het meten van de geldhoeveelheid de begrippen M1 M2 en M3 gebruikt. Hierbij is M3 het ruimst gedefinieerd, inclusief het virtuele geld, zoals derivaten (zoals opties). Zoiets als er zijn kerstbomen (M1), kunstkerstbomen (M2-M1) en posters van kerstbomen die je aan de muur kunt hangen (M3-M2-M1). De verhouding tussen de geldhoeveelheid volgens de M3 definitie en de ‘reserve’ loopt in de VS volkomen uit de 10:1 pas. De Fed is na 2005 gestopt met het publiceren van M3 gegevens.
 
Vanaf 1944 (de Bretton Woods conferentie) geldt de dollar (as good as gold) als wereldstandaard. Dit plaatst de Fed als geldscheppende instelling in een bijzonder daglicht, want de dollar werd niet alleen in de Verenigde Staten zelf als harde valuta gezien, maar in alle economieën in de wereld die zijn aangesloten op het westerse monetaire systeem. Overal in de wereld en speciaal in landen met een ‘zwakke’ munt had de dollar een grote aantrekkingskracht. De belangrijkste grondstoffen en industriële producten werden en worden verhandeld in dollars. De vraag naar dollars kwam dus niet alleen vanuit de Verenigde Staten zelf, maar ook vanuit het buitenland, waardoor de dollar een dominante positie verwierf.

Deze positie is in de afgelopen decennia geleidelijk geërodeerd door de enorme overheidsuitgaven, vooral aan de Vietnam oorlog, de Golfoorlog, Afganisthan en Irak, de belastingverlagingen (vooral door George W. Bush) en het extreme consumptiegedrag van de Amerikanen. Als gevolg hiervan is de staatsschuld gestegen naar een astronomische waarde. Op 9 december 2008 bedroeg de staatsschuld
$ 10.666.703.463.253 en groeit met $ 3,79 miljard!! per dag.
Voor wie meer wil weten over de oorzaken en gevolgen van de Amerikaanse staatsschuld is dit een interessante internet link.
 
Het lijkt een kwestie van (korte) tijd dat de dollar heeft afgedaan als algemeen aanvaarde munteenheid. Dit zal zeker niet geruisloos gaan. Het lot van de dollar werkt door alle onderlinge verbanden door in het gehele geldsysteem en een domino effect is zeer waarschijnlijk. En als het gebeurt, wat daarna? Als er een parallel wordt getrokken met het Dagobert Duck verhaal, dan zijn we in het stadium beland dat alle bezit in geld en andere ‘assets’ niets meer waard is en dat het uitsluitend gaat om het kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften, zoals voeding, kleding, een dak boven het hoofd, schoon water en verwarming.

Waarmee kan dit dan worden gekocht?
Hierover zijn al veel voorspellingen gedaan, die juist kunnen blijken te zijn maar ook niet. Voorspellingen met betrekking tot gebeurtenissen in het verleden zijn te vaak niet uitgekomen, om niet uiterst voorzichtig hiermee te zijn. Het gaat uiteindelijk om geloofwaardigheid.

"...the powers of financial capitalism had another far-reaching aim, nothing less than to create a world system of financial control in private hands able to dominate the political system of each country and the economy of the world as a whole. This system was to be controlled in a feudalist fashion by the central banks of the world acting in concert, by secret agreements arrived at in frequent private meetings and conferences. The apex of the system was to be the Bank for International Settlements in Basle, Switzerland, a private bank owned and controlled by the world's central banks which were themselves private corporations."

Carroll Quigley, Tragedy and Hope: A History of the World in Our Time (1966)
Carroll Quigley is ‘afgedaan’ als conspiracy theorist. Vreemd voor een mens die zo een achtenswaardige wetenschappelijke en maatschappelijke staat van dienst heeft.
 
Quigley was born in Boston, and attended Harvard University, where he studied history and earned a B.A, M.A., and Ph.D. degrees. He taught at Priceton University  and Harvard, and then joined the Edmund A. Walsh School of Foreign Service  at Georgetown Universityin 1941.
 
De Bank for International Settlements werd opgericht in 1930 en is gevestigd in Basel (Zwitserland). In de jaren 30 van de vorige eeuw zou het Nazi regime van Hitler via deze bank zijn gefinancierd. Over wie de financiers waren en wat de bron is geweest van het enorme kapitaal dat zij – uitgerekend in de crisisjaren – tot hun beschikking hebben gehad is onder meer geschreven door Anthony Sutton in: “Wall Street and the rise of Hitler” In dit boek wordt uitgebreid aandacht besteed aan de rol, die de Bank for International Settlements hierbij heeft gespeeld.
 
 
Bank for international settlements – Basel
 
In 1937 tijdens President Rooseveldt werden de Amerikanen onder grote druk gezet (onder dreiging van gevangenisstraf) om hun goud aan de overheid te verkopen voor de vastgestelde prijs van $ 20 dollar per ounce. In die tijd werd het zwaarbewaakte Fort Knox in de VS gevuld met treinladingen vol goud. Niet veel later was het door de Amerikaanse overheid verworven goud te koop voor de vastgestelde prijs van $ 35 per ounce, maar niet voor Amerikaanse ingezetenen.
Hoeveel van het Amerikaanse overheidsgoud is verkocht aan banken en particulieren in het buitenland is onbekend. Er is na de tweede wereldoorlog nooit een onderzoek uitgevoerd naar de omvang van de voorraad goud in Fort Knox.
 
De Bank for International Settlements (B.I.S.) heeft zich na de tweede wereldoorlog ontwikkeld tot bank van de centrale banken.
In het bestuur van de B.I.S. hebben de presidenten van de grootste centrale banken van over de hele wereld zitting:
 
Jean-Pierre Roth, Zürich (Chairman of the Board of Directors)
Hans Tietmeyer, Frankfurt am Main (Vice-Chairman)
Nout H. E. M. Wellink, Amsterdam
Axel A. Weber, Frankfurt am Main
Mario Draghi, Rome
Fabrizio Saccomanni, Rome
Mark Carney, Ottawa
Toshihiko Fukui, Tokyo
Timothy F. Geithner, Federal Reserve Bank of New York
Ben Bernanke, Federal Reserve Chairman, Washington DC
Eddie George, London
Jean-Pierre Landau, Paris
Christian Noyer, Paris
Stefan Ingves, Stockholm
Mervyn King, London
Guy Quaden, Brussels
Alfons Vicomte Verplaetse, Brussels
Guillermo Ortiz Martínez, Mexico City
Zhou Xiaochuan, Beijing
Jean-Claude Trichet, Frankfurt am Main 
 
Op deze lijst komen behalve voor de hand liggende namen, ook een aantal opmerkelijke voor. Zoals Timothy F. Geithner, de toekomstige minister van financiën van de VS. Opmerkelijk omdat hij uit hoofde van zijn bestuursvoorzitterschap van de regionale Fed New York en niet de Fed (die wordt vertegenwoordigd door Bernanke), deelneemt aan dit gezelschap. Verder valt op, dat de president van de Chinese Centrale Bank zitting heeft in de board. In de financiële media wordt gespeculeerd dat de Chinese valuta de dollar zou kunnen gaan vervangen als standaard nadat de dollar als zodanig zou hebben afgedaan.

Verder staat Jean-Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank op de lijst. De ECB is de centrale bank van de landen in de eurozone, moet worden gecontroleerd door het Europese parlement en is verantwoordelijk voor het in omloop brengen van de euro. De Bank for International Settlements is actief op het gebied van het coördineren van de internationale monetaire politiek.

Zo heeft de B.I.S. de Basel I en Basel II akkoorden geproduceerd. Deze akkoorden dateren uit 2005 en zijn erop gericht om minimumeisen aan het garantiekapitaal van commerciële banken over de hele wereld te stellen. Voor een commerciële bank in de eurozone betekent dit dat er op iedere 92 euro die wordt uitgeleend minstens 8 euro garantiekapitaal moet zijn. De Basel akkoorden gaan echter verder. Zij geven ook richtlijnen aan banken hoe er met het risico moet worden omgegaan van het uitlenen van geld aan bedrijven. Elke zakelijke klant van willekeurig welke bank krijgt een risicoprofiel aangemeten. Dit risicoprofiel is bepalend of het bedrijf geld kan lenen bij de bank en zo ja op welke voorwaarden (zoals hoogte van de rente). De eisen zijn dusdanig geformuleerd, dat vooral kleine en middelgrote bedrijven (MKB) hieraan nauwelijks tot niet meer kunnen voldoen.

Op 1 januari 2007 is de nieuwe internationale richtlijn voor bankkredieten, in bankkringen ‘Basel II’, in werking getreden. Wie bij de bank leent, ziet vanaf nu het risicoprofiel van zijn bedrijf doortikken in de kosten van zijn banklening. De moeilijkere toegang tot krediet en de negatieve invloed op de prijs van krediet zijn het regelrechte gevolg van het Kapitaalakkoord van het Baselse Comité van Bancaire Toezichthouders, Kortweg Basel II. Hierin zijn de vernieuwde risicomanagementafspraken binnen de banken vastgelegd. Het akkoord stimuleert de banken om verfijndere methoden te hanteren om hun risico’s in kaart te brengen en te houden. Het directe gevolg is dat de bank een beter zicht moet krijgen op de individuele risico’s van zijn klanten, waaronder het bedrijfsleven. Waren dergelijke beoordelingen vroeger beperkt tot grote organisaties, in de toekomst zullen ook middelgrote en kleine bedrijven eraan worden onderworpen.

Recent onderzoek van MKB-Nederland en de Raad voor het Zelfstandig Ondernemerschap typeert de financieringsproblematiek binnen het mkb als volgt:
* mkb-bedrijven hebben een besloten structuur, wat leidt tot een minder optimale toegang tot vreemd vermogen en daardoor een hogere prijs;
* vermogenstitels van het mkb zijn gebrekkig verhandelbaar, waardoor financiers meer zekerheid en/of een hogere vergoeding verlangen;
* leverancierskrediet is een belangrijke vorm van vreemd vermogen, hoewel dit een dure en verre van ideale vorm van financiering is;
* de kosten voor vreemd vermogen zijn gemiddeld genomen (voor belasting) 13,2 procent hoger dan voor beursgenoteerde bedrijven.

Het MKB heeft als gevolg van Basel II dus nog moeilijker toegang tot krediet van banken. Bovendien is dit krediet duur. Het MKB speelt een sleutelrol in de economische bedrijvigheid. Dit is zeker ook in Nederland het geval. Vaak wordt het MKB de motor van de economie genoemd, in 2007 vonden hierin meer dan 4 miljoen mensen werkgelegenheid.
Uit het voorgaande blijkt, dat uitgerekend het MKB als gevolg van Basel II onder druk komt te staan. Ook de toegang tot leverancierskrediet is voor de meeste MKB bedrijven ernstig bemoeilijkt sinds november 2008, zoals blijkt uit een artikel in het Financiële Dagblad:
 
Kredietverzekeraar Atradius zet de komende tijd een groot aantal bedrijven op de zwarte lijst. Zakendoen met deze ondernemingen is volgens de grootste kredietverzekeraar van Nederland te riskant als gevolg van de kredietcrisis. Dit meldde donderdagavond RTL-Nieuws naar aanleiding van een brief die Atradius naar zijn klanten heeft gestuurd. Atradius noemt in zijn brief geen getallen, maar RTL-Nieuws spreekt van 20.000 bedrijven die op de lijst van niet langer kredietwaardige ondernemingen staan. Atradius verwacht dat deze bedrijven binnen afzienbare tijd in de problemen komen, omdat ze nu matige omzetcijfers boeken. De kredietverzekeraar raadt het af zaken te doen met deze firma's. Het risico dat andere bedrijven lopen door wel met deze ondernemingen in zee te gaan, wordt niet langer verzekerd.

Door de kapitaalgaranties die de grote banken recent van de verschillende nationale overheden in Europa met steun van de Europese centrale bank hebben gekregen, hebben zij hun eigen balans op orde kunnen brengen en voldoen zij nu aan de eisen volgens Basel II. De ‘prijs’die hiervoor door de banken moet worden betaald, is het strikt toepassen van de Basel II directieven op haar zakelijke klanten en op het geld dat de banken uitlenen. Het gevolg hiervan is dat de ‘motor van de economie’ gaat haperen en – niet onwaarschijnlijk - tot stilstand gaat komen. Recessie/depressie is hiervan automatisch het gevolg.
 
Met dit Nederlandse voorbeeld wordt de wereldwijde invloed van de B.I.S. in de rol van ‘bank van de centrale banken’ geïllustreerd.
 
De econoom Milton Friedman heeft uitgezocht, dat de economische depressies in de afgelopen 150 jaar steeds het directe gevolg waren van het drastisch inkrimpen van de hoeveelheid geld in omloop. Ook nu lijkt het weer in die richting te gaan. Als banken zeer terughoudend zijn in het uitlenen van geld en wel aflossing van de bestaande leningen vragen, dan is het gevolg hiervan automatisch vermindering van de geldhoeveelheid.
Als bedrijven dan bovendien geen leverancierskrediet meer aan elkaar kunnen verstrekken, dan heeft dit tot gevolg dat de omzet van de ondernemingen afneemt en hierdoor ook de geldhoeveelheid.

Als bedrijven te weinig omzet kunnen realiseren, dan moeten de kosten afnemen om geen verlies te lijden. Als gevolg hiervan moeten er mensen worden ontslagen, die daardoor weer hun inkomen kwijtraken. De bestedingen nemen af en de geldhoeveelheid in omloop krimpt nog verder. De geschetste ontwikkeling heeft niet alleen gevolgen voor het bedrijfsleven ( de private sector, maar treft ook de overheids- en semi-overheidsinstellingen. Immers als er minder belastingen uit looninkomsten, btw, winst uit onderneming etc. door de overheid worden ontvangen, dan is er ook minder te besteden. Tijdelijk kan dat worden opgevangen door een begrotingstekort (minder inkomsten dan uitgaven bij de overheid, maar dit kan niet voor langere tijd door gaan, want dan komen er problemen zoals dat nu in de Verenigde Staten het geval is.

Als gevolg van bezuinigingen bij de overheid, wordt er bezuinigd op bijvoorbeeld de zorgsector en het onderwijs. Wat weer de winstgevendheid van bedrijven die aan deze sector leveren vermindert en vanzelfsprekend ook de werkgelegenheid doet teruglopen.
Dit is een eenvoudige weergave van het domino effect, dat begint met het omvallen van de eerste steen, die van het (geforceerd) inkrimpen de geldhoeveelheid. En de aloude vraag komt weer op: ‘Wie werpt de eerste steen (om)?’
 
Wat zal de rol van de B.I.S. in de toekomst zijn? Uit de Basel I en II akkoorden blijkt, dat de B.I.S. directieven kan produceren, die een grote invloed uitoefenen op het gehele financiële wereldbestel. Hieruit blijkt dat in de huidige situatie al een leidinggevende rol aan de B.I.S. wordt toegekend. Deze leidinggevende rol zou heel nadrukkelijk kunnen worden als de dollar zou vallen. De B.I.S. zou dan de rol van wereld centrale bank kunnen gaan innemen. De B.I.S. werkt nu al met zijn eigen valuta, SDR’s geheten (Special Drawing Rights). De bank verstrekt leningen aan banken en overheden in vele landen in SDR’s. Op zijn minst kan dus worden gezegd dat de B.I.S. ervaring heeft opgedaan in het proces van geldschepping en kredietverstrekking.

Hoe komt de bank aan zijn reserves? Die bestaan uit zogeheten deposito’s die worden ingelegd door de diverse centrale banken. Er is geen sprake, althans niet blijkend uit de balans van een aantoonbare betrokkenheid van de genoemde geld dynastieën bij de B.I.S. Wat geen bewijs is van het ontbreken van een betrokkenheid, want die zou er nadrukkelijk op de achtergrond kunnen zijn.
 
Het zou kunnen, dat de B.I.S. een belangrijk instrument zal zijn in de handen van hen die de nieuwe wereldorde nastreven. In ieder geval kan worden vastgesteld, dat deze bank hiertoe wel over alle mogelijkheden beschikt.
 
Dit artikel laat zien, dat de Dagobert Duck als het archetype kan worden gezien van de mens, die gedreven door een niet te stillen honger naar bezit een gigantisch vermogen opbouwt. Deze mens heeft in het verleden duidelijk zichtbaar en in het heden gecamoufleerd gestalte gekregen in exorbitant vermogende (geld) dynastieën.
In het verleden hebben de telgen uit deze dynastieën bewezen, dat zij de macht, die ze aan hun bezit ontleenden zonder enige scrupule hebben gebruikt. De ‘handel en wandel’ van deze dynastieën is in de huidige tijd minder zichtbaar, maar desondanks wel aanwezig, als een spin die zich op de achtergrond houdt maar zijn web over de gehele wereld heeft geweven.
 
Kunnen wij ervoor zorgen, dat we niet in dit web worden gevangen? De grootste kans om dit te voorkomen ontstaat, wanneer alle mensen van goede wil zichzelf innerlijk los maken van hebzucht, machtsstreven, hang naar roem en egoïsme.
Er wordt momenteel enorm ingespeeld op angstgevoelens. Verlies van werk, verlies van inkomen, verlies van de woning etc. Wanneer we ons niet langer door angst laten leiden, maar door het vertrouwen, dat zij die ons in Liefde voor gaan ons niet aan ons lot overlaten, dan staan we met zijn allen sterk.
Als wij ons op deze basis met elkaar verenigen, dan zijn de ‘goden van de materie’ machteloos en zullen hun plannen met ons tot mislukken gedoemd zijn.
 

 

© ’t Schrijverscollectief, december 2008