Wees maar eens minister

De Amerikaanse auteur John Steinbeck schreef in 1957 het boek ‘Wees maar eens koning’-met de mooie cover op de Nederlandse versie, getekend door Opland-, waarin een onopvallende man tot koning van Frankrijk wordt benoemd en dan ondervindt hoe moeilijk het koningschap is. ‘Wees maar eens minister’ dacht ik, toen ik op 8 februari Henk Kamp bij ‘De Wereld Draait Door’ zag acteren.

Het aardgas dat de 7,5 miljoen Nederlandse huishoudens krijgen geleverd is van laag calorische waarde, weet minister Kamp. Alle gastoestellen zijn daarop afgesteld. Aardgas wordt in Nederland voor het grootste deel in Groningen uit de bodem gehaald. Daar wordt de bodem instabiel van. Volgens een onderzoeksrapport zouden de aardschokken die deze instabiliteit tot gevolg heeft wel eens hoger kunnen worden dan de tot dusver maximale sterkte van 3 op de schaal van Richter. Het gevolg van dergelijke aardschokken zou kunnen zijn dat er meer dan alleen materiële schade zal zijn. Er kunnen dan zelfs doden vallen. Nederland importeert ook aardgas. Dit gas is echter van hoger calorische waarde dan het gas uit Groningen en moet daarom worden bewerkt voordat het geschikt is voor de Nederlandse markt. Dit wordt gedaan in een fabriek in Ommen. Omdat deze fabriek een beperkte verwerkingscapaciteit heeft en de vraag bij kouder weer niet aankan, moet in dat geval de aardgasreserve onder Groningen worden aangesproken. Met alle risico’s van dien.

‘Good old’ Jan Mulder was bij DWDD in gesprek met Henk Kamp. Jan Mulder woont in Nieuwwolda in Groningen. Hij liet een foto zien van de scheur in de buitenmuur van zijn woning, die volgens de NAM taxateur veroorzaakt zou kunnen zijn door mollen. Groningse mollen zouden dan wel van een forser postuur moeten zijn dan bijvoorbeeld hun soortgenoten in de Randstad, maar je weet maar nooit… Jan stelde vragen aan Henk die door laatstgenoemde soeverein werden afgepoeierd. "Want als het advies uit het onderzoekrapport zou worden opgevolgd en de Groninger gaskraan zou worden dichtgedraaid, wat dan?” betoogde minister Kamp. De Nederlandse huishoudens, winkels, openbare gebouwen en bedrijven zouden verstoken zijn van aardgas èn de overheid zou 11 miljard euro aan inkomsten gaan missen. Dit gat in de inkomsten van de overheid zou moeten worden opgevuld met hogere belastingen en nog meer bezuinigingen en dat willen we toch niet? Daar staat het risico van grotere aardschokken tegenover. Nee, een minister van economische zaken heeft het niet gemakkelijk. Niet dat minister Kamp klaagt, want daar zit hij voor, ook voor het nemen van de verantwoordelijkheid van een eventuele ramp in Groningen. Wees maar eens minister…

Ik miste bij dit gesprek een specialist op het gebied van energievoorziening. Iemand, die minister Kamp echt inhoudelijke en kritische vragen had kunnen stellen. Bijvoorbeeld over de vraag waarom Nederland zo achter loopt ten opzichte van bijvoorbeeld Duitsland bij de ontwikkeling van andere energiebronnen, zoals zonne-, aarde-, waterstofgas- of nulpuntenergie. Dat deze specialist niet aan het woord kwam heeft ongetwijfeld te maken met de elf miljard euro aardgasbaten van de overheid. Een duidelijker voorbeeld van hoe dominant geld is bij het nemen van economische en maatschappelijke besluiten kan haast niet worden gegeven, ook als er eventueel levens mee zijn gemoeid. De overheid lijkt gevangen in de wurggreep van de geldeconomie en is daardoor althans zo lijkt het, niet in staat om buiten het kader hiervan te kunnen kijken.

Nog niet zo lang geleden was Nederland een onderneming rijk die zich toelegde op nieuwe energievormen. Deze onderneming was Econcern, dat met kapitaal van banken en private investeerders snel tot ontwikkeling kwam en dat door ministers ten tijde van de kabinetten Balkenende aan buitenlandse bezoekers als een ‘modelboerderij’ van nieuwe energie ontwikkeling werd getoond. Begin 2008 werd de bestuursvoorzitter van Econcern nog uitgeroepen tot ‘topman van het jaar’. Minder dan een jaar later constateerde een commissaris die als puinruimer was aangesteld dat: ‘Econcern een chaotische constellatie was van zo’n tweehonderd bedrijfjes, deelnemingen, projecten en plannen.’ De banken en investeerders, bang voor verlies, trokken hun investeringen terug en daardoor viel al snel het doek voor Econcern. De toenmalige minister van economische zaken, mevrouw van der Hoeven, stak geen vinger uit om het concern van de ondergang te redden, want het begrip ‘systeembedrijf’ was toen niet en is tot de dag van vandaag onbekend…

Het is onbegrijpelijk dat een onderneming, die het veiligstellen van de energievoorziening in de toekomst als kerndoelstelling heeft, niet beter werd bestuurd en begeleid. Als het de bedoeling is om een robuust bedrijf tot ontwikkeling te brengen, dan wordt er toch op toegezien dat het wordt geleid door competente bestuurders en door dito competente commissarissen. Kennelijk waren daarvoor de geschikte mensen niet aanwezig of misschien ontbrak de wil om dergelijke mensen daar neer te zetten? In dezelfde periode dat Econcern zijn korte levenscyclus doormaakte, ging Shell door het land met TINA en TANIA. (lees hierover in 'Een Menselijke Economie') Nee, dit waren niet twee aantrekkelijke dames maar afkortingen van ‘There is no alternative’ en ‘There are no ideal answers’. Geen alternatief voor de fossiele brandstoffen en geen ideaal antwoord op de vraag of andere energievormen de fossiele brandstoffen zouden kunnen gaan vervangen. Shell is na Exxon de grootste fossiele brandstoffenreus op de wereld en als die TINA en TANIA gaan roepen, dan heeft dat vanzelfsprekend effect. Tot de dag van vandaag worden nieuwe energievormen nog in de hoek van commercieel niet haalbaar, te kleinschalig en technisch onuitvoerbaar geschoven. De technici die allerlei vormen van nieuwe energie hebben ontwikkeld weten wel beter en dat het commercieel niet haalbaar zou zijn en te kleinschalig heeft alles te maken met de manier waarop er met vernieuwing wordt omgegaan in dit land.

© Ad Broere
www.adbroere.nl