IJsland laat zien dat het anders kan 


Het riskante spel dat door de spelers op de financiële markten (grootbanken, investeerders, verzekeringsmaatschappijen, hedgefunds) in de jaren voorafgaand aan de financiële crisis werd gespeeld leverde enorme winsten op, die zoals we weten, in de zakken van de beleggers verdween. De verliezen kwamen aan het licht toen de crisis uitbrak en deze werden gesocialiseerd. Anders gezegd, de verliezen kwamen voor rekening van de belastingbetalers overal in de wereld. Een uitzondering hierop vormde IJsland, dat de economie in een snel tempo ten onder zag gaan toen de IJslandse banken in moeilijkheden kwamen. De financiële sector was voor de crisis oppermachtig in IJsland en de financiële strop was daardoor niet te dragen door de 328.000 IJslanders. IJsland weigerde de verliezen van de banken, die aan het grote casino hadden meegedaan te compenseren met belastinggeld. Het gevolg hiervan was dat de financiële markten de handen van IJsland af haalden. Dit blijkt achteraf een weldaad te zijn geweest voor het land.

Hieronder volgt een interview met Sigfusson, IJslands minister van economische zaken.

Vier jaar nadat de banken in IJSLAND instortten, is het gelukt om de financiële crisis te boven te komen. Hoe hebben jullie dat gedaan?

Sigfusson: We hebben het einddoel nog niet bereikt, maar zitten wel op het juiste spoor. Er is weer sprake van groei: in 2012 2,7% en minimaal 3% in 2013. De werkloosheid neemt af en heel spectaculair: het begrotingstekort is van een spookachtige 14% in 2008 teruggebracht tot 1,5% in 2012. Voor het komende jaar verwachten wij een begrotingstekort van slechts 0,3% en in 2014 zelfs een klein overschot.

Wat kunnen de Europese crisismanagers van IJsland leren?

Sigfusson: We gaan niet prediken dat we het ultieme geneesmiddel hebben gevonden. Het was echter erg belangrijk dat we niet hebben afgewacht, maar onmiddellijk hebben gereageerd op de eerste crisisverschijnselen. Om het tekort terug te brengen was een verhoging van de belastingen onvermijdelijk en ook bezuinigingen waren noodzakelijk. We hadden beide maatregelen nodig om onze welvaart veilig te stellen.

Wat zou u landen zoals Griekenland aanbevelen?

Sigfusson: Zorg er allereerst voor dat de cohesie in de samenleving wordt veiliggesteld. Vervolgens moeten de lagere en midden inkomensklassen beschermd worden tegen de effecten van bezuinigingen. Hun koopkracht moet gehandhaafd blijven, waardoor de consumptie op peil blijft en bijdraagt aan de revitalisering van de economie. Dit aspect wordt vaak over het hoofd gezien.

Op het hoogtepunt van de crisis wilde u IJsland zo snel mogelijk in de EU en de Eurozone brengen. Hoe denkt u daar nu over?

Sigfusson: In 2008 was de bereidheid om tot de EU en Eurozone toe te treden hoog, zelfs onder de eurosceptici. Nu is de angst voor Europa sterker, in het bijzonder met betrekking tot onze visserij rechten.

    

Wat wordt er over IJsland gezegd?

Nobelprijswinnaar Joe Stiglitz:

"Wat IJsland deed was juist. Het zou verkeerd zijn geweest om de toekomstige generaties op te zadelen met de misstappen van de spelers in het financiële stelsel."

Nobelprijs winnaar Paul Krugman schrijft:

"Wat IJslands herstel aantoont is… de juistheid dat losgeslagen private banken de prijs moeten betalen voor de verliezen."

En verder:

"IJsland maakte van de nood een deugd door zich te ontworstelen aan de regels en daardoor het land vrij te maken. Alle andere landen hebben de bankers een bailout gegeven en daardoor de verliezen gesocialiseerd, IJsland liet de banken gewoon failliet gaan. Alle andere landen waren gefixeerd op het kalmeren van de financiële markten; IJsland legde tijdelijk restricties op aan de kapitaalstromen en gaf zichzelf daarmee manoeuvreerruimte."

Bloomberg schrijft:

"IJslands commitment aan het besluit om de verliezen op de bankcrediteuren te verhalen en niet op de belastingbetalers gekoppeld aan de samenleving beschermende maatregelen naar de lagere en middenklasse hielp het land op weg naar herstel."

De strafrechtelijke vervolging die IJsland heeft ingezet tegen de witteboordencriminaliteit speelde een belangrijke rol bij het herstel. IJsland heeft frauderende bank CEO’s voor de rechter gesleept, evenals hun eigen voormalige eerste minister. Als gevolg hiervan is het vertrouwen van de IJslanders in hun nationale financiële stelsel hersteld . Dit was een krachtige stimulans voor de IJslandse economie.

IJsland heeft hiermee het voorbeeld gegeven aan andere landen hoe de crisis echt kan worden opgelost. Voorwaarde voor de omkering was dat er vanuit de IJslandse burgers zelf een beweging op gang kwam die een stille revolutie kan worden genoemd. In een referendum op 25 oktober 2012 stemde een grote meerderheid voor het herschrijven van de grondwet. De nieuwe grondwet moet een betere bescherming bieden tegen misbruik van macht door politici en een hernieuwde buitenlandse invloed op de IJslandse financiële instituten. Verder wil IJsland haar natuurlijke rijkdom en de visindustrie veilig stellen. Het concept voor de grondwet dat vooraf ging aan het referendum, is via een open democratisch proces tot stand gekomen. Hoewel de ervaringen met dit proces niet onverdeeld gunstig waren, is het toch een duidelijke stap in de goede richting. IJsland heeft in elk geval aangetoond dat als de burgers van het land echt een koerswijziging willen, dit ook daadwerkelijk gebeurt.

© Ad Broere, 23 december 2012


8 januari 2013
De tweede druk van Geld komt uit het niets komt eraan! Ten opzichte van de eerste druk is de tekst geactualiseerd, onder meer met ‘de stille revolutie’ van IJsland. 
De reacties van lezers bevestigen dat zowel de intentie van waaruit ik het boek heb geschreven als de inhoud van het boek zeer goed zijn ontvangen. Hieronder volgt het titelverhaal uit de 2e druk.

De centrale bank van een land of van een groep landen zoals de eurozone, heeft diverse verantwoordelijkheden. Het drukken en in omloop brengen van bankbiljetten is daar een van, maar ook het verlenen van kredieten aan commerciële banken is een belangrijke functie. Centrale banken scheppen geld op basis van fiat, wat betekent dat nieuw geld het gevolg is van een besluit van de autoriteit die hierover gaat. In de eurozone is dit een taak van het bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB), die besluiten neemt in overleg met de bestuurders van de zeventien nationale centrale banken van de eurolanden. Fiatgeld scheppen is geld uit het niets creëren, want het is niet gedekt door een fysieke waarde zoals goud of zilver.

Commerciële banken regelen het betalingsverkeer van hun klanten, nemen geld in bewaring en verstrekken leningen en kredieten. Commerciële banken zijn de geldscheppers bij uitstek, want zij scheppen geld door schuld. Als u een huis koopt en u slaagt erin een hypothecaire lening bij de bank rond te krijgen, dan tekent u een leningcontract. De bank voert de gegevens in de computer in en op dat moment is er digitaal geld uit het niets gecreëerd. Kunnen commerciële banken dit onbeperkt doen? Nee, want voor elk bedrag dat op de geschetste manier wordt gecreëerd moet er een reserve in ‘de digitale kas’ aanwezig zijn. Als deze liquiditeitsreserve er niet is, dan kan de bank ook niet uitlenen. Omdat de financiële autoriteiten in het nabije verleden een reserve van veel minder dan 10% wel voldoende vonden, is het geld-door-schuld scheppingsproces enorm doorgeschoten en is er daardoor een enorme schuldenberg ontstaan. Nadat de financiële crisis uitbrak zijn de regels verscherpt om deze schuldenberg niet verder te laten groeien. Niet alleen de verplichte liquiditeitsreserve werd opgetrokken, maar er zijn ook andere beperkende voorwaarden gesteld, waardoor de kredietverlening door banken aanzienlijk is ingeperkt. Daardoor ondervinden vooral kleinere bedrijven en particulieren momenteel grote moeilijkheden bij het aanvragen van een lening bij de bank.

Het hierna volgende voorbeeld is een illustratie van hoe het geldscheppingsproces werkt. De commerciële banken zijn in dit voorbeeld verplicht om een liquiditeitsreserve aan te houden van 10% van elk bedrag dat de banken uitlenen.

Commerciële bank A leent een bedrag van 1 miljoen euro van de centrale bank. Op basis van deze lening leent bank A 900.000 euro uit aan ondernemer M., die hiermee de bouw van zijn nieuwe bedrijfspand financiert. Tegelijkertijd wordt er 100.000 euro – de verplichte 10%- in reserve gehouden door bank A. Aannemersbedrijf N. ontvangt de 900.000 euro van M. op de rekening die het aannemersbedrijf aanhoudt bij bank B. Op basis van deze 900.000 euro leent bank B een bedrag van 810.000 uit. Een bedrag van 90.000 euro wordt in reserve gehouden door bank B. De lening van 810.000 euro wordt opgenomen door de heer en mevrouw P. die met dit geld een woning kopen. De verkopers van de woning, de heer en mevrouw O. zetten het geld op een spaarrekening bij bank C. Deze bank leent op basis hiervan 729.000 euro uit en houdt 81.000 euro in reserve.

Het proces van digitale geldschepping gaat door totdat op basis van de 1 miljoen euro lening van de centrale bank een bedrag van 9 miljoen euro door de commerciële banken is gecreëerd. Zowel de 1 miljoen euro lening van de centrale bank als de 9 miljoen door commerciële banken zijn uit het niets gecreëerd.

Banken zijn als gevolg van het geld-door-schuld scheppingsproces aan elkaar verknoopt. Het is te vergelijken met een carrousel. Als de heer en mevrouw O. bijvoorbeeld hun spaarrekening bij bank C zouden opzeggen en het geld bij bank D op een spaarrekening zetten, dan heeft bank C daardoor een liquiditeitstekort van 81.000 euro, plus de middelen die bank C tot zijn beschikking moet hebben om het spaartegoed van de heer en mevrouw O. uit te kunnen betalen. Om dit tekort aan te zuiveren leent bank C van bank D de ontbrekende 81.000 euro. Deze bankencarrousel draait op basis van onderling vertrouwen en het ging goed totdat de financiële crisis uitbrak. Doordat het vertrouwen weg was en de liquide banken hun niet liquide collega’s niet langer uit de brand wilden helpen, nam het tempo waarin er banken in de problemen kwamen snel toe. Vijf jaar na het uitbreken van de crisis is de lucht nog steeds niet opgeklaard, want de liquide banken houden het geld vast om een zo groot mogelijke buffer te hebben als de ‘pleuris uitbreekt’ en de niet liquide banken moeten met noodingrepen overeind worden gehouden.

Uit het bovenstaande wordt ook duidelijk, dat als aan commerciële banken een eis zou worden gesteld van 100% liquiditeitsdekking, zij hun deuren zouden kunnen sluiten voor wat betreft het verstrekken van leningen. De ruimte die aan de banken werd gegeven om vrijwel onbeperkt krediet te verlenen voordat de crisis uitbrak, heeft geleid tot een hoge schuldenberg van bedrijven, particulieren èn van de overheid. Ook overheden zijn diep in de schulden geraakt bij banken omdat zij niet zelf geld scheppen, maar het moeten lenen op de financiële markten, waarvan banken onderdeel uitmaken.

De enige manier waarop binnen het huidige systeem de geldhoeveelheid en daardoor de enorme schuldenberg kan worden verminderd is, als banken aflossing van het aan hun klanten uitgeleende geld zouden opeisen en geen nieuwe leningen verstrekken. En dat is slecht nieuws voor bijvoorbeeld de vele Nederlanders met een aflossingsvrije hypotheek.

In de Volkskrant van 8 januari 2013 werd de BIS Bank in de schijnwerper gezet. Een artikel over het versoepelen van de buffernorm voor banken, begeleid door een grote foto van de BIS Bank in Bazel. Uit het artikel wordt misschien wel voor het eerst in de Nederlandse pers duidelijk hoeveel macht de BIS Bank heeft, want het Basel Comité wordt gekoppeld aan deze bank van de bankiers, wat een feitelijk juiste constatering is. En de regelgeving van het Basel Comité is bepalend voor het beleid van de banken. In Geld komt uit het Niets schrijf ik uitgebreid over de BIS Bank en over de enorme invloed die dit instituut van achter de schermen uitoefent.

Het artikel ‘Buffernorm voor banken versoepeld’ sluit geheel aan op mijn uiteenzetting over het geldscheppingsproces. Ik schreef, dat de strenge regels in Basel III de kredietverlening aan banden heeft gelegd, waardoor het voor particulieren en kleinere bedrijven erg moeilijk is om geld te lenen. De regelgeving vanuit Bazel was erop gericht, dat de financiële positie van banken sterker gaat worden. Kennelijk is men erachter gekomen dat het paard achter de wagen is gebonden, want de Basel III regelgeving heeft veel bijgedragen aan de huidige economische crisis. Het gevaar, dat spaartegoeden massaal worden opgevraagd als gevolg van de crisissituatie (bankrun) wordt nu onderkend. Het Basel Comité heeft de liquiditeitsnorm, dus de verplichte ‘digitale kasreserve’ versoepeld. Vanaf nu mogen bij deze liquiditeit ook verpakte hypotheken, bedrijfskredieten en aandelen worden geteld. Tot dusver was het beperkt tot staatsobligaties, kasgeld en vorderingen op de centrale bank. Dit is een wel heel opmerkelijke move, want nu is plotseling de basis waarop banken krediet kunnen verlenen enorm vergroot. Tegelijkertijd neemt het risico ook sterk toe, want wat moet de bank met die verpakte hypotheken en bedrijfskredieten doen als er een massale opvraging zou zijn van tegoeden bij de bank? Nood breekt wet en de situatie moet wel erg nijpend zijn dat men zo’n verstrekkende maatregel neemt. Of het zal helpen en de kredietverlening aan particulieren (hypotheken) en de kleinere bedrijven weer op gang komt? De tijd zal het leren, want de banken zitten vast aan hun computerbeslissingsmodellen, die het sein op rood zetten zodra er teveel risico is verbonden aan de lening. En dat is al snel het geval bij particulieren en kleinere bedrijven.

© Ad Broere