Vanwaar die hoge olieprijs?

Maart 2012, Global Research
De prijs van een vat ruwe olie is sinds oktober 2011 enorm gestegen. Verschillende mensen hebben daar verschillende verklaringen voor. De meest gehoorde is de dreigende oorlog tussen de VS & Israel tegen Iran.  Een andere verklaring is ‘peak oil’, ook wel de hubbertpiek genoemd.
 
 Hubbertpeak

Het mathematische model werd in 1956 ontwikkeld door Hubbert, een Amerikaanse geofysicus uit Texas die in dienst was van Shell. Uit de grafiek blijkt dat wanneer de helft van de mondiale oliereserve is opgebruikt, de prijs volgens Hubbert steeds sneller zal stijgen.  

Beide verklaringen zijn mijns inziens onjuist. De olieprijs is gestegen door speculatie van hedgefondsen en banken als Citigroup, JP Morgan Chase en Goldman Sachs. Ze worden geassisteerd door de Commodity Futures Trading Corporation (CFTC). 



Source: oilnergy.com

Sinds het begin van oktober 2011 steeg de prijs van Brent Crude Oil Futures op de ICE Futures markt van onder $100 per vat naar  $126, een stijging van meer dan 25% (in 2009 kostte een vat nog maar $30). Dat terwijl in diezelfde periode de vraag naar ruwe olie dalende was, niet stijgende! 

De International Energy Agency (IEA) liet weten dat de olievoorraad in de laatste drie maanden van 2011 steeg met 1.3 miljoen vaten per dag. De vraag daalde met de helft daarvan. Het benzinegebruik in de VS is gedaald met 8%, in Europa met 22%, zelfs in China wordt minder olie gebruikt. De recessie in de EU, de VS en Japan zijn daar debet aan. Bovendien worden er steeds nieuwe uitvindingen gedaan op het gebied van alternatieve grondstoffen en technieken. 

Waarom dan deze hoge piek in de olieprijs?

Handelen in ‘papieren’ olie

Laten we eens kijken naar de rol van de speculanten in de handel in ‘papieren’ olieproducten, het beleggen in futures en termijncontracten. 

Nadat Goldman Sachs grondstoffenmakelaar J. Aron & Co had opgekocht veranderde de oliehandel in een ongereguleerde markt met diverse papieren beleggingsproducten.

Goldman Sachs is tegelijkertijd handelaar, raadgever en tussenpersoon geworden. In de laatste twee rollen adviseert de bank cliënten om geld zo voordelig mogelijk weg te zetten. Zelf speelt de bank ook met fondsen op de potentieel zeer winstgevende markt. Goldman Sachs verdient dus als raadgever en makelaar (commissies) en een tweede keer als operator (winst uit eigen speculatie).

Bij futures en termijncontracten nemen beleggers de gok dat de olieprijs over 30,60 of 90 dagen zal dalen of stijgen. De klassieke marktwerking waar een hoge prijs de schaarste reflecteert  gaat dus niet langer op. 

Naast de futures op de CME (Chicago Mercantile Exchange), kan men tegenwoordig ook op Euronext beleggen in diverse afgeleide producten. Bijvoorbeeld de 'Turbo's' van ABN Amro en de RBS, 'Speeders' van Citibank en de Commerzbank of de 'Sprinters' van de ING bank.

In de afgelopen jaren hebben Wall Street banken het Congres overgehaald (de juiste mensen benaderd en gefinancierd) om wetten aan te nemen die banken die wilden handelen in dit soort producten vriendelijk gezind waren. 

De ‘Commodity Futures Modernization Act’ (CFMA) werd in 2000 opgesteld door de man die nu minister van Financiën is in het kabinet van Obama, Tim Geithner. Door de CFMA kregen financiële instituten de vrije hand derivaten te verhandelen, zonder dat al te veel toezichthouders op hun vingers keken.

In 2008 werd duidelijk dat in de VS een aantal loopholes (mazen in de wet) mogelijk waren, waardoor grote investeerders zich in het geheel konden onttrekken aan toezichthouders. Een ervan is de Enron-loophole. De Enron-loophole zondert handelaren in ‘over-the-counter markten’, markten waar de handel plaatsvindt met elektronische platforms, grotendeels uit van boekhoudkundige verplichtingen. Na uitbundig protest werd de maas in de wet uiteindelijk toch gedicht. 

In januari 2011 wordt de ‘Dodd-Frank Wall Street Reform act’ door Obama ondertekend. De wet transformeert toezichthouders tot ware regelfabrieken: honderden nieuwe voorschriften, normen, procedures en protocollen moeten worden nageleefd. Politiek is er veel onenigheid over. Ze openbaart zich al in het implementatieproces van de Dodd-Frank Act dat meteen na de ondertekening van start is gegaan. Banken, hedgefondsen, derivatenhandelaren en creditcardmaatschappijen protesteren, zeggen toezichthouders en Democratische politici.

Via de CFTC moet er controle gaan plaatsvinden. Vreemd  genoeg heeft CFTC nog geen limieten in de handel in futures geïmplementeerd. Pas geleden nog zei senator Bernie Sanders van Vermont dat CFTC “niet de wil heeft grenzen te stellen”. Hij voegt toe, "Wat we moeten begrenzen is de hoeveelheid olie welke een bedrijf kan verhandelen op de futuresmarkt. Deze speculanten gebruiken de olie niet, zij willen alleen winst maken door speculatie, de prijs van olie opdrijven en verkopen.”

De daden van voorzitter van CFTC, Gary Gensler, zijn tot op heden non-existent. Is het toeval dat Gensler een oude CEO van, raad eens…, Goldman Sachs is? Gary Gensler was in totaal 18 jaar werkzaam voor Goldman Sachs.

Een gokpaleis

Men schat dat tegenwoordig 80% van de oliehandel in futures is, tegen 30% tien jaar geleden.  

In maart 2012 verkondigde Hani Hussein, Minister van Olie uit Koeweit, nog dat de huidige olieprijs niet valt te verklaren uit oogpunt van vraag en aanbod.

Michael Greenberger, professor van de Universiteit van Maryland (Rechten) en oud werknemer van CFTC heeft geprobeerd de aandacht van het volk te trekken. Wat het effect is van ongebreidelde speculatie en manipulatie van de olieprijzen door grote  banken is inmiddels door 50 rapporten beschreven. "Wanneer de markt wordt gedomineerd door speculanten heb je te maken met een casino”.

De regering heeft de ideale condities gecreëerd. Een handvol banken en financiële instituten zijn tevens de aandeelhouders van de Oliehandel in Londen, en zij kunnen op korte termijn grote pieken en grote dalen veroorzaken in de prijs van talloze olieproducten.  

En wij zitten er middenin. De oorlogsretoriek tegen Iran veroorzaakt genoeg opschudding om de prijs van olie weer te doen stijgen. Sommige analisten denken dat de olieprijs deze zomer zal stijgen tot $150. 

Hillary Clinton heeft ervoor gezorgd dat de prijs zal blijven stijgen tot het einde van het jaar met de woorden: ik eis een ultimatum wat betreft de nucleaire zaak in Iran, het einde van het jaar, anders….”. 

Obama heeft met de ingestelde economische sancties tegen Iran gezorgd dat Europa, Japan en Zuid Korea geen olie mogen afnemen van Iran. Dat was koren op de molen voor de futuresmarkt. De Wall Street derivatenhandel kreeg een boost. In de London Financial Times schreven redacteur Ian Bremmer en David Gordon van de Eurasia Group, “… zoveel olie van de wereldhandel weghalen zal zorgen voor een piekende olieprijs. Voor het eerst in de geschiedenis zal een sanctie té succesvol kunnen zijn. Het zal een negatief effect op Iran hebben, maar ook wij zullen hiervan jaren last kunnen hebben.” 

Iran verscheept dagelijks 300.000 tot 400.000 vaten minder dan de gebruikelijke 2.5 miljoen volgens Bloomberg. Vorige week wist de Energy Information Administration te melden dat Iran veel van haar olie niet kan exporteren omdat verzekeraars de handel niet durven te verzekeren. 

De kwestie van ongebreidelde en niet geregulariseerde speculatie door een handvol grote banken is niet nieuw. In een bericht van juni 2006 aan de Permanent Subcommittee on Investigations over “The Role of Market Speculation in rising oil and gas prices,” werd opgemerkt “er is wezenlijk bewezen dat speculatie in de huidige grondstoffenmarkt de oorzaak is van toegenomen prijzen". 

Het rapport wijst erop dat het mandaat van het Congres voor de Commodity Futures Trading Trading Commission was om te verzekeren dat de hoogtes van futures en termijncontrcaten de prijzen van vraag en aanbod zouden weerspiegelen in plaats van manipulatief gebruikt te worden door buitensporige speculatie. 

De Commodity Exchange Act (CEA) noteert: "Buitensporige speculatie met termijncontracten die plotselinge of onredelijke schommelingen of ongerechtvaardigde veranderingen in de prijs veroorzaken een onnodige last.” De CEA stuurt de CFTC aan om handelslimieten in te stellen "die de Commission noodzakelijk acht om zulke last te verminderen, te elimineren of te voorkomen.” 

Waar is de CFTC nu we zulke limieten nodig hebben? 

Op het moment dat het helder wordt, dat het kabinet van Obama op diplomatieke manier heeft gehandeld om de oorlog met Iran te voorkomen, zal de olieprijs binnen dagen dalen als een baksteen. Tot dan lachen de insiders in hun vuistje op weg naar de bank. Het gevolg van de stijgende olieprijzen op de broze wereldeconomie zal ondertussen schrijnend zijn.



Door F. William Engdahl
Bron: http://www.globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=29803