Een geneesmiddel voor de rijken

 

Wat hebben de families Brenninkmeijer, van der Vorm, Zeeman, Fentener van Vlissingen, Wessels, de Rijcke, De Pont, Driessen, Blokker en Mulder gemeen? Zij beschikken over een groot vermogen.  Marten Toonder schrijft in De Bovenbazen over deze mensen het volgende:

‘Het is in de wereld ongelijk verdeeld; sommige lieden hebben niets en andere hebben alles. Wanneer men niets heeft, is het mogelijk om meer te krijgen- voor dat soort is het leven eigenlijk een pretje. Maar iemand die alles heeft, is nooit meer blij wanneer hij wat ontvangt. Inplaats daarvan moet hij altijd bang zijn dat hij iets verliest, want dat is de enige mogelijkheid die voor hem overblijft.’

Deze moeilijke tijd gaat ook niet aan de meest vermogende families van ons landje voorbij. In het Financieele Dagblad  van 26 november 2011 wordt aandacht besteed aan hun gevecht tegen het verval. Uit het artikel blijkt, dat men geen vertrouwen meer stelt in banken. Enkele van deze families zijn een eigen bank begonnen en de meeste hebben hun eigen vermogensbeheerders, die in een family office hun belangen behartigen.  Men informeert elkaar op basis hiervan over ‘clubdeals’, dat zijn leningen voor kleine en middelgrote bedrijven. Uit het oogpunt van risicospreiding dragen de families elk bijvoorbeeld een ton bij aan de financiering.  De clubdeals komen niet voort uit de gedachte, dat het midden en kleinbedrijf als motor van de economie een nieuwe kans moet krijgen.  Het motief is rendement. ‘ De private kapitaalverschaffer wil 20-25% rendement maken op de investering. Dat gaat in dit tijdsgewricht en met de huidige kapitaalschaarste uitsluitend met investeringen in private equity’, zegt Marc Pieters, directeur van Deloitte dat een eigen family office beheert. 

Met een rendementseis van 20-25% voor investeringen in kleine en middelgrote ondernemingen worden veel beginnende midden en kleinbedrijven al bij voorbaat buitenspel gezet.

In Is dit onze toekomst? , zegt hoogleraar Ewald Engelen in de Volkskrant van 26 november 2011: ‘de financiële sector zou zijn oorspronkelijke functie moeten terugkrijgen: investeren in de reële economie in plaats van de onderlinge handel in financiële producten die op lucht gebaseerd zijn. Er zijn allerlei nuttige projecten waarvoor geld nodig is, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur en alternatieve energiebronnen.’  Deze projecten komen alleen van de grond als ze op een andere manier worden gefinancierd dan op basis van een rendementseis van 25% of een torenhoge rente. 

Om ondernemers een kans te geven die de projecten aanpakken waar Engelen het over heeft is nodig dat het begrip social return on investment gaat leven bij mensen die geld beschikbaar hebben. De voldoening die het geeft om mee te werken aan het herstel van de economische structuur is minstens zo groot, zo niet groter dan geld te verdienen aan geld.  Het werkt genezend, want geven gaat de angst om te verliezen tegen. 

Daarom, als het economisch herstelfonds  binnen afzienbare tijd gerealiseerd gaat worden, dan hoop ik dat iedereen daarin naar vermogen gaat doneren. Om er met elkaar voor te zorgen dat de reële economie niet inzakt als het geldsysteem het laat afweten. Uiteindelijk zal het voorzien in dit gedeelde belang in ieders eigen voordeel zijn.

Het artikel Is dit onze toekomst in de Volkskrant besluit met: 
‘Gedurfde ideeën zijn nodig. We kunnen ons de luxe om niet utopisch te denken niet meer permitteren.’ En zo is het.


© Ad Broere, econoom
www.adbroere.nl