De dekkingsgraad van onze toekomst



Momenteel wordt met betrekking tot pensioenfondsen vaak gesproken over de dekkingsgraad. Wat is dekkingsgraad? Het is de huidige waarde van alle beleggingen van een pensioenfonds gedeeld door de huidige waarde van alle toekomstige pensioenverplichtingen van hetzelfde  pensioenfonds. De dekkingsgraad moet minimaal gelijk zijn aan 100%. Meer dan 100% dekkingsgraad betekent dat er een buffer is, minder dan 100% een onderdekking.  ' Slecht bij kas zitten' , zoals de Volkskrant recent in een artikel over de pensioenfondsen schreef, is niet hetzelfde als een slechte dekkingsgraad hebben. De Nederlandse pensioenfondsen zitten niet slecht bij kas. Ze behoren tot de rijkste fondsen van de wereld.  De onrust die is ontstaan, gaat erover dat de pensioenfondsen niet aan de toekomstige verplichtingen zouden kunnen voldoen. In welke mate niet en vanaf wanneer niet is onduidelijk.

Om aan die toekomstige verplichtingen te kunnen blijven voldoen hebben pensioenfondsen in de afgelopen decennia meer risico’s genomen, door meer te gaan beleggen in aandelen, tot soms meer dan 50% van de portefeuille. In deze trend is recent verandering gekomen. De pensioenfondsen zijn voorzichtiger geworden. Er wordt meer belegd in ‘risicoarme’ investeringen zoals staatsleningen. Daardoor is er theoretisch minder kans op verlies, maar ook sprake van een lager rendement. Want bij beleggen geldt hoe meer risico, hoe hoger het rendement en tegelijkertijd, hoe hoger de kans op verlies, waardoor het behaalde rendement weer verloren gaat.  Minder rendement betekent, minder geld om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Een ding is zeker. Het lot van de pensioenfondsen is verbonden met het lot van het huidige monetaire systeem. Als dat zou instorten, dan houdt alles op. Ook de pensioenbetalingen.  

De mate waarin een pensioenfonds aan zijn toekomstige verplichtingen kan voldoen, wordt gemeten naar de waarde van de beleggingen van nu. In de huidige situatie is er sprake van een lage rente op leningen en spaartegoeden. Aandelen zijn risicovol en de koersen ontwikkelen zich niet  gunstig. Hierdoor ontstaat een scheef beeld. De 'zekerheid'  van de toekomstige verplichtingen wordt afgezet tegen de onzekere en wankele financiële markt omstandigheden van dit moment. Daardoor is de dekkingsgraad "kwetsbaar".  Een comfortabel ogende dekkingsgraad kan door een paar slechte dagen op de aandelenbeurs, of door een daling van de kapitaalmarktrente, sterk dalen. Daarom is het werken met ‘dekkingsgraad’ een globale en discutabele graadmeter voor de werkelijke kracht van een pensioenfonds. 

We leven echter in een land van boekhouders, die wel de toekomstige (hoge) lasten als vaststaand gegeven aannemen en de toekomstige inkomsten slechts baseren op dat wat op dit moment ‘vast’ staat. Niets staat vast. In 2007 hadden de gezamenlijke pensioenfondsen nog een dekkingsgraad van 144%, wat toen als zeer comfortabel werd gezien. Een jaar later sloeg de crisis toe. Nu zijn er veel pensioenfondsen met een dekkingsgraad beneden 100%, dus met een onderdekking. Wie kan met zekerheid zeggen hoe de wereld er over 5 laat staan 10 of 20 jaar uitziet? 

HET IS UW PENSIOENGELD! Denkt u daar eens over na. U kunt druk op de politici uitoefenen, dat de beschikbare middelen niet langer in het grote casino worden belegd, maar in projecten die gericht zijn op het welzijn van planeet, mens, plant en dier. En in mensen en (midden en klein) bedrijven die zich daarvoor willen inzetten. Dan komt het helemaal goed met het rendement op de lange termijn. Dat wordt namelijk uitbetaald in veel meer dan alleen in geld!

© Ad Broere
www.adbroere.nl