De goede mensen en de honden van God
Over de katharen, de inquisitie en deze tijd.



Wie deze wereld heeft leren zien als een schaduw van de geestelijke wereld
kan zijn bewustzijn niet meer tot het schaduwrijk beperken.
De Goede Mensen en de honden van God. Pag 111

Veel mensen hebben in deze tijd belangstelling voor de katharen. Waaraan deze interesse voor een middeleeuwse, zogenaamd ‘ketterse’ groep is te wijten is niet helemaal duidelijk. Misschien heeft het iets te maken met de hectiek van de tijd waarin we leven en met de vredelievendheid van deze geheel door de inquisitie weggevaagde groep christenen.
In mijn pas uitgekomen nieuwe roman, De Goede Mensen en de honden van God, heb ik inspiratief geprobeerd om een antwoord op die vraag te vinden.
In dat middeleeuwse verleden heerste in het diepe zuiden van Frankrijk een gemotiveerd wantrouwen en onbehagen ten aanzien van kerkelijke leiders die zowat in alles het tegengestelde praktiseerden van de boodschap van naastenliefde die zij vanaf hun kansels verkondigden.

Zo op het oog is er weinig dat onze tijd gemeen heeft met die periode in de geschiedenis. Er zijn nog weinig mensen die zich iets aantrekken van kerkelijke dogma’s. Sinds de scheiding van kerk en staat lijken wij, voor zover het ’t christendom betreft, gevrijwaard van de uitwassen van ontaarde geestelijke leiders. Maar met het wegvallen van het geestelijke houvast dat de kerk toch bood, is er, bij het ontbreken van een de massa aansprekend alternatief, een existentiële angst ontstaan. Volgens de nuchtere hoogleraar bedrijfskunde, René Tissen, bevinden wij ons derhalve ‘op de Purgatoria van Dante’s Divinia Commedia, de louteringsberg tussen hemel en hel.’ (De Volkskrant 24 jan, 2010). Maar waarom voelen veel mensen zich dan aangesproken door het, voor wat hun dualisme betreft achterhaald, maar zeker niet fundamentalistisch christendom van de middeleeuwse katharen?

De hang naar zuiverheid
In deze tijd, waarin niemand de ander nog begrijpt en er een fundamentele onzekerheid heerst, koesteren steeds meer mensen een verlangen naar eenvoud en oprechtheid. In de nadagen van dit ik-tijdperk, schijnt de grond onder onze voeten, de grond die ons allen verbindt, verdwenen te zijn. Het gevolg is dat de mensen uiteen lijken te vallen in evenzovele elkaar bestrijdende afzonderlijkheden. Veel mensen hebben het onbehaaglijke gevoel dat zij leven in een opgeblazen wegwerpwereld, vol elektronisch opgezweept amusement. Er is bij velen de machteloze vrees ontstaan voor een Orwelliaanse wereld met een computer als big brother.

Misschien moet hier de huidige belangstelling voor de katharen gezocht worden. Wat vanuit die toch merendeels duistere middeleeuwen van hen naar ons overwaait is niet alleen een streven naar morele zuiverheid en een ethisch verantwoord leven onder begeleiding van geestelijk volwassen mensen. Bovenal gaat het hier om het feit dat zovelen, bijna een heel volk, hen aanvaardde als gerealiseerde mensen die zij met recht bons hommes, goede mensen, noemden. (De inquisitie noemde zichzelf Domini Canes, de honden van God). De kathaarse priesters richtten zich rechtstreeks tot de mensen en zij slaagden erin, anders dan de katholieke priesters, op grote schaal hun harten te winnen.
Ook in de merendeels duistere middeleeuwen was er een hang naar zuiverheid. Dat verlangen ontstond omdat de grond waarop men leefde werd vervuild door een ontaarde kerk, zoals de grond in de moderne tijd een amorf, technocratisch terrein is geworden, waarin een existentiële angst de boventoon voert. De katharen trekken ons aan omdat zij slaagden in hun missie. Voor het eerst in de westerse geschiedenis was er een heel volk dat zich wendde tot een echte, volstrekt oprechte spirituele beweging, niet tot nepguru’s, maar tot mensen die vanuit een gerealiseerd bewustzijn en vanuit hun meedogende harten met het volk leefden en werkten.

Voor de kerk was dit de grootst denkbare bedreiging. Zij werd geraakt tot in haar wortels, want iedereen die een fanatiek geloof op deze wijze weerlegt en daadwerkelijk laat zien hoe het anders kan, vormt een levensbedreigend gevaar voor de aanhangers van dat geloof. De katharen werden daarom te vuur en te zwaard bestreden en uiteindelijk vernietigd.

In de tijd waarin wij leven heeft de schijnwarmte van de kerk plaatsgemaakt voor een kille technocratie met haar oneindige manipulatatiemogelijkheden. De tegenpolen worden gevormd door een achterhaald fundamentalisme tegenover een opgeblazen new age met haar miraculeuze schijnalternatieven, maar dat zijn polen van dezelfde stok die ons blijft slaan tot wij echt eens tot inkeer komen. Natuurlijk valt er veel te grasduinen in de kermis van de new age, die handenvol miraculeuze alternatieven aanreikt. Maar ook die lijken allemaal zo opgeklopt, zoveel ongeschoold geschetter, zo vol met aanmatigend gepraat van overenthousiaste mensen die niet door hebben dat zij buiten zoeken naar wat zich reeds bij hen binnen bevindt. Vooralsnog weerklinkt de wanhopige roep om zuiverheid en eenvoud. Misschien dat de kathaarse boodschap daarom juist in deze tijd een vruchtbare voedingsbodem vindt.
Worden wij dan eindelijk eens wakker? Die vraag mag gesteld worden als wij weten wat ‘wakker-zijn’ inhoud.

De strijd tussen liefde en begeerte
In de Goede Mensen en de honden van God trekken Ivo en Mirjam anno 2007 door het zuiden van Frankrijk. Daar raken zij bekend en emotioneel betrokken met het kathaarse gedachtegoed en met de jonge kathaarse predikers Amiel en Blanca, die in de dertiende eeuw leefden. Ivo en Mirjam verwerken beiden de gevolgen van een scheiding. Aanvankelijk nog onbewust, zijn ze op zoek naar een meer vervullend leven, naar innerlijke schoonheid misschien, waarin het bestaan gevierd kan worden op sacrale bodem en alle perversies van hartstocht en verlangen zijn getransformeerd tot een levensvreugde, waarin de erotiek niet is weggestopt maar juist vol-ledig, in haar ware liefdeslicht kan ontbloesemen.

Ivo en Mirjam staan voor veel jonge mensen uit deze tijd, die in een crisis belandden omdat zij het innerlijk houvastpunt verloren. Het zijn wereldwijze twintigers en dertigers, aan wie te weinig licht is geschonken, te weinig onbevangen liefde, te weinig werkelijk inzicht. Ze hebben elkaar lief, maar kunnen zich niet aan elkaar geven. In het boek verschijnt opeens Rolf, een exvriend van Mirjam, die zich ontpopt als een gids naar een tijd waarin de zuiverheid van een niet door denken en emoties bezoedeld leven nog geleefd kon worden, dankzij een groep gerealiseerde mensen, die niet alleen predikten, maar hen ook voorgingen in de praktijk van het leven.

De vraag ‘Worden wij wakker?’ is van wezenlijk belang. Het kan geen toeval zijn dat juist in deze tijd van morele chaos veel mensen zich het beeld voor ogen halen van een groep mensen van wie wordt verondersteld dat zij inderdaad wakker zijn geworden. Dat is natuurlijk door alle tijden heen gebeurd; altijd waren er groepen en individuen die de weg tot zichzelf vonden en erin slaagden in vrede en harmonie samen te leven. Maar dat was altijd in de, vaak vervolgde, periferie van de maatschappij. Het bijzondere van de katharen schuilt hierin dat zij erin slaagden een zo goed als hele bevolking in hun spirituele bewustzijnsveld op te nemen. Naar mijn weten is dat niet eerder gebeurt in de ons bekende geschiedenis.
 
Dat Ivo en Mirjam niet het oog lieten vallen op een ooit bestaande angstvallig godvrezende gemeenschap mag duidelijk zijn. Het beeld van de katharen als een dualistische, puriteinse gemeenschap wordt in de roman bijgesteld. Het gaat om wat waarheid is en wat vervuilde waarheid is. Ivo en Mirjam wassen zich tijdens een pijnlijk maar avontuurlijk proces gaandeweg schoon van hun verleden en staan dan innerlijk oog in oog met het jonge, middenin de hel van vervolgingen en brandstapels zuiver gebleven kathaarse paar. In deze ‘liefdesroman’ wordt de strijd tussen liefde en begeerte uitgewerkt.

Natuurlijk kan zo’n strijd niet gevoerd worden op roze wolkjes. De inquisitie en de kruislegers staan voor het kwaad en de katharen zijn de goede mensen die door het kwaad worden getroffen. Dit is een dualistische visie, maar in de figuur van Rolf – als de vrijgevochten ridder Escot de Belcayre – komt de eenheidsbeleving van het non-dualisme tot leven. De katharen geloofden in een goede God en in een kwade god die om de macht streden. In Rolf, als de 13e-eeuwse ridder Escot de Belcayre, zegeviert het eenheidsbewustzijn en wordt het kwaad verstaan als verkeerd begrepen liefde. Is het niet het wezen van de liefde, die onpersoonlijk is, maar zich in onze persoonlijkheden manifesteert, dat wordt misverstaan en toegeëigend door het ego? De katharen hebben een spoor getrokken dat diep genoeg in de aarde is gegraven om nog te kunnen volgen. “Hun optreden in het voormalige Occitanië, de wijze waarop zij leefden en stierven,’ staat in de Verantwoording van mijn boek, ‘getuigd van een zuivere en religieuze spirituele rijpheid en menslievendheid. Misschien dat er daarom in deze tijd zoveel mensen zich tot hen aangetrokken voelen.’

Karel Wellinghoff,
auteur van de roman De Goede mensen en de honden van God. Een kathaarse liefdesroman, uitgegeven door Uitgeverij Aspekt en verkrijgbaar in de boekhandel of (gesigneerd) bij de auteur. (k.wellinghoff@quicknet.nl)