NAVO en Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten
financierden dood van 120.000 Syriërs


Wat is er de laatste drie jaar allemaal gebeurd in Syrië? Volgens de NAVO en de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten heeft het Syrische regime het bloed vergoten van 120.000 Syriërs om een democratische revolutie te onderdrukken (de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten wordt in het Engels aangeduid als de Cooperation Council for the Arab States of the Gulf en wordt vaak verkort tot Gulf Cooperation Council of GCC).

De waarheid is dat tussen de 60 en 90% van de bevolking de regering van Syrië steunt. Het zijn de NAVO en de GCC die de dood van 120.000 Syriërs hebben georganiseerd en gefinancierd en die de oorlog uiteindelijk hebben verloren.

Een van de uitdagingen van de voorbereiding voor de tweede Conferentie van Genève is de geschiedenis van Syrië juist te beschrijven. De NAVO en Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten proberen om hun versie van de gebeurtenissen te schetsen; een versie die hen een duidelijk voordeel aan de onderhandelingstafel zal opleveren. Vandaar de stortvloed aan artikelen in de Westerse pers en media.

Het Westen beweert dat de crisis in Syrië onderdeel was van de golf van revoluties in de Arabische wereld, de zogenaamde "Arabische Lente". Het regime in Syrië zou de democratische aspiraties van de bevolking bloedig willen onderdrukken. De NAVO en de GCC zouden alleen hebben ingegrepen om de burgers te beschermen.

De werkelijkheid is heel anders: de Verenigde Staten plande de vernietiging van Syrië in Camp David tijdens een bijeenkomst op 15 september 2001. Het begon met de Syrië Accountibility Act (de Syria Accountability Act verbood de uitvoer van de meeste goederen met meer dan 10 % in de VS gefabriceerde onderdelen aan Syrië).

Daarna probeerde men Syrië tot een oorlog te verleiden door de goedkeuring van resolutie 1559 van de Veiligheidsraad. Deze werd aangenomen op 2 september 2004 en sprak de hoop uit voor een onafhankelijk Libanon. Daarmee doelde de Veiligheidsraad op de militaire aanwezigheid van Syrië en de gewapende milities van onder andere Hezbollah en diverse Palestijnse facties die in Libanon present waren. Toen werd de voormalige Libanese premier Rafik Hariri vermoord en kreeg president al-Assad daarvoor de schuld in de schoenen geschoven.

Het scenario faalde, daarom werd de oorlog uitbesteed aan Groot Brittannië en Frankrijk, die zich op 2 november 2010 via het Verdrag van Lancaster voorbereidden. Het signaal voor het begin werd door de Verenigde Staten in het begin van februari 2011 gegeven vanuit Cairo.

Februari 2011 – juli 2012: de vierde-generatie-oorlog

Vanaf die datum lanceerden de NAVO en GCC een “vierde-generatie-oorlog” van 15 maanden die was gebaseerd op hun dominantie van de media (de term “vierde-generatie-oorlog” verscheen voor het eerst in 1989. Een eerste generatie oorlogvoering had te maken met mankracht. Hoe meer mannen in het veld des te groter de kans dat je won. De tweede generatie ging over industriële vuurkracht. Hoe meer granaten men langdurig over de grootst mogelijke afstand naar de vijand kon slingeren, hoe groter de kans te winnen. De derde generatie draaide om mobiele eenheden en snelle manoeuvres: de “Blitzkrieg”. De vierde generatie oorlogvoering is een strijdmethode van opstandelingen, die weten dat ze militair inferieur zijn en daarom via allerhande omwegen de politieke wil om te vechten van de supermacht proberen te breken).

De NAVO en GCC overtuigden de wereld en de Syriërs, dat Syrië was opgestaan tegen hun tiran, terwijl de grootste demonstraties niet meer dan 5000 man telden. Dankzij commando’s en scherpschutters konden zij bloedige repressie voeren. 

Vanaf maart tot april 2012 onderhandelde Nicolas Sarkozy over de terugtrekking van Frankrijk, terwijl in mei de Syriërs zelf de rapportages van Al-Jazeera in twijfel begonnen te trekken. In juni 2012 aanvaardde Washington de nederlaag tijdens de Genève Conferentie.

Gedurende deze periode waren de strijders Syrische orthodoxe islamieten en buitenlandse huursoldaten, met name Libische Al Qaida-leden, die werden geleid door Abdelhakim Belhaj. Met de hulp van Britse en Franse officieren en logistieke steun uit Turkije vormden zij samen het Vrije Syrische Leger. 

Juli 2012 – augustus 2013: oorlog in Nicaragua-stijl

De verkiezing van Hollande in Frankrijk en de benoeming van Laurent Fabius als zionistisch minister van Buitenlandse zaken zorgden voor een nieuw gelanceerde oorlog. Men kon op de expertise van CIA Generaal David Petraeus en ambassadeur Robert S. Ford rekenen. Ditmaal gebeurde het in de stijl à la Nicaragua (De VS moest in 1986 bekennen illegale militaire steun gegeven te hebben aan de Contra’s van Nicaragua).

Men verzamelde op 6 juli 2012 alle “vrienden” van Syrië in Parijs.  

Twee weken later werd het leger van Syrië onthoofd door moordcommando’s van de Nationale Veiligheidsraad. Onmiddellijk daarna begon de aanval op Damascus, met 40.000 buitenlandse jihadisten, ondersteund door enkele duizenden Syriërs en begeleid door Franse en Britse officieren. Dit was het moment van de waarheid. De Syriërs, die tot nu toe erg passief waren geweest, hielpen hun leger de hoofdstad te verdedigen tegen de indringers. Er volgde een jaar van wrede bloedige oorlog die tot de dood van meer dan 100.000 mensen heeft geleid.

Gedurende deze periode hield de Verenigde Staten zich op de achtergrond. Amerika probeerde wel Qatar en Saoedi-Arabië te overtuigen om het aantal jihadisten te beperken en de aantallen seculiere huurlingen te vergroten. Daartoe werden recruitmentcentra in Tunesië en Afghanistan geopend. Er werden vanuit Libië en Jemen luchtcorridors geopend voor tienduizenden jihadisten, die kwamen om te sterven in Syrië.

Van augustus 2013 tot nu: de NAVO faalt

De NAVO en GCC zagen dat het lukte en probeerden de Russische en Chinese veto in de Veiligheidsraad te negeren. Door het organiseren van een misdrijf waaraan zij een enorme symbolische betekenis toekenden, zou een internationale interventie zeker gerechtvaardigd zijn. Net zoals eerder in Libië.

Op 21 augustus werd door rebellen en terroristen (georganiseerd door de NAVO) een aanval met chemische wapens op Ghoutta gedaan, die in de schoenen moest worden geschoven van de Syrische overheid. De wapens werden vervoerd vanuit een Turkse kazerne naar Damascus. De gebruikelijke media-oorlog werd gemobiliseerd om deze “aflevering” ernstiger te maken dan iedere andere gebeurtenis van daarvoor.

Maar de onverwachte inzet van de Russische vloot vanaf de Middellandse Zee zou het Pentagon hebben gedwongen om aan te vallen vanuit de Rode Zee. Washington zou moeten vliegen over Jordanië en Saoedi-Arabië en daarmee hun bondgenoten in de oorlog storten. Amerika kon geen regionaal conflict beginnen en daarom is sinds die dag diplomatie gezocht ter voorbereiding op de tweede Conferentie van Genève.

Genève 2

De internationale 'Genève II'-conferentie die het Syrische regime en de rebellen moet samenbrengen, zal waarschijnlijk plaatsvinden in de laatste helft van januari 2014. De datum is meerdere malen vooruit geschoven. De conferentie moet een einde maken aan de oorlog in Syrië. Afhankelijk van welke versie consensus zal krijgen zal Syrië een burgeroorlog hebben meegemaakt of tegen buitenlandse agressie hebben gezegevierd.

Copyright © 2013 Global Research

 

Door Thierry Meyssan

Global Research, 24 november 2013

Bron:
http://www.globalresearch.ca/syria-nato-and-the-gulf-cooperation-council-organized-and-financed-the-death-of-120000-syrians/5359237