‘Ik wil gelezen worden!’

 

Over ‘fair-trade’, de rol van geld en het 19e eeuwse voormalig Nederlands-Indië
aan de hand van de Max Havelaar van Multatuli.-

Deze autobiografische protestroman uit 1860 van Multatuli (Latijn voor ‘ik heb veel geleden’),
pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, blijkt in menig opzicht nog altijd hoogst actueel.


‘Een dagje op pad in de bergen’. Nederlands koloniaal leven rond 1930
(foto collectie I.M Bowring)

Multatuli moet hartstochtelijk van het prachtige Indonesië en de Indonesische bevolking gehouden hebben, gezien de hoeveelheid passie en doorzettingsvermogen waarmee hij voor de onderdrukte Javaanse bevolking op kwam. Zichzelf volledig wegcijferend, roekeloos wellicht, waar het zijn eigen leven betrof en zowel zichzelf als zijn familie soms ernstig in gevaar bracht. Maar vooral moedig en oprecht, zelfs in zijn kunst was het hem er uitsluitend om te doen de waarheid te doen klinken. Zijn beroemde uitspraak ‘Ik wil gelezen worden!’ heeft velen ook lang nadien geïnspireerd.

         
Het leven in de koloniën omstreeks 1923 met links Javaans kindermeisje (foto’s coll. I.M. Bowring)

De Max Havelaar is een zware aanklacht tegen de wijze waarop Nederlands-Indië bestuurd werd. Al te beginnen met het adjectief ‘Nederlands’ dat de auteur als “enigszins onnauwkeurig” voor kwam. Misstanden, geweld, knoeierijen en uitbuiting van de inlandse bevolking woelden al minstens 300 jaar geleden, maar hielden na verschijning van de Havelaar niet op. Toch mist het werk zijn doel niet, wordt nog altijd als een van de hoogtepunten van de Nederlandse 19e eeuwse literatuur gezien, hoewel voor de lezer van nu mogelijk zo nu en dan saai en langdradig.

Wie was Max Havelaar? Eduard Douwes Dekker zelf tijdens zijn Oostindisch verblijf, aangesteld als de nieuwe assistent-resident van het district Lebak (Rangkas Betoeng). Hij beschreef zichzelf als een dromerig type met grote, blauwe ogen, die vonken schoten, als een groot denkbeeld hem beheerste. “Hij kon vlijmscherp reageren, maar ook verdrietig zijn wegens de wonden die zijn scherpe woorden sloegen. De ingewikkeldste zaken kon hij soms ogenblikkelijk doorhebben, hoewel hij op andere momenten zelfs de eenvoudigste kwesties niet begreep. Hij was moedig maar ook roekeloos, en verspilde menigmaal zijn krachten gelijk Don Quichotte in een zinloze strijd tegen windmolens. Nu eens droomde hij van de hoogste idealen, dan weer had hij belangstelling voor detailfeiten. Wanneer hij merkte dat hij door anderen gewaardeerd werd, bleek hij geestig en gezellig, in andere gevallen was hij echter stug en teruggetrokken. Hij voelde zich geroepen iets te doen voor het welzijn van de bevolking van Oost-Indië.”  [Comm. van M.Reisel bij de Max Havelaar]

                   
Multatuli en verschillende edities van de ‘Max Havelaar’.

Havelaar komt in opstand tegen elke vorm van onrecht dat welig tiert in Lebak (buffelroof, herendiensten etc.). Wanneer Havelaar een toespraak houdt tot de hoofden van Lebak, laat hij daarin duidelijk merken dat hij ervan op de hoogte is, dat sommigen hun plicht verzaken uit eigenbelang, het recht verkopen voor geld en de buffel van de arme mensen afnemen.
De inlandse bevolking leeft in miserabele omstandigheden; de grote boosdoener in het verhaal is de bejaarde regent, de Adhipathi Karta Nata Negara, een hoge inlandse bestuursambtenaar uit een adellijk Soendanees geslacht, die voortdurend geld te weinig heeft om zijn grote familie en hofhouding te onderhouden. Een uiterst kostbare aangelegenheid. Havelaars superieur Slijmering (what’s in a name?), de resident van Bantam, is weliswaar volledig op de hoogte van deze handelwijze, maar doet niets.

Het boek speelt nu eens in Oost-Indië met Max Havelaar als de assistent-resident van Lebak in het middelpunt, dan weer in Amsterdam met Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie, als centrale figuur. Daar tussen weeft zich een aangrijpend inheems liefdesverhaal rondom Saïdjah en Adinda. Droogstoppel vormt het tegenbeeld van de schrijver en brengt zijdelings andere literaire personages in herinnering, zoals ‘de man in het foedraal’ van Tsjechov; een kleingeestige, door moraal, kerk en burgerplicht ingekapselde ziel,  waarbij overigens het ‘noodzakelijke principe’ van winst maken iedere werkelijke moraal ogenblikkelijk de deur uitblaast. De benepen mentaliteit van een Batavus Droogstoppel klinkt ook door in een gedicht uit 1934 van Willem Elsschot waarin hij zijn afkeer van (typisch Nederlandse?) bekrompenheid uitdrukt.

“[Holland…]
laat het stikken in zijn centen,
 in zijn kaas en in zijn krenten,
 in zijn helden, als daar zijn:
Tromp, De Ruyter en Piet Heijn.” 

Droogstoppel belichaamt het beeld van de zelfgenoegzame Nederlander, die zoveel mogelijk wilde profiteren van de handel met Oost-Indië, zonder zich ook maar iets van het lot van de Javaan aan te trekken. 

“Deze makelaar in koffie deed wat hij kon om zijn egoïsme te bevredigen en zelfs het vurigste idealisme van anderen belachelijk te maken. Het onrecht dat velen ondervonden, constateerde hij wel, hij achtte het echter in zijn schijnheiligheid nodig dat daarin werd berust, omdat God het blijkbaar zo wilde”.

Wel degelijk een actueel personage, al zijn de uiterlijke tekenen vanzelfsprekend verwisseld voor een meer eigentijds jasje. Het roofzucht kapitalisme waar de wereld vandaag de dag onder gebukt gaat, waarvan het streven naar een Nieuwe Wereld Orde de grondslag vormt, vind z’n oorsprong reeds bij de Oostindische Compagniën die even gemakkelijk geld drukten uit het niets - de corporatie had zowel een eigen munt als eigen leger - als de Euro- pese Centrale Bank nu.  De wereld is veranderd in één grote corporatocratie waarbij de alliantie tussen geld, geloof en moraal zelfs de paus heeft doen pleiten voor één wereldmunt. Vanzelfsprekend zit holding Vaticaan er buiten- gewoon warmpjes bij, en blijkt Vaticaanstad – slechts 0,44 km² -  nog altijd één van de rijkste staatjes op aarde.*¹⁾
Zie ook de paragraaf ‘Doch dit alles moest betaald worden…’ op pagina 6.

Koloniale situatie rond 1890: een handjevol staten heeft zowat de hele wereld in z’n broekzak. Tegenwoordig verder geperfectioneerd, ondanks (zgn.) de-kolonisatiepolitiek in de vorm van Nieuwe Wereld Orde (NWO) met één wereldpolitiek (VN), één wereldleger (NAVO), één wereldbank (IMF), één wereldgezondheidsraad (WHO), en - als de ontwikkelingen nog even doorzetten -, straks ook met één gemicrochipte wereldbevolking? Het antwoord op de vraag “WHO did it?” ligt deels al in de vraag besloten…, maar krachten welke dit spel in gang trachten te zetten kennen een lange historische aanloop.

De tegenstelling tussen fatsoen en het gebrek daaraan – zo oud als de wereld – wordt in de Max Havelaar in de loop van het verhaal steeds feller tot uiting gebracht. Aan het slot van het boek roept de schrijver, die nu rechtstreeks de pen opneemt, tot Droogstoppel: “Halt, ellendig product van vuile geldzucht en godlasterlijke femelarij! Ik heb u geschapen …gij zijt opgegroeid tot een monster onder mijn pen…ik walg van mijn eigen maaksel: stik in koffie en verdwijn!”



En dan roept de schrijver, zich tot zijn lezers wendend, uit: “Ik wil gelezen worden! Ja, ik zal gelezen worden! Want het was me niet te doen om goed te schrijven…Ik wilde zo schrijven dat het gehoord werd.”

En werd het gehoord? De aanvankelijke uitgever trachtte door verandering van een aantal eigennamen, weglating van “aanstootgevend passages” en verschijning in de vorm van een kleine, dure oplage, de felle aanklacht tegen de Nederlandse regering te verzachten c.q. af te zwakken. Hierover ontstonden grote moeilijkheden met de auteur zelf. Het boek was desondanks een groot literair succes. Maar dat was voorlopig het enige succes. Het eigenlijke doel van het boek – recht aan de mishandelde Javaan – werd niet bereikt.
Max Havelaar hierover in 1875: “De Havelaar werd gelezen. Men hoorde mij. Helaas horen en verhoren is twee. Dit boek was mooi verzekerde men en als de schrijver weer zo’n vertellinkje had…”
Multatuli gaf echter niet op. “…Het moge u bevreemden of niet, overwinnen zàl ik. Ten spijt ’t geknutsel en geknoei der Staatsmannetjes aan wie Nederland z’n hoogste belangen toevertrouwt… Ten spijt van velen die belang hebben bij ’t Onrecht…”
Multatuli voorspelde dat Nederland eens Oost-Indië zou verliezen, omdat het verzuimd had daar recht te doen.

  Java, 1925 (foto coll. I.M.Bowring)

Over de prijs die voor dit verlies alsnog betaald werd leest u meer in ‘Nederlands-Indië op school – met een zweempje romantiek en exotisme’ op www.museaschouwenduiveland.nl , onder ‘Schoolplaten Burghse Schoole’.

Actueel

Hoe actueel is de aanklacht van Multatuli, nu de dekolonisatie politiek van na WOII dit tijdperk voorgoed heeft afgesloten? Is er ten aanzien van bepaalde fundamenten daadwerkelijk iets gewijzigd? Is het proces van ‘human farming’ – de mens als oogstproduct – waarvan de Havelaar verslag doet, definitief beëindigd, of juist toegenomen, wellicht zelfs uitgebreid tot de gehele mensheid?



Er lijkt op het eerste gezicht maar weinig te zijn veranderd toen vorig jaar koning Leopold II van Spanje werd ‘gesnapt’ tijdens een olifantenjacht in Afrika, - kosten: vele tienduizenden euro’s - , terwijl tegelijkertijd 25% van de Spaanse bevolking werkeloos toekijkt. Een zuiver 19e eeuws, koloniaal gebeuren dat enkel door een ongelukkige val van de vorst aan het licht kwam. In andere gevallen echter zijn olifanten en tijgers vervangen door bodyguards met zwarte zonnebril en al even zwarte limousines.

Maar eerst kijken we nog even naar de bestuurlijke en politiek-economische situatie in de toenmalige ‘gordel van smaragd’, en laten daarvoor Multatuli zelf aan het woord:

“Het dusgenaamd Nederlands-Indië – ’t adjectief Nederlands komt me enigszins onnauwkeurig voor,
doch ’t werd officieel aangenomen – is, wat de verhoudingen van het moederland tot de bevolking aangaat, te splitsen in twee zeer verschillende hoofddelen. Een gedeelte bestaat uit stammen welker vorsten en vorstjes de opperheerschappij van Nederland als soeverein erkend hebben, doch waarbij
nog altijd het rechtstreekse bestuur, in meer of minder mate gebleven is in handen van de ingeboren Hoofden zelf. Een ander gedeelte, waartoe – met een zeer kleine, wellicht maar schijnbare uitzondering – geheel Java behoort, is rechtstreeks onderworpen aan Nederland (…!) Van cijns of schatting of bondgenootschap is hier geen spraak. De Javaan is Nederlands onderdaan. De Koning van Nederland is
zijn koning (…) De misdadiger wordt veroordeeld en gevonnist naar een wet die van ’s Gravenhage is uitgegaan. De belasting die de Javaan opbrengt, vloeit in de schatkist van Nederland.” 

“Het opperbestuur ligt bij de Gouverneur-Generaal (plaatsvervanger v/d Koning – toenmaals regeerde koning Willem III - noot v/d auteur), daaronder de Resident ( leider van een provincie).
[…] De benaming Resident is herkomstig uit den tijd toen Nederland nog slechts middellijk als leenheer
de bevolking beheerste, en zich aan de hoven der nog regerende Vorsten door Residenten liet vertegenwoordigen. Die Vorsten bestaan niet meer, en de Residenten zijn, als gewestelijke Gouverneurs of Prefecten, bestuurders van landschappen geworden. Hun werkkring is veranderd, doch de naam is gebleven.
Het zijn deze Residenten, die eigenlijk het Nederlands gezag tegenover de Javaanse bevolking vertegenwoordigen. Het volk kent noch den Gouverneur-Generaal, noch de Raden van Indië, noch de Directeuren te Batavia. Het kent slechts de Resident, en de beambten die onder hem het besturen.
Een dusdanig residentie – er zijn er, die bijna een miljoen zielen bevatten, - is verdeeld in 3, 4 of 5 afdelingen en regentschappen aan welker Hoofd Assistent-Residenten geplaatst zijn. In elke afdeling staat een inlands hoofd (veelal voormalig inlandse vorsten) van hogen rang met den titel van Regent, den assistent-resident terzijde.”

De verhouding tussen Europese ambtenaren, en dusdanig hooggeplaatste Javaanse groten, is van zeer kiesen aard. De assistent-resident ener afdeling is de verantwoordelijke persoon. Hij geeft zijn instructiën, en wordt verondersteld het hoofd der afdeling te zijn. Dit belet echter niet dat de Regent, door plaatselijke kennis, door geboorte, door invloed op de bevolking, door geldelijke inkomsten en hiermede overeenstemmende levenswijze, ver boven hem verheven is.

[…] ‘De Europese ambtenaar hebbe den inlandsche beambte die hem terzijde staat, te behandelen als zijn jonger broeder’ (officieel voorschrift voor uitoefening van lokale politiek).

[…] De aangeboren hoffelijkheid van den Javaanse grote – zelfs de geringen Javaan is veel beleefder dan zijn Europese standgenoot – maakt evenwel deze schijnbaar moeilijke verhouding draaglijker dan ze anders wezen zou.

[…] De Regent is Tommongong, Adhipatti, jazelfs Pangerang, d.i. Javaans prins. De vraag voor hem is niet dat hij leve, hij moet zó leven als ’t volk gewoon is dit te zien van zijn aristocratie. Waar de Europeaan een huis bewoont, is dikwijls zijn verblijf de kratoon (ambtelijk vorstelijk verblijf) met vele huizen en dorpen daarin (…) Waar de Europeaan ene vrouw heeft met drie, vier kinderen, onderhoudt hij een tal van vrouwen met wat daarbij behoort. Waar de Europeaan uitrijdt, gevolgd door enige beambten, wordt de Regent vergezeld door de honderden die tot het gevolg behoren. De Europeaan leeft burgerlijk, de Regent leeft – of wordt verondersteld te leven – als een vorst. Doch dit alles moest betaald worden…”

De crux zit ‘m in de dubbele constructie. Een archipel van duizenden eilanden met talloze nuances van een hoge, verfijnde beschaving, kon onmogelijk voor uitsluitend financieel gewin worden ‘gewonnen’, als de locale heersers niet werden uitgekocht. In wezen dezelfde handelswijze werd door het Brits bestuur,  - de ‘common wealth’, met dito superioriteitsgevoel uitgedrukt in het ‘England rule the waves - , gehanteerd in India, waarbij de maharadja’s  met behoud van privileges gewoon in ’t zadel bleven, maar naar verloop van tijd  in wezen geen enkele werkelijke macht meer bezaten.

    
Paleis van Javaans Prins (vervaardigd Tussen 1857 – 1878)
Foto Museum van volkenkunde. Rechts: Javaans prins.  

Doch dit alles moest betaald worden…

“Geld is de God van onze tijd en Rothschild is zijn profeet”
[Heinrich Heine]

Doch dit alles moest, en móet nog steeds, betaald worden. Steeds zwaarder wordende schuldenlasten worden als vanouds op de burger – d.w.z. de bewoner onder aan de burcht –  afgewimpeld. Om voort te bouwen op de actualiteit van de Havelaar, welke veel verder reikt dan de archipel alleen; sinds 2009 is de helft van de Griekse bedrijven niet in staat om lonen uit te betalen,  een kwart van hen ging failliet, en is het zelfmoordpercentage in Griekenland gedurende de eerste helft van 2011 met 40% toegenomen.
De Saïdjah’s en Adinda’s tieren er welig en menigeen loopt van lieverlee vanzelf op de bajonet, welke nu andere namen draagt, maar in de vorm van derivaten, hedgefunds, hypotheken en obligaties beslist niet minder scherp en pijnlijk aan kunnen voelen.
Waar enerzijds welig gespeculeerd wordt op financiële markten, - investeringsbanken gokken op grote schaal – is anderzijds bijna de helft van de Griekse bevolking onder de 25 jaar werkeloos. [New York Times, 13 febr. 2012]

 ‘human farming’

‘Dat het huidige financiële stelsel aan zijn einde zal komen staat niet langer ter discussie. De vraag is alleen wanneer en hoe het gaat gebeuren’, aldus econoom en financieel specialist Ad Broere.*²⁾
Doorheen de menselijke geschiedenis, maar culminerend in een onhoudbaar ‘toppunt’ ten tijde van topsalarissen, topbonussen en topschandalen, werd en wordt iedere samenleving verziekt door het geld. De Boeddha zei ooit, zo’n 6 eeuwen voor Christus: ‘tanha (begeerte) is ouder dan geld’.
‘Degenen die drie eeuwen geleden het recht hebben toegeëigend om geld uit het niets te scheppen en daardoor een onmetelijk vermogen hebben verworven, beschikken over een haast grenzeloze macht over de mensheid’. *³⁾
Zaken welke nog altijd niet op scholen en universiteiten worden onderwezen en waar velen geen kennis van hebben. Bijvoorbeeld de manier waarop geld gecreëerd wordt; letterlijk uit het niets. Hoe vreemd eigenlijk, vooral wanneer je bedenkt dat banken daarvoor weer geld kunnen vragen. Nog vreemder wordt het wanneer men zich eenmaal realiseert dat banken private instellingen zijn – ook de centrale banken van de V.S. en Europa – en dat de overheden geen invloed hebben op het geldscheppingsproces.*⁴⁾
Geld, - i.p.v. wijzelf -,  is reeds lang geleden het uitgangspunt van economisch handelen geworden. Zoals al opgemerkt brengen religieuze partijen hierin niet altijd verbetering, hoewel Jehosjoea – bij velen bekend als Jezus – toch ettelijke geldwisselaar de tempel uit wist te schoppen, en ook zónder hermelijnen mantel de mensheid uitstekend wist te onderwijzen. De Vaticaanse Bank, officieel ‘Het Instituut voor Religieuze Werken’ bevat daarentegen niets goddelijks. Droogstoppel had er klerk kunnen wezen.
Onderzoeksjournalist Gianluigi Nuzzi schreef het ontluisterende boek ‘Vaticaan B.V.’ Onmiddellijk na WOII werden hooggeplaatste nazi’s via de zogeheten ‘ratlines’ geholpen Duitsland te ontvluchten. Via deze ‘ratlines’ werden zo’n 30.000 nazi’s naar de V.S., Engeland, Canada, Australië, New Zeeland en vooral Zuid-Amerika overgebracht, onder hen vele kopstukken.

        

Er blijken directe lijnen tussen nazisme, Vaticaan en (voormalig) Vrijmetselaarsloge ‘Propaganda Massonica Due’ (P2), - in wezen een Italiaanse schaduwregering. Nuzzi’s werk bevat duidelijke aanwijzingen over witwaspraktijken van de Vaticaanse Bank, het fungeren als belastingparadijs, misbruik van toevertrouwde gelden en giften en meer zaken waarop beslist geen hemelse glans prijkt. Diepgaand onderzoek loopt telkens spaak: Vaticaanstad beroept zich op z’n soevereiniteit als eigen staat. Het Europees Parlement omschreef de situatie rondom de Vaticaanse Bank al in 2004 als veel erger dan die van belastingparadijs. Misschien meent de paus nog altijd op deze manier een goed plaatsje in de hemel te kunnen kopen?
Volgens onderzoeker Eutace Mullins zou de Roomse Kerk al in 1823, dus lang vóór Multatuli’s vele lijden, onder financiële controle van de Rothschilds zijn gekomen; een familienaam die o.m. ook opduikt achter de eigenaren van de Federal Reserve Bank in de V.S. 

Schokkende verbanden worden steeds duidelijker in een tijd waarin bij velen het verlangen groeit naar een vrijere samenleving. Velen beseffen dat we in wezen allemaal in dezelfde valstrik van een kleine elitegroep zijn beland, dat het gevaar niet stopt bij de ‘grenzen’ van de Eurozone met landen zoals Griekenland, Spanje of Portugal. Uitbuiting en corruptie heeft zich nooit veel van grenzen aangetrokken, beperkt zich niet tot één enkele natie of mogendheid, maar stijgt daarentegen boven iedere nationaliteit uit, zoals de beruchte Protocollen – echt of onecht – zelf reeds haarscherp te kennen gaven, en welke van dag tot dag meer bewaarheid lijken te worden.
In Nederland leven al meer dan één miljoen mensen op de rand van de armoedegrens. Steeds meer hongerige magen kunnen door het ‘rijke’ Westen niet meer gevoed worden.  In de V.S. melden zich dagelijks zo’n vijftig miljoen mensen aan bij de voedselbank, en worden binnenkort gechipt om nog in aanmerking te kunnen komen voor wat eten.  Situaties welke door cultureel antropoloog Marcel Messing al in 2006 aan de kaak werden gesteld in zijn boek Worden Wij Wakker?, met name hoofdstuk 3.1 ‘Chip voor moderne slaven’, zien wij nu gebeuren.



Het verlangen groeit naar een samenleving niet langer gebaseerd op eigenbelang, hebzucht en angst. Hoe ver laat de mens zich als klein wild opdrijven, alvorens hij zijn recht op soevereiniteit terug op zal eisen? Indien wij ons de eenheid van álle leven en bewustzijn eenmaal diep genoeg realiseren, zullen onze keuzes vanzelf bepaalt gaan worden vanuit een perspectief van heelheid en verbinding. Onrealistische bonussen en allerhande financiële misstanden, waarvan er in het kader van dit artikel maar enkele genoemd worden, tonen in wezen de laatste stuiptrekkingen van een volledig achterhaald systeem waarvan de mens bezig is zich te bevrijden. 

“De Boogeyman stopt ieder land in zijn zak, vestigt zijn macht
binnen de Verenigde Naties en lokt over de hele wereld relletjes uit,
start oorlogen en bouwt aan een wereldomvattend imperium”.
[Peter Stuivenberg, De Boogeyman, 2008]

‘Max Havelaar’ werd verfilmd door Fons Rademakers in 1976, met o.a. Peter Faber in de rol van Eduard Douwes Dekker. De film is grotendeels in Indonesië gedraaid, met steun van de Indonesische regering. Omdat het Soeharto-regime moeite had met de scènes over onderdrukking door een inlandse regent, was Max Havelaar pas in 1987 voor het eerst in Indonesië te zien. Ook in verschillende Europese landen met een koloniaal verleden werd de film niet uitgebracht.

   
Foto’s coll. I.M. Bowring.

Menigeen denkt bij het horen of zien van ‘Max Havelaar’ tegenwoordig  wellicht eerder aan het moderne keurmerk voor ‘eerlijke handel’. De verkoop van fairtrade producten groeide in 2011 met 20%. Toch is er al langere tijd de nodige kritiek. Zo meldt onder meer NU.nl (11 november 2012) dat cacaoboeren in Afrika die zijn aangesloten bij de stichting Max Havelaar daar “niets mee op schieten”. Volgens een onderzoek gaat van het extra geld dat de consument betaalt voor de chocolade, tweederde naar de stichting. Het overige geld bereikt de boer vaak niet.  Voor het onderzoek werd gesproken met meer dan zeventig cacaoproducenten in onder meer ivoorkust, Ghana, Kameroen en Nigeria. Veel boeren blijken van het begrip fairtrade nog nooit gehoord te hebben. Bij de besteding van de zogenaamde fairtrade-premie kwamen talrijke gebreken aan het licht. Boeren ontvangen soms een kleine individuele bonus, maar dat is eerder uitzondering dan regel, aldus de onderzoekers. De stichting zelf weerspreekt alle aantijgingen…

“There is always enough for everybody’s need,
 but there will  never be enough for everybody’s greed.”
[Gandhi]

 

© Wido Blokland, 2013  www.opklimmen-in-bewustzijn.nl

Noten:

 

  • 1) Minder dan één vierkante kilometer groot, maar net als de Square Mile van Londen (The City) een onafhankelijke staat. Vaticaanstad is zelfs de kleinste staat ter wereld (0,44 vierkante kilometer), doch beschikt niet alleen over een enorme macht maar ook het nodige vermogen: 52 miljard dollar volgens schattingen uit jaren negentig van de vorige eeuw. Totaal vermogen van r.-k kerk wordt geschat op 3500 miljard dollar wereldwijd. Veritatis splendor, zo luidt de schitterende waarheid! Bron: Messing, Het Huis Op de Rots Gebouwd, 2010.
  • 2) Ending The Global Casino (2010) en Geld Komt Uit Het Niets – De financiële goocheltrucs ontmaskerd (2012), Ad Broere. www.adbroere.nl
  • 3) Ibidem.
  • Zie voor een visualisatie van de Amerikaanse staatsschuld kijk op: www.usdebt.kleptocracy.us/
  • 4)Ibidem.

Literatuur & websites: 



 

  Java, Soember-Oerip, 1932. (Foto coll. I.M. Bowring).