Wapenhandel: Een nieuw record aan uitgaven


Op 17 april 2012, terwijl miljoenen Amerikanen hun belastingaangiftebiljetten invulden, publiceerde het zeer gerespecteerde Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) het nieuwste onderzoek naar de mondiale militaire uitgaven. Ingeval de Amerikanen zich afvroegen waar het meeste van hun belastinggeld vorig jaar heenging, en het belastinggeld van andere landen, was het antwoord van het SIPRI duidelijk: naar oorlog en oorlogsvoorbereidingen. (Foto: archief)

De wereldwijde militaire uitgaven haalden een record van 1738 miljard dollar in 2011, een toename van 138 miljard dollar over het afgelopen jaar. De Verenigde Staten nam daar 41% van voor zijn rekening, 711 miljard dollar.

Sommige nieuwsberichten benadrukten dat vanuit het standpunt van verminderd vertrouwen op gewapende macht, dit een vooruitgang is. Tenslotte was de toename van ‘echte’ wereldwijde militaire uitgaven, d.w.z. uitgaven na inflatiecorrectie en wisselkoersen, slechts 0,3%. En dit is in contrast met flink grotere toenames in de voorafgaande dertien jaar.

Maar waarom blijven die militaire uitgave toenemen, waarom nemen ze niet flink af, gezien de bezuinigingsmaatregelen van de overheden de afgelopen jaren? In de economische crisis die eind 2008 begon (en die nog steeds voortduurt), hebben de meeste overheden flink gesnoeid in de uitgaven voor onderwijs, gezondheidszorg, woningbouw, parken en andere vitale sociale diensten. Er is echter niet zo gesnoeid in de militaire budgetten.

Met name Amerikanen willen misschien snappen waarom in deze context de defensie-uitgaven in Amerika niet drastisch zijn verlaagd, in plaats van toegenomen met 13 miljard dollar – een ‘feitelijke toename’ van 1,2 procent, maar nauwelijks evenredig met het grootschalige snijden in de sociale uitgaven door Washington. Ja, de defensie-uitgaven van China en Rusland stegen in 2011. En in ‘echte’ termen ook. Maar toch valt hun militaire macht nauwelijks te meten met die van de Verenigde Staten. De Verenigde Staten gaf in 2011 vijfmaal zoveel uit aan de strijdkrachten als China (’s werelds 2e militaire macht) en tienmaal zoveel als Rusland (’s werelds 3e militaire macht). Bovendien, als je de bondgenoten van de VS meerekent, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Japan is het duidelijk dat verreweg het meeste aan defensie wordt uitgegeven door de Verenigde Staten en zijn militaire bondgenoten.

Dit verklaart misschien waarom de Chinese regering, die slechts goed is voor 8,2% van ‘s werelds defensie-uitgaven, van mening is dat uitgaven aan bewapening redelijk en wenselijk zijn. Ambtenaren in veel landen delen dat competitieve gevoel kennelijk.

Helaas resulteert de militaire rivaliteit tussen landen, die al eeuwen duurt, in een grote verspilling van nationale middelen. Veel landen besteden namelijk het grootste deel van hun beschikbare inkomsten aan hun strijdkrachten en wapenuitrusting. In de Verenigde Staten gaat zo’n 58 procent van de beschikbare belastinggelden van de overheid naar oorlog en oorlogsvoorbereidingen. ‘Bijna alle landen met een leger begeven zich op dit krankzinnige pad en besteden steeds meer aan raketten, vliegtuigen en kanonnen,’ zegt John Feffer, co-Directeur van Foreign Policy in Focus. ‘Deze landen zouden zich bezig moeten houden met de werkelijke bedreigingen zoals klimaatverandering, hongersnood en onderdrukking, in plaats van het geld van de belastingbetaler aan het leger te verspillen.’

Natuurlijk antwoorden voorstanders van het leger dat de strijdkrachten de mensen tegen oorlog beschermen. Maar is dat zo? Hoe verklaar je dan het feit dat de grote militaire machten van de afgelopen eeuw, de Verenigde Staten, Rusland, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan en China, in die tijd bijna voortdurend in oorlog zijn geweest? Hoe verklaar je het feit dat de Verenigde Staten, de tegenwoordige militaire reus, momenteel verwikkeld is in ten minste twee oorlogen (in Irak en Afghanistan) en op het punt lijkt van een derde oorlog (met Iran) te gaan voeren? Misschien voorkomt het onderhouden van een enorme militaire machine geen oorlog maar bevordert het juist.

Kortom, gigantische militaire apparaten kunnen beslist tegenproductief werken. Het is niet verbazend dat ze herhaaldelijk zijn veroordeeld door grote religieuze en ethische leiders. Zelfs veel overheidsfunctionarissen hebben oorlog en oorlogsvoorbereidingen afgekeurd, hoewel meestal van andere landen dan hun eigen land.

Zo is de publicatie van het nieuwe onderzoek van het SIPRI geen reden om zich te verheugen. Het is eerder een aanleiding om na te denken over het feit dat dit afgelopen jaar landen meer geld uitgaven aan defensie dan ooit tevoren in de geschiedenis van de mensheid. Hoewel deze situatie misschien verheugend is voor overheidsfunctionarissen, militaire topmensen en bedrijven die voor defensie werken, zouden mensen die ver van de militaire macht af staan wel eens kunnen concluderen dat het een merkwaardige manier is om de wereld te leiden.

Lawrence S. Wittner is professor emeritus geschiedenis SUNY/Albany. Zijn meest recente boek is ‘Working for Peace and Justice: Memoirs of an Activist Intellectual’  (University of Tennessee Press).

Gepubliceerd op maandag 23 april 2012 door Common Dreams
Bron: http://www.commondreams.org/view/2012/04/23-2