De Saoedi-Israëlische alliantie


Uittreksel uit hoofdstuk 5: Persian Gulf Rent-a-Sheik: Big Oil & Their Bankers…

Het Iranese Nieuws TV meldde gisteren dat zowel de VS als de Saoedi's acht maanden geleden zijn begonnen met de financiering van de Syrische rebellen. Nadat ze de Libische Islamitische rebellen hebben gefinancierd om Kaddafi ten val te brengen, gaan de Saoedi’s nu samen met hun Gulf Cooperation Council (GCC) mededespoten over tot pogingen de Syrische Assad regering ten val te brengen op de weg naar Teheran.

De Moslimbroederschap Huis Saud en kabbalistisch Israël delen een lange geschiedenis met hun vrijmetselaarsbroeders in de Britse inlichtingendienst die teruggaat tot de Egyptische mystieke scholen.

De inteelt Illuminati bankiersoligarchie staat aan het hoofd van de drie geheime genootschappen en beheersen de wereldeconomie via het monopolie op de centrale banken en de hegemonie over olie, wapens en drugshandel.

Deze miljardairscoterie van Satanisten onder leiding van de Rothschilds vormt fanatiekelingen in joodse, christelijke en moslim kringen om de mensen te verdelen en maximale oorlogswinst te maken.

Sinds Chevron olie in Saoedi-Arabië ontdekte in 1938 speelt de Saoedische monarchie steeds vaker betaalmeester voor de heimelijke militaire avonturen van de Rothschilds. Het is onderdeel van een olie voor wapens quid pro quo.

De Saoedi’s stuurden meer dan $3.8 miljard naar de CIA-getrainde Afghaanse mujahadeen. Hun afgezant naar Amerika was Osama bin Laden.

Ze gaven $35 miljoen aan de Nicaraguaanse contra’s. Adnan Khashoggi, ontvanger van smeergelden van Northrup/Lockheed, speelde een sleutelrol de financiering van Richard Secord’s Enterprise via het Huis Saud. Maar terwijl contra en mujahadeen de meeste in het nieuws waren, spekte het Huis Saud de contra-oproer over de hele wereld met geld.

In Afrika gaven de Saoedi’s tientallen jaren geldelijke steun aan het National Front for Salvation (NFS), dat opereerde vanaf bases in Tsjaad om de Libische president Mohamar Kaddafi ten val te brengen.

Tsjaad is al heel lang een belangrijk land in de productieschema’s van Exxon Mobil in Noord-Afrika. In 1990, na een succesvolle contra-coup gesteund door Libië tegen de Tsjaadse regering die de NFS sponsorde – evacueerde de VS 350 NFS leiders met Saoedi geld. De VS gaf $5 miljoen hulp aan de dictatoriale Keniaase regering van Daniel Arap Moi zodat Kenia de NFS-leider zou opnemen, die door andere Afrikaanse regeringen werd geweigerd. Arap Moi hielp later de heimelijke operaties van de CIA in Somalië, gefinancierd door de Saoedi’s.

De Saoedi’s gaven geld aan Jonas Savimbi’s UNITA rebellen in Angola voor hun brute poging de socialistische regering van MPLA President Jose dos Santos omver te werpen. Op verzoek van de CIA stuurden de Saoedi’s miljoenen naar Marokko om daar de training van UNITA te financieren. Angola heeft enorme oliereserves. In 1985 was Chevron Texaco goed voor 75% van Angola’s olie-inkomsten. In 1990 kwam 29% van de ruwe olie van de Exxon Mobil bestemd voor de VS uit Angola. Een jaarverslag van De Beers- de Oppenheimer-familie tentakel die het wereldmonopoly heeft over de diamantenhandel – pochte op de aankoop van UNITA diamanten. Savimbi werd door President Reagan op het Witte Huis ontvangen.

De Saoedi’s financierden RENAMO in hun CIA-gesteunde Pink Plan terreurcampagne tegen de nationalistische regering van Mozambique. Midden jaren 80 stuurden zowel de Saoedi’s als Oman via de Comoren wapens naar RENAMO voor Israël en het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Twee Comoren presidenten - Ali Soilah en Ahmed Abdullah Abderemane – werden vermoord door huursoldaten die de wapenhandel beschermden.

In de Democratische Republiek Congo (DRC) – het vroegere Zaire – regeerde Illuminati stroman Mobutu Sese-Seiko bijna veertig jaar lang met ijzeren vuist. Hij dienst als waakhond van de City of London over Zaire’s rijke kobalt-, uranium- en molybdenumreserves – die allemaal van vitaal belang zijn voor het Amerikaanse kernwapenprogramma. Zaire is ook rijk aan koper, chroom, zink, cadmium, tin, goud en platina. Terwijl Mobutu meer dan $5 miljard op Zwitserse, Belgische en Franse bankrekeningen bijeen graaide, leefde het volk van Zaire in grote armoede.

Mobutu werd in het begin jaren 60 in het zadel gezet nadat CIA agent Frank Carlucci – later minister van Defensie onder Reagan en Bush en nu voorzitter van de Carlyle groep, beleggingsadviseur van de familie bin Laden – door gangsters de eerste minister van de Congo Patrice Lumumba had laten ombrengen. Onder Mobutu’s regering had de VS militaire bases in Kitona en Kamina- van waaruit de CIA heimelijk oorlogen voerde tegen Angola, Mozambique en Namibië met geld van het Huis Saud. Mobutu’s DSP paleiswacht was getraind door de Israëlische Mossad. Eind jaren 70 betaalde de Saoedi’s voor geïmporteerde Marokkaanse troepen om Mobutu te redden van Katanganese separatisten onder aanvoering van Laurant Kabila.

Mobutu werd in 1998 afgezet door de strijdkrachten die loyaal waren aan Kabila- een vriend van Fidel Castro. De Saoedi’s begonnen militaire invallen in de Congo te financieren door de regeringen van Rwanda, Oeganda en Burundi. Deze destabilisatie van het merengebied leidde tot de Rwandese genocide. Kabila werd vermoord in 2000, nadat hij weigerde mee te spelen met de Illuminati. Meer dan vier miljoen mensen zijn de afgelopen tien jaar omgekomen in de DRC.

Lumumba en Kabila waren niet de eerste Afrikaanse nationalisten die het doelwit waren van eliminatie door de inteeltclub. In de jaren 50 en 60 vermoorden de CIA en de Franse inlichtingendienst Marokkaans nationalist Mehdi Ben Barka- wiens Union Nationale de Forces Populaires een bedreiging vormde voor koning Hassan II, stroman van de VS. Guinee’s linkse President Sekou Touré en Tunesische socialist Habib Bourgiba werden ook vermoord door westerse inlichtingendiensten.

In 1993 beschuldigde de Soedanese President Omar al-Bashir de Saoedi’s ervan wapens te leveren aan Johnny Garung’s Sudanese People’s Liberation Army (SPLA). Het zuidelijke deel van Soedan, wat de SPLA probeert af te scheiden- is rijk aan olie. Mossad heeft jarenlang de SPLA voorzien via Kenia. In 1996 kondigde de Clinton regering militaire hulp aan Ethiopië, Eritrea en Oeganda aan. De hulp werd naar een SPLA offensief op Khartoem doorgesluisd. De crisis in Darfoer is een direct resultaat van Saoedi/Israël inmenging voor Big Oil.

De Algerijnse President Chadli Benjladid beschuldigde de Saoedi’s van geldelijke steun aan de barbaarse Armed Islamic Group (AIG) die - nadat Algerije protesteerde tegen de Amerikaanse aanzet tot de Golfoorlog – een terreurbewind lanceerde tegen het Algerijnse volk. Benjladid was gedwongen af te treden. Dit werd gevolgd door een snelle aanname van de Koolwaterstofwet- die de olievelden van het van oudsher socialistisch land opende voor de ‘Vier Ruiters’. De CIA hielp vervolgens de AIG terroristen naar Bosnië, waar ze socialistisch Joegoslavië om zeep hielpen brengen.

Algerije biedt al heel lang het hoofd aan Big Oil. President Houari Boumedienne – een van de grootste Arabische socialistische leiders aller tijden - riep als eerste op tot een eerlijker internationale economische orde in vurige toespraken in de VN. Hij bevorderde producentenkartels om de Derde Wereld te bevrijden van de Londense bankiers. Onafhankelijk Italiaans olieman Enrico Mattei begon te onderhandelen met Algerije en andere nationalistische OPEC staten die hun olie internationaal wilden verkopen zonder inmenging van de ´Vier Ruiters´. In 1962 kwam Mattei om in een mysterieus vliegtuigongeluk. Voormalig Franse inlichtingen agent Thyraud de Vosjoli zegt dat zijn dienst erbij betrokken was. William McHale van Time, die schreef over Mattei’s poging om het Big Oil kartel te doorbreken, stierf ook onder vreemde omstandigheden.

In 1975 stuurde de VS $138 miljoen militaire hulp via Saoedi-Arabië naar Jemen, in de hoop daar een Marxistische revolutie voor te zijn. De poging faalde en het land splitste zich gedurende twee decennia in Noord- en Zuid-Jemen en om zich vervolgens weer te verenigen de jaren 90. VS/Saoedi hulp aan Jemen en Oman gaat nog steeds door in een poging om nationalistische bewegingen uit te roeien in die landen die grenzen aan het Koninkrijk en de uitgestrekte, door de ´Vier Ruiters´beheerste olievelden.

Tijdens de poging onder Amerikaanse leiding om Bosnië van Joegoslavië te scheiden riep Saoedi koning Faud op om een einde te maken aan het VN wapenembargo. Toen het embargo was opgeheven financierden de Saoedi’s de wapenaankopen van de Bosnische Moslims. Later financierden de Saoedi’s de heroïne-spil Kosovo Liberation Army, en de aanvallen van de NLA Albanese separatisten op de nationalistische regering van Macedonië. De Saoedi´s financierden zelfs de geheime CIA operaties in Italië, waar ze in 1985 $10 miljoen in pompten om de Communistische Partij om zeep te helpen.

Onlangs doneerde Saoedi Prins Bandar $1 miljoen aan de presidentiële bibliotheek van Bush Sr. en nog eens $1 miljoen aan een alfabetiseringscampagne van Barbara Bush. Op de avond van 11 september 2001 zat Prins Bandar in het Witte Huis met President Bush sigaren te roken, terwijl leden van de bin Laden familie uit de VS werden geëvacueerd in een luchtruim dat voor alle andere verkeer was afgesloten.



Speelde de Saoedi’s gewoon hun historische rol van betaalmeester in de vervolging van 9/ 11?

De grootste aandeelhouder in News Corporation – het moederbedrijf van de Wall Street Journal, de spreekbuis van de bankiers, en the Fox News psyop – is Rupert Murdoch. De op een na grootste is Saoedi Prins Alaweed bin Talal.

Is Fox News een heimelijke mind-control operatie van de Rothschilds tegen het Amerikaanse volk?

Dean Henderson, 27 februari 2012
http://deanhenderson.wordpress.com/2012/02/27/the-saudiisraeli-alliance/ 

Bronnen:
« Mercenary Mischief in Zaire ». Jane Hunter. Covert Action Information Bulletin. Voorjaar 1991
Hot Money and the Politics of Debt. R.T. Naylor. The Linden Press/Simon & Schuster. New York. 1987. p.238
Hunter Earth First! Journal. Vol. 26, #1. Samhain/Yule. 2005
“US to Aid Regimes to Oust Government”. David B. Ottaway. Washington Post. 11-10-96
The Great Heroin Coup: Drugs, Intelligence and International Fascism. Henrik Kruger. South End Press. Boston. 1980. p.43
The Gulf: Scramble for Security. Raj Choudry. Sreedhar Press. New Dehli. 1983. p.14
Dude, Where’s My Country. Michael Moore. Warner Books. New York. 2003.
ABC News Online. 10-19-04

Dean Henderson is de auteur van Big Oil & Their Bankers in the Persian Gulf: Four Horsemen, Eight Families & Their Global Intelligence, Narcotics & Terror Network, The Grateful Unrich: Revolution in 50 Countries en Das Kartell der Federal Reserve. Abonnement op zijn Left Hook blog is GRATIS op www.deanhenderson.wordpress.com