Ars Gratia Artis ~ Kunst uit liefde voor de kunst

 

“Gij zijt door waanzin geslagen en op de verkeerde weg. De leugen ziet ge voor waarheid aan, het lelijke noemt u schoon.(…); op precies dezelfde wijze sta ik verstomd over ulieden die de hemel verwisseld hebben voor de aarde. Ik wens u niet te begrijpen”.

A.P. Tsjechow, De Weddenschap, 1888

 Tsjechow

The Day I Didn’t Turn With The World*1)

Eén januari 2012. Een mooi begin voor het laatste jaar van de cyclus. Kunstenaars kunnen vanaf vandaag geen beroep meer doen op de Wet werk en inkomen kunstenaars (Wwik). Vanaf deze dag dienen zij volgens de overheid volledig zelf in hun inkomen te voorzien. Linkse hobby’s worden nog wel getolereerd maar mogen de staat geen geld meer kosten, zeker niet in tijden van hoge nood binnen de eurozone. Als we niet oppassen verandert heel Europa in één grote nozone. De wolveneconomie dient te worden gered, daarbij vallen nu eenmaal altijd wel wat slachtoffers. Dan Amerika, het land der onbegrensde mogelijkheden; polymorf ‘’kunstenares’ Lady Gaga opent het nieuwe jaar met kristallen bol en strooit haar confetti uit over een verdwaasd miljoenen publiek te New York.*2) Sprookjes deden het altijd al goed.

La terre se roule dans l’espace



Het jaar begint al direct met de nodige records en wat kunstjes in de ruimte. André Kuipers “breekt eigen ruimte record”.*3) Toch een heel kunststuk met uitsluitend ex-astronaut Wubbo Ockels en Lodewijk van den Berg als voormalige oud-concurrenten. Records aan UFO-meldingen en getuigenissen van ET-contacten worden natuurlijk buiten bereik van alle camera’s gehouden.*4) Het nieuws is en blijft ook op 1 januari even onbenullig en misleidend als vanouds. Na veel Oude-Wereld geraas en primitief bulderende raketmotoren heeft Kuipers wellicht weer oog-in-oog gestaan met sommige van onze ruimte broeders en zuster welke zich even gemakkelijk en volledig geruisloos binnen als buiten 3D kunnen begeven. Magische kunsten zogezegd! Maar mondje dicht, en snaveltjes toe. Het journaal laat vandaag nog geen algehele disclosure toe. Wie een echt jongensboekachtige avonturiers carrière wil maken én behouden, luistert natuurlijk niet teveel naar degenen die hem voorgingen zoals de astronauten Edgar Mittchell, Gordon Cooper en Brian O’Leary. Trouwens, anders zorgt gezworen eed en zwijgplicht daar wel voor.*5)

De wereld draait (gewoon) door, la terre se roule dans l’espace. Aan aardse sterren voorlopig geen gebrek. Als een kunstenaar echt goed is, dan breekt ‘ie toch wel door, zo luidt het formele kabinetsstandpunt. Zelf hebben zij ook allemaal de top naar Den Haag weten te beklimmen en spreken zogezegd uit ervaring. De zanger van U2 pakte het nóg  slimmer aan: Bono gaf zichzelf een bonus door een brief aan Rockefeller te schrijven. Wereldfaam viel de popgroep daarop ten deel. Dat is de wereld der echte sterren: vlug gestegen, en het geweten al even vlug gedoofd.

 Bono en Obama  
 Bono en Bush
 Bono en Clinton
 Bono en Bill Gates

Als kunstenaar weet je dat een hoge vlucht nooit lang kan duren in zo’n snelle tijd als deze. Andy Warhol liet al zien hoe vluchtig beroemdheid uit zou kunnen pakken, als eenmaal iedereen het recht daarop zou hebben verworven. Een vooruitziende blik, en handig aangewend door Gaga. We leven tenslotte in één grote wereldregio en de magere kansen op succes mag je gerust een handje helpen. Wie moet er dan nog zo nodig over principes beginnen?

Kunst met de grond gelijk 

Beeldend kunstenaar William Verstraeten heeft daar gelukkig ook weinig last van. Nog een kort onderonsje met burgemeester Bloomberg van New York en Robert de Niro – en Ground Zero is wat hen betreft weer helemaal in kannen en kruiken.*6) Verstraeten vertrok vanuit Middelburg met een maquette onder de arm naar New York, nota bene op de zelfde dag dat Bin Laden voor de 10e keer werd vermoord. Hoe elegant weet synchroniciteit zich soms te kleden en aan ons te vertonen. Maar ook hier geldt: mondje dicht, snaveltjes toe. Horen, zien en zwijgen is nu eenmaal de beste strategie en garantie voor succes in zaken als deze. Een opdracht is een opdracht, die is toch maar mooi ‘verdiend’, met wiens bloed geschreven staat in het contract helaas niet vermeld. 

 Proposal 9/11 monument van Verstraeten

Het ontwerp van Verstraeten stelt een grote koepel voor, waaronder een spiegelvloer de bezoeker ogenschijnlijk doet ‘zweven’ boven het New Yorkse landschap. De koepel spiegelt het fotografische stadsbeeld vanaf een denkbeeldig ‘standpunt’ exact bovenop één van de voormalige Twin Towers. Eerder was een identiek voorstel door hem ingezonden voor de tweede kerncentrale bij Borssele. Waar de overeenkomst met Ground Zero ligt en wat Verstraeten precies voorheeft met dit ontwerp is mij niet helemaal duidelijk, of het moet zijn dat Borssele alvast als toekomstig tweede ground zero kan worden aangemerkt. Welk een ironie overigens dat het ontwerp exact de Orwelliaanse filosofie van de Nieuwe Wereld Orde (onbewust) lijkt te verbeelden. Zo plaatst het werk een koepel (bee-hive; vrijmetselaars symbool) over de mens, zet de realiteit op z’n kop, maar spiegelt een perfecte illusie van echtheid voor. De stolp lijkt de mens gevangen te zetten in een virtuele matrix van een valse realiteit; een luchtbel van illusoire werkelijkheid.

Clandestiene kunst 

Maar natuurlijk is dat niet de uitleg die Vertraeten zelf er aan geeft. Van zijn artistieke ‘oplossing’ voor nucleair afval bij de COVRA [Centrale Organisatie voor Radioactief Afval], via het ontwerp voor een tweede kerncentrale bij Borssele, naar nu het voormalig World Trade Center is voor de zevenmijls laarzen van verbeelding-in-dienst-van-de-macht maar een kleine stap. Niemand die vragen stelt, niemand die om visie of verantwoording vraagt. Als je passen groot genoeg zijn is het gemakkelijk overal overeen te stappen. Trouwens, de kunst is toch ongrijpbaar geworden, hoewel eigenlijk vooral onbegrepen: een gebied vol clandestiene mogelijkheden en tevens nog altijd de grootste vrijplaats voor vertoon en macht. 

 Damien hirst met zijn diamanten schedel

Na wat aanvankelijke speculaties met werk van o.a. collega-kunstenaars Damien Hirst (bekend van o.a. een met diamanten bezette schedel en doorgezaagde varkenskop*7) en Dinos en Jake Chapman, stijgt Verstraeten van lieverlede nu zelf ook in de peilingen. De aanhouder wint, evenals de meeste aandeelhouders. Ars Gratia Artis. In kunst kun je goed beleggen, al zijn de kunstenaars die er een belegde boterham aan overhouden met één hand te tellen. De (kunst)wereld heeft geen behoefte aan een geweten. Och, werd het maar geweten, want is dit alles geen toonbeeld van schrijnende onwetendheid?

Konijnenoren 


 Fukishima

Of zou een set konijnenoren voor de wederopbouw van Fukishima toch gewoon een leuke tamagotchi voor Japan kunnen zijn? Verstraeten wil met zijn ontwerp van een nuclaire Nijntje “het nucleaire debat van aaibaarheid voorzien”, maar vandaag, op 1 januari 2012, beeft Tokio alweer onder een nieuwe schok met een kracht van 7.0 op de schaal van Richter.

 Nucleaire Nijntje

De kernramp in Fukishima, welke vijftig maal zo ernstig is gebleken als Tjernobil [welke overigens na 25 jaar letterlijk op ‘springen’ staat], staat als derde genoteerd sinds het ongeluk in 1979 met de reactor van Harrisburg. De gemoederen zijn eenvoudigweg niet meer te sussen. Koelwater niet meer te blussen. Ieder debat over kernenergie is gewoonweg onzinnig, om niet te zeggen waanzinnig gebleken, en loopt ver achter de onrustbarende feiten aan. Kans op gevaar van eens-in-miljoenen jaren blijkt in werkelijkheid eens in de tien jaar! 

Misschien moet Verstraeten zelf tijdelijk maar met een paar ezelsoren in de hoek worden gezet, tot hij weer wat bij zinnen is gekomen. God deblobt neit [God dobbelt niet*8], maar Verstraeten waagt graag een kansje, zonder evenwel te beseffen wat de werkelijke inzet is. Rust er geen verantwoordelijkheid op de schouders van iedere kunstenaar? Zou er iets van waar kunnen zijn dat alle wezenlijke kunst verder reikt dan het netvlies alleen? Kunst is de manifestatie van het denkende en voelende bewustzijn, en heeft betrekking op het geheel van ons doen en laten in dit leven. Kunst is met alles verbonden, in zekere zin vormt zij zelfs de spil van het bestaan, al wordt dit nauwelijks beseft. Maar die spil, het hart, de eenheid en totaliteit van kosmos en leven is dan ook uit het moderne bewustzijn goeddeels verdwenen. Een onverantwoordelijke maatschappij brengt onverantwoordelijke kunst voort. Indien de kunst zich van al het andere meent los te kunnen maken en zij geen boodschap meer heeft aan zoiets ‘kleinburgerlijks’ als ethiek, dan wordt zij m.i. met eigen uitsterven bedreigd. Misschien ben ik een roepende in de woestijn, het zij zo. Soms wens ik mijzelf, samen met de Nederlandse kunstenaar Guido van der Werve, een dag toe dat ik niet met de aarde mee hoefde te draaien. Van der Werve filmde een 24-uurs performance van zichzelf op de geografische Noordpool, getiteld The Day I Didn’t Turn With The World.*9) De wereld is een draaimolen – de dwaas springt er in maar de wijze kijkt er naar. De Noorse schrijver Knut Hamsun stelde ooit al “what the world does with artists is the most anomalous thing the world at present has to show”. Daaraan mag nu het zelfde adagium in omgekeerde volgorde worden toegevoegd: wat de kunstenaars met de wereld doen behoort ongetwijfeld tot de grootste anomalieën welke de wereld vandaag de dag te bieden heeft. De Russische schrijver Tsjechow signaleerde eveneens een overeenkomstig ‘artistiek’ probleem, zo’n 115 jaar geleden.

“…ondertussen zijn we van de waarheid nog even ver verwijderd en is de mens net als tevoren het roofzuchtigste en onreinste dier op aarde gebleven en dat wijst er allemaal op dat de mensheid in haar meerderheid gedegenereerd is en alle levensbekwaamheid (…) heeft verloren. Onder deze voorwaarden heeft het leven van een kunstenaar geen enkele zin en hoe meer talent hij bezit, des te vreemder en onbegrijpelijker wordt zijn rol, want goed beschouwd komt het erop neer dat hij werkt voor het amusement van een roofzuchtig, onrein dier en meehelpt om de bestaande orde te handhaven.”

A.P. Tsjechow, Het huis met de loggia – verhaal van een kunstschilder, 1896

Shockeren en imponeren

Een kunstenaar die zijn tijd op aarde niet enkel gebruikte om succes te oogsten, maar vooral om innerlijk te groeien. Ars vivendi – de kunst van het leven, komt altijd vóór ars gratia artis – de kunst omwille van de kunst. Waar het leven wordt verstaan, bloeit vanzelf een rijk geestelijk en spiritueel leven. Muziek, dans en beeld maken daar vanzelf onderdeel van uit. Waar echter geldt vandaag de dag muziek als middel tot afstemming met de harmoniën van leven en kosmos, waar wordt zij nog gezien als middel tot het in verbinding treden met de ‘fijnere snaren’ van het universum?

Al sinds geruime tijd heeft de kunst het op alle gebieden in toenemende mate aan zichzelf bewezen liefst te shockeren en te imponeren; twee eigenschappen waarachter gebrek aan talent zich ‘kunstig’ weet te verbergen. Opvallen is niet zelden het enige criterium en zekerste bestaansgarantie. Binnen een wereld op drift met een overdadig bombardement aan visueel-prikkelende informatie kan de kunstenaar er eigenlijk alleen nog maar een schepje bovenop doen, wil hij niet in de stroom onder gaan. In de jaren negentig bereikten de formaten van menig schildersdoek dan ook dusdanige proporties dat zij de musea niet meer in konden langs normale weg, met het werk van Anselm Kiefer aan kop. De tijd der Titanen brak aan, en alle records werden verbroken; groot, groter, grootst. Zelfs de Britse kunstenaar Anish Kapoor begint al te spreken over maat als “het enig ware abstracte principe”, wat dat dan ook zou mogen betekenen. In ieder geval bereiken de kosten van zijn Babylonische torenhoge ontwerp voor de Olympische spelen dit jaar in Londen de abstracte record hoogte van een slordige 20 miljoen pond.

 Anish Kapoor, ontwerp voor Olympics 2012 

Kunst mag nu eenmaal iets kosten, maar dan heb je ook wat. Misschien kan hij als volgende stap een ontwerp indienen voor een vierkant dat de ganse kosmos omspant; het ‘grote vierkant’, symbool van de allesomvattende Tao. 

‘Schoonheid bestaat in de geest die het ziet’

Schreef Bruce Nauman in 1968 met neon zijn naam “as though it were written on the surface of the moon”, mogelijk ontleend aan de zen wijsheid dat het nu eenmaal geen hout snijdt om je naam op water te willen schrijven, aan de strijd tegen de vergankelijkheid komt sindsdien geen einde.

 Bruce Nauman

De kunst is er bepaald niet kleinschaliger op geworden. Aanvankelijk waren het vooral kunstenaars als Richard Serra en Christo die met hun kunst heel de wereld leken in te willen pakken. Vandaag de dag is kunst-op-grote-schaal op steeds grotere schaal vertegenwoordigd en eenvoudigweg een must voor iedere zichzelf respecterende ‘wereldstad’. Het eerder genoemde kunstwerk van Guido van der Werve – The Day I Didn’t Turn With The World – berust daarentegen op implosiekracht. De vierentwintig-uurs registratie met stilstaande camera laat letterlijk vrijwel niets meer om te zien. Er is geen enkel vertoon in deze vertoning, maar de kracht en betekenis is er niet minder om, integendeel. Veel publieke kunst daarentegen tracht de rechtvaardiging voor z’n ongevraagde aanwezigheid te ontlenen aan een overweldigende soort ‘explosiekracht’. Het betere vuurwerk als het ware. Het is juist deze nadruk op vertoon waarmee de miserabele toestand van onze cultuur zichzelf tegen beter weten in probeert op te vijzelen. Alsof we nog steeds tot “grootse dingen” in staat zijn. Grootsheid berust echter vanzelfsprekend nooit op welke uiterlijke grootheid dan ook. Levenskunst bestaat eruit de geest zoveel mogelijk leeg te maken. Publieke kunst is er vaak veel aan gelegen zichzelf zoveel mogelijk op te blazen. Schoonheid echter, - die schuwe kwetsbare vogel -, was natuurlijk allang gevlogen. 

Jeder Mensch ist ein Künstler

Zonder de wetenschap dat werkelijke grootheid in het Zelf huist – ieders zelf – wordt grootheid tot een begeerte-object buiten onszelf gemaakt, waarnaast het eigen zelf al snel lijkt te verbleken. In wezen een proces van verafgoding, met alle psychologische ellende van afgescheidenheid, minderwaardigheid en waardeloosheid aan de andere kant daarvan. Natuurlijk, het kunstwerk verheft ons, of behoort dat althans te doen, maar evengoed is een bepaalde mate van gelijksoortige ‘verhevenheid’ nodig om het kunstwerk werkelijk ‘binnen’ te kunnen treden, om haar werkelijk te kunnen appreciëren. Wil zij verstaan kunnen worden, dan zijn gelijksoortige intelligentie en gevoeligheid nodig. Edele kunst kan alleen binnen een edele ziel bestaan. Gezien de toch al zo geproblematiseerde en gefrustreerde relatie tussen kunst en publiek, zou de kunst er beter aan doen om te trachten ieder gevoel van nietigheid bij haar publiek te voorkomen, al was het maar vanwege de etalering van grootschalige middelen welke buiten ieders individuele bereik liggen. De uitspraak van de Duitse kunstenaar Joseph Beuys “Jeder mensch ist ein Künstler” was een poging om in herinnering te brengen dat iedereen in potentie een kunstenaar is, - “Künst ist der Glanz des Wahre”,- en wist hiermee velen in hun eigen potentiële grootheid aan te spreken. De Moloch van het artistieke wereldgebeuren besliste anders, en zelfs voor Beuys was op den duur het onderscheid vermoedelijk niet meer goed te maken wanneer hij zichzelf meer en meer tot een icoon liet verheffen. Het is echter met name sinds de opkomst van het naoorlogse Amerikaans abstract-expressionisme en het ontstaan van de grote musea van het modernisme, dat de eeuwenoude mogelijkheid tot imponeren door middel van kunst opnieuw sterk naar voren trad. Megalomane formats bakenen de kunst duidelijk af van iedere ‘ordinaire’ alledaagse werkelijkheid, een valkuil voor iedere kunstenaar die groot werk maakt. Een nog diepere valkuil toont zich aan hen die komen voorbij de top van alle begeerde roem. Daar gaapt een bodemloos gat wanneer het ego niets meer heeft om zichzelf aan op te trekken. 

De wereld draait door – de spektakel maatschappij

Wat is er toch aan de hand met onze ‘cultuur’, onze ‘beschaving’, onze ’filosofie’ en onze ‘kunst’? Tientallen miljoenen euro’s aan vuurwerk luiden de aankomende val reeds in. Onverschillig en apathisch staan we zelfs voor onze eigen ondergang nog te applaudisseren. De vluchtige glinsteringen aan het firmament doven al even snel als het geweten wordt gesust en ons verdoofd en verdoold achterlaat; alweer een jaar voorbij… Het nieuwe jaar werd als vanouds ingeluid met oliebollenbrood, spelen en een frisse nieuwjaarsduik in de rivier de Lethe, - ook al een record (36.000 mensen), maar feitelijk alleen maar meer van hetzelfde. Gewoonte dieren, de stolp zit er goed op (bee-hive). Eenmaal van zijn kostbaarste bezit beroofd, ademt de mens nog slechts de smog van rook, rotjes en rauw vermaak. De glansrijke moderniteit kan haar vuil nergens meer kwijt. De uiterlijke stank van deze wereld vormt een door niemand meer te verdoezelen afspiegeling van innerlijk vergiftigd leven. Maar de symbolen van een ‘hooggestegen’ mensheid en de Nieuwe Wereld Orde liegen er bepaald niet om. Indruk maken lukt nog altijd. Vermaak en verguldsel maken alles goed wat scheef zat, en doet nog gemakkelijker het essentiële vergeten.

De hedonistische mens die enkel ontspanning zoekt [spektakel maatschappij], - zogenaamd als “ventilatieklep” voor alle inspanning, maar wat in werkelijkheid juist de motor vormt van een vernietigende, voortrazende begeertemacht [het wiel van macht-geld-status] – die mens is gedoemd om vroeg of laat met zichzelf in de problemen te geraken. Er raakt een spaakje los. Voor je het weet beland je in de berm, hetgeen bij toenemende aantallen het onrustbarende geval is. “De roeping van iedere mens ligt in geestelijke activiteit en het onafgebroken zoeken naar waarheid en zin van het leven. Maar het lijkt wel of alle intellect, alle energie wordt besteed aan de bevrediging van tijdelijke behoeften van voorbijgaande aard”.*10) Wie de inspanning schuwt het leven te willen doorgronden, te begrijpen, d.w.z. vrij te worden, en wie enkel het leven volgt, consumeert, ondergaat, die mens verspilt zijn eigen leven in ledigheid, ongeacht hoe hard hij werkt, hoeveel inkomsten hij genereert of hoe talrijk het ‘nageslacht’ is dat hij verwekt [i.e: sporen die hij achterlaat]. De huidige mens besteed 98% van zijn tijd aan zaken die er niets toe doen en die hemzelf en de planeet vernietigen. Het leven verschaft ons een kater tot het moment dat wij onze dorst beginnen te lessen aan de bron in plaats van aan de biertap. Want “wat kun je weten van geluk als je niet door het dal van de ellende bent gegaan? Wat kun je weten van vrijheid als je niet luidkeels tegen de slavernij geprotesteerd hebt? Wat kun je weten van liefde als je niet hebt verlangd te ontkomen aan alles wat de liefde vertroebelt?” *11)

“Sterven aan het zelf was immers datgene waar je vanuit moest gaan, maar daar heb je niet aan voldaan. Je leed is niet geleden zolang je niet sterft. Je kunt het dak niet bereiken als je de ladder niet helemaal hebt geklommen”.

Rumi, Masnavi IV; 723-725, 2oceanen p.101

„Toch is het geluk zo licht als een veertje, maar niemand weet het te dragen.
Het ongeluk is zo zwaar als de aarde, maar niemand weet eraan te ontkomen”.

Zhuang Zi:  De gek van Chu, H4-7

De natuurlijke kringloop

“Alles gaat voorbij… en alles komt terug”, zo luiden de woorden van de wijze veerman uit het boek Siddharta van Herman Hesse. Het zijn de woorden van de Boeddha, van Krishna, de woorden van alle heiligen die op aarde sinds mensenheugenis hebben geleefd en gesproken. “Wie in dezelfde stroom afdaalt, wordt steeds door ander water omspoeld” (Herakleitos). Woorden van eeuwige wijsheid, perennial philosophy zoals zij genoemd wordt, maar welke de westerse filosofie nog alsmaar niet volmondig durft te omarmen. Toch hoef je geen heilige te zijn, geen filosofisch ei te leggen, zelfs geen berg der filosofen te beklimmen om de peilloze diepte van deze eenvoudige wijsheid vanuit het hart te kunnen verstaan.

“De wereld loopt ten einde. Ze houdt het alleen nog vol omdat ze nu eenmaal bestaat (…) Stel dat ze stoffelijk blijft voortbestaan, zou dat een bestaan zijn dat zijn naam en plaats in het woordenboek der geschiedenis waard zijn? (…) Wij zullen ten onder gaan aan juist datgene waarvan wij denken dat het ons in leven houdt. De technocratie zal ons veramerikaniseren; ons geestesleven zal door de vooruitgang in zo’n mate worden vernietigd dat geen van de bloeddorstige, roekeloze of tegennatuurlijke dromen van de utopisten de vergelijking met deze vaststaande feiten zal kunnen doorstaan (…) De allesomvattende ondergang zal zich niet alleen, of in het bijzonder, manifesteren in politieke tegenstellingen of algemene vooruitgang of wat voor namen er ook aan gegeven kunnen worden; zij zal vooral blijken uit de slechtheid van het hart”

Charles Beaudelaire

“Niemand kent zichzelf meer; niemand begrijpt de atmosfeer waarin hij zich beweegt en werkt, of het onderwerp dat hij behandelt (…) Jongeren raken te snel geëxalteerd, om vervolgens meegevoerd te worden in de maalstroom van de tijd. Rijkdom en snelheid zijn zaken waar de wereld tegenop kijkt en waar iedereen naar streeft. Omdat de ontwikkelde wereld op niets anders gericht is dan spoorwegen, posttreinen, stoomschepen en alle mogelijke manieren van snelle communicatie, overontwikkelt ze zichzelf zodat ze in een toestand van middelmatigheid gevangen blijft”.

J.W. von Goethe, 1825

“Het rijk bruist in grote wanorde. Dat is het gevolg van de misdaad van het vertroebelen van de harten van de mensen (…) Daarom zeg ik: “Weg met de wijze mannen, eruit met de wetenschap!” Dan zal het Hemelse Rijk groots bestuurd zijn”.

Zhuang Zi, H:2-2

De erfenis van Apollinaire

Alles wat zich ontwikkelt gaat op den duur weer achteruit. Op bloei volgt verval, op verval volgt bloei. Het is het principe van yin en yang: teveel lachen slaat om in huilen. Teveel ‘vriendelijkheid’ slaat om in boosheid. “Wanneer iets zijn hoogtepunt heeft bereikt, slaat het om in zijn tegendeel”, aldus sinoloog Kristofer Schipper.*12)

De eerste woorden van de beroemde kunstcriticus Apolinaire in diens méditations esthétiques uit 1913 luiden: “De natuur is gevloerd..”, en dat is precies wat een eeuwenlange tegennatuurlijke kunststrategie en met name het destructieve modernisme van de afgelopen eeuw teweeg heeft gebracht. Volgens de opvattingen van Apolinaire diende de natuur geheel uit de kunst te verdwijnen, hetgeen hij tot uitdrukking bracht door middel van drie beeldende waarden die hij als personificaties opvoert: zuiverheid, eenheid en waarheid, welke een liggende figuur onder de voet houden die de natuur symboliseert. Een perverse archetypische verdraaiing van eeuwenoude Indiase wijsheidssymboliek waar menig beeldhouwwerk getuigt van een al dan niet dansende god welke het lichaam van onwetendheid of het ego onder diens voet houdt. Groter tegenstelling dan tussen de Bhagavad Gita waarin o.m. gesteld wordt: “to be devotional is the sacred plan of Nature”*13) en de houding van Apollinaire is haast niet denkbaar.
De natuur is nog altijd de leermeester van de mens en dus ook van de kunst (natura artis magistra), iets wat bijvoorbeeld de Italiaanse kunstenaar Luciano Fabro heel goed begrepen heeft. Alsmede het gegeven dat de kunstenaar zelf helemaal niet belangrijk is.*14) De kunstenaar is nooit het middelpunt, tenzij hij beseft dat het middelpunt werkelijk overal te vinden is. Al bij Zhuang Zi luidt het: “Ga je niet inspannen om beroemd te worden. Bewaar de hemelse natuur.” [H 17:1] Maar de huidige (kunst)wereld is nog lang niet bevrijd van alle onzuivere tendenties welke in het verleden zijn uitgezet. Om een werkelijk spontane ars gratia artis in alle onschuld te kunnen laten  bloeien, zal eerst het nodige dienen te worden afgebroken, vooral in onszelf. De kunst heeft zijn bekomst nog niet gehad zolang het ego regeert en telkens weer zelf op de Olympus Mons wil plaatsnemen. Een werkelijke culturele revolutie, kan slechts het gevolg zijn van een diepgaande innerlijke revolutie. En zolang de velden nog niet overal bezaaid zijn met boeddha’s en vrije kunstenaars is er nog werk genoeg op deze planeet.

“Kan het water van een verontreinigde beek de mest opruimen? Kan menselijke kennis de onwetendheid van het zinnelijke zelf wegvagen? Hoe vervaardigt een zwaard zijn eigen gevest? Vertrouw de genezing van deze wond toe aan de chirurg, want rond de wond verzamelen zich vliegen tot ze onzichtbaar is. Dit zijn je zelfzuchtige gedachten en al je dromen over bezit. De wond is je eigen zwarte gat”.

Rumi, Masnavi I; 3221-3224

©Wido Blokland, 2012, www.opklimmen-in-bewustzijn.nl

Noten:
*1) Titel van 24-uurs performance van de Nederlandse kunstenaar Guido van der Werve op de geografische noordpool van de aarde: The Day I didn’t Turn With The World – 24 hour performance at 90 deg. latitude, 00 deg. longtitude. The geographic northpole; the north ax of the earth. http://www.roofvogel.org/thuis/works/nummers/nummer9/nummernegen.html
*2) http://www.zie.nl/video/achterklap/Lady-Gaga-luidt-New-Yorks-nieuwjaar-in/m1fz3r0f3nxm
*3)  http://www.nu.nl/binnenland/2705259/andre-kuipers-breekt-eigen-ruimterecord.html *4)http://www.wijwordenwakker.org/content.asp?m=M53&s=M92&ss=P1187&l=NL
*5) http://projectcamelot.org/zurich_10-12_July_2009.html
*6) De kunst blijkt wel vaker bij de realiteit achterop te lopen. Alle research ten spijt - Alice in Wonderland and the World Trade Center Disaster [David Icke], Inside Job [Jim Marrs], Die CIA und der 11.September [A. von Bülow], 11 September: een onderzoek naar de feigen [David R. Griffin] -, zij vormen slechts een kleine greep uit een ware bilbliotheek aan publicaties en onafhankelijk onderzoek naar de achtergronden van 9/11 welke door velen nog altijd eenvoudigweg genegeerd worden.  
http://www.fastcodesign.com/1665652/proposed-911-memorial-would-simulate-walking-on-air-above-ground-zero
 *7) Damien Hirst: http://www.neublack.com/art-design/for-the-love-of-god/ Over welke god sprake is, wordt er helaas niet bijgezegd.
*8) God deblobt neit. Schilderij van William Verstraeten met verdraaide uitspraak van Einstein “God dobbelt niet”.
*9) zie noot 1. Guido van der Werve: The Day I didn’t Turn With The World.
 *10) Tsjechow, Uit: Het huis met de loggia – verhaal van een kunstschilder
*11) Krishnamurti, Uit: Wat is waar? p.107
*12) In diens toelichting bij Lao Zi, H:9. Vertaling van K. Schipper, 2010, pp38
*13) Bhagavad Gita, H 4:32
*14) Luciano Fabro, Jan Braet, Na de regen gaat een bloem open. Openluchtmuseum Middelheim, 1994.