Obama tekent de ‘Nationale Defensie Machtigingswet’ (NDAA)
Op het moment dat de Amerikanen het nieuwe jaar vierden met hun geliefden werd, met minimaal media-debat, de “Nationale Defensie Machtigingswet” H.R. 1540 (NDAA National Defense Authorization Act) tot wet getekend door President Barack Obama. De eigenlijke ondertekening vond plaats in Hawai op 31 december. Volgens Obama zijn “ondertekeningsverklaring” vormt de dreiging van Al-Qaeda voor de veiligheid van het vaderland een rechtvaardiging voor de intrekking van fundamentele rechten en vrijheden, met één kleine beweging. De relevante bepalingen met betrekking tot de burgerrechten werden zorgvuldig ondersteund in een kort gedeelte van een meer dan 500 pagina’s tellend document. De controversiële ondertekeningsverklaring (zie copie beneden) is een rookgordijn. Obama zegt dat hij het oneens is met de NDAA, maar hij tekent haar toch tot wet. “[Ik heb] serieuze bezwaren tegen een bepaalde dekkingen die de detentie, de ondervraging en de vervolging van vermoedelijke terroristen reguleren.” Obama implementeert de “Amerikaanse Politiestaat” terwijl hij erkent dat bepaalde dekkingen van de NDAA (onder subtitel D-Terrorismebestrijding) onaanvaardbaar zijn. Als dat het geval is, kon hij ofwel zijn veto hebben uitgesproken over de NDAA (H.R. 1540) ofwel ze terug gestuurd hebben naar het Congres met zijn bezwaren. Het feit van de zaak is dat zowel de Uitvoerende Macht als het Amerikaanse Congres medeplichtig zijn aan het opstellen van Subtitel D. In dit verband onthulde Senator Carl Levin (D-Mich) dat het Witte Huis aan het Gewapende Diensten Committee van de Senaat gevraagd had om “alle woorden uit het wetsvoorstel te verwijderen die militaire detentie zonder eerllijk proces bij Amerikaanse burgers verhinderen”. Obama rechtvaardigt de ondertekening van de NDAA als middel voor de strijd tegen het terrorisme, deel uitmakend van een “contra-terrorisme”-agenda. Maar in wezen kan elke Amerikaan die tegen het beleid van de Amerikaanse regering is, volgens de bepalingen van de NDAA, worden bestempeld als “verdachte terrorist” en gearresteerd worden op grond van militaire detentie. Homeland Security definieerde in 2004 al verschillende categorieën van potentiële “samenzweerders” of “terroristen” met inbegrip van “buitenlandse [Islamitische] terroristen”, “binnenlandse radicale groeperingen” [anti-oorlog en burgerrechten groeperingen], “ontevreden werknemers” [arbeids- en vakbondsactivisten] en “door de staat gesponserde tegenstanders” [“schurkenstaten”, “onstabiele naties”]. Het onuitgesproken doel in een tijdperk van oorlog en sociale crisis is het onderdrukken van alle vormen van binnenlands protest en dissidentie. De “Nationale Defensie Machtigingswet” (H.R. 1540) herroept de Amerikaanse grondwet. Terwijl de facade van de democratie heerst, ondersteund door media propaganda, is de Amerikaanse republiek gebroken. De neiging gaat naar de oprichting van een totalitaire staat, een militaire regering die gekleed gaat in burgerkleren. De passage van de NDAA is nauw gerelateerd aan de mondiale militaire agenda van Washington. Het militaire streven naar Wereldwijde hegemonie vereist ook de “Militarisering van het Vaderland”, namelijk de ondergang van de Amerikaanse Republiek. In wezen is de ondertekeningsverklaring bedoelt als misleiding van de Amerikanen en zorgt het voor een “democratisch gezicht” bij de President alsook aan de zich ontvouwende post-9/11 Militaire Politiestaat. De “meest belangrijke tradities en waarden” in afwijking van The Bill of rights en de Amerikaanse grondwet zijn inderdaad ingetrokken, vanaf Nieuwjaarsdag, 1 januari 2012. De NDAA machtigt de willekeurige en onbepaalde militaire hechtenis van Amerikaanse burgers. Deze oudejaarsavond, 31 december 2011, zal de ondertekening van de NDAA onuitwisbaar de geschiedenis ingaan als een mijlpaal in de Amerikaanse geschiedenis. Barack Obama zal de geschiedenis ingaan als “de president die de Constitutionele democratie heeft vermoord” in de Verenigde Staten. Als we dit in een vergelijkende historische context plaatsen, zijn de relevante bepalingen van de NDAA H.R. 1540 in veel opzichten vergelijkbaar met diegenen die zijn opgenomen in het "Besluit van de Rijkspresident ter Bescherming van de Mensen en de Staat", beter bekend als het “Reichstag Brand Besluit” (Reichtagsbrandverordnung), vastgesteld in Duitsland onder de Weimar Republiek op 27 februari 1933 door de Voorzitter (Veldmaarschalk) Paul von Hindenburg. Uitgevoerd in de onmiddelijke nasleep van de Reichstag Brand (dat diende als voorwendsel), werd dit februari 1933-Besluit gebruikt om de burgervrijheden, inclusief het recht van Habeas Corpus, in te trekken. Artikel 1 van het februari 1933 "Besluit van de Rijkspresident ter Bescherming van de Mensen en de Staat" schorte de burgervrijheden op onder het mom van “bescherming” van de democratie. Zo werden beperkingen op de persoonlijke vrijheid, op het recht van vrije meningsuiting waaronder de vrijheid van pers, op het recht op vereniging en vergadering, en schendingen van de privacy van post-, telegraaf- en telefonische communicatie, en bevelschriften voor huiszoekingen, orders voor verbeurdverklaringen, en ook beperkingen op eigendomsrechten toegestaan buiten de wettelijke grenzen die anders voorschreven.” (Art. 1, nadruk toegevoegd). In Duitsland werd de constitutionele democratie teniet gedaan door de ondertekening van een presidentieel besluit. Het Reichstag Brand besluit werd in maart 1933 gevolgd door "De Machtigingswet" (Ermächtigungsgesetz) dat de nazi-regering van kanselier Adolf Hitler toeliet (of in staat stelde) om de facto dictatoriale bevoegdheden in te roepen. Deze twee besluiten stelde het nazi-regime in staat om wetgeving te introduceren die in openlijke tegenspraak was met de Weimar Grondwet van 1919. Het daaropvolgende jaar, na de dood van President Hindenburg in 1934, verklaarde Hitler “de functie van President vacant” en nam hij hem over als Fuerer, de gecombineerde functie van Kanselier en Staatshoofd. Het feit dat ik dit wetsvoorstel steun als geheel betekent niet dat ik het eens ben met alles wat er in staat. Meer specifiek, heb ik dit wetsvoorstel ondertekent ondanks ernstige bezwaren met een aantal bepalingen die de inhechtenisneming, ondervraging en vervolging van verdachte terroristen reguleren. In de afgelopen jaren heeft mijn regering een effectief, duurzaam kader ontwikkelt voor de inhechtenisneming, ondervraging en berechting van vermeende terroristen, dat ons in staat stelt om zowel ons vermogen om inlichtingen te verzamelen als gevaarlijke individuen uit te schakelen in snel ontwikkelende situaties te maximaliseren, en de resultaten die we hebben bereikt zijn onmiskenbaar. Ons sucses tegen Al-Qaida en zijn leden en aanhangers heeft geleid tot belangrijke maatregelen in het verstrekken van duidelijkheid en flexibiliteit bij onze terrorismebestrijdingsproffesionelen die zij nodig hebben om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden en om gebruik te maken van welke gezag dat ook maar nodig is om het Amerikaanse volk te beschermen, en onze verworvenheden hebben de waarden die ons land tot een voorbeeld in de wereld maken gerespecteerd. Secties 1026-1028 bestendigen onverstandige financieringsbeperkingen die beschikbare opties voor de uitvoerende macht beknotten. Sectie 1027 vernieuwt de drempel tegen het gebruik van gereserveerde middelen voor het fiscale jaar 2012 om Guantanamo gedetineerden voor elk doel te transfereren in de Verenigde Staten. Ik blijf me tegen deze bepaling verzetten, die indringt op de belangrijke uitvoerende macht autoriteit om vast te stellen wanneer en waar Guantanamo gedetineerden worden vervolgd. Republikeinse en democratische regeringen hebben gedurende decenia sucsesvol honderden terroristen in de federale rechtbank vervolgd. Die vervolgingen zijn een legitiem, effectief en krachtig gereedschap in onze inspanningen om de natie te beschermen. Het verwijderen van dat gereedschap uit de uitvoerende macht dient onze nationale veiligheid niet. Bovendien zou deze inbreuk onder bepaalde omstandigheden de grondwettelijke principes van de scheiding der machten schenden. Sectie 1028 wijzigt, maar behoud fundamenteel ongerechtvaardigde beperkingen op het gezag van de uitvoerende macht om gedetineerden uit te wijzen naar een vreemd land. Dit belemmert de uitvoerende macht zijn vermogen om zijn militaire, nationale veiligheids- en buitenlandse betrekkingen- activiteiten uit te voeren en zou, onder bepaalde omstandigheden, net als sectie 1027 de grondwettelijke principes van de scheiding der machten schenden. De uitvoerende macht moet de flexibiliteit hebben om snel op te treden in het voeren van onderhandelingen met het buitenland ten aanzien van de omstandigheden van de uitwijzing van gedetineerden. In het geval dat de wettelijke beperkingen in de artikelen 1027 en 1028 op een manier werken die de grondwettelijke principes van de scheiding der machten schendt, zal mijn regering ze interpreteren om een grondwettelijk conflict te vermijden. Sectie 1029 vereist dat de procureur-generaal overlegt met het Hoofd van de Nationale Inlichtingendienst en de Minister van Defensie vooraleer criminele aanklachten of een aanklacht tegen bepaalde personen wordt ingediend. Ik teken dit op basis van het inzicht dat, afgezien van gedetineerden die buiten de Verenigde Staten vastgehouden worden door het leger onder de Machtiging van Gebruik voor Militair Geweld van 2001, de bepaling alleen van toepassing is op die personen die vastgesteld werden als beschermde personen onder sectie 1022 voordat het Ministerie van Justitie een aanklacht neerlegt of een akte van beschuldiging neerlegt. Niettegenstaande die beperking vormt deze bepaling een inbreuk op de functies en prerogatieven van het Ministerie van Defensie en beledigt het de langdurige juridische traditie dat beslissingen met betrekking tot strafrechtelijke vervolging moeten worden bekleed door de procureur-generaal, vrij van inmenging van buitenaf. Bovendien kan sectie 1029 de flexibiliteit belemmeren en urgente operationele beslissingen op zodanige manier hinderen dat het onze veiligheid schaadt. Mijn regering zal sectie 1029 op zodanige manier interpreteren en uitvoeren dat de operationele flexibiliteit van onze terrorismebestrijding- en rechtshandhavingsproffesionelen zal worden behouden, de vertragingen in het onderzoeksproces zullen worden beperkt, ervoor zorgen dat belangrijke uitvoerende machtsfuncties niet worden geremd, en de integriteit en onafhankelijkheid van het Ministerie van Justitie worden behouden. Andere bepalingen in bovenvermeld wetsvoorstel zouden kunnen interfereren met mijn bevoegdheden van constitutionele buitenlandse zaken. Sectie 1244 vereist dat de President een rapport voorlegt aan het Congres, 60 dagen voor het meedelen van welke Amerikaanse geclassificeerde ballistische verdedigingsrakket informatie dan ook met Rusland. sectie 1244 bepaalt verder dat dit rapport een gedetailleerde beschrijving van de geclassificieerde informatie die zal worden verstrekt moet bevatten. Hoewel mijn regering het Congres volledig op de hoogte wil houden van de status van de Amerikaanse inspanningen om samen te werken met de Russische Federatie in verband met ballistische verdedigingsraketten, zal mijn regering Sectie 1244 ook op dusdanige manier interpreteren en uitvoeren dat deze niet interfereert met het presidentieel grondwettellijk gezag om buitenlandse zaken te besturen en zal de onnodige openbaarmaking van gevoelige diplomatieke communicatie vermijden. Andere secties vormen vergelijkbare problemen. Secties 1231, 1240, 1241 en 1242 kunnen zodanig gelezen worden dat ze de vrijgave van gevoelige diplomatieke communicatie en nationale veiligheidsgeheimen vereisen, en secties 1235, 1242 en 1245 zouden interfereren met mijn grondwettelijk gezag om buitenlandse betrekkingen te onderhouden door de Uitvoerende Macht te leiden om bepaalde posities in te nemen in de onderhandelingen of gesprekken met buitenlandse regeringen. Net als sectie 1244, mocht elke toepassing van deze bepalingen in strijd zijn met mijn constitutionele bevoegdheden, zal ik de bepalingen als niet-bindend beschouwen. Bron : Global Research - Michel Chossudovsky – 1 januari 2012 - http://globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=28441 |