Wie zit er achter WikiLeaks?



"Wereldbankiers kunnen, door het trekken aan enkele eenvoudige hefbomen die de geldstroom beheren, hele economieën vormen of breken. Door het controleren van persberichten van economische strategieën die de nationale trends vormen, is de machtselite niet alleen in staat om hun wurggreep op de economische structuur van deze natie te vernauwen, maar kan ze die controle uitbreiden naar de hele wereld. Degenen die dergelijke macht bezitten willen logischerwijze op de achtergrond blijven, onzichtbaar voor de gemiddelde burger.” (Aldous Huxley)

Wikleaks wordt aangemoedigd als een doorbraak in de strijd tegen media desinformatie en de leugens van de Amerikaanse regering. De vrijgegeven documenten vormen ongetwijfeld een belangrijke en waardevolle databank. Sinds het begin van het WikiLeaks project zijn de documenten gebruikt door kritische onderzoekers. Eerdere onthullingen van WikiLeaks waren gericht op de Amerikaanse oorlogsmisdaden in Afghanistan (juli 2010) alsmede kwesties met betrekking tot de burgerlijke vrijheden en de 'militarisering van het Vaderland "(zie Tom Burghardt, Militarizing the "Homeland" in Response to the Economic and Political Crisis, Global Research, 11 oktober 2008). In oktober 2010 werd gemeld dat WikiLeaks circa 400.000 documenten over de oorlog in Irak zou hebben vrijgegeven die betrekking hebben op gebeurtenissen van 2004 tot 2009 (Tom Burghardt, The WikiLeaks Release: U.S. Complicity and Cover-Up of Iraq Torture Exposed, Global Research, 24 oktober 2010). Deze openbaringen in de WikiLeaks logboeken van de oorlog in Irak leveren “verder bewijs van de rol van het Pentagon in de systematische marteling van Iraakse burgers door het VS geïnstalleerde post-Saddam-regime." (Ibid) Progressieve organisaties hebben lof voor het WikiLeaks streven. Onze eigen website Global Research geeft een uitgebreide dekking van het WikiLeaks project. De lekken zijn aangekondigd als een onmetelijke overwinning tegen de corporate media censuur. Maar er is meer dan het oog kan zien. Zelfs vóór de start van het project had de heersende media WikiLeaks gecontacteerd.

Er zijn ook meldingen uit gepubliceerde e-mails (niet bevestigd) dat WikiLeaks, bij de aanvang van het project in januari 2007, de Freedom House had gecontacteerd en om advies had gevraagd. Dit omvatte een uitnodiging aan Freedom House (FH) om te participeren in de WikiLeaks adviesraad: "We zijn op zoek naar een of twee initiële adviesraadsleden van de FH, die advies kunnen geven over het volgende:

1. de nood aan het blootleggen van geheime gegevens over zakelijke en politieke corruptie van de FH als consument
2. de nood aan bronnen van de geheime gegevens, zoals ervaren door het FH
3. de FH aanbevelingen voor andere adviesraadsleden
4. een algemeen advies over de financiering, coalitie opbouw [aldus] en gedecentraliseerde activiteiten en politieke samenstelling (WikiLeaks Leak, e-mails, januari 2007)

Er is geen bewijs van vervolg steun van de FH aan het WikiLeaks project. Freedom House is een in Washington gebaseerde "waakhond organisatie die de wereldwijde uitbreiding van de vrijheid ondersteunt". Het wordt voorgezeten door William H. Taft IV, die juridisch adviseur was van het State Department onder GW Bush en vice-Minister van Defensie was onder de Reagan regering.

WikiLeaks was ook in onderhandeling getreden met een aantal corporate stichtingen met het oog op het verkrijgen van financiering. (WikiLeaks Leak e-mails, januari 2007): De spil van de financiële netwerk van WikiLeaks is Wau Holland Foundation uit Duitsland. ... Assange zei: "In Australië zijn we geregistreerd als een bibliotheek, in Frankrijk zijn we geregistreerd als een stichting, in Zweden zijn we geregistreerd als een krant." WikiLeaks heeft twee belastingvrije liefdadigheidsorganisaties in de VS, bekend als 501C3s, die "als een front fungeren" voor de website, zei hij. Hij weigerde om hun namen te geven zegende dat ze “een deel van hun subsidiegeld kunnen verliezen als gevolg van politieke gevoeligheden.” De heer Assange zei dat WikiLeaks ongeveer de helft van haar geld krijgt van bescheiden donaties via haar website en de andere helft via "persoonlijke contacten," met inbegrip van "mensen met enkele miljoenen die ons benaderen ...." (WikiLeaks Keeps Funding Secret, WSJ.com, 23 augustus, 2010) Het verwerven van geheime financiering van inlichtingendiensten werd volgens de e-mails ook overwogen. (Zie WikiLeaks Leak, e-mails, januari 2007).

Bij de aanvang begin 2007, erkende WikiLeaks dat het project was "gesticht door Chinese dissidenten, wiskundigen en startende onderneming technologen uit de VS, Taiwan, Europa, Australië en Zuid-Afrika .... [Haar adviesraad] bestaat uit vertegenwoordigers van expat Russische en Tibetaanse vluchtelingengemeenschappen, verslaggevers, een voormalige Amerikaanse inlichtingendiensten analisten en cryptografen. "(WikiLeaks Leak, e-mails, januari 2007).

WikiLeaks brengt haar mandaat op haar website als volgt naar voren: "[WikiLeaks zal] een oncensuureerbare versie van Wikipedia zijn voor onvindbare massale geheime gegevensdocumenten en analyse. Onze primaire belangstelling gaat uit naar onderdrukkende regimes in Azië, de voormalige Sovjet-blok, Sub-Sahara Afrika en het Midden. oosten, maar we verwachten ook bijstand te kunnen geven aan degenen uit het Westen die onethisch gedrag willen onthullen in hun eigen regeringen en bedrijven," (CBC News - Website wants to take whistleblowing online 11 januari 2007, cursivering toegevoegd). Dit mandaat werd bevestigd door Julian Assange in een interview in The New Yorker in juni 2010: "Onze primaire doelen zijn die sterk onderdrukkende regimes in China, Rusland en Centraal-Eurazië, maar we verwachten ook bijstand te kunnen bieden aan degenen in het Westen die illegaal of immoreel gedrag in hun eigen regeringen en bedrijven willen onthullen. (geciteerd in WikiLeaks and Julian Paul Assange : The New Yorker, 7 juni 2010, cursivering toegevoegd). Assange liet ook doorschemeren dat "geheimen blootleggen" “mogelijk vele overheden, die afhankelijk zijn van het verbergen van de realiteit, zou kunnen neerhalen, inclusief de Amerikaanse regering.” (Ibid) Al vanaf het begin was de geopolitieke focus van WikiLeaks op "onderdrukkende regimes" in Eurazië en het Midden-Oosten "aantrekkelijk” voor de Amerikaanse elites, dat wil zeggen het stemde kennelijk overeen met de verklaarde Amerikaanse buitenlandse beleidsdoelstellingen. Bovendien was de samenstelling van het WikiLeaks team (inclusief Chinese dissidenten), om niet te zeggen de methodologie van “het vrijgeven van geheimen” van buitenlandse regeringen, in lijn met de praktijken van de Amerikaanse geheime activiteiten die gericht waren op “regime verandering” en het bevorderen van “kleurenrevoluties” in verschillende delen van de wereld.

De rol van de Corporate Media: de centrale rol van de New York Times

WikiLeaks is geen typisch alternatief media-initiatief. The New York Times, The Guardian en Der Spiegel zijn rechtstreeks betrokken bij de redactie en de selectie van uitgelekte documenten. The London Economist heeft ook een belangrijke rol gespeeld. Hoewel het project en zijn uitgever Julian Assange een inzet en belang onthullen voor de waarheid in de media, werden de recente vrijgiften van de ambassade telegrammen van WikiLeaks zorgvuldig "opgesteld" door de heersende media in overleg met de Amerikaanse regering. (Interview met David E. Zie Sanger, Fresh Air, PBS, 8 december 2010) Deze samenwerking tussen WikiLeaks en de geselecteerde heersende media is niet toevallig, het was onderdeel van een overeenkomst tussen een aantal grote Amerikaanse en Europese kranten en WikiLeaks redacteur Julian Assange. De belangrijke vraag is wie controleert en houdt toezicht op de selectie, distributie en bewerking van de vrijgegeven documenten aan het bredere publiek? Welke Amerikaanse buitenlandse beleidsdoelstellingen worden nagestreefd door middel van dit bewerkingsproces? Is WikiLeaks onderdeel van het ontwaken van de publieke opinie, van een strijd tegen de leugens en verzinsels die dagelijks in de gedrukte media en op de TV netwerken verschijnen? Zo ja, hoe kan deze strijd tegen de desinformatie van de media worden gevoerd met de participatie en samenwerking van de corporate architecten van de media desinformatie? WikiLeaks heeft de architecten van de desinformatie in de media opgeroepen om de media desinformatie te bestrijden: Een onlogische en zelfvernietigende procedure. Amerika’s corporate media en meer in het bijzonder The New York Times zijn een integraal onderdeel van het economisch etablissement met banden met Wall Street, de Washington denktanks en de Council on Foreign Relations (CFR). Bovendien heeft de Amerikaanse corporate media een langdurige relatie ontwikkeld met de Amerikaanse inlichtingendiensten die terug gaan naar "Operation Mocking Bird ', een initiatief van het Office of Special Projects (OSP) van de CIA, opgestart in de vroege jaren 1950. Zelfs nog voordat het WikiLeaks project van de grond kwam was de heersende media erbij betrokken. Er werd een rol gedefineerd en afgesproken voor de corporate media, niet alleen in de vrijgave maar ook in de selectie en bewerking van de uitgelekte documenten. In een bittere ironie zijn de “professionele media”, om Julian Assange zijn woorden te gebruiken in een interview met The Economist, vanaf het begin partners geweest in het WikiLeaks project. Bovendien hebben belangrijke journalisten met banden met het Amerikaanse buitenlandse nationaal beleidsveiligheid en inlichtingenetablissement nauw samengewerkt met WikiLeaks, in de distributie en verspreiding van de gelekte documenten. In een bittere ironie is WikiLeaks partner The New York Times, die consequent media desinformatie heeft bevorderd, nu beschuldigd van samenzwering. Voor wat? Voor het onthullen van de waarheid? Of voor het manipuleren van de waarheid? Om het met de woorden van senator Joseph L. Lieberman te zeggen "Ik geloof zeker dat WikiLeaks de Spionage Wet heeft overtreden, maar wat gebeurt er dan met de nieuwsorganisaties waaronder The Times, die dit accepteerden en verdeelden?” De heer Lieberman voegde toe: “Voor mij heeft The New York Times minstens een daad van slechter burgerschap getoond, en of ze al dan niet een misdaad heeft gepleegd, ik denk dat dat een zeer intensief onderzoek vraagt van het Ministerie van Justitie.” (WikiLeaks Prosecution Studied by Justice Department - NYTimes.com, 7 december 2010). Deze "bewerkende" rol van de The New York Times wordt openhartig erkend door David E Sanger, hoofdcorrespondent van de NYT in Washington: "[We] gingen zorgvuldig door [de telegrammen] om te proberen materiaal te bewerken waarvan we dachten dat het schadelijk zou kunnen zijn voor individuen of lopende operaties zou ondermijnen. En we namen zelfs de zeer ongebruikelijke stap om de 100 telegrammen te tonen aan de Amerikaanse regering en hen te vragen of zij extra bewerkingen zouden voorstellen.” (Zie PBS Interview; The Redacting and Selection of WikiLeaks documents by the Corporate Media, PBS interview in "Fresh Air" met Terry Gross: 8 december 2010, cursivering toegevoegd). Maar Sanger zegt ook later in het interview: "Het is de verantwoordelijkheid van de Amerikaanse journalistiek, die teruggaat naar de oprichting van dit land, om eruit te komen en de zwaarste problemen van de dag aan te pakken en dit onafhankelijk van de overheid te doen.” (Ibid) "Onafhankelijk van de overheid” terwijl men hen [de Amerikaanse overheid] op hetzelfde moment "vraagt of ze extra bewerkingen zouden voorstellen?" David E. Sanger kan niet omschreven worden als een model-onafhankelijke journalist. Hij is lid van de Council on Foreign Relations (CFR) en de Aspen Institute's Strategy Group die de sympathieën van Madeleine K. Albright, Condoleeza Rice, voormalig Minister van Defensie William Perry, voormalig CIA hoofd John Deutch, de voorzitter van de Wereldbank Robert B. Zoellick en Philip Zelikow voormalig directeur van de 9/11 Commissie en andere prominente etablissementskarakters hergroepeert. (Zie ook F. William Engdahl, WikiLeaks: A Big Dangerous US Government Con Job, Global Research, 10 december 2010). Dient te worden opgemerkt dat verschillende Amerikaanse journalisten, leden van de Council on Foreign Relations WikiLeaks hebben geïnterviewd, waaronder Time Magazine's Richard Stengel (30 november 2010) en The New Yorker's Raffi Khatchadurian. (WikiLeaks and Julian Paul Assange : The New Yorker, June 11, 2007) Historisch gezien heeft The New York Times, in het kader van een langdurige relatie, de belangen van de Rockefeller familie gediend. De huidige voorzitter van de New York Times, Arthur Sulzberger Jr., is een lid van de Council on Foreign Relations, de zoon van Arthur Ochs Sulzberger en kleinzoon van Arthur Hays Sulzberger, die als een gevolmachtigde diende voor de Rockefeller Foundation. Ethan Bronner, onderredacteur van het buitenlands nieuws van The New York Times, net zowel als Thomas Friedman onder anderen zijn ook leden van de Council on Foreign Relations (CFR). (Membership Roster - Council on Foreign Relations) Op hun beurt spelen de Rockefellers een grote rol als aandeelhouders van diverse Amerikaanse corporate media.

De Ambassade- en de State Department Telegrammen

Het mag dan ook geen verrassing zijn dat David E. Sanger en zijn collega's bij de NYT hun aandacht vestigen op een zeer "selectieve" verspreiding van de WikiLeaks telegrammen, met de nadruk op gebieden die de Amerikaanse buitenlandse beleidsbelangen zouden steunen: het nucleaire programma van Iran, Noord-Korea, de Saudi-Arabische en Pakistaanse steun aan Al Qaeda, China's betrekkingen met Noord-Korea, enz. Deze vrijgaven werden vervolgens gebruikt als bronmateriaal in NYT artikelen en commentaar. De Ambassade- en State Department telegrammen die werden vrijgegeven door WikiLeaks werden bewerkt en gefilterd. Ze werden gebruikt voor propagandadoeleinden. Ze vormen geen volledige en voortdurende reeks van memo’s. Uit een geselecteerde telegrammenlijst, worden de lekken gebruikt voor de rechtvaardiging van een buitenlandse beleidsagenda. Een voorbeeld hiervan is het vermeende Iraanse nucleaire wapenprogramma, die het voorwerp is van tal van State Department memo's, evenals de Saudi-Arabische steun aan het islamitisch terrorisme.

Nucleaire programma van Iran

De uitgelekte telegrammen worden gebruikt om de desinformatiecampagne rond Iran’s massavernietigingswapens te voeden. Hoewel de uitgelekte telegrammen zijn aangekondigd als "bewijs" dat Iran een bedreiging vormt, zijn de leugens en verzinsels van de corporate media over het Iraanse vermeende nucleaire wapenprogramma niet genoemd, noch is er enige vermelding van hen in de uitgelekte telegrammen. Als de uitgelekte documenten eenmaal door de trechter van de corporate nieuwsketens stroomt, bewerkt en opgesteld door The New York Times, dienen ze onuitwisbaar het breder belang van het Amerikaanse buitenlandse beleid, waaronder VS-Nato-Israël oorlogsvoorbereidingen tegen Iran. Met betrekking tot de "uitgelekte inlichtingen” en de dekking van het vermeende Iraanse nucleaire wapenprogramma, heeft David E. Sanger een cruciale rol gespeeld. In november 2005 publiceerde The New York Times een rapport waarvan David E. Sanger en William J. Broad co-auteur waren, getiteld "Relying on Computer, U.S. Seeks to Prove Iran's Nuclear Aims". Het artikel verwijst naar mysterieuze documenten op een gestolen Iraanse laptop waaronder “een reeks tekeningen van een rakketterugkeerlanceertvoertuig" dat naar verluidt geschikt zou zijn voor een Iraans kernwapen: “Midden juli riepen Amerikaanse senior inlichtingendienstambtenaren de leiders van het internationaal Atoomenergie Agentschap bij elkaar in de top van een wolkenkrabber met uitzicht over de Donau in Wenen en onthulde de inhoud van wat ze zeiden dat een gestolen Iraanse laptop was. Volgens een half dozijn Europese en Amerikaanse deelnemers aan de vergadering, flitsten de Amerikanen op een scherm en spreidden ze over een vergadertafel selecties uit meer dan duizend pagina’s aan Iraanse computersimulaties en experimentverslagen, zeggende dat dit aantoonde dat er grote inspanning werd geleverd voor het ontwerp van een nucleaire kernkop. De Amerikanen erkenden vanaf het begin dat de documenten niet bewezen dat Iran een atoombom had. Zij presenteerden ze echter als het sterkste bewijs dat ondanks Iran’s aandringen dat haar nucleaire programma vreedzaam is, het land toch probeert een compacte kernkop te ontwikkelen die past op de Shahab rakket en die Israël en andere landen in het Midden Oosten kan bereiken.” (William J. Broad en David E. Sanger, Relying on Computer, U.S. Seeks to Prove Iran's Nuclear Aims - New York Times, 13 november 2005, cursivering toegevoegd) Deze "geheime documenten" werden later alsnog door de US State Department aan het Internationaal Atoomenergie Agentschap IAEA overhandigd, met het oog op het aantonen dat Iran een nucleair wapenprogramma ontwikkelt. Ze werden ook gebruikt als een voorwendsel om de economische sancties tegen Iran, aangenomen door de VN-Veiligheidsraad, af te dwingen. Terwijl hun authenticiteit in twijfel is getrokken, bevestigt een recent artikel van onderzoeksjournalist Gareth Porter ondubbelzinnig dat de mysterieuze laptop documenten vals zijn. (Zie Gareth Porter, Exclusive Report: Evidence of Iran Nuclear Weapons Program May Be Fraudulent, Global Research, 18 november 2010). De tekeningen in de documenten gelekt door William J. Broad en David E. Sanger behoren niet tot de Shahab raketten, maar tot een verouderd Noord-Koreaans raketsysteem dat in het midden van de jaren 1990 werd ontmanteld door Iran. De tekeningen voorgesteld door de US State Department ambtenaren behoorden tot de "Verkeerde Kernrakketkop": In juli 2005 hield Robert Joseph, de Amerikaanse onderminister voor wapenbeheersing en internationale veiligheid, een formele presentatie over de vermeende Iraanse nucleaire wapenprogramma documenten aan de leidende ambtenaren van het agentschap in Wenen. Joseph flitste uittreksels uit de documenten op het scherm en besteedde speciale aandacht aan de reeks technische tekeningen of "schema’s" met 18 verschillende montagemanieren van een onbekende lading in het terugkeerlanceervoertuig of “kernkop" van ballistische middellange-afstandsraketten van Iran, de Shahab-3. Toen de IAEA analisten de stukken echter mochten bestuderen, ontdekten ze dat deze schema's waren gebaseerd op een terugkeerlanceringsvoertuig waarvan de analisten reeds wisten dat het Iraanse leger ze hadden omgeruild ten gunste van een nieuw verbeterd ontwerp. De kernkop getoond in het schema was de bekende "domkop dop" vorm van de oorspronkelijke Noord-Koreaanse No Dong rakket die Iran had verworven in het midden van de jaren 1990. ... De laptop documenten hadden de verkeerde terugkeerlanceringsvoertuigen afgebeeld die werden vernieuwd. ... (Gareth Porter, op cit., cursivering toegevoegd) David E, Sanger die ijverig met WikiLeaks werkte onder het mom van waarheid en transparantie, was ook dienstig in het “lek” van wat Gareth Porter beschrijft als nepinlichtingen. (Ibid) Hoewel dit probleem van valse inlichtingen vrijwel geen media-aandacht kreeg, ontkracht dit regelrecht Washington’s beweringen over vermeende Iraanse nucleaire wapens. Het roept ook vragen op bij de legitimiteit van het VN-Veiligheidsraad sanctieregime gericht tegen Iran. Bovendien heeft in een bittere ironie, de selectieve bewerking van de WikiLeaks ambassade telegrammen door de NYT zijn nut gediend om niet enkel de centrale kwestie van valse inlichtingen af te wijzen, maar ook om Washington’s bewering dat Iran nucleaire wapens ontwikkeld te versterken door media desinformatie. Een voorbeeld hiervan is een artikel van november 2010 dat mee geschreven werd door David E. Sanger, die de WikiLeaks kabels als bron aanhaalt: "Iran kreeg, volgens een [WikiLeaks] telegram van 24 februari dit jaar, 19 van de raketten van Noord-Korea ... (WikiLeaks Archive — Iran Armed by North Korea - NYTimes.com, 28 november 2010). Deze raketten hebben naar verluid de “capaciteit om in te slaan op hoofdsteden in West-Europa of kunnen gemakkelijk Moskau bereiken, en Amerikaanse functionarissen waarschuwden dat hun geavanceerde stuwkracht Iran zijn ontwikkeling van intercontinentale ballistische raketten kan versnellen.” (Ibid, cursivering toegevoegd)

WikiLeaks, Iran en de Arabische wereld

De vrijgegeven WikiLeaks telegrammen zijn ook gebruikt om verdeeldheid te zaaien tussen Iran enerzijds en Saudi-Arabië en de Golfstaten anderzijds: “Nadat WikiLeaks beweerde dat Arabische staten bezorgd waren over het nucleaire programma van Iran en er bij de VS op aandrongen om [militaire] actie te ondernemen om Iran te vatten, nam de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton gebruik van de situatie en zei dat uit de vrijgegeven telegrammen bleek dat de Amerikaanse bezorgheid betreffende het Iraanse nucleaire programma werd gedeeld door de internationale gemeenschap.”(Tehran Times : WikiLeaks promoting Iranophobia, 5 december 2010) De westerse media heeft deze kans genomen en citeerde de memo’s van de State Department die vrijgegeven waren door WikiLeaks met het oog op het hooghouden van Iran als een bedreiging voor de mondiale veiligheid alsmede het bevorderen van verdeeldheid tussen Iran en de Arabische wereld.

"De Globale oorlog tegen Terrorisme"

De lekken geciteerd door de westerse media onthullen de steun van de Golfstaten en Saudi-Arabië aan diverse islamitische terroristische organisaties, een bekend feit dat uitvoerig is gedocumenteerd. Wat de verslagen echter niet vermelden, wat cruciaal is in het begrip van de “Globale Oorlog tegen Terrorisme”, is dat de Amerikaanse inlichtingendienst van oudscher haar steun doorsluisde naar terroristische organisaties via Pakistan en Saudi-Arabië. (Zie Michel Chossudovsky, Amerika's "War on Terrorism", Global Research, Montreal, 2005). Deze zijn geheime inlichtingendienst operaties gesponserd door de VS met behulp van Saudische en Pakistaanse inlichtingendiensten als tussenpersonen. In dit verband lijkt het gebruik van de Wikleaks documenten door de media de illusie op te houden dat de CIA niets te maken heeft met het terreurnetwerk en dat Saudi-Arabië en de Golfstaten “het leeuwendeel van de financiering voorziet “ aan onder andere Al Qaeda, de Taliban, Lashkar-e-Taiba, terwijl in werkelijkheid deze financiering wordt uitgevoerd in overleg en samenspraak met hun Amerikaanse inlichtingendienst tegenhangers: “De informatie kwam aan het licht in de laatste ronde van de documenten die zondag werden vrijgegeven door WikiLeaks in hun communiques aan de State Department, Amerikaanse Ambassades in Saudi-Arabië en de Golfstaten beschrijven een situatie waarin rijke particuliere donateurs, vaak openlijk, dezelfde groepen waartegen Saudi-Arabië beweert te vechten rijkelijk ondersteunde.” (WikiLeaks: Saudis, Gulf States Big Funders of Terror Groups - Defense/Middle East - Israel News - Israel National News) Ook met betrekking tot Pakistan: De telegrammen die door WikiLeaks werden verkregen en beschikbaar werden gesteld aan een aantal nieuwsorganisaties, toonden duidelijk dat er onder de publieke geruststellingen diepe conflicten [tussen de VS en Pakistan] liggen over de strategische doelen op zaken als de Pakistaanse steun aan de Afghaanse Taliban en de tolerantie van Al Qaeda,...” (Wary Dance with Pakistan in Nuclear World, The New York Times, 1 december 2010) Verslagen van deze aard dienen om legitimiteit te verlenen aan Amerikaanse drone-aanvallen tegen vermeende doelwitten van terroristen in Pakistan. Het gebruik en de interpretatie van de WikiLeaks telegrammen door de corporate media dient twee verwante mythen te hoog te houden:

1. Iran heeft een kernwapenprogramma en vormt een bedreiging voor de mondiale veiligheid.

2. Saudi-Arabië en Pakistan zijn 'staatssponsors van Al Qaeda. Ze financieren Islamitische terroristische organisaties die de VS en hun NAVO-bondgenoten willen aanvallen.

De CIA en de Corporate Media

De CIA relatie met de Amerikaanse media is uitgebreid gedocumenteerd. The New York Times heeft nog steeds een nauwe relatie met niet alleen met de Amerikaanse inlichtingendiensten maar ook met het Pentagon en meer recentelijk met het Department of Homeland Security. "Operatie Mocking Bird" was een initiatief van het bureau van de CIA van Special Projects (OSP), gevestigd in de vroege jaren 1950. Het doel was om invloed op zowel de Amerikaanse als de buitenlandse media uit te oefenen. Vanaf de jaren 1950 werden leden van de Amerikaanse media routinematig ingelijfd door de CIA. De interne werking van de CIA relatie met de Amerikaanse media wordt beschreven in Carl Bernstein’s artikel uit 1977 in Rolling Stone genaamd: The CIA and the Media: "Meer dan 400 Amerikaanse journalisten die stiekem opdrachten [hadden] uitgevoerd voor de Central Intelligence Agency, volgens stukken van het dossier bij het CIA hoofdkwartier. [1950-1977] Sommige van deze journalistenrelaties met het Agentschap waren stilzwijgend; anderen waren expliciet. ... Reporters deelden hun notitieboeken met de CIA. Redacteurs deelden hun personeel. Sommige journalisten waren Pulitzer Prijs winnaars. ... De meesten waren minder verheven: buitenlandse correspondenten die vonden dat hun associatie met het agentschap hun werk had geholpen...; Onder de managers die hun samenwerking uitleenden aan het Agentschap zijn Williarn Paley van de Columbia Broadcasting System, Henry Luce van Tirne Inc, Arthur Hays Sulzberger van de New York Times, Barry Bingham sr. van de LouisviIle Courier Journal, en James Copley van de Copley News Service. Andere organisatie die samenwerkten met de CIA zijn onder meer The American Broadcasting Company, the National Broadcasting Company, the Associated Press, United Press International, Reuters, Hearst Newspapers, Scripps-Howard, Newsweek magazine, the Mutual Broadcasting System, the Miami Herald en de oude Saturday Evening Post en New York Herald-Tribune.” (The CIA and the Media by Carl Bernstein)

Bernstein stelt in dit verband dat "het CIA gebruik van de Amerikaanse media veel uitgebreider is dan ambtenaren van het Agentschap openbaar of in gesloten sessies met leden van het Congres hebben erkend.” (Ibid) In de afgelopen jaren is de de relatie van de CIA met de media steeds complexer en geavanceerder geworden. We hebben te maken met een gigantische propaganda-netwerk waaronder een aantal agentschappen van de overheid. Mediadesinformatie is geïnstitutionaliseerd geworden. De leugens en verzinsels zijn steeds schaamtelozer geworden in vergelijking met de jaren 1970. De Amerikaanse media is uitgegroeid tot de spreekbuis van het Amerikaanse buitenlandse beleid. Desinformatie wordt routinematig door CIA-agenten “gepland” in the nieuwskamer van grote dagbladen, magazines en TV-zenders: “Relatief weinig goed-aangesloten correspondenten voorzien de primeurs, die verslagen worden in de relatief weinige heersende nieuwsbronnen, waar de parameters van het debat worden gezet en de “officiële werkelijkheid” wordt ingewijd voor de onderste eters in de nieuwsketen.” (Chaim Kupferberg, The Propaganda Preparation of 9/11, Global Research, 19 september 2002).

Sinds 2001 heeft de Amerikaanse media een nieuwe rol op zich genomen in het behoud van de "Globale Oorlog tegen Terrorisme" (GWOT) en het camoufleren van de VS gesponsorde oorlogsmisdaden. In de nasleep van 9/11 schiep Minister van Defensie Donald Rumsfeld de Office of Strategic Influence (OSI), of "Bureau van Desinformatie" zoals het werd genoemd door zijn critici: "Het Ministerie van Defensie zei dat ze dit moesten doen, en ze gingen daadwerkelijk verhalen planten die onjuist waren in het buitenland - als een poging om de wereldwijde publieke opinie te beinvloeden.” (Interview met Steve Adubato, Fox News, 26 december 2002, zie ook Michel Chossudovsky, War Propaganda, Global Research 3 januari, 2003). De corporate media van vandaag is een instrument van oorlogspropaganda die de vraag afdwingt: Waarom zou de NYT ineens de transparantie en waarheid in de media bevorderen door WikiLeaks te helpen in het “verspreiden van het woord”, en dat mensen over de hele wereld niet een moment zouden pauzeren om zich vragen te stellen over de basis van deze onverenigbare relatie. Aan de oppervlakte bewijst niets dat WikiLeaks een geheime CIA operatie is. Echter gezien de samenhangende en gestructureerde relatie van de corporate media met de Amerikaanse inlichtingendiensten, om maar niet te spreken over de banden van individuele journalisten met het nationaal-militaire veiligheidsetablissement, moet het probleem van een CIA-gesponserde PsyOp noodzakelijkerwijs worden aangepakt.

Sociale en bedrijfsmatige Entourage van WikiLeaks

WikiLeaks en The Economist zijn ook gearriveerd in wat een tegenstrijdige relatie blijkt te zijn. WikiLeaks oprichter en redacteur Julian Assange kreeg in 2008 de New Media Award van The Economist toegekend. The Economist heeft een nauwe relatie met de financiële elites van Groot-Brittannië. Het is een nieuwsetablissement dat evenwichtig de Britse betrokkenheid bij de oorlog in Irak ondersteunde. De hoofdredacteur van The Economist, John Micklethwait was een deelnemer van de Bilderberg conferentie in juni 2010.

The Economist draagt ook de stempel van de Rothschild familie. Sir Evelyn Robert Adrian de Rothschild was voorzitter van The Economist van 1972 tot 1989. Zijn vrouw Lynn Forester de Rothschild zit momenteel in het bestuur van The Economist. De familie Rothschild heeft ook een aanzienlijk aandeelbelang in The Economist. Andrew Stephen Bower Knight, voormalig redacteur van The Economist (1974-1986), is momenteel voorzitter van de J. Rothschild Capital Management Fund. Hij is naar verluid ook lid geweest van de Bestuursgroep (1986) van de Bilderberg. De bredere vraag is waarom Julian Assange steun zou krijgen van Groot-Britanië’s vooraanstaande nieuwsorganisatie die consequent betrokken is geweest in de media desinformatie? Hebben we niet te maken met een geval van "vervaardigde dissidentie", waarbij het ondersteunings- en beloningsproces voor WikiLeaks haar inspanningen een middel wordt om het WikiLeaks project te controleren en te manipuleren, terwijl het tegelijkertijd wordt ingeburgerd in de heersende media. Een ander verband is ook het vermelden waard. Mark Stephens, de advokaat van Julian Assange bij Finers Stephens Innocent (FSI) een belangrijk Londens elite advokatenkantoor, is toevallig ook de juridische adviseur van het Rothschild Waddesdon Fonds. Hoewel dit op zichzelf al iets bewijst, moet dit desalniettemin worden onderzocht in de bredere context van de sociale en corporate entourage van WikiLeaks: de NYT, de CFR, The Economist, Time Magazine, Forbes, Finers Stephens Innocent (FSI), enz.

Vervaardigde dissidentie

WikiLeaks heeft de essentiële kenmerken van een proces van "vervaardigde dissidentie". Zij streeft ernaar overheidsleugens bloot te leggen. Ze heeft belangrijke informatie over de Amerikaanse oorlogsmisdaden uitgebracht. Maar zodra het project wordt ingebed in de mal van de heersende media wordt het gebruikt als een instrument van de mediadesinformatie: "Het is in het belang van de corporate elite om afwijkende meningen en protest te accepteren als een kenmerk van het systeem zolang ze de gevestigde sociale orde niet bedreigen. Het doel is niet om afwijkende meningen te onderdrukken, maar om de protestbeweging te vormen en te kneden, om de buitenste grenzen van de dissidentie in te stellen. Om echter doeltreffend te zijn moet het proces van “vervaardigde dissidentie” zorgvuldig worden gereguleerd en gecontroleerd door degenen die het voorwerp zijn van de protestbeweging.” (zie Michel Chossudovsky," "Manufacturing Dissent": the Anti-globalization Movement is Funded by the Corporate Elites, september 2010) Wat dit onderzoek van het WikiLeaks project ook suggereert is dat de mechanica van de New World Order propaganda, vooral met betrekking tot zijn militaire agenda, steeds verfijnder is geworden. Het is niet langer gebaseert op de regelrechte onderdrukking van de feiten met betrekking tot de VS en de NAVO oorlogsmisdaden. Evenmin vereist het dat de reputatie van ambtenaren op het hoogste niveau, met inbegrip van de Minister van Buitenlandse Zaken worden beschermd. New World Order politici zijn in zekere zin "wegwerpbaar". Zij kunnen worden vervangen. Wat moet worden beschermd en ondersteund zijn de belangen van de economische elites die het politieke apparaat achter de schermen beheersen. In het geval van WikiLeaks zijn de feiten opgenomen in een databank, veel van deze feiten, met name die met betrekking tot buitenlandse regeringen, dienen de Amerikaanse buitenlandse beleidsbelangen. Andere feiten hebben aan de andere kant de neiging de Amerikaanse regering in diskrediet te brengen. Met betrekking tot de financiële informatie, de vrijgave van gegevens met betrekking tot een bepaalde bank aangespoord via WikiLeaks door een rivaliserende financiële instelling, die kan potentieel gebruikt worden om de ineenstorting of faillisement van de beoogde financiële instelling te activeren.

Alle Wiki-feiten zijn selectief bewerkt, vervolgens "geanalyseerd" en geïnterpreteerd door een media die de economische elites bedient. Terwijl de vele stukjes van de informatie vervat in de WikiLeaks databank toegankelijk zijn, zal het bredere publiek normaal gezien niet de moeite nemen om de WikiLeaks databank te raadplegen of kritisch te bekijken. Het publiek zal de bewerkte selecties en interpretaties lezen die gepresenteerd worden in de belangrijkste nieuwsorganisaties. Een gedeeltelijk en bevooroordeeld beeld wordt gepresenteerd. De gecensureerde versie wordt aanvaard door de publieke opinie omdat het gebaseerd is op wat is aangekondigd als een "betrouwbare bron", terwijl in feite wat er wordt gepresenteerd in de pagina's van grote kranten en op de TV netwerken een zorgvuldig ontworpen en opgerolde verdraaiing van de waarheid is. Beperkte vormen van kritisch debat en "transparantie" worden getolereerd en tegelijkertijd ook de brede maatschappelijke acceptatie van de uitgangspunten van het Amerikaanse buitenlandse beleid, waaronder de "Globale Oorlog tegen Terrorisme" worden afgedwongen. Met betrekking tot een groot segment van de Amerikaanse anti-oorlogsbeweging lijkt deze strategie succes te hebben gehad: "Wij zijn tegen oorlog maar wij steunen de 'oorlog tegen het terrorisme’." Wat dit betekent is dat de waarheid in de media alleen kan worden bereikt door de ontmanteling van de propagandamachine, dat wil zeggen het breken van de legitimiteit van de corporate media die het brede belang van de economische elites en het Amerikaanse wereldwijde militaire ontwerp ondersteunt. Wij moeten er op ons beurt voor zorgen dat de campagne tegen WikiLeaks in de VS, met behulp van de Spionage wet van 1917, niet zal worden gebruikt als middel om campagne te voeren om het internet te controleren. In dit verband moeten we ook sterk staan in het voorkomen van de vervolging van Julian Assange in de VS.


© Michel Cossudovsky

Bron: Michel Chossudovsky voor Global Research, 26 december 2010





©2007 www.wijwordenwakker.org