Iedereen wordt een potentiële terrorist


De Tweede Kamer behandelde recent een wetsvoorstel om van iedere burger vier vingerscans en een gezichtsopname op te slaan in een centrale database.
Zorgwekkend.

In het huidige Nederlandse paspoort zit sinds 2006 een chip met 'biometrische' foto van de houder. Biometrisch wil zeggen dat specifieke lichaamseigenschappen en kenmerken van een persoon zijn vastgelegd, waarmee hij wordt onderscheiden van iemand anders. Doordat de gegevens in een chip zijn opgeslagen wordt machinale vergelijking mogelijk. Het oorspronkelijke doel was beter te kunnen controleren of een paspoort hoort bij degene die hem gebruikt. Dit lijkt mooi, maar ook de huidige techniek kent omvangrijke foutmarges. Bij grootschalig gebruik zal dit leiden tot aanzienlijke foutmeldingen en niet waargenomen fraude.

De gezichtsopname in het paspoort moet volgens een Europese richtlijn vanaf dit jaar worden vergezeld van een tweede biometrisch gegeven. In Nederland is gekozen voor het toevoegen van twee biometrische vingerscans.

Als het huidige wijzigingsvoorstel van de paspoortwet wordt aangenomen, komen de gezichtsopname en vingerscans niet alleen in het paspoort, maar ook in een centrale databank terecht. Deze databank wordt toegankelijk voor politie, justitie en de gemeentelijke administratie. Het belangrijkste motief is de bestrijding van identiteitsfraude en internationaal terrorisme. Als tweede wordt de identificatie van slachtoffers van rampen en ongevallen genoemd.

Op het eerste gezicht zal iedereen het met deze beleidsdoelen eens zijn. De politiek realiseert zich echter niet de enorme gevaren. Allereerst wordt de burger definitief de mogelijkheid ontnomen om controle te houden over zijn of haar gegevens. De overheid kijkt niet alleen meer of een paspoort bij een persoon hoort, maar kan elke burger identificeren aan de hand van een ergens aangetroffen vingerafdruk. Hierdoor wordt feitelijk iedereen als potentiële verdachte of terrorist bestempeld. Met de groei van de technische mogelijkheden wordt het beginsel van 'eerst rook zien, dan vuur zoeken' losgelaten. Elektronische observatie en controle nemen in ijltempo toe. Voorbeelden zijn de ov-chipkaart en rekeningrijden. Ook onze telefoon- en emailgegevens worden al opgeslagen en nu dreigt ook nog de centrale opslag van onze biometrische gegevens. De burger moet worden beschermd: wij moeten vasthouden aan het principe om pas gegevens te verzamelen als ergens rook wordt gesignaleerd.

Ten tweede is het twijfelachtig of de huidige kennis over de opslag en toepassing van biometrische gegevens voldoende zijn gevorderd. Het is vooral zorgelijk, omdat ook jonge kinderen hun eigen biometrisch paspoort krijgen. Juist bij kinderen kent biometrie een hoog foutpercentage. Daarnaast zijn biometrische gegevens van burgers nog onversleuteld opgeslagen. Indien een hacker erin slaagt door te dringen tot de centrale opslag heeft hij direct toegang tot unieke lichaamskenmerken van argeloze burgers. Wil de overheid grootschalig misbruik uitsluiten, dan moet enorm moeten geïnvesteerd in beveiliging.

Er zijn nu al justitiële databanken met vingerafdrukken en dna-profielen. Opname daarin is aan strenge regels gebonden. Staatssecretaris Bijleveld heeft nog niet duidelijk gemaakt waarom zulke databanken onvoldoende zijn, en waarom zij ook biometrische gegevens wil opslaan. Hoe groot is precies de verhoogde pakkans van criminelen, terroristen en identiteitsfraudeurs? Wij vermoeden dat het om marginale percentages gaat. Is het dan echt noodzakelijk om van alle burgers biometrische gegevens centraal op te slaan?

Kernvraag is of Nederlanders moeten worden blootgesteld aan gevaren zoals het gekraakt worden van de centrale databank met massaal verlies van gegevens. Of uitgebreid gebruik voor allerlei toekomstige overheidsdoelen met behoorlijke foutpercentages. Het is zorgwekkend dat met dit voorstel geleidelijke invoering van biometrie terzijde wordt geschoven. Niet voor niets hebben sommige EU-staten gebruik van biometrie in het paspoort uitgesteld.




Bron: Eindhovens Dagblad 11 december 2008
door Paul de Hert en Annemarie Sprokkereef. 

Paul de Hert is universitair hoofddocent en hoogleraar persoonsgegevensbescherming aan de universiteiten van Tilburg en Brussel.
Annemarie Sprokkereef is onderzoeker regulering van biometrie aan de universiteiten van Tilburg en Leeds. 

 





©2007 www.wijwordenwakker.org