Wetenschapper bekend onderzoek puin van Roswell Ufo crash


Onlangs is een onderzoekrapport boven water gekomen over het materiaal van de neergestorte Ufo in Roswell (1947). Met behulp van F.O.I.A. (Freedom of Information Act, vrijheid van informatie wet) is bevestigd dat luchtmachtbasis Wright Patterson, het geheimzinnige Battelle Memorial Institute inschakelde om het puin en metaal van de crash te analyseren. Het is merkwaardig dat een van de auteurs van deze studie, dezelfde wetenschapper is, die decennia geleden al aan naasten had bekend dat hij buitenaards metaal van een UFO onderzocht had, toen hij een wetenschapper van Battelle was!

Het schijnt dat de studie de allereerste pogingen beschrijft in het creëren van nieuwe geavanceerde titanium legeringen. Een van deze legeringen werd later bekend als "memory alloy" of “smart metal” (geheugenmetaal). Dit metaal zal na destructie zijn oorspronkelijke vorm aannemen.

Het rapport uit 1949 is gevonden naar aanleiding van voetnoten in rapporten over Nitinol (dit is zo een “smart metal”) en deze rapporten werden veelal door het militaire apparaat gesponsord. Leden van luchtmachtbasis Wright Patterson en Batelle Memorial Institute hadden eerder laten weten dit onderzoeksrapport niet meer in bezit te hebben.

Men was zeer verbaasd dat de gezochte studie mede door Elroy John Center was verricht. Hij was een chemisch analist die voor Batelle werkte die -in juni van 1960- in privékring had bekend dat hij metaal van een neergestorte UFO had geanalyseerd toen hij bij het Instituut werkzaam was. Toen het rapport ten slotte ontvangen werd, werd bekend dat Elroy Center een van de "en anderen" auteurs van deze studie was.


Batelle Memorial Institute

Het was al eerder bekend dat Battelle het meest waarschijnlijke onderzoekinstituut zou zijn om zulk materiaal te analyseren. Battelle is sinds 1929 een belangrijk onderzoekinstituut voor defensie.

Het metaal
Geloofwaardige ooggetuigen van Roswell spraken over metaal met een veranderend vermogen (vormherinnering). Verfrommeld metaal leek van zelf in oorspronkelijke vorm terug te keren. Metaal dat zich kan herstellen duikt vandaag de dag op voor toepassingen in de ruimtevaart en brillenindustrie.


• Nitinol is een lichte nikkel- en titanium legering, de ‘Mercedes’ onder de “smart metals”. Het werd door Battelle uitgebreid onderzocht op verzoek van Luchtmachtbasis Wright Patterson, onmiddellijk na de Roswell crash. Dit metaal "muteert" na verfrommeling onmiddellijk naar zijn oorspronkelijke vorm terug.
• Een metaal expert die daar in die tijd werkte, Howard C. Cross, leefde een dubbelleven, door in het geheim Ufo onderzoek te doen voor de geheime diensten, terwijl hij ook onderzoeker was naar titanium legeringen. Cross lekte de informatie over de titanium legeringen naar de Amerikaanse Luchtmacht, die daarna Nitinol “ontdekte”.
• Generaal Arthur Exon, destijds de commandant van luchtmachtbasis Wright Patterson, spreekt over een titanium legering die onderdeel was van de crash resten. Hij bekend dat het materiaal uniek is en dat de chemische analyse en eigenschappen ervan in diverse rapporten beschreven staan.
• Generaal George Schulgen (die toentertijd de Inlichtingendienst van het Pentagon leidde) liet na de crash van Roswell een geheim memorandum uitgaan. Hij informeerde zijn officieren dat Ufo’s gemaakt waren van materialen "van samengestelde bouw" dat "verschillende combinaties van metalen" gebruikte en dat door "ongewone methoden" gefabriceerd was en daardoor ook "extreem licht". Het memorandum van Schulgen werd slechts een week voor de uitgifte van het Battelle rapport verstuurd!
• Er zijn belangrijke afwijkingen in de "officiële" geschiedenis van Nitinol gevonden. Hoewel Nitinol niet het "eigenlijke" Roswell puin is, is de inspiratie en ontwikkeling van Nitinol waarschijnlijk aan het Roswell puin ontleend.
• Binnen vier door militairen gesponsorde studies werden voetnoten gevonden die betrekking hadden op het rapport uit 1949. Een van deze vier rapporten is geschreven onder auspiciën van Dr. Fred Wang, de zogenaamde "mede-uitvinder" van Nitinol in 1960. Wang bleek later betrokken te zijn geweest bij bizarre "geest over materie" (mind over matter) experimenten om te zien of Nitinol ook zou kunnen muteren door de kracht van de geest.

Het was reporter Billy Cox van de Sarasota Herald Tribune die het verzoek deed via de FOIA. Het rapport is onvolledig, het mist bladzijden en niet alle pagina’s zijn genummerd.

Het onderzoekrapport van Batelle


Titelpagina van het rapport

De volledige titel van de studie is "Tweede Voortgangsrapport van 1 september tot 21 oktober 1949 over Onderzoek en Ontwikkeling van Titanium Legeringen Contract Nr. 33 (038)-3736.” Geschreven door "Simmons, C.W.; Greenidge, C.T., Craighead, C.M. en anderen"; op verzoek van Luchtmachtbasis Wright Patterson.
De verwijzingen naar dit tweede rapport zijn in latere door het leger gesteunde studies over geheugenmetaal gevonden. Auteurs van deze rapporten zijn CM. Craighead, F. Fawn en LW. Eastwood. Later werd duidelijk dat deze auteurs slechts onderdelen van het rapport geschreven hadden, en niet eens het belangrijkste deel dat verwijst naar de titel, nodig om Nitinol te fabriceren.
Elroy John Center, de wetenschapper die in familiekring bekend had onderzoek te hebben gedaan naar Ufo’s, staat niet als mede auteur op de rapporten. Hij is waarschijnlijk een van de vele ‘en anderen’ schrijvers.

Er zijn diverse onderdelen in het rapport.


Het onderdeel waar Elroy J. Center in genoemd wordt gaat over de zuiverheid van titanium. Op pagina 97 is te lezen dat Elroy Center als chemisch analist metaal onderzoekt op onzuiverheden. Het hoofdstuk heet "Analytische Methoden voor de Titanium Legering". Titanium moet van ultrahoge zuiverheid zijn om gebruikt te worden voor geheugen metaal. Hij concentreert zich op de ontdekking van zuurstof in titanium, een uitdaging wanneer Nitinol geproduceerd moet worden.


Elroy John Center
 
Center was een Senior Scheikundig Analist, werkzaam voor Battelle Memorial Institute van 1939 tot 1957. Uit vele archieven en bestanden van o.a. de Universiteit van Michigan wordt zijn positie in die tijd bevestigd. Oorspronkelijk kwam hij uit Hibbing, MN, maar de studie naar scheikundig analist werd in de universiteit van Michigan gevolgd, in 1939.

Dr. Irena Scott (een voormalige werknemer van zowel Battelle Memorial Institute, als de inlichtingendienst van Defensie) was op de hoogte van Elroy’s Extra Terrestial metaal analyse, jaren voordat het Battelle rapport gepubliceerd was. Zij had zelfs zijn bekentenis doorgespeeld aan MUFON, een UFO onderzoeksorganisatie van burgers, zoals blijkt uit een bericht in het MUFON tijdschrift uit 1992. Maar de naam van Center, geassocieerd met het rapport van Battelle uit 1949 over geheugenmetaal, dat is pas bekend sinds midden augustus 2009, sinds het rapport via de FOIA ontvangen werd.

In mei 1992 sprak Irena Scott met een wederzijdse kennis. Hij vertelde haar dat in juni 1960, Center hem privé iets bizars had verteld. Elroy John Center had zijn vriend verteld dat hij toen hij chemisch analist was bij Battelle, hij door zijn superieuren was gevraagd technische hulp te bieden bij een vreemd project. Hij moest de evaluatie van onbekend materiaal leiden dat pas gevonden was na de crash van een "vliegende schotel". Hij zei dat het puin – net als het puin van het Roswell incident - zeer ongewone hiëroglifische tekeningen had. Center zweeg hierna. Center stierf in 1991. De familie van Center bevestigde zijn intense interesse voor UFO’s en buitenaardse wezens, ook na 1957, toen hij stopte bij Batelle. Aanvullende informatie die bevestigt dat Center betrokken was zal spoedig worden vrijgegeven.

Hoewel dit verhaal in 1992 al openbaar was, wist niemand dat Elroy Center mede auteur was van het Battelle rapport voor Luchtmachtbasis Wright Patterson, waarvan altijd het vermoeden was dat er een Roswell connectie was! Dat kan geen toeval zijn.

Het rapport was lange tijd verboden in te zien, en toen het via FOIA openbaar werd, was het niet volledig.

Het was ‘onvindbaar’ in de archieven van Batelle en Wright Patterson, hoewel de voetnoten in diverse andere rapporten regelmatig verwezen naar dit "Tweede Voortgangsrapport van 1 september tot 21 oktober 1949 over Onderzoek en Ontwikkeling van Titanium Legeringen Contract Nr. 33 (038)-3736.”

In de begin maanden van 2009 werd besloten het FOIA in te schakelen om het rapport veilig te stellen voor vernietiging. Het vereiste twee verzoeken aan het FOIA, een telefoongesprek en 10 weken geduld. Het rapport werd eerst naar de Secretaris van de Luchtmacht gezonden voor officiële herziening. Het document was al die jaren alleen in te zien geweest door gemachtigd DoD (Ministerie van Defensie) personeel, ondanks dat het 60 jaar oude informatie was! Volgens de Luchtmacht werd het rapport in de archieven van het Defensie Technische Informatie Center (DTIC) van het Ministerie van Defensie gevonden. Ongeveer 30% van het 119 bladzijden tellende rapport is verdwenen. De Luchtmacht geeft hiervoor als verklaring de leeftijd van het document en het onvermogen om zekere delen van het rapport te reproduceren.

Een van de auteurs van het rapport werkte voor ufo onderzoeker van de geheime dienst
Op bladzijde 96 is onder de kop “Onderzoek naar het smelten van titanium” te lezen dat schrijver LW Eastwood manieren zocht om het smelten van titanium te optimaliseren, nodig voor de productie van Nitinol. Batelle had hiervoor de beschikking over een futuristische oven.

Deze LW Eastwood moest wel rapporteren aan Batelle’s UFO onderzoeker voor USAF (United States Air Force, de luchtmacht) Dr. Howard C. Cross! Eastwood and Cross waren vaak coauteurs van technische verhandelingen. Cross was niet alleen hoofd metallurgist van Battelle in de jaren 1940 en 1950, hij was tegelijkertijd onderzoeker van de geheime dienst naar Ufo’s! Cross was coördinator van het begin van Project Blue Book en werd geconsulteerd door vele diensten over Ufo’s. Zijn verhaal is te lezen in het artikel "Roswell Metal Scientist: The Curious Dr. Cross." Cross had directe connecties met gesponsorde Ufo studies door de regering en genootschappen als het USAF, NACA(de voorganger van NASA), CIA en U.S. Navy Intelligence. He was ook schrijver van de controversiële brief aan Wright Patterson over Ufo’s’, bekend als het "Pentacle Memo."

Een diagram over titanium en nikkel is inbegrepen in dit rapport
Op bladzijde 65 vinden we de sectie “Evaluatie van experimentele legeringen op basis van titanium”, door C. Graighead, F. Fawn en LW Eastwood. Op de volgende pagina is het nikkel titanium (NiTi) fase diagram te zien. Dit is het eerste, door het leger gesponsorde, onderzoek om een recept te vinden voor Nitinol. In vele rapporten over geheugen metaal wordt verwezen naar dit diagram.

Het rapport onthult een intense poging om puur titanium met andere metalen te vermengen. We schreven eerder over Genaraal Exon, die sprak over Titanium, en “een ander metaal”, dat het een moeilijk proces was, om het puin van het Roswell incident te benaderen. Generaal Schulgen’s memo spreekt over Ufo’s en speciaal gefabriceerde composities van verschillende metalen die zo weinig wegen.

Het rapport onderzoekt andere titanium legeringen
Op bladzijdes 82-85 wordt gesproken over Titanium en Zirconium (TiZr). In een rapport voor Wright Patterson uit 1965 wordt het 1949 rapport weer genoemd in een voetnoot. Het rapport uit 1965 is getiteld “Over Titanium – Zirconium” en gaat over het potentieel van TiZr geheugen metaal.


Het rapport onderzoekt de buigbaarheid van de legering
Op bladzijde 95 staat een tabel die voor het eerst over “verlenging” en “minimum buigbaarheid radius” van diverse titanium legeringen spreekt. Hieruit blijkt dat zij elasticiteit, flexibiliteit, en toepassingen onderzochten van nieuw gecreëerde pure titanium legeringen, waaronder ook nikkel en titanium.
 
Het tweede voortgangsrapport spreekt niet over het eerste voortgangsrapport
Er wordt nergens gerefereerd aan het “eerste” voortgangsrapport, dat gemaakt moet zijn voor het tweede in 1949. Niet in het tweede rapport, niet in andere rapporten… Zonder naam van de schrijvers, zonder datum, zonder titel, is dit ook niet via de FOIA op te vragen.

De hint van een man die op de maan gelopen heeft


Apollo Astronaut Dr. Edgar Mitchell
 
De connectie tussen Roswell en Batelle is aangestipt door de zesde man die op de maan gelopen heeft: Edgar Mitchell. In 1996 sprak Mitchell met reporter Billy Cox: “De informatie wordt nu door semi- of quasi – private organisaties achtergehouden, die als een soort van spin-off van de militaire inlichtingen organisaties ontstaan zijn. Het zijn private groepen die inmiddels veel expertise hebben.

Batelle is zo een semi- of quasi–private organisatie.
Batelle is zo een spin-off van de militaire inlichtingen dienst.

Batelle’s directeur in die tijd (1947) was Clyde Williams. Willams was ook bestuurder van de “Research and Development Board” en van de “Rand Corporation”. Daar werkte hij samen met Dr. Eric Walker en Robert Sarbacher. Beiden hebben later hun persoonlijke bekendheid met het fenomeen Roswell bekend gemaakt. Williams had een persoonlijke interesse voor de titanium legeringen.

Batelle heeft bekend gemaakt een grote rol te hebben gespeeld in Project Blue Book en andere officiële Ufo studies.
De wetenschappers van Batelle – als Cross en Center – hadden zeker de deskundigheid om deze zaken te analyseren.

Batelle – en zijn neef de ‘denktank’, de Rand Corporatie – is een organisatie die deel uitmaakt van het militaire industriële complex voor wie President Eisenhower waarschuwde. Ik denk dat ik door dit artikel te schrijven, hieraan voldaan heb.


Batelle en ET wetenschap
De betrokkenheid van Batelle bij de toepassing van ET wetenschap is niet langer verborgen. De waarheid is aan het licht gekomen. Batelle Memorial Institute analyseerde de materialen van een gecrasht toestel van een andere wereld.
Augustus 2009, door Anthony Bragalia




Auteur: © Anthony Bragalia Augustus 2009,




©2007 www.wijwordenwakker.org