Ongeïdentificeerde verschijnselen in de lucht


Rapport 1 – Onvergelijkbaarheid, orthodoxe praktijk en de fysica van hoge vreemdheid:
Een 6-laags model voor abnormale verschijnselen
Jacques F. Vallee en Eric W. Davis
oktober, 2003

Het belangrijkste argument in dit artikel is dat aanhoudend onderzoek naar ongeïdentificeerde verschijnselen in de lucht (UAP’s), inclusief  ‘verschijningen’ van religieuze of spirituele aard, een bestaansstelling voor nieuw modellen of fysieke realiteit kan bieden. Het huidige SETI paradigma en de ‘aanname van middelmatigheid’ begrenzen de vormen van niet-menselijke intelligentie die in ons leefmilieu kunnen worden onderzocht. Een dergelijk vooroordeel bestaat in de vaak genoemde hypothese van ufologen dat UAP’s, als ze echt bestaan, iets met ruimtebezoekers te maken moeten hebben. Gezien het feit dat beide modellen zijn bevooroordeeld door anthropomorfisme, trachten de auteurs de issues rond observaties met een‘hoog vreemdheidsgehalte’  te verhelderen door zes lagen informatie te onderscheiden die kunnen worden ontleend aan abnormale gebeurtenissen, namelijk (1) fysieke manifestaties, (2) antifysieke effecten, (3) psychologische factoren, (4) fysiologische factoren, (5) psychische effecten en (6) culturele effecten. In een volgende stap geven zij een schema voor wetenschappelijke analyse van ongeïdentificeerde verschijnselen dat rekening houdt met het onvergelijkbaarheidsprobleem.

Volledig rapport met diapresentatie http://www.nidsci.org/whatsnew.html

Rapport 2 – Vliegveiligheid in Amerika – Een tot nu toe verwaarloosde factor
Dr. Richard F. Haines
Oktober 2000

Dit artikel gaat over het verband tussen vliegveiligheid en ontmoetingen met ongeïdentificeerde verschijnselen in de lucht met inbegrip van UFO’s. Dr. Richard Haines is een gepensioneerde senior ruimtevaartwetenschapper van NASA-Ames Research Center en was hoofd van het Space Human Factors Office van de NASA. Hij is momenteel hoofdwetenschapper bij het National Aviation Reporting Center on Anomalous Phenomena (NARCAP).

Executive Summary

Volledig rapport http://www.narcap.org/REPORTS/AIRSAFETY_P1.HTM

Een van de gevallen die in dit rapport worden gemeld is dat van gezagvoerder Phil Schultz. Op een heldere dag in 1981 vloog Schultz TWA flight 842 van San Francisco naar John F. Kennedy Airport over Lake Michigan. In zijn schriftelijke rapport aan Dr. Haines zegt hij dat hij een “groot, rond, zilverkleurig metalen voorwerp” zag met zes gitzwarte “patrijspoorten” gelijkmatig rondom verdeeld, dat “van bovenaf in de atmosfeer afdaalde”. Daar ze een luchtbotsing verwachtten, bereidden Schultz en copiloot zich voor op de klap. Het voorwerp zwenkte plotseling vlakbij het vliegtuig met grote snelheid en vloog weg.

Schultz meldde het incident niet aan TWA maar schreef een gedetailleerd rapport voor Haines. Hij nodigde Haines ook in de cockpit van zijn vliegtuig uit terwijl het aan de grond stond, en reconstrueerde de gebeurtenis daar voor de nauwkeurigheid. Haines schetste de gebeurtenis op schaal naar aanwijzingen van Schultz. Schultz heeft ruime gevechtsvluchtervaring in de Koreaoorlog en daarna, maar geloofde niet in UFO’s. Maar hij stelde: “Wij hebben niets wat kan, wat dat ding deed”.

Phil Schultz demonstreert de afmetingen van het voorwerp dat hij zag in de positie ten opzichte van het raam van de cockpit van zijn L-1011 heavy jet. Schultz zei dat het voorwerp zo groot was als een grapefruit op armlengte.

Schets van de beweging van het voorwerp zoals gezien door Schultz door het raam van de cockpit.
Foto en tekening gebruikt met toestemming. Alle rechten voorbehouden. Copyright R. F. Haines, 2003

 

Rapport 3 -De Hessdalen Lichtverschijnselen: gegevensanalyse
Massimo Teodorani, Ph.D.
Erling P. Strand, M Sc.E.E.
1998

Hessdalen lichtverschijnsel

Begin 1984 deed een groep researchers van het Hessdalen-project onderzoek naar een lichtverschijnsel dat zich voordeed in de omgeving van Hessdalen, Noorwegen. Diverse instrumenten moesten het verschijnsel monitoren. In onderhavig rapport is een poging gedaan om het verschijnsel te verklaren, gebaseerd op gegevens verkregen in een onderzoeksperiode. De volgende resultaten worden gepresenteerd: (1) het lichtverschijnsel doet zich voor met een periodiciteit van circa een dag en valt ongeveer samen met merkwaardige magnetische trillingen en, minder vaak, met elementen van radio-emissie; (2) magnetisch-metrische gegevens, radargegevens en radiometrische gegevens vertonen enige correlatie met de dagelijkse zonneactiviteit. Een hypothese over het aanmaken van zongedreven plasmoïden die autonome EM en magnetische velden vergen worden geopperd en besproken. Technische vereisten voor toekomstig instrumenteel onderzoek worden ook gepresenteerd.

Hessdalen lichtverschijnselen

Volledig rapport http://ufodatanet.org/report/Hess01_e.htm

Bron: http://www.freedomofinfo.org/current_research/uap.html 

Vertaald door 't Vertalercollectief

 





©2007 www.wijwordenwakker.org