Mobieltjes en andere straling:
de knop moet om


Is elektromagnetische straling van mobieltjes en andere draadloze apparaten gevaarlijk voor ons? En hoe ligt dat met de straling van bedrade huishoudelijke apparatuur en de stroomdraden zelf? Een internationale groep wetenschappers heeft eindelijk alles wat erover bekend is, in één rapport bij elkaar gezet. Absolute zekerheid is er over veel details nog niet, maar één ding is volgens de auteurs wel zeker: doorgaan op de oude voet kunnen we ons niet meer veroorloven.

De vraag welk effect straling van elektrische en elektronische apparaten op onze gezondheid heeft, houdt mensen al lang bezig. Dat is al zo sinds de introductie van elektriciteit, maar met name de zeer krachtige straling die draadloze apparaten en de bijbehorende GSM- en UMTS-masten uitzenden, maakt velen zeer ongerust. De explosie van nieuwe stralingsbronnen heeft een record-dichtheid aan straling veroorzaakt die, op de meest afgelegen gebieden na, alle bewoonbare ruimte op aarde omspant.

Kortom, het werd hoog tijd dat er een degelijk wetenschappelijk overzicht kwam van al het relevante onderzoek. Dat overzicht is er nu: het zogenaamde BioInitiative Report, gepubliceerd in New York op 31 augustus 2007. Een groep van 14 deskundigen (aangevuld met zes correctors) uit zes landen, de BioInitiative Working Group, nam het initiatief om in dit rapport de stand van de kennis over de relatie tussen elektromagnetische velden en gezondheid op een rijtje te zetten. (De termen ‘velden’ en ‘straling’ zijn uitwisselbaar. Elektrische en magnetische velden zijn vaak gelijktijdig aanwezig, vandaar de term elektromagnetische of EM velden.) Zij zijn deskundig op diverse wetenschappelijke terreinen en op het terrein van volksgezondheidsbeleid. Het zeer lijvige rapport bestaat uit 21 delen, waarvan de meeste gewijd zijn aan afzonderlijke effecten van straling en een aantal aan het volksgezondheidsbeleid, de blootstellingsnormen voor straling en het voorzorgbeginsel. Wel moet gezegd dat het eerste deel, de samenvatting voor het publiek, zeer slecht leesbaar is: de inhoud is chaotisch en onoverzichtelijk en de conclusies dekken de tekst niet altijd. Het vergt dus wat spitwerk in de andere delen, maar daarmee wordt helder welke conclusies wel uit de teksten van de verschillende auteurs getrokken kunnen worden.

Het rapport pakt het breed aan: niet alleen mobieltjes, maar ook vele andere elektrische apparaten en stralingsbronnen worden onder de loep genomen. EM velden of straling worden in twee grote groepen verdeeld: hoogfrequente straling (RF straling, van radiofrequentie) en laag- of extreem laagfrequente straling (ELF straling). De ‘frequentie’ van EM straling is een maat voor de energie ervan: RF straling heeft dus meer energie dan ELF straling. Alle klassieke elektrische apparaten die met een kabel van stroom worden voorzien (TV, computer, radio, huishoudelijke apparaten, lampen, enz.) zenden ELF straling uit als ze aan (of standby) staan, anders gezegd: ze dragen een ELF veld om zich heen. Ook de stroomkabels zelf zenden deze straling uit, zolang ze onder spanning staan. En ook hoogspanningskabels produceren ELF straling. Om apparaten draadloos te kunnen gebruiken, is straling met een veel hogere energie dan ELF straling nodig, omdat de energie door de lucht veel minder goed voortgeplant wordt dan door een kabel. Draadloze apparaten gebruiken daarom RF straling, die qua energie van dezelfde orde van grootte is als magnetron-straling. Hier gaat het om mobiele telefoons, GSM- en UMTS-masten, de oudere ‘draadloze telefoons’ (die hun signaal van een bedraad basisstation in huis krijgen), draadloze computer-netwerken, semafoons, handcomputers (die dienen als agenda, kladblok enz.), maar ook radio- en TV-zendmasten. Draadloze computer-netwerken (bekend onder de afkortingen WLAN, WiFi en WiMAX, waar de W steeds voor wireless staat) creëren plaatselijk een sterk RF veld waardoor draadloos internetten en emailen, telefoneren via internet en andere draadloze diensten mogelijk zijn. Veel mensen hebben thuis zo’n netwerk, maar ook café’s, restaurants, vliegvelden en andere gelegenheden waar veel mensen komen, bieden tegenwoordig vaak een WiFi netwerk aan, zodat klanten daar op hun eigen computer kunnen emailen en internetten. Een typisch WiFi netwerk heeft een bereik van zo’n 100 meter.

Het BioInitiative Report gaat in op een reeks verschillende gezondheidsproblemen in relatie tot ELF en RF straling. Per kwestie is alle beschikbare wetenschappelijke literatuur zorgvuldig beoordeeld op bewijskracht voor oorzakelijke verbanden. Een ziekte waarbij dat verband consistent is, is kinder-leukemie. Sinds de jaren 1920 komt in geïndustrialiseerde landen leukemie voor bij kinderen tussen twee en vijf jaar die in de buurt van hoogspanningskabels wonen of van wie de moeder tijdens de zwangerschap daar woonde. Er is een duidelijke statistische relatie, maar het biologische verband is nog niet bekend. Er lijkt ook een relatie te zijn tussen het gebruik van mobiele of draadloze telefoons en hersentumoren (zowel goed- als kwaadaardige). Op basis van twintig verschillende epidemiologische onderzoeken concluderen de auteurs van het BioInitiative Report dat er een consistent patroon van verhoogd risico op een hersentumor is na meer dan tien jaar mobielgebruik: bij gebruikers komen hersentumoren vaker voor. Dat geldt des te sterker als de gebruiker zijn telefoon consequent aan dezelfde kant van zijn hoofd heeft gehouden. Ook als je hem afwisselend aan beide kanten van je hoofd gebruikt, is er echter een enigszins verhoogd risico. Bovendien geldt dit ook voor draadloze telefoons met basisstation in huis.

Van mobielgebruikers en van mensen die in de buurt van RF zendmasten wonen, zijn vele meldingen vastgelegd dat zij lijden aan concentratie- en geheugenproblemen, hoofdpijn, duizeligheid, slaapstoringen en dergelijke. Wetenschappelijk onderzoek laat weinig twijfel bestaan dat de straling van mobieltjes de natuurlijke elektrische activiteit van de hersenen beïnvloedt. Er is echter nog te weinig lange-termijn onderzoek gedaan om te weten welke invloed dit heeft op ons gedrag, denken of geheugen. Het onderzoek dat er is kijkt tot nu toe alleen naar de korte termijn, terwijl dit vaak lange-termijn effecten zijn.

Voor Alzheimer echter, de ziekte waarbij het hersenweefsel aangetast wordt (dementie), bestaan wel sterke aanwijzingen dat lange-termijn blootstelling aan magnetische ELF velden een risicofactor is. Hetzelfde geldt voor borstkanker, een ziekte die een overeenkomst heeft met Alzheimer: het hormoon melatonine uit onze pijnappelklier helpt van nature om beide ziekten te voorkomen. Magnetische ELF velden blijken het melatonine-niveau in ons lichaam te verlagen. Dat is gevonden bij naaisters die beroepsmatig langdurig blootgesteld worden aan de sterke magnetische velden van de industriële naaimachines waarmee ze werken. Zij blijken vaker dan andere mensen borstkanker en Alzheimer te hebben. Is dit nu van belang voor mensen in privé-situaties, met andere woorden: zijn wij thuis blootgesteld aan magnetische ELF velden in een mate die ook het risico op Alzheimer of borstkanker in zich bergt? Dat is niet bekend, maar helaas niet uitgesloten. Ook in huis hebben we vele bronnen van magnetische velden: magnetrons, gewone naaimachines, AC/DC transformators, haardrogers en vele andere apparaten. Ook waterleidingen met lopend water beïnvloeden magnetische velden. De velden van de industriële naaimachines zijn misschien sterker, maar het is niet bekend of alleen de veldsterkte de ziekmakende factor is of dat ook zwakke magnetische velden en veelvuldige of langdurige blootstelling deze risico’s opleveren. Een cumulatief effect van de vele zwakke (en enkele sterkere) velden in huis kan niet uitgesloten worden. In het BioInitiative Report wordt ook een reeks onderzoeken naar borstkanker resp. Alzheimer in relatie tot privé-blootstelling aan magnetische ELF velden geanalyseerd, maar in alle gevallen blijkt er teveel onzekerheid te zitten in de schattingen van de veldsterkten waaraan mensen blootgesteld zijn geweest. Teveel potentiële bronnen konden niet in kaart gebracht worden: aan hoeveel apparaten, welke veldsterkten en hoe lang is een patiënt thuis blootgesteld geweest?

Wat de onderzoeken naar al deze ziekteverschijnselen gemeen hebben, is dat de ziekteverschijnselen waargenomen worden bij stralingsintensiteiten die veel lager - tot duizenden malen lager - liggen dan de geldende veiligheidsnormen. Zelfs de industriële magnetische velden waaraan beroepsnaaisters blootgesteld worden, liggen een factor tien tot honderd onder de normen. De auteurs zijn het er dan ook over eens dat de heersende veiligheidsnormen voor ELF en RF straling de bevolking onvoldoende beschermen.

Zij hebben ook gezocht naar antwoorden op de vraag hoe de ziekteverschijnselen precies teweeggebracht worden in ons lichaam door de straling. Het gangbare uitgangspunt voor de veiligheidsnormen voor blootstelling is dat RF straling het lichaamsweefsel kan opwarmen en dat ELF straling elektrische stromen in het lichaam kan opwekken. Dit is ook relevant, want deze beide fysische effecten kunnen tot ernstige schade leiden. De laatste tientallen jaren is echter zonder enige redelijke twijfel vastgesteld dat RF en ELF straling ook diverse biologische effecten oproepen, en wel bij een veel lagere stralingsintensiteit dan nodig is voor opwarming of stroomopwekking. Beide vormen van straling, ELF en RF, kunnen al op zwakke stralingsniveaus het DNA beschadigen, het functioneren van de genen beïnvloeden, de hersen- en zenuwactiviteit beïnvloeden, ontstekingsreacties oproepen, andere immuunfuncties beïnvloeden en de productie van zogenaamde stress-eiwitten bevorderen (eiwitten die het lichaam aanmaakt om stressfactoren te overleven, zoals vergiftiging, verhitting of zuurstofgebrek). Van RF straling is bovendien vastgesteld dat ze op zwak stralingsniveau veranderingen kan veroorzaken in de celmembraanfunctie, de celstofwisseling en de communicatie tussen cellen, proto-oncogenen kan activeren (wat tot kankergroei kan leiden) en cellen kan doen afsterven, inclusief hersenzenuwen. Vreemd zijn deze ontdekkingen overigens niet, als we bedenken dat ons lichaam een levend elektrisch systeem is: natuurlijke elektrische spanningen of velden spelen overal in het lichaam een rol. Ons hart, onze hersenen en ons zenuwstelsel werken zelfs door middel van elektrische signalen. Ook op moleculair niveau speelt elektrische spanning een rol in talloze biochemische reacties in ons lichaam. Hier gaat het om zwakke elektrische velden, maar het is dus begrijpelijk dat zwakke straling van buiten invloed op ons uitoefent, zeker als die straling vaak en langdurig aanwezig is.

Hoe komt het nu dat we ons hier niet afdoende tegen beschermen? De hoofdreden is hierboven al gegeven: de veiligheidsnormen voor blootstelling aan straling zijn in de hele wereld gebaseerd op een verkeerd uitgangspunt, namelijk dat alleen ‘thermische’ (warmte-opwekkende) effecten en stroom-opwekkende effecten belangrijk zijn en dat alle denkbare gevolgen daardoor veroorzaakt zouden worden. Het BioInitiative Report laat onweerlegbaar zien dat vele biologische effecten èn vele ziekteverschijnselen optreden bij stralingsniveaus die ver onder de gangbare normen (duizenden keren lager) liggen - stralingsniveaus die u en ik, in westerse landen, dagelijks ondergaan.

Het BioInitiative Report pleit dan ook met kracht voor veel lagere blootstellingsnormen voor ELF en RF straling, gebaseerd op biologische effecten in plaats van op alleen fysische effecten. Het onderzoek dat de auteurs verzameld hebben is niet volledig nieuw en is grotendeels bekend bij de normstellers; de auteurs wijzen daarom ook redenen aan waarom er nog geen rekening mee is gehouden in de normen. Sommige deskundigen vinden bijvoorbeeld dat al het onderzoek consequent hetzelfde resultaat moet geven voordat gezegd mag worden dat een effect bestaat. Sommigen menen ook dat het voldoende is om naar korte-termijn, acute effecten te kijken (provocatie-onderzoek), terwijl anderen juist alleen op lange-termijn studies naar chronische blootstelling vertrouwen (epidemiologisch onderzoek), omdat die de wereld waarin we leven beter weergeven. Er is vrijwel geen bevolkingsgroep meer te vinden die niet blootgesteld is aan bepaalde straling; dat maakt het moeilijk om nog een verhoogd risico op ziekten bij wel blootgestelden waar te nemen. Het exacte biologische werkingsmechanisme is bij de meeste ziekten en problemen nog niet vastgesteld. En tot slot zijn er twee redenen die vermoedelijk de doorslag geven bij het achterblijven van de normen bij de feitenkennis.

De eerste daarvan is dat niet iedereen dezelfde ‘bewijsnorm’ hanteert om de wetenschappelijke resultaten te beoordelen. Wanneer is iets voldoende ‘bewezen’ of voldoende aannemelijk gemaakt om normen op te baseren? Hier moet het voorzorgbeginsel gelden, waaraan het rapport ook een hoofdstuk wijdt: bij redelijke aanwijzingen voor risico’s, ook al is er nog veel onzeker, zijn maatregelen gerechtvaardigd.

De tweede doorslaggevende reden is dat het belang van de volksgezondheid onvoldoende vertegenwoordigd is in de instanties die de normen ontwikkelen. In deze instanties zitten meestal technische specialisten die de apparatuur goed kennen en in veel gevallen werken voor de producenten. Een industriële kijk op het toelaatbare risico en het bewijs van schade heeft vaak meer invloed op de normhoogte dan wat volksgezondheidsdeskundigen aanvaardbaar vinden.

Naast het pleidooi voor lagere normen, besteedt het BioInitiative Report tevens een hoofdstuk aan een hele reeks andere, heel praktische aanbevelingen

Aanbevelingen uit het BioInitiative Report:
Normen voor privé- en beroeps-blootstelling aan ELF en RF straling moeten gebaseerd zijn op biologische effecten en beschermen tegen de gevolgen van chronische blootstelling.
De leidraad voor maatregelen moet voorzorg zijn; maatregelen moeten niet uitgesteld worden totdat definitief bewijs van gezondheidsschade geleverd is.
Nieuwe en bestaande hoogspanningsleidingen dienen zodanig aangepast te worden dat ELF niveaus in naburige woonomgeving voor kinderen, zwangere en potentiële moeders onder 1 mG blijft (gebaseerd op kinderleukemie-onderzoek).
Mobiele telefoons, handcomputers en andere draadloze apparaten moeten aan de buitenzijde voorzien worden van etiketten die de gebruiker waarschuwen voor de stralingsniveaus en hem maatregelen aanreiken om zijn blootstelling te reduceren. (“Draag de ingeschakelde telefoon / handcomputer niet op of bij uw lichaam; gebruik hem alleen met een oortelefoon of met de luidspreker aan”, enz.)

Mobiele telefoons en andere andere draadloze apparaten moeten herontworpen worden zodat ze alleen werken met oortelefoons, met de luidspreker aan of met tekstberichten.
De locatie en de functioneringskenmerken van alle draadloze antennemasten moeten op toegankelijke wijze bekend gemaakt worden aan het publiek, zodat men geïnformeerde keuzes kan maken over de plaatsen waar men woont, werkt, winkelt en naar school gaat. Mobielvrije en WiFi-vrije openbare zones moeten ingesteld worden in omgevingen waar veel mensen bijeenkomen en een redelijke verwachting van veiligheid hebben; inclusief vliegvelden, winkelcentra, ziekenhuizen, bibliotheken, verpleeg- en verzorgingshuizen, theaters, restaurants, parken, enz.
Op en nabij scholen moeten zendmasten verboden of sterk afgeraden worden; in schoolvertrekken en kinderdagverblijven moet het installeren van nieuwe WLAN-netwerken uitgesteld worden, moeten bestaande draadloze faciliteiten verwijderd of uitgeschakeld worden of moeten RF-stralingsvrije vertrekken beschikbaar gesteld worden aan families die hun kinderen niet onvrijwillig willen blootstellen.

Beperkingen moeten opgelegd worden aan reclame en verkoop van mobiele telefoons en andere draadloze apparaten aan kinderen onder 18 jaar.
Betrouwbare, onbevooroordeelde informatie moet ontwikkeld en verspreid worden via een clearinghouse dat beschikbaar is voor het publiek. Wetenschappelijke, gezondheids- en keuze-informatie moet voor onafhankelijke beoordeling tegen redelijke prijs ter beschikking staan aan het publiek. Onderzoeksartikelen en verstandige vermijdingsmaatregelen moeten in vele talen beschikbaar gemaakt worden.
Verzoeken tot meting en monitoring van ELF en RF straling moeten ingewilligd worden door energiebedrijven (voor hoogspanningsleidingen en huishoudelijke ELF straling) en door werkgevers (voor ELF en RF op de werkplek) en degenen die om informatie vragen, moeten de volledige resultaten van dergelijke onderzoeken op verzoek ontvangen.




Auteur: Diederick Sprangers
Met dank aan: Antroposana
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Tijdschrift Antroposana in juli 2008.
 





©2007 www.wijwordenwakker.org