Interview met Henk Trentelman

 

Kankerpatiënt Henk Trentelman had volgens zijn oncoloog al 13 jaar dood had moeten zijn. Aangezien hij zelf zijn leven te danken heeft aan complementaire behandelingen, is hij een fervent pleitbezorger van het rechtop die behandelingen. Eind vorig jaar verscheen zijn nieuwste boek Chemo? Of kan ik zélf kiezen? Therapievrijheid voor kankerpatiënten. Een kort interview met Trentelman en een uitgebreide recensie van zijn boek.

 
Irma Ellens Maat

Allereerst wil ik beginnen met de opmerking dat ik blij ben dat je nog onder ons bent en dat de voorspelling van de arts in 1996 dat wanneer je geen chemotherapie zou ondergaan binnen een half jaar deze wereld zou verlaten, niet is uitgekomen. Je hebt namelijk een prachtig interessant boek geschreven. Ook al is de inhoud af en toe ronduit shockerend, ik vind dat je boek leest als een roman door al die leuke wetenswaardigheden en interessante voorbeelden waarmee je je denkbeelden onderbouwt. Toch is het geenszins een roman,maar kom je continu met feiten en statistieken. Wil je ons iets vertellen over het ontstaan van je boek?


Henk
Dat wil ik graag doen; met name, omdat het mijns inziens een logische vraag is. Het is immers nogal pedant om te veronderstellen dat de door mij opgedane ervaringen voor de lezer interessant of nuttig zouden kunnen zijn. De oprichting van een Stichting met het doel om terminale patiënten enige steun te bieden in het verwerkingsproces van de gestelde diagnose en het veelal uitblijven van enige steun binnen de reguliere zorg, leidde reeds vroeg tot het tevens in de lucht brengen van een
website. Faciliteiten van internet en het fenomeen Google hadden tot gevolg dat deze site al snel druk bezocht werd. Niet alleen door lotgenoten en hun dierbaren, doch -wat ik niet verwacht had- ook door belangstellenden.

Twee modules van deze site waren voor een uitgever aanleiding om mij te benaderen met het verzoek een boek te schrijven vanuit mijneigen ervaringen als kankerpatiënt en op basis van de honderden dossiers, ontstaan uit de gevoerde correspondentie met de achterban van de Stichting. Met name dit laatste bleek bijzonder illustratief, gegeven de laagdrempeligheid van het fenomeen e-mail. Dit verzoek resulteerde in mijn eerste boek Voor en na de diagnose. Een ongelijke strijd? en de website www.voorennadediagnose.nl

 

Schrijven van een tweede boek

Niet lang daarna werd ik benaderd door een andere uitgever met de expliciete vraag om eindelijk eens op een dusdanige manier aandacht te schenken aan chemotherapie bij de behandeling van kanker, dat de ogen van de lezer geopend zouden worden voor de realiteit achter de geclaimde successen, zoals via statistieken wordt gesuggereerd. Ik heb dat verzoek enige tijd op mij laten inwerken, alvorens een beslissing te nemen, mij daarbij realiserend welke tegenwerking ik daarbij zou kunnen verwachten.

Toen ik na ampel beraad daarin toestemde, heb ik echter onmiddellijk gesteld, dat ik mij niet alleen zou focussen op de schemerige wereld van de farmaceutische industrie, doch –en vooral- ook op aspecten als oorzaken van kanker, de rampzalige manier waarop we onze samenleving aan het vernietigen zijn (in de breedste zin van het woord), de invloed van onder meer stress op onze gezondheid, de omgevingsfactoren waarin specialisten functioneren, de kwaliteit van onze landbouw en veeteelt, de in Nederland actuele vaccinatieprogramma’s etc.

 

Het schrijven van dit tweede boek kreeg echteral snel een spoedeisend karakter door de plannen van minister Ab Klink en een ijverige Voorzitter Gezondheidsraad om -daarbij voorbij gaand aan een zevental criteria- een vaccin tegen baarmoederhalskanker te willen opnemen in het Rijksvaccinatieprogramma, startend bij meisjes vanaf 12 jaar. In een poging deze ontwikkeling tegen te houden, heb ik aan dit onderwerp ruim aandacht geschonken en tevens een alternatieve benadering voorgesteld. De titel van het boek werd Chemo? Of kan ik zélf kiezen? en de ondersteunende website:www.chemo-versus-hippocrates.nl

 

Eed van Hippocrates
Irma

Behalve dat je een boekenlegger hebt gemaakt met de Eed van Hippocrates, noem je Hippocrates ook in de naam van je website. Wil je even in je eigen woorden uitleggen waarom je de Eed van Hippocrates (een eed die artsen dienen af te leggen voordat je hun beroep gaan uitoefenen) zo belangrijk vindt en wat er precies in deze eed wordt gezegd?

 
Henk

Laat ik daarvoor beginnen bij de eed zelf. Het betreft hier overigens niet de oorspronkelijke Eed van Hippocrates, doch de zogenaamde Nederlandse Artseneed. Een initiatief van de Nederlandse faculteiten Geneeskunde en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij der Geneeskunde, die de wens hebben uitgesproken, om aan alle universiteiten bij de uitreiking van de artsenbul een ogenblik van reflectie in te lassen op normen en waarden. Op zich een loffelijk initiatief. Probleem vormt echter het menselijk functioneren en ons selectieve geheugen. Door genoemde initiatiefnemers wordt dapper gesteld (ik citeer hier:)

“Die Nederlandse eed moet aansluiten bij de veranderingen in de uitoefening van het beroep, in de maatschappij en in de manier waarop men tegen de geneeskunde en artsen aankijkt. Het zélf uitspreken van een eed markeert het moment van toetreding tot de beroepsgroep, en doet de kandidaat zich realiseren welke hoogstaande principes hij voor ogen heeft.”

We kunnen dit allemaal van harte onderschrijven en het wordt dan ook de hoogste tijd die eed eens nader te bezien:

• Ik zweer/beloof, dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten.

• Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen.

• Ik zal aan de patiënt geen schade doen. Ik luister en zal hem goed inlichten.

• Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.

• Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden.

• Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving.

• Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.

• Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk.

• Ik zal zo het beroep van arts in ere houden.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig.

 

Opvallend – althans voor mij – zijn daarin statements als “het lijden verlichten”, “de opvattingen van de patiënt eerbiedigen en hem geen schade toebrengen” en “de toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen”.

Projecteer ik deze uitgangspunten op de inhoud van mijn boek, dan zou het fronsen van onze wenkbrauwen daarbij een forse understatement zijn! Het gaat te ver om hier in detail op in te gaan, maar wellicht is het volgende voldoende illustratief voor wat ik voor ogen heb.

Blijkens een in de VS gehouden enquête onder oncologen (bron: Los Angeles Times en het McGill Cancer Center in Montreal) met daarin de expliciete vraag of zij na de diagnose kanker bij zichzelf of hun familieleden zouden opteren voor een behandeling met chemo, antwoordde ruim 80% van de respondenten ontkennend. Als argumenten werden daarbij aangevoerd de uiterst geringe kans op genezing en de diskwaliteit van leven na de uiterst giftige chemo. Betreurenswaardiger nog acht ik echter – binnen het kader van onze Artseneed – de omstandigheid dat door diezelfde beroepsgroep aan75% van hun kankerpatiënten met nadruk chemotherapie wordt aanbevolen!

Nu zult u wellicht tegenwerpen: het betreft hier toch een enquête in de VS? Welnu, rond 17 maart 2009 besteedden een aantal landelijke Nederlandse dagbladen aandacht aan een initiatief, onder meer genomen door KWF Kankerbestrijding. Het betreft hier een website (www.kankeronderzoek.info) met de pretentie ‘patiënten en hun naasten een betrouwbaar overzicht te bieden van hoopvolle nieuwe antikankertherapieën’.

Het klinkt aanlokkelijk en voor de hand liggend: voorheen was de patiënt volledig afhankelijk van de kennis en doorverwijzing van de behandelend specialist. Nu kan de patiënt zélf kijken wat er met betrekking tot nieuwe kankeronderzoeken in Nederland regulier voor handen is.

Het betreft hier een uiterst geraffineerde methode om:

• het tekort aan proefpersonen langs deze weg terug te dringen door de patiënten nu de gelegenheid te bieden niet alleen in te gaan op het veelal gretige verzoek van zijn specialist deel te nemen aan een experiment, doch deze behoefte te stimuleren vanuit de mogelijkheid van een keuzepakket uit alleen chemische preparaten en

• de farmaceutische industrie de kans te bieden de door haar bepleite chemische ‘alternatieven’ (aardige term binnen de reguliere geneeskunde) uit te dragen naar een grotere doelgroep. In dat verband wellicht de suggestie om de website www.kankeronderzoek.info eens zelf te bezoeken, aldaar te gaan naar het kopje “Medicijnen”, een willekeurige keuze te maken en vervolgens de bijwerkingen op te vragen van de hier opgesomde chemische preparaten.

 

Uitvoerig gezondheidsonderzoek

Toch zijn er signalen, die mijns inziens het karakter dragen van een veranderende mentaliteit binnen de gevestigde geneeskunde. Een openheid, die het wellicht mogelijk gaat maken om andere benaderingen van het fenomeen kanker de ruimte te bieden voor nader onderzoek. Ik doel daarbij op een uniek onderzoek van een team onder leiding van professor kinderoncologie Huib Caron van het Emma Kinderziekenhuis AMC. De desbetreffende onderzoekers zijn in 1996 begonnen om alle kinderen op te sporen die voor enige vorm van kanker behandeld zijn in het Emma Kinderziekenhuis in de periode 1966 tot 1996; gedurende een tijdsverloop derhalve van dertig jaar. Uiteraard kon dit onderzoek slechts beperkt worden tot de overlevenden!

Van alle overlevenden heeft 95%, zijnde 1.362 patiënten met een gemiddelde leeftijd van nu 24 jaar, meegedaan aan een zeer uitvoerig gezondheidsonderzoek en de resultaten waren schokkend.

Ten behoeve van dit onderzoek werd door het AMC in 1996 de Polikliniek Late Effecten Kindertumoren (de PLEK-poli) opgezet om deze ex-patiënten, opgespoord via de toenmalige huisartsen en de burgerlijke stand, te onderzoeken. De resultaten van dat onderzoek werden gepubliceerd in het jaarlijkse themanummer van het prestigieuze Amerikaanse medische tijdschrift JAMA, dat in september 2007 verschenen is. Het kan dan ook niet aan de aandacht van de medisch specialisten in Nederland ontgaan zijn! Ik ontleen hier enkele cijfers aan dat onderzoek en ik begin met een citaat van Huib Caron, die stelt dat zijn collega’s en hij geschokt waren door hun eigen onderzoeksresultaten: Als kinderarts wil je kinderen genezen. Nu ruilen we één ernstig probleem in voor soms wel drie andere. Je kunt maar één conclusie trekken: we doen het als dokters niet goed genoeg. Een uitspraak, die naar mijn opvatting getuigt van grote en ongekende openhartigheid in de medische wereld en van een zeer hoog ethisch normbesef, waarvoor ik het grootst mogelijke respect heb.

 

Enkele cijfers:

• 40% van de overlevenden van kinderkanker lijdt aan ernstige of levensbedreigende ziekten, die een rechtstreeks gevolg zijn van de behandelingen die ze hebben gehad; (Caron: Het soort aandoeningen waar het om gaat komt bij 24-jarigen eigenlijk niet voor).

• 75% van de voormalige kinderkankerpatiënten krijgt één of meer problemen met de gezondheid als gevolg van de behandeling;

• 25% heeft zelfs vijf of méér gezondheidsproblemen tegelijk.

Caron pleit er dan ook voor om iedereen die een vorm van kinderkanker heeft overleefd, levenslang onder controle te houden voor nazorg. Daardoor kan vroegtijdig ingegrepen worden als zich nieuwe ziekten voordoen en kan ernstige gezondheidsschade beperkt of voorkomen worden. Het is dan ook vanuit deze benadering dat alle kinderen die ná 1996 voor kanker behandeld zijn, onder controle blijven van de hiervoor genoemde PLEK-poli. Intussen hebben alle kinderoncologische centra in Nederland een dergelijke poli en deze centra hebben hun werkwijze onderling op elkaar afgestemd en afgesproken wat de beste manieren zijn om late gevolgen van behandelingen vroegtijdig op te sporen. Tevens hebben ze vastgesteld voor welke late gevolgen van behandeling die vroege opsporing zinvol is. Uiteraard geldt dit onder meer voor secundaire kankers.

Het onderzoek van het AMC-team kent in de medische wereld zijn weerga niet. Er is helaas nog nimmer een onderzoek gedaan naar alle gezondheidsgevolgen van de medische behandelingen die kinderen met kanker gehad hebben. Tot dusverre beperkte zo’n onderzoek zich altijd tot slechts één vraag, bijvoorbeeld of de darmkanker waarvan een kind genezen was, op latere leeftijd terug keerde. Wellicht geeft ook dit te denken voor wat betreft de waarde van de genezingsclaim voor zover het chemotherapie betreft.

 

Chemo? Of kan ik zélf kiezen? Er zijn andere mogelijkheden

Drs. Henk. J. Trentelman, 2008

 

Dit boek is een aanrader, het is een zeer boeiend doch verontrustend boek over Kanker. Behalve dat Henk Trentelman ons op onderhoudende toon vertelt over de situatie van de Nederlandse kankerpatiënt die eigenlijk in een veel slechtere positie verkeert dan een persoon met dezelfde ziekte in Duitsland en Engeland, probeert hij samenhangen te tonen tussen de rol van stress, onze gebrekkige voeding, beroofd van voedingstoffen en volgepompt met gifstoffen, ons milieu en de schrikbarende toename van kanker.

 

In zijn uitgebreide boek komen veel verschillende onderwerpen aan de orde. Hij beschrijft de toestand waarin onze wereld zich nu bevindt. Doordat de mens sinds zevenduizend jaar anders met de wereld is omgegaan dan de oudere culturen die de Aarde veel meer respecteerden, heeft een gevaarlijke roofbouw plaatsgevonden. In een rap tempo nam de vervuiling van de aarde toe. Er werd niet meer samengewerkt met de natuur, maar de natuur werd tegengewerkt. De aarde werd geëxploiteerd en in de landbouw werd de nieuwe focus een steeds grotere opbrengst. Monoculturen ontstonden, herbiciden en pesticiden werden op grote schaal gebruikt en kunstmest (bestaande uit slechts drie elementen: stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K)) moesten een grotere en snellere opbrengst bewerkstelligen. Behalve dat onze voeding vol met gifstoffen kwam en arm aan voedingsstoffen werd, raakte de bodem steeds meer uitgeput en verzuurd.

 

Trentelman komt met schrikbarende cijfers over de afname van mineralen en vitaminen in onze groenten en toont aan dat Nederland hierin excelleert op een uiterst pijnlijke manier. Doordat in ons land sinds 1996 mest niet meer uitgereden mag worden, doch ondergronds geïnjecteerd wordt, komt er blauwzuurgas in de bodem dat de zuurstof uit de grond haalt waardoor wormen sterven en zowel onze groenten als het weidegras van een erbarmelijk slechte kwaliteit is geworden. Bijna overal ter wereld loopt het aantal mineralen en vitaminen in de voeding drastisch terug, in Nederland echter in een nog rapper tempo. In sommige groenten is het percentage vitamine C met maar liefst 99% (komkommer) of zelfs 100% (witlof) afgenomen van 2001 tot 2006. Behalve dat ons drinkwater, onze voeding en de lucht die we inademen ernstig vervuild zijn, zitten ook onze gebruiksvoorwerpen (van kinderspeelgoed tot en met vloerbedekking) vol kankerverwekkende stoffen.

 

Parallel aan deze schrikbarende ontwikkeling van vervuiling van ons leefmilieu loopt de manier waarop de farmaceutische industrie en daardoor automatisch onze medische wetenschap (die door een uiterst gevaarlijke belangenverstrengeling in de houdgreep van de farmaceutische industrie terecht is gekomen) met ons lichaam omgaan. Chemotherapie is hiervan een schrijnend voorbeeld. Chemotherapie vergiftigt en verzwakt het lichaam van de kankerpatiënt nog verder. Henk haalt hierbij het jarenlange onderzoek van dr. Ulrich Abel aan dat aantoont dat nergens wetenschappelijke bewijzen bestaan dat chemotherapie het leven van patiënten met de meest voorkomende typen organische kanker verlengt.

 

Toch gaan artsen door met het onnodig voorschrijven van chemotherapie waarvan het nut niet bewezen is. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat 80% van de ondervraagde oncologen zelf geen chemotherapie zou volgen en het niet aan familieleden zou voorschrijven, terwijl 75% van deze oncologen het ten zeerste aanraadt bij patiënten.

 

Henk die zijn vader, moeder, broer en zus zag sterven aan kanker terwijl deze familieleden de reguliere behandelingen kregen, kreeg zelf helaas in 1996 ook kanker. Trentelman wilde geen chemotherapie en kreeg fijntjes te horen dat hij dan niet langer dan zes maanden zou leven. Nu zijn we inmiddels 2009 en Henk is nog steeds heel actief met het bijstaan van lotgenoten die aan deze ziekte lijden.

 

Chemo? of kan ik zelf kiezen is een pleidooi voor therapievrijheid, een vrijheid die we in Nederland niet kennen, in tegenstelling tot Engeland en Duitsland.

 

Patiënten die in het reguliere circuit uitbehandeld zijn en toevlucht zoeken tot een alternatieve therapie hebben in Nederland niet eens recht op een scan. De meeste alternatieve therapieën worden niet vergoed en vaak zelfs verguisd. Niet voor niets heeft de zoon van Henk bedacht dat daarom in elk exemplaar van Chemo? Of kan ik zélf kiezen een boekenlegger moest komen met het opschrift de Eed van Hippocrates die artsen afleggen, een eed waarin staat dat een arts de patiënt geen schade zal berokkenen en het belang van de patiënt voorop zal stellen en zijn opvattingen zal eerbiedigen.

 

Ook al schetst het boek van Henk de trieste situatie waarin de kankerpatiënt zich bevindt, het is desondanks geen deprimerend boek geworden. Het is een pleidooi voor een betere behandeling van de kankerpatiënt, maar ook een noodkreet om anders met onze kostbare aarde om te gaan. Henk is een idealist die terugwil naar een wereld waarin wij mensen beseffen dat we de aarde niet moeten leegroven en vervuilen maar onze verantwoording moeten nemen voor elkaar en de aarde. Hij pleit voor een omslag in ons denken. Het materialisme heeft zijn wrange vruchten reeds afgeworpen door zowel de aarde als het menselijk lichaam te beschouwen als een ding terwijl het levende organismen zijn die op een prachtige manier functioneren indien ze gerespecteerd worden. Henk pleit voor een meer holistische visie op de wereld en onze gezondheid. Henk eindigt dan niet voor niets zijn boek met het citaat van Einstein:

” One thing I have learned in a long life: that all our science, measured against reality, is primitive and childlike".

 


Auteur: © Irma Ellens Maat

 

Dit interview verscheen eerder in Frontier,  september/oktober 2009





©2007 www.wijwordenwakker.org