Chemicaliën en psyche


Bijna iedereen denkt dat chemische stoffen alleen lichamelijke symptomen kunnen veroorzaken. Maar er wordt steeds meer bewijs gevonden (onder meer door natuurgenezers) dat alledaagse huishoudmiddelen de oorzaak kunnen zijn van een heel scala van zogenaamde mentale verschijnselen: van paniek tot hyperactiviteit.
 
Sam (niet zijn echte naam) was op zesjarige leeftijd zo onhandelbaar dat hij van school gestuurd dreigde te worden vanwege zijn aanhoudende woede-uitbarstingen. Ook had hij tenminste viermaal per dag paniekaanvallen. Zijn huisarts kon hem alleen maar medicijnen voorschrijven met een zware uitwerking op de hersenen. Die zouden de aanvallen en het allesoverheersende gevoel van paniek onder controle moeten houden.
Als laatste redmiddel volgde zijn moeder het advies op van een alternatief therapeut en verving haar gewone wasmiddel door een ongeparfumeerd, milieuvriendelijk product. Volgens Terri Perry, de Britse reflexoloog waar hij onder behandeling was, was de verandering opzienbarend. ‘Zijn paniekaanvallen hielden meteen op en hij werd een modelleerling op school,’ zegt ze.

Keukenkastjes
Nog maar kort geleden betoogde de medische stand dat allergieën, met name voor chemicaliën, vooral verbeelding waren. Maar nu begint men te begrijpen dat allergische reacties een scala aan psychische problemen kunnen veroorzaken – van stemmingswisselingen, angst en paniekaanvallen tot depressie en obsessief-compulsieve stoornis (OCD) – en de oorzaak staat gewoon in keukenkastjes.
De meeste van Perry’s patiënten hebben klachten die zijn veroorzaakt door chemische parfums, luchtverfrissers, wasmiddelen, wasverzachters, kaarsen, wierook, toiletartikelen, maar ook door bleekwater, allesreinigers en andere huishoudelijke middelen. Van de laatste 35 patiënten die zij behandelde, bleken er 33 overgevoelig voor parfums die in dit soort producten zitten. Volgens Perry's ervaring kan overgevoeligheid voor chemische stoffen ook leiden tot nagelbijten, somberheid, claustrofobie (engtevrees), manisch-depressieve stoornis, zelfmoordneigingen en fobieën.

Wetenschap
Perry’s dossiers worden door de wetenschap ondersteund. Uit onderzoek komt namelijk naar voren dat patiënten met deze overgevoeligheid meer risico lopen om een psychiatrische stoornis te ontwikkelen,1 dat er een sterke samenhang bestaat tussen milieu-invloeden en levenslange psychiatrische problemen,2 en dat overgevoeligheid voor meerdere chemische stoffen (MCS: Multipele Chemische Sensitiviteit) kan samengaan met lichamelijke en geestelijke verschijnselen als duizeligheid, tremor (beven) en paniekstoornissen.3 Verder blijkt MCS vaak de oorzaak te zijn van ADHD (aandachts- en hyperactiviteitsstoornis) bij kinderen.4

Depressie
Bovendien is er een relatie met depressie. Onderzoekers hebben de geurwaarnemingsdrempel gemeten van een oplossing van rozenolie bij achttien mensen met MCS en die vergeleken met een controlegroep. Degenen met MCS scoorden bij dat onderzoek beduidend hoger in een test waarmee depressie werd gemeten.5
Chemische overgevoeligheid kan ook familiair voorkomen. Bij bijna een derde van de MCS-patiënten bleken familieleden hier ook aan te lijden en een grotere kans op allerlei psychische problemen te hebben dan een controlegroep.6
In 1992 kwam uit alle MCS-onderzoek tezamen naar voren dat herhaalde blootstelling aan chemische stoffen kan leiden tot sensitisatie (overgevoeligheid) van het centraal zenuwstelsel. Dit betekent dat de reactie op zelfs geringe hoeveelheden van de ingeademde stof steeds heftiger kan worden, met psychische stoornissen als gevolg.7

Diagnose
Perry, een ervaren Gedachteveldtherapeut (de energiepsychologie volgens Callahan) volgt altijd Callahans protocol wanneer ze de variabiliteit van de pols meet. Zo meet ze hoe het autonome zenuwstelsel functioneert wanneer het aan chemische stoffen wordt blootgesteld. Callahan ontdekte dat de variabiliteit van de pols van grote voorspellende waarde is voor ziekte en overgevoeligheid nadat onderzoekers een relatie hadden gevonden tussen deze variabliteit en het risico op plotse hartdood.8 Is de polsvariabiliteit van een patiënt hoger wanneer er huishoudchemicaliën aanwezig zijn, dan vermoedt Perry een chemisch probleem. ‘Negen van de tien keer is het hun prikkelende gekleurde wasmiddel, of de luchtverfrissers in huis of in de auto,' zegt ze.
Of u nu wel of geen depressie of vreemde fobie hebt, het lijkt in elk geval raadzaam om gekleurde en geparfumeerde schoonmaakproducten, wasmiddelen en toiletartikelen zoveel mogelijk te vervangen door milieuvriendelijke producten zonder kleur- en geurstoffen.




Auteur: © Lynne McTaggart


Met dank aan: Medisch Dossier, geplaatst in nummer 7 juli/augustus 2008


Voetnoten:
1 Environ Health Perspect, 1997; 105 Suppl 2: 409-12
2 Occup Med, 2000;15: 557-70
3 Environ Health Perspect, 2002; 110 Suppl 4: 669-71
4 Environ Health Perspect, 1997; 105 Suppl 2: 417-36
5 Arch Otolaryngol Head Neck Surg, 1988; 114: 1422-27
6 Toxicol Ind Health, 1999; 15: 410-4
7 Biol Psychiatry, 1992; 32: 218-42
8 Am J Cardiol, 2002; 90: 24-8
 

 





©2007 www.wijwordenwakker.org