Medicijnen van spindoctors


De geneeskunde beroept zich op het feit dat het een evidence-based vak is, maar de meeste onderzoeken waarop artsen hun therapie baseren, zijn door marketingafdelingen opgezet.

Ongeveer 90.000 zogenaamd ‘wetenschappelijke’ klinische onderzoeken naar geneesmiddelen, gepubliceerd in de afgelopen tien jaar in de literatuur, zijn niets anders geweest dan pr-activiteiten vermomd als onderzoek. Deze bedriegerspraktijken steken de draak met het hele idee dat geneeskunde ‘wetenschappelijk’ is. Ze kwamen aan het licht toen de geneesmiddelenfabrikant Wyeth geheime documenten moest vrijgeven aan de advocaten van 14.000 vrouwen die borstkanker kregen na gebruik van het middel prempro, voor hormoonsubstitutie (HRT) in de overgang.
Deze wijdverbreide praktijk, die al jaren bestaat, heeft inmiddels alle prestigieuze wetenschappelijke tijdschriften besmet die op dit moment bestaan. Marketing- en pr-bureaus die academici bereid hebben gevonden hun naam boven artikelen te zetten die ze niet geschreven hebben, bepalen het grootste deel van de inhoud van deze tijdschriften.
Dat is een aanslag op het hart van de geneeskunde, die zichzelf immers beroept op evidence-based practice, hetgeen wil zeggen dat alle behandelingen gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek. Het is nu duidelijk dat de meeste van die onderzoeken, gepresenteerd als onafhankelijk en onbevooroordeeld, in feite spin – Engels voor ‘verdraaiing’ – zijn, ofwel verdraaiing van feiten ten behoeve van een gunstige publiciteit. Ze zijn betaald door geneesmiddelenfabrikanten en vervaardigd door hun marketingafdelingen.

Ghostwriters

Uit de 1500 artikelen die Wyeth gedwongen was te onthullen, bleek dat dit bedrijf een pr-/marketingbureau had ingehuurd – in de industrie heet dit een ‘medisch educatie- en communicatiebureau – om ‘wetenschappelijke artikelen’ te schrijven ter publicatie in medische tijdschriften. Daaruit moest naar voren komen dat het betreffende HRT-middel veilig was, ook al bevatte het werkelijk onafhankelijke onderzoek een waarschuwing dat alle middelen uit de groep van HRT-middelen het leven van vrouwen in gevaar kunnen brengen.
In eerste instantie had Wyeth verschillende van deze communicatiebureaus gebruikt sinds 1966, om prempro te promoten. De verkoop van dit middel, evenals dat van hun andere HRT-middel premarin, steeg tot 2 miljard dollar in 2001. Maar een jaar later veranderde alles, doordat het onderzoek Women’s Health Initiative (WHI) ontdekte dat HRT-middelen de kans op borstkanker en beroerte verhogen1. Dat risico was zelfs zo groot, dat de onderzoekers de HRT-trial per direct stopten, omdat blootstelling van de proefpersonen aan het middel niet langer verantwoord was.
De schadebeperkende exercitie van Wyeth vond grotendeels plaats onder leiding van het communicatiebureau DesignWrite in Princeton. Deze firma bereidde ‘klinische trials’ voor en rekruteerde vooraanstaande wetenschappers om hun namen boven de artikelen te zetten die ze niet geschreven hadden. Alles bij elkaar werden de artikelen in 18 verschillende tijdschriften geplaatst, waaronder het American Journal of Obstetrics & Gynecology en het International Journal of Cardiology. Bijna alle gepubliceerde trials waren meta-analyses en dus herbeoordelingen van eerder gepubliceerde artikelen, maar aan die beoordeling werd een specifieke draai (spin) of tendens gegeven. In het algemeen werden daardoor de gezondheidsrisico’s van prempro en premarin onderschat en hun voordelen overschat. In de artikelen die het resultaat waren, stond zelfs de ongegronde stelling dat HRT goed zou zijn voor het hart. In andere artikelen van DesignWrite als ghostwriter werden de werkelijk onafhankelijke onderzoeken, die vraagtekens hadden geplaatst bij de zogenaamde voordelen van HRT, bekritiseerd.

Een pr-pandemie

De documenten van Wyeth vormen enkel het topje van de ijsberg van de praktijken van vrijwel elke geneesmiddelenfabrikant. Volgens zijn website heeft DesignWrite in twaalf jaar tijd vijfhonderd ‘klinische papers’ voor geneesmiddelfabrikanten geschreven. Aangezien er alleen al in Amerika zo’n 180 van dit soort communicatiebureaus werkzaam zijn, zou dat kunnen betekenen dat er in de periode van 1997 tot 2009 wel 90.000 marketingartikelen gepubliceerd zijn die pretenderen over onafhankelijk klinisch-wetenschappelijk onderzoek te gaan. Maar liefst 75 procent van alle medische tijdschriften zou wel eens kunnen bestaan uit dit soort ghostwritten artikelen, aldus de Wetenschappelijk-Ethische Commissies van Kopenhagen in Frederiksberg, die tussen 1994 en 1995 een overzichtsonderzoek uitvoerden2.
Adriane Fugh-Berman van het Georgetown University Medical Center in Washington, die een volledige analyse uitvoerde van de onthulde artikelen van Wyeth, zegt dat ieder medisch tijdschrift ‘geïnfecteerd’ is met marketingboodschappen betaald door de industrie. ‘Hoewel niet bekend is hoe vaak ghostwritten artikelen precies aangeboden of geaccepteerd worden ter ondertekening door een wetenschapper, zou deze praktijk wel eens veelvoorkomend kunnen zijn3. Zoals zij het in haar commentaar verwoordt, verandert de mening van artsen door dat voortdurend doorsijpelen van spin en foutieve informatie en kan daar geen werkelijk onafhankelijk en ‘schoon’ onderzoek tegenop. ‘Ondanks dat er wetenschappelijke bewijzen waren van het tegendeel, geloven nog steeds veel gynaecologen dat bij gezonde vrouwen de voordelen van HRT opwegen tegen de risico’s. Deze non-evidence-based perceptie kan het gevolg zijn van decennia van zorgvuldig georkestreerde beïnvloeding van de medische literatuur vanuit het bedrijfsleven.’
De continue stroom van opzettelijk foutieve informatie reikt natuurlijk tot ver buiten HRT. Waarschijnlijk schrijven artsen middelen voor waarvan zij zelf niet weten dat ze gevaarlijk of zelfs dodelijk kunnen zijn, doordat ze het onderscheid tussen feiten en verdraaiingen niet kunnen maken. Ook de medische tijdschriften die deze artikelen plaatsen, zijn er de dupe van. Hoewel klinische en andere onderzoeken vóór publicatie onderhevig zijn aan intercollegiale toetsing – peer review, dus de inhoud van het artikel wordt beoordeeld door onafhankelijke experts – lukt het de spindoctors van de communicatiebureaus bijna altijd om hun marketing te vermommen als wetenschap. Dat kan zijn doordat ze onderzoeksuitkomsten op een subtiele maar significante manier interpreteren en doordat de artikelen blijkbaar geautoriseerd worden door vooraanstaande wetenschappers in het betreffende vak.
Publicatie van artikelen is een belangrijke manier om je professionele status te verhogen, maar het is vaak een intensieve en tijdrovende klus. Het hele proces vanaf de opzet van een onderzoek tot de uiteindelijke publicatie kan twee jaar duren. Maar zoals blogger William Heisel opmerkt (op de website over gezondheid van de universiteit van Southern California: www.reportingonhealth.org/blogs), is er bijvoorbeeld een wetenschapper die in de afgelopen paar jaar alleen al tweehonderd artikelen heeft gepubliceerd: een onmogelijke prestatie, tenzij met de hulp van een communicatiebureau.

Alleen even tekenen

Een van die wetenschappers die ooit uitgenodigd werd om een artikel te ondertekenen dat hij niet had geschreven, was reumatoloog Jeffrey Lisse, van de universiteit van Arizona. Zo werd hij hoofdauteur van een ‘onafhankelijk’ klinisch onderzoek naar de pijnstiller vioxx van Merck, gepubliceerd in de Annals of Internal Medicine. In de gepubliceerde resultaten waren een aantal sterfgevallen weggelaten die tijdens het klinisch onderzoek hadden plaatsgevonden. Lisse gaf later toe dat ‘Merck het klinisch onderzoek had opgezet, betaald en het had uitgevoerd … [en vervolgens] bij mij kwam nadat het onderzoek reeds gedaan was met de woorden: “We willen uw hulp bij de vervaardiging van het artikel”’4. Later zou vioxx nog 60.000 sterfgevallen door een hartstilstand op zijn kerfstok krijgen en werd Merck onderwerp van het grootste civielrechtelijke proces aller tijden. Uiteindelijk moest het bedrijf 4,85 miljard dollar schadevergoeding aan achtergebleven familieleden uitbetalen.
Dr. Gloria Bachmann is professor aan de Robert Wood Medical School in New Brunswick (New Jersey). Zij kreeg een veertien pagina’s tellende eerste versie toegestuurd voor een artikel over opvliegers en nachtelijk zweten in de overgang. Per e-mail liet Bachmann aan DesignWrite weten dat zij het artikel ‘uitmuntend’ vond. Vervolgens verscheen deze versie in 2005 bijna letterlijk in het Journal of Reproductive Medicine, met haar auteursnaam erboven5.
Hoe ver deze praktijk reikt, werd David Healy en Dinah Cattell duidelijk toen zij betrokken waren bij een rechtszaak tegen Pfizer over zoloft (sertraline), een antidepressivum uit de SSRI-groep. Uit vrijgekomen documenten bleek dat Pfizer een communicatiebureau had ingehuurd, Current Medical Directions, om 85 documenten over dit middel te coördineren. Maar bij veel van die artikelen stond geen auteursnaam, hetgeen erop duidt dat ze waarschijnlijk door broodschrijvers geschreven waren. Healy en Cattell zagen dat al deze artikelen positief waren over sertraline en de bijwerkingen bagatelliseerden6.

Geesten in flessen

Wyeth begon in 1997 met het inhuren van communicatiebureaus voor de promotie van prempro. Maar in 2002, na de bevindingen van het WHI, veranderde de strategie. Zoals DesignWrite aan Wyeth uitlegde in een van de documenten die door de verplichte inzage vrijkwamen, ‘blijkt uit onderzoek dat clinici in hoge mate op wetenschappelijke artikelen vertrouwen om aan geloofwaardige productinformatie te komen’. Met andere woorden: artsen vertrouwen op medisch-wetenschappelijke publicaties bij hun keuze welk middel ze zullen voorschrijven.
Om die reden vervaardigde DesignWrite tussen 1997 en 2003 ‘meer dan vijftig peer-reviewed publicaties, ruim vijftig wetenschappelijke samenvattingen en aankondigingen, supplementen bij tijdschriften, interne witboeken, diapresentaties en symposia’. Het communicatiebureau schreef het onderzoeksrapport van vier klinische onderzoeken naar prempro in lage dosering en kreeg per artikel 25.000 dollar. Veel van die artikelen weerlegden de resultaten van WHI en impliceerden dat de borstkanker die HRT veroorzaakt op de een of andere manier minder agressief waren. In het algemeen minimaliseerden de manuscripten de risico’s, zaaiden ze twijfel over concurrerende middelen en promootten ze zelfs het gebruik van prempro voor off-label-indicaties, ofwel een andere indicatie dan waarvoor het middel is toegelaten, hetgeen illegaal is. DesignWrite schreef een groot aantal overzichtsartikelen en commentaren in naam van vooraanstaande wetenschappers, waarin het gebruik van prempro werd aanbevolen ter preventie van de ziekte van Alzheimer, van Parkinson, maculadegeneratie bij ouderdom en tegen rimpels.
Een cruciaal aspect van de strategie was dat vooraanstaande wetenschappers bereid gevonden werden om hun naam te verbinden aan de woorden van DesignWrite, waardoor de artikelen autoriteit kregen en hun publicatie gegarandeerd was.

Terug naar school

De schadebeperkende exercitie van Wyeth ging verder dan ghostwriting. In 2002, kort na de publicatie van het WHI-onderzoek, hielp Wyeth de faculteit geneeskunde en volksgezondheid van de universiteit van Wisconsin-Madison bij de opzet van een medisch opleidingsprogramma voor artsen. Dit programma promootte het gebruik van HRT in een onlinecursus, waaraan duizenden artsen deelnamen. Die cursus was in zijn geheel betaald met een subsidie van 12 miljoen dollar van Wyeth, waarvan de universiteit 1,5 miljoen dollar voor eigen gebruik ontving.
Samen met de universiteit en met DesignWrite, dat een groot deel van het cursusmateriaal vervaardigde, zette Wyeth de Council on Hormone Education (‘raad voor opleiding en voorlichting over hormonen’) op. Onder die vlag werd een onlinecursusprogramma opgezet. De raad bestond uit veertig artsen en specialisten, waarvan er 34 financiële banden met Wyeth hadden. Zelfs na afloop van de cursus konden artsen en patiënten het materiaal nog gratis downloaden op internet. Maar op 15 januari 2009 verdween de website plotseling, juist toen het plaatselijke nieuwsblad de Milwaukee Journal Sentinel vragen was gaan stellen over het eigenaarschap van het cursusprogramma7.

 

© Bryan Hubbard

Met dank aan Medisch Dossier, mei 2011

1JAMA, 2002; 288: 321-333
2PLoS Med, 2007; 4: e19. doi : 10.1371/journal.pmed.0040019
3PLoS Med, 2010; 7: e1000335. doi : 10.1371/journal.pmed.1000335
4The New York Times, 22 augustus 2007
5The New York Times, 5 augustus 2009
6Br J Psychiatry, 2003; 183: 22-27
7Milwaukee Journal Sentinel, 25 januari 2009

 





©2007 www.wijwordenwakker.org