Zwendel smaakt zoet.


Een van de grootste mysteries op het gebied van levensstijl is dat de Amerikanen, die de meeste vetarme dn suikervrije producten ter wereld gebruiken, ook het meest te lijden hebben onder obesitas. De verklaring ligt vreemd genoeg in kunstmatige zoetstoffen. Ze veroorzaken niet alleen veel ziekten, waaronder kanker, maar maken ook dik.

Dat er zoveel Amerikanen te dik zijn, verbaast de artsen al jaren. Amerikanen zijn namelijk grootverbruikers van dieetartikelen en kunstmatige zoetstoffen. Deze tegenstelling noemen ze inmiddels de ‘Amerikaanse paradox’.

Al eerder hebben we artikelen gepubliceerd over één mogelijke verklaring van die paradox: er zijn steeds meer medische bewijzen dat we van vet helemaal niet dik worden, en trouwens ook niet dun van een vetarm dieet. Inmiddels zijn er nieuwe onderzoeksgegevens die de paradox nog verder ontrafelen en de conventionele denkwijze nog meer ontwrichten. We hebben het over de ontdekking dat suikervervangers dik kunnen maken. Stel je voor, mensen gebruiken zoetstoffen met weinig calorieën om af te vallen en ze bereiken het tegengestelde effect!

Daarnaast zijn er steeds meer bewijzen dat deze alomtegenwoordige toevoegingen niet zo onschuldig zijn als de fabrikanten, en de autoriteiten, ons willen doen geloven. Telkens weer duiken er bewijzen op dat aspartaam kanker kan veroorzaken. Die beschuldiging werd dertig jaar geleden voor het eerst geuit, maar is nu pas bewezen.
Betekent dit nu het definitieve einde van aspartaam en andere kunstmatige zoetstoffen?

Gewichtige vragen
Terry Davidson en Susan Swithers zijn beiden professor in de psychobiologie in het Ingestive Behavior Research Center binnen de faculteit Psychologische Wetenschappen van Purdue University in Indiana, VS. Zoals de naam al aangeeft, wordt in dit centrum onderzoek gedaan naar de manier waarop mensen hun eten kiezen. Vijf jaar geleden zijn deze twee wetenschappers, geboeid door de Amerikaanse paradox, met een theorie gekomen. In een artikel genaamd ‘Een Pavloviaanse benadering van het obesitasprobleem’ opperden ze de mogelijkheid dat het lichaam de voedselinname wellicht reguleert op basis van smaak. ‘Zoals de honden van Pavlov aanleerden dat het geluid van een bel een teken was dat er voedsel op komst was, zo kan het zijn dat mensen aanleren dat zowel zoetsmakende als dikke, stroperige substanties veel calorieën bevatten,’ zo luidde hun theorie. ‘Het lichaam kan die informatie gebruiken om te bepalen hoeveel voedsel er nodig is om in zijn calorische behoeften te voorzien.’ Cruciaal is volgens hen dat dit nauwkeurige systeem van regulering wellicht wordt ontregeld door kunstmatige zoetstoffen1.

Onderzoeken
Om hun theorie te testen maakte hun team gebruik van laboratoriumratten die niets ergers te verduren kregen dan dat ze voeding met gezoete yoghurt voorgezet kregen. De ene groep ratten kreeg yoghurt met een kunstmatige zoetstof (saccharine) en de andere groep met gewone suiker. De resultaten waren zeer bijzonder. De onderzoekers ontdekten namelijk dat de ratten die saccharine kregen, in totaal meer calorieën consumeerden dan de ratten die de gewone suiker kregen, en zo dus uiteindelijk dikker werden. Slechts vijf weken later waren ze gemiddeld maar liefst 25 procent dikker.

In een tweede, soortgelijk onderzoek zagen de onderzoekers hetzelfde fenomeen. Twee groepen ratten kregen gedurende tien dagen twee verschillende gezoete drankjes, waarvan één met kunstmatige zoetstoffen en één met natuurlijke suikers. Daarna mochten de dieren naar believen eten van een snack met chocoladesmaak en veel calorieën. Hoewel de dieren slechts korte tijd kunstmatige zoetstoffen hadden gebruikt, bleek dat een duidelijk effect te hebben op hun eetlust. De ratten die kunstmatige zoetstoffen kregen, aten veel meer van de snack voordat ze vonden dat ze genoeg hadden gehad.

In een derde onderzoek was het doel het verbruik van calorieën te meten. Het bleek dat ratten die saccharine kregen, iets minder energie verbruikten na het eten van een maaltijd met veel calorieën en suiker dan de ratten die niet die zoetstof kregen. ‘Behalve dat kunstmatige zoetstoffen op de een of andere manier de voedselinname verhogen, denken we dat ze tevens het mechanisme voor energieverbruik afstompen,’ aldus Davidson en Swithers.

Hoewel deze onderzoeken gedaan waren met dieren en dus niet per se van toepassing zijn op mensen, zien de onderzoekers in dit geval geen reden om te denken dat het bij mensen anders zit. ‘Een lichaam heeft een natuurlijke aanleg om op basis van de zoete smaak te schatten hoeveel calorieën voeding en dranken bevat. Kunstmatig gezoete voedingsmiddelen verstoren die natuurlijke aanleg,’ zeggen zij. ‘Zodra de kunstmatige zoetstoffen worden vervangen door gewone suiker, kan het lichaam zijn smaakzin niet meer gebruiken om het aantal calorieën in te schatten. Het kan gaan aannemen dat een product dat met suiker is gezoet geen calorieën bevat, en zo kan iemand te veel gaan eten’2.

Woord en weerwoord
Uiteraard kwam de voedingsmiddelenindustrie met haar leger aan voedingsdeskundigen snel met een verweer. ‘Dit soort onderzoeken dienen de consument niet, omdat ze tot een simplistische redenering leiden over de oorzaken van obesitas’ (overgewicht), zegt de Amerikaanse Calorie Control Council. ‘Het is waar dat het gebruik van laagcalorische zoetstoffen is toegenomen in dezelfde tijd dat er steeds meer obesitas ontstond. Maar in die tijd nam ook het gebruik van mobiele telefoons toe en daarvan neemt niemand aan dat ze obesitas veroorzaken.’

Deze repliek weerlegt niet dat de gegevens die Davidson en Swithers tot nu toe hebben verzameld, zeer goed lijken te rijmen met wat we in het echte leven zien gebeuren. Twintig jaar geleden meldde de arts H.J. Roberts uit Florida, een fervent tegenstander van kunstmatige zoetstoffen, dat 5 procent van zijn patiënten ‘paradoxale gewichtstoename’ vertoonden wanneer ze aspartaam bevattende dranken met weinig calorieën dronken, zoals Cola Light3. Recenter werd aan het Health Sciences Center van de universiteit van Texas het verband onderzocht tussen gebruik van kunstmatige zoetstoffen en het gewicht van mensen. Gedurende acht jaar werden er bijna 2000 mensen gevolgd. Aan het eind had bijna een derde van hen overgewicht, hoewel alle gevolgde personen aan het begin van het onderzoek een normaal gewicht hadden. De analyse bekeek vooral hoeveel frisdranken en andere limonades de mensen dronken. Hoewel de dranken met suiker veel meer calorieën bevatten, kwamen juist degenen die voor de light-versies kozen, meer aan. ‘Het risico van overgewicht wordt 41 procent groter met elk blikje of flesje light-drank dat iemand per dag nuttigt,’ aldus hoofdonderzoeker Sharon Fowler, Master of Public Health, bij de presentatie van de resultaten op de 65ste Jaarlijkse Wetenschappelijke Bijeenkomsten van de Amerikaanse Diabetes Vereniging in San Diego in 20054.

Op zichzelf vormen deze bevindingen natuurlijk geen bewijs voor een causaal verband tussen kunstmatige zoetstoffen en gewichtstoename, aangezien een andere uitleg kan zijn dat naarmate mensen dikker worden, ze vaker overstappen op light-dranken. Toch leveren ze een duidelijke aanleiding voor nader onderzoek.

Eerder dit jaar lagen light-dranken al onder vuur toen bekend werd dat ze behoorden tot het hoge aantal risicofactoren dat aangeven of iemand vatbaar is hartziekten, het zogeheten Syndrome-X of Metabole Syndroom (MetSyn). Bij een enquête onder bijna 10.000 Amerikanen bleek dat het risico dat iemand dat syndroom, krijgt met 34 procent toeneemt wanneer hij een blikje light-frisdrank per dag drinkt. Typische problemen van het syndroom zijn een hoge bloeddruk, een grote buikomvang, diabetes in een vroeg stadium, en een hoog triglyceridengehalte in het bloed5.

De rol van aspartaam
De best verkopende kunstmatige zoetstof ter wereld is aspartaam. Dat wordt momenteel in meer dan 6000 producten gebruikt, van light-dranken tot tandpasta’s en zelfs vitaminepillen, vaak zonder dat de consument het weet. Zo wordt het voor de gemiddelde consument onmogelijk om deze stof te vermijden. Als een stof op zo grote schaal en zonder vermelding op de verpakking gebruikt kan worden, moet volkomen duidelijk zijn dat hij geen kwaad kan. De meeste mensen voelen zich wel gerustgesteld door al die gezondheidsautoriteiten van over de wereld die deze stof hun goedkeuring geven. In de documenten van bijvoorbeeld de Amerikaanse waakhond voor voeding en geneesmiddelen, de Food and Drug Administration (FDA), wordt aspartaam steeds omschreven als ‘onschadelijk’, of ‘een van de meest grondig geteste en bestudeerde toevoegingen voor voeding die de FDA ooit heeft toegelaten’ of ‘zeer overtuigende documentatie van de veiligheid van aspartaam’.

En toch is de voorgeschiedenis van aspartaam allesbehalve vlekkeloos. Altijd zijn er vraagtekens geplaatst bij de veiligheid ervan (zie kader p.xx [kader 1]). Vanaf het begin zijn er kritische geluiden geweest van mensen die vragen stelden bij de chemische samenstelling. Belangrijkste zorg daarbij is het aminozuur fenylalanine. Daarvan is bekend dat het bij hoge doseringen hersenschade kan opleveren. Hoewel de officiële instanties dat wel erkennen, maken ze daarbij altijd de kanttekening dat het alleen geldt voor mensen met fenylketonurie, een zeldzame stofwisselingsstoornis waarbij fenylalanine niet goed wordt afgebroken in het lichaam. Maar aspartaam bevat tevens aspartaanzuur en methanol. Beide stoffen kunnen in het lichaam worden omgezet in potentieel giftige stoffen zoals glutamaat, asparagines en formaldehyde. Van sommige van die stoffen is bekend dat ze neurotoxisch (schadelijk voor zenuwweefsel) zijn en kankerverwekkend.

Al lang geleden leek uit onderzoek een verband aantoonbaar tussen aspartaam en hersentumoren. Kort na de ontdekking van aspartaam besloten dr. John Olney en zijn collega's aan de Washington University Medical School in St Louis een analyse uit te voeren van de gegevens over hersentumoren die het Amerikaanse National Cancer Institute had verzameld. De aanleiding was de 'extreem hoge incidentie' van hersentumoren bij muizen die met aspartaam werden gevoed. Ze bestudeerden de gegevens van 1975 tot 1992 en ontdekten dat er in de tijd dat aspartaam op de markt kwam, er 10 procent meer glioblastomen (hersentumoren voorkwamen dan daarvoor6. Hoewel de voedingsindustrie die bevindingen weerlegden met het argument dat de stijging nu weer afvlakt en dat er zelfs minder van zulke tumoren voorkomen, nemen de aanwijzingen toe dat aspartaam effect heeft op zowel hersenen als kanker.

Effect op de hersenen
Het is onvermijdelijk dat de meeste bewijzen uit proefdieronderzoek komen, waarin aspartaam aan de laboratoriumratten wordt gevoerd. Omdat ratten aspartaam op dezelfde wijze omzetten als mensen, worden ze als goede proefdieren gezien.
Heel duidelijk is vastgesteld dat aspartaam giftig is voor rattenhersenen; het remt de groei van de zenuwcellen al af bij relatief lage doseringen. Deze ‘remming van de uitgroei van neurieten’ ontstaat reeds bij een dosering additieven die in het gemiddelde tussendoortje of blikje frisdrank zit, aldus een team van toxicopathologen van de universiteit van Liverpool7. Die toxische (giftige) effecten worden bovendien versterkt wanneer aspartaam gecombineerd is met andere toevoegingen zoals kleurstoffen.
Nog een effect van aspartaam op de hersenen treedt op bij mensen met een stemmingsstoornis. Bij een dubbelblind en placebo gecontroleerd cross-overonderzoek met mensen die depressief waren geweest, waren de bijwerkingen van een dagelijkse dosis aspartaam van 30 mg/kg lichaamsgewicht zo ernstig dat het onderzoek voortijdig werd gestaakt8.

Ook blijkt aspartaam gevaarlijk te kunnen zijn bij mensen met epilepsie, doordat het de drempel voor aanvallen verlaagt of de duur van een aanval verlengt. Dat gebeurt wanneer mensen meer dan het aanbevolen maximum van 40 mg/kg lichaamsgewicht per dag innemen9. Bovendien kan het aanvallen uitlokken bij mensen die voorheen geen last hadden van epilepsie. Onlangs hebben Belgische eerstehulp-artsen een casus gepubliceerd ‘van epileptische aanvallen na een extreem hoge inname van Cola Light’ waarvan zij aannamen dat ze werden uitgelokt door de cafeïne en de aspartaam in die drank10.

Inmiddels zijn er wetenschappers die het mogelijk achten dat de directe en indirecte effecten van aspartaam op hersencellen en zenuwcellen best een rol zouden kunnen spelen in de huidige toename van neurologische en gedragsstoornissen onder jonge mensen. Ook kan er een verband zijn tussen aspartaam en het ontstaan van bepaalde mentale stoornissen en van afwijkingen in leergedrag en emotioneel functioneren11. Die theorie wordt ondersteund door het feit dat de inname van aspartaam op langere termijn het geheugen van mensen kan aantasten12.

Het verband met kanker
Het grootst is de bezorgdheid om de gezondheid op de lange termijn vanwege het verband tussen aspartaam en kanker. Veel van het bewijsmateriaal is afkomstig van één instituut: de European Ramazzini Foundation of Oncology and Environmental Sciences in Bologna. In maart 2006 publiceerden zij de resultaten van een driejarig onderzoek naar aspartaam met 1800 ratten, waarbij ze veel verschillende innames gebruikten die gelijk stonden aan wat mensen meestal gebruiken. Anders dan in voorgaande onderzoeken gingen de onderzoekers door totdat de ratten overleden aan natuurlijke doodsoorzaken voordat ze hen onderzochten op kanker. Een zinvolle benadering daar kanker vooral een ziekte is van de latere leeftijd en dus enige tijd nodig heeft om zich te manifesteren. De onderzoekers vonden een statistisch significante toename van lymfomen, leukemieën en kwaadaardige tumoren in de nieren en zenuwen. Tevens bleek de respons dosis-afhankelijk, oftewel hoe meer aspartaam de rat had gebruikt, des te vaker kwam er kanker voor. De onderzoekers trokken een stevige conclusie: aspartaam is een ‘multipotentiële kankerverwekkende stof, reeds bij een dagelijkse dosering van 20 mg/kg lichaamsgewicht, wat veel lager is dan de huidige maximaal aanbevolen dosering’13.

Vervolgens besloten de onderzoekers het een stapje hoger te tillen. Om de blootstelling zoals die bij mensen voorkomt nog dichter te benaderen, gaven ze aspartaam aan zwangere ratten (vanaf dag 12 na de bevruchting) en bleven ze dat na de geboorte aan het jong geven totdat het een natuurlijke dood stierf. Het bleek dat die blootstelling aan aspartaam al vóór de geboorte leidde tot nog meer kankersoorten later in het leven, inclusief een significante, dosisgerelateerde toename van borstkanker bij vrouwelijke ratten14. Deze bevindingen vormden een krachtige bevestiging van wat ze eerder concludeerden. Tegelijkertijd werd aan het Hongaarse Instituut voor Volksgezondheidsonderzoek aan de Universiteit van Pécs ontdekt dat door aspartaam kankerveroorzakende genen, zogeheten ‘oncogenen’, vaker tot uiting komen, zelfs bij de aanbevolen maximale dagelijkse dosis15.

En nu?
Maar zelfs met deze krachtige nieuwe bewijzen geven de regulerende instanties geen krimp. Hoewel het Ramazzini-laboratorium de uitgebreidste biologische tests in de hele geschiedenis van het onderzoek naar aspartaam heeft uitgevoerd, hebben zowel de Amerikaanse FDA als de Europese Autoriteiten voor de Veiligheid van Voeding (EFSA) ze van tafel geveegd. Dit deden ze vooral op basis van de resultaten van eerdere dierproeven, hoewel die door de fabrikanten zelf waren uitgevoerd en hoewel sommige van twijfelachtig kaliber waren.
Hoe lang dit uitstel van executie nog zal duren, is een grote vraag. Er wordt beweerd dat aspartaam toch al op z’n retour is omdat het patent is verlopen. Het wordt nu op zo'n grote schaal gemaakt dat het geen winst meer schijnt op te leveren en dan zal al gauw niemand het meer produceren.
Als dat zo is, dan zijn we daar mooi vanaf. In de tussentijd herhalen we hier het advies dat we zo vaak van de geneesmiddelenfabrikanten krijgen te horen. Lees altijd het etiket wanneer je light-producten of producten met weinig calorieën gebruikt.

 

Auteur: ©Tony Edwards

Met dank aan: Medisch Dossier

Voetnoten:

1 Int J Obes Relat Metab Disord, 2004; 28: 933-935
2 Behav Neurosci, 2008; 122: 161-173
3 J Appl Nutr, 1988; 40: 85-94
4 Annual Scientific Sessions of the American Diabetes Association 2005 (Abstract 1058-P)
5 Circulation, 2008; 117: 754-761
6 J Neuropathol Exp Neurol, 1996; 55: 1115-1123
7 Toxicol Sci, 2006; 90: 178-187
8 Biol Psychiatry, 1993; 34: 13-17
9 Med Pregl, 2003; 56 Suppl 1: 27-29
10 Eur J Emerg Med, 2008; 15: 51
11 Eur J Clin Nutr, 2008 ; 62 : 451-462
12 Psychol Today, 2001; 34: 20
13 Environ Health Perspect, 2006; 114: 379-385
14 Environ Health Perspect, 2007; 115: 1293-1297
15 In Vivo, 2007; 21: 89-92
 

Een korte geschiedenis van aspartaam
Aspartaam (E951 NutraSweet, Canderel, Natrena en onnoemelijk veel andere merken) is een van de meest lucratieve additieven ooit. Het komt in meer dan 6000 producten voor en wordt door meer dan 200 miljoen mensen gebruikt. Van hen gebruikt 10 procent maar liefst 125 gram per jaar, volgens het Aspartame Informatione Center1. Hierna volgen enkele mijlpalen uit de geschiedenis van dit beruchte additief.

1965 Toevallige ontdekking van ‘een organische stof met een duidelijke sucrose [suiker]-       achtige smaak’ door geneesmiddelenreus G.D. Searle.
1970 Amerikaanse neurowetenschapper dr. John W. Olney ontdekt dat aspartaam           hersenschade veroorzaakt bij muizen.
1974 De FDA laat aspartaam toe op de markt voor beperkt gebruik in ‘droge voeding',           maar herroept dat later.
1980 De FDA stelt een Onderzoekscommissie samen als reactie op Japanse gegevens           waaruit blijkt dat aspartaam wellicht hersentumoren veroorzaakt bij ratten. De           commissie adviseert tegen toelating.
1981 januari Op de dag na de aanstelling van de Republikeinse president Ronald Reagan         dient Donald Rumsfeld, bestuursvoorzitter van G.D. Searle en donateur van de          Republikeinen, een aanvraag in voor volledige toelating door de FDA.
1981 juli De FDA laat aspartaam toe voor gebruik in droge voeding, met als acceptabele   dagelijkse inname (ADI) 50 mg/kg lichaamsgewicht per dag.
1983 De FDA staat ook gebruik in dranken toe.
1985 De Europese Voedselautoriteiten (EFSA) staan aspartaam toe voor gebruik in alle     levensmiddelen en wijst het nummer E951 toe.
1987 De FDA Task Force meldt dat ‘Searle niet alle feiten uit experimenten aan de FDA    heeft doen toekomen […] experimenten zijn slecht opgezet, onnauwkeurig           uitgevoerd of niet correct geanalyseerd dan wel gerapporteerd’.
1998 De Amerikaanse klinisch psycholoog prof. Ralph Walton analyseert 166           onderzoeken naar aspartaam die door onafhankelijke collega's zijn beoordeeld op      juistheid (peer reviewed): de onderzoeken die door de industrie zijn betaald,           wijzen allemaal uit dat aspartaam veilig is, terwijl 91 procent van de           onafhankelijke onderzoeken concludeert van niet.
2001 september In Nederland worden aan minister Borst kamervragen gesteld over de      veiligheid van aspartaam. Zij antwoordt met het gebruikelijke verweer dat de stof     door gerenommeerde toxicologen van de EU is onderzocht.
2006 maart Italiaanse wetenschappers tonen aan dat aspartaam kankerverwekkend is.
2006 mei De EFSA verklaart dat ‘er geen reden is voor nader onderzoek naar de           veiligheid van aspartaam’.
2007 april De FDA ‘stelt vast dat er geen reden is om de eerdere conclusie te herzien dat     aspartaam veilig is als zoetstof voor algemeen gebruik in voedingsmiddelen’.
2007 november Internationale wetenschappers in dienst van de Burdock Group in           Washington DC (‘met onze oplossingen voor de voedingsindustrie zet u uw           producten veilig en winstgevend in de markt ’) verklaren dat ‘de schaal van het           bestaande bewijsmateriaal over aspartaam doorslaat naar de conclusie dat het           veilig is bij de huidige mate van consumptie’2.

Voetnoten:
1 www.aspartame.org
2 Crit Rev Toxicol, 2007; 37: 629-727
 

Bijwerkingen van aspartaam
Onder de Wet Vrijheid van Informatie werd de FDA in 1993 gedwongen haar database vrij te geven waarin ze negatieve symptomen heeft opgeslagen. Daarin zaten meldingen van 10.000 mensen uit de algehele bevolking. Aspartaam was het vaakst onderwerp van klachten die consumenten indienden. Hierna volgt de lijst van de bijwerkingen die bij de FDA werden gemeld, in volgorde van frequentie.
• hoofdpijn
• duizeligheid, slecht evenwicht
• stemmingsverandering
• braken of misselijkheid
• buikpijn en krampen
• veranderingen in het gezichtsveld
• diarree
• toevallen en stuipen
• grand mal aanvallen
• geheugenverlies
• vermoeidheid en verzwakking
• andere neurologische symptomen
• uitslag
• slaapproblemen
• netelroos
• hartritmeveranderingen
• jeuk
• gevoelsveranderingen (doof gevoel of tintelen)
• plaatselijke zwellingen
• veranderd activiteitsniveau
• ademhalingsproblemen
• gevoelsveranderingen in de mond
• verandering van menstruatiepatroon
Klinisch gerapporteerde bijwerkingen uit wetenschappelijke literatuur zijn:
• hoofdpijn 1
• depressie 2
• bloedplaatjestekort 3
• syndroom van Sjögren 4 (chronische ontsteking van de traan- en speekselklieren)
• fibromyalgie 5

Voetnoten:
1 Neurology, 1994; 44: 1787-1793
2 Biol Psychiatry, 1993; 34: 13-17
3 South Med J, 2007; 100: 543
4 South Med J, 2006; 99: 631-632
5 Ann Pharmacother, 2001; 35: 702-706
 

Veiliger suikervervangers
Als u geen echte suiker wilt gebruiken, maar ook geen aspartaam, wat dan? Hierna beschrijven we enkele suikervervangers die wel veilig zijn.

Xylitol
Deze natuurlijke koolhydraat zit vooral in berkenbast en lijkt, wanneer het in de fabriek wordt geproduceerd, qua uiterlijk en smaak op suiker. Het is echter niet helemaal een alternatief voor chemische zoetstoffen aangezien het nog steeds de helft van het aantal calorieën van suiker bevat. Anderzijds is de glycemische index-score maar 8. Dat betekent dat het extreem langzaam wordt opgenomen en daarom is het goed voor diabetici en mensen die willen afvallen.

Waarschijnlijk is het tevens een probioticum: een stof die de groei van goede bacteriën in de darm bevordert. En het verhoogt de botdichtheid. Het beste gunstige effect van deze stof is echter dat het preventief werkt op zowel tandbederf1 als middenoorinfecties2.
Wat veiligheid betreft is deze stof echter niet helemaal meer smetteloos nadat er een paar mysterieuze zaken van vergiftiging bij honden zijn voorgekomen, soms met dodelijke afloop. De theorie is dat de stof zorgt voor een snelle stijging van het insulinegehalte waardoor een hond kan instorten, een aanval kan krijgen of ernstige leverschade kan lijden3,4,5. Bij mensen kunnen hoge doseringen leiden tot diarree.

Luo han guo
De stof Luo han guo (ook wel lo han kuo of Momordicavrucht genoemd) is afkomstig van een Chinese vrucht en kan tot 250 keer zo zoet zijn als suiker, maar bevat nauwelijks calorieën. In China wordt het van oudsher gebruikt als een medicinaal kruid voor de behandeling van hoest en keelpijn. Volgens de volksmond leidt het tot een langer leven. In Nederland is het met name in alternatieve kruidenwinkels en toko’s te koop.

Stevia
Stevia is afkomstig van de Zuid-Amerikaanse struik Stevia rebaudiana. Naar men zegt is het tot 300 keer zo zoet als suiker, maar het mag niet als officieel zoetmiddel worden verkocht. De voedingsautoriteiten in Amerika en Europa vinden namelijk dat de veiligheid niet gegarandeerd is. Maar al bij een snelle bestudering van de bestaande literatuur wordt duidelijk dat stevia niet alleen onschadelijk is, maar zelfs positieve medische effecten kan hebben zoals een versterkende invloed op het immuunsysteem6.

Fructo-oligosaccharides
Fructo-oligosaccharides zijn koolhydraten die uit bepaalde planten komen, zoals de Jeruzalem artisjok, uien en bananen. Ze vormen niet alleen een goede zoetmaker maar hebben daarbij probiotische effecten in de darm, doordat ze gunstig uitwerken op de bifidobacteriën7. Ze worden vaak gebruikt om Candida infecties te voorkomen.

Agavesiroop
De agavesiroop is afkomstig uit de Agave-cactus en veel zoeter dan suiker, maar met de helft van het aantal koolhydraten. De Glycemische index-score is echter 48, dus om af te vallen is het geen ideaal alternatief.

Voetnoten:
1J Dent Educ, 2001; 65: 1106-1109
2Pediatrics, 1998; 102: 879-884
3J Am Vet Med Assoc, 2006; 229: 1113-1117
4Vet Hum Toxicol, 2004; 46: 87-88
5Veterinary Medicine, 2006; 101: 791-797
6Chem Biol Interact, 2008; 173: 115-121
7Dig Liver Dis, 2006; 38 Suppl 2: S283-287
 

 





©2007 www.wijwordenwakker.org