Aspartaam en glutaminaat
Aspartaam is veruit de gevaarlijkste stof op de markt die aan voeding wordt toegevoegd. Aspartaam is verantwoordelijk voor meer dan 75% van de bijverschijnselen van voedingsadditieven die aan de Food and Drug Administration (FDA) in Amerika werden gerapporteerd. Veel van die reacties zijn zeer ernstig, waaronder epileptische aanvallen en dood, zoals werd onthuld in een rapport van het Departement van Volksgezondheid van februari 1994.
Hoe glutaminaat en asparaginezuur schade veroorzaken. De bloed-breinbarrière (BBB) beschermt de hersenen zowel tegen te veel glutaminaat en aspartaam als tegen vergif.
Het risico van prikkelende vergiften voor zuigelingen, kinderen, zwangere vrouwen, ouderen en mensen met bepaalde chronische gezondheidsproblemen is groot. Zelfs de Amerikaanse Federatie van Verenigingen voor Experimentele Biologie (FASEB), die problemen meestal te licht opvat, verklaarde kortgeleden in een overzicht dat ‘het veilig zou zijn om het gebruik van dieettoevoegingen met L-glutaminezuur te vermijden bij zwangere vrouwen, zuigelingen en kinderen. Het bestaan van bewijs van potentiële hormonale reacties, zoals verhoogd cortisol en prolactine, en van het verschil in reacties tussen mannen en vrouwen, kan een neuro-endocrine samenhang aangeven, zodat een teveel aan L-glutaminezuur bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd en bij personen met de genetische aandoening PKU (phenylketonurie) vermeden zou moeten worden’. Asparaginezuur uit aspartaam heeft dezelfde schadelijke effecten op het lichaam als glutaminezuur. Volgens onderzoekers en doktoren die de bijverschijnselen bestuderen, kan het de volgende chronische ziekten veroorzaken of verergeren. Reacties die bij de FDA gerapporteerd werden zijn:
Dr. Russel L. Blaylock, professor in de neurochirurgie aan de Medische Universiteit van Mississippi, publiceerde kortgeleden een boek waarin de schade die veroorzaakt wordt door aspartaam en glutaminaat uit MSG (monosodium-glutaminaat) – ook wel het Chinees restaurantsyndroom genoemd – grondig uiteengezet wordt. Dr. Blaylock gebruikt bijna 500 wetenschappelijke referenties om te bewijzen hoe overmatig prikkelende vrije aminozuren zoals asparaginezuur en glutaminezuur in ons voedsel ernstige chronische neurologische kwalen en ontelbare andere acute symptomen kunnen veroorzaken. Een algemeen gehoorde klacht van mensen die lijden aan de effecten van aspartaam is geheugenverlies. Ironisch genoeg begon G.D. Searle, de fabrikant van aspartaam, in 1987 met onderzoek naar een geneesmiddel om geheugenverlies door schade van prikkelende aminozuren te bestrijden. We zouden het nog ironischer kunnen noemen, als het niet zo intens triest is, dat Monsanto in de periode waarin aspartaam op de markt kwam, tegen veel van de hier genoemde kwalen, o.a. artritis, geneesmiddelen op de markt heeft gebracht, eveneens tegen door aspartaam veroorzaakte depressies (Prozac), die ontstaan doordat aspartaam het serotoninegehalte in de hersenen verlaagt. Dr. Blaylock is een van de vele wetenschappers en artsen die bezorgd zijn over schade door prikkelende aminozuren door opname van aspartaam en MSG. Enkele van de vele experts die zich hebben uitgesproken tegen schade veroorzaakt door het gebruik van aspartaam en glutaminezuur zijn: Adrienne Sarnuels, Ph.D. -- experimenteel psycholoog gespecialiseerd in het ontwerpen van researchmodellen. John W. Olney, MD -- professor van de artsenopleiding bij de afdeling Psychiatrie van de Universiteit van Washington. Hij is neurowetenschapper en onderzoeker en een vooraanstaand autoriteit op het gebied van excitotoxinen. (Hij lichtte Searle al in 1971 in, dat asparaginezuur gaten veroorzaakte in de hersenen van muizen.) Francis J. Waickman, arts -- ontvanger van de Rinkel en Forman Award en bevoegd in kindergeneeskunde, allergie en immunologie. John R. Hain, MD -- bevoegd gerechtelijk patholoog. H.J. Roberts, MD, FACP, FCCP -- Diabetesspecialist, auteur van Who's who in America?, door een nationaal medisch tijdschrift gekozen als ‘The Best Doctor in the U.S’. John Samuels, -- stelde een lijst van wetenschappelijk onderzoek samen die voldoende was om de gevaren aan te duiden die liggen in overmatig gebruik van vrije glutaminaat en asparaginezuur... en vele anderen. Phenylalanine (50% van aspartaam) Phenylalanine is een aminozuur dat normaal voorkomt in de hersenen. Mensen met de genetische aandoening PKU (phenylketonurie) kunnen phenylalanine niet verteren. Dit leidt tot gevaarlijk grote hoeveelheden phenylalanine in de hersenen (soms dodelijk). Het is gebleken dat opname van aspartaam, speciaal samen met koolhydraten, kan leiden tot een overschot van phenylalanine in de hersenen, zelfs bij mensen die geen PKU hebben. Dit is niet slechts theorie, daar veel mensen die grote hoeveelheden aspartaam gedurende langere tijd hebben gebruikt en geen PKU hebben, extreme hoeveelheden phenylalanine in het bloed bleken te hebben. Buitensporige hoeveelheden phenylalanine in de hersenen verlaagt de hoeveelheid serotonine in de hersenen, wat leidt tot emotionele stoornissen, zoals depressies. Het bleek dat bij menselijke proefpersonen die langdurig aspartaam gebruikten de hoeveelheid phenylalanine in het bloed beduidend was verhoogd. Zelf eenmalig aspartaamgebruik verhoogde het phenylalaninepeil van het bloed. In zijn getuigenis voor het Congres van de VS toonde Dr. Louis J. Elsas aan, dat een hoog gehalte phenylalanine in het bloed zich kan concentreren in delen van de hersenen en bijzonder gevaarlijk is voor zuigelingen en de ongeboren vrucht. Hij toonde ook aan dat phenylalanine bij knaagdieren veel beter door de stofwisseling wordt verwerkt dan bij mensen. Dit is van essentieel belang voor de bepaling van de ADI, omdat deze voor mensen is afgeleid van onderzoek bij knaagdieren. Zoals Dr. Blaylock in zijn boek uiteenzet, werden eerdere onderzoeken die de toename van phenylalanine in de hersenen hadden opgemeten, vervalst. Onderzoekers die metingen deden van specifieke hersengedeelten en van het gemiddelde van de gehele hersenen, ontdekten belangrijke stijgingen in de hoeveelheden phenylalanine. Vooral de hypothalamus, medulla oblongata en corpus striatum van de hersenen vertoonden de grootste toename van phenylalanine. Dr. Blaylock zegt verder dat buitensporige toename van phenylalanine in de hersenen schizofrenie kan veroorzaken of iemand vatbaarder kan maken voor epileptische aanvallen. Daarom kan langdurig buitensporig gebruik van aspartaam de verkoop stimuleren van serotonineremmers, zoals Prozac, en van medicijnen om schizofrenie en epileptische aanvallen onder controle te houden. Methanol (methylalcohol) (10% van aspartaam) Methanol (methylalcohol) is een dodelijk gif. Sommige mensen zullen zich methanol nog wel herinneren als het gif dat bij sommige zwervers die alcoholist waren blindheid en de dood veroorzaakte, omdat deze mensen spiritus dronken om in hun alcoholbehoefte te voorzien. Methanol komt langzamerhand vrij in de dunne darm door de inwerking van het enzym trypsine op de methylgroep van aspartaam. De hoeveelheid methanol in het lichaam wordt aanzienlijk groter zodra vrije methanol wordt opgenomen. Vrije methanol ontstaat wanneer aspartaam boven de 30 C verhit wordt of wanneer een aspartaamhoudend product onjuist wordt opgeslagen. Methanol wordt in het lichaam afgebroken in formaline en mierenzuur. Formaline is een dodelijk zenuwgif. Berekening van de EPA toonde aan dat methanol wordt beschouwd als een cumulatief vergif doordat het zeer traag wordt uitgescheiden nadat het eenmaal geabsorbeerd is. In het lichaam wordt methanol geoxideerd tot formaline en mierenzuur; beide afbraakproducten zijn giftig. Men raadt een maximale consumptie aan van 7.8 mg/dag. Een liter met aspartaam gezoete frisdrank bevat ongeveer 56 mg methanol. Zware gebruikers van aspartaambevattende producten gebruiken soms wel 250 mg methanol per dag ofwel 32 maal de EPA-limiet. De symptomen van methanolvergiftiging omvatten hoofdpijn, oorsuizingen, duizeligheid, misselijkheid, maagdarmstoornissen, zwakheid, draaiduizeligheid, rillingen, geheugenstoornissen, doof gevoel en pijnscheuten in de extremiteiten, gedragsveranderingen en zenuwontsteking. Het belangrijkste bekende probleem van methanol is het probleem met het zien: mistig gezichtsvermogen, progressieve samentrekking van gezichtsvelden, vervlakking van het zien, versluiering van het gezichtsvermogen, schade aan het netvlies en blindheid. Het speelt een rol bij de vermeerdering van het DNA, waardoor geboortedefecten kunnen ontstaan. Door het ontbreken van een aantal belangrijke enzymen zijn mensen vele malen gevoeliger voor de giftige effecten van methanol dan dieren. Daarom geven testen van aspartaam of methanol op dieren niet precies de gevaren weer voor mensen. Zoals Dr. Woodrow C. Monte, voorzitter van de afdeling Voedingswetenschap en Laboratoria van de Universiteit van Arizona, uiteenzet: ‘Er bestaat GEEN onderzoek bij mensen of zoogdieren om de mogelijk mutagene, teratogene of carcinogene effecten van chronisch methylalcoholgebruik te beoordelen.’ Hij was zo bezorgd over onopgeloste veiligheidskwesties, dat hij een kort geding aanspande tegen de FDA en om een hoorzitting verzocht met een petitie over deze onderwerpen. Hij vroeg de FDA om ‘het onderwerp frisdrank lang genoeg te vertragen om enige belangrijke antwoorden op vragen te verkrijgen. Het is niet eerlijk dat jullie de bewijslast overlaten aan diegenen onder ons die bezorgd zijn en slechts over beperkte geldmiddelen beschikken. Jullie moeten begrijpen dat jullie de laatste verdedigingslinie zijn van het Amerikaanse volk. Zodra jullie het gebruik (van aspartaam) toestaan, is er letterlijk niets dat ik of mijn collega's kunnen doen om het verloop te keren. Aspartaam zal zich dan voegen bij sacharine, de sulfurs en God weet hoeveel andere twijfelachtige mengsels er worden voorgeschreven om het menselijk gestel te ondermijnen met goedkeuring van de regering’. Kort daarna keurde FDA-commissaris, Arthur Hull Hayes jr., het gebruik van aspartaam in koolzuurhoudende dranken goed en nam ontslag om direct daarna in dienst te treden van de pr-firma van G.D. Searle. Er is op gewezen dat bepaalde vruchtensappen en alcoholische dranken kleine hoeveelheden methanol bevatten. Het is echter belangrijk te onthouden dat methanol nooit alleen voorkomt. In alle gevallen is er ook ethanol aanwezig, meestal in veel grotere hoeveelheden. Ethanol is een tegengif voor methanolvergiftiging bij mensen. In een wet uit 1993, die alleen omschreven kan worden als ‘onjuist’, keurde de FDA aspartaam goed als ingrediënt in talrijke voedingsmiddelen die altijd verhit zouden worden boven de 30 C. Diketopiperazine (DKP) DKP is een afbraakproduct van aspartaam. DKP werd gevonden bij het optreden van hersentumoren. Dr. John Olney merkte op, dat zodra DKP in de darm werd opgenomen het een mengsel produceerde dat gelijk was aan N-nitrosourea, een krachtige chemische stof die hersentumoren veroorzaakt. G.D. Searle hield een aantal dierexperimenten over de veiligheid van DKP. De FDA ontdekte talrijke fouten in de experimenten, met inbegrip van ‘administratieve fouten, verwisselde dieren, dieren die niet de stoffen toegediend kregen die ze hadden moeten krijgen, verdwenen pathologische monsters door onjuiste behandeling’ en vele andere fouten. Deze slordige laboratoriumprocedures zouden kunnen verklaren waarom zowel de test- als controledieren zestien maal zoveel hersentumoren hadden dan verwacht zou worden bij experimenten van deze lengte. Enige informatie over de afbraakproducten in frisdrank
Bron: Tsang, Wing-Sum e.a. ‘Bepaling van aspartaam en zijn afbraakproducten in limonade door omgekeerde fasechromatografie met UV-detectie’, in: Tijdschrift voor landbouw- en voedselchemie, 1995, dl. 33, nr. 4, blz. 734-738. Door een ironische kronkel gebruikte de FDA, kort nadat de fouten in de experimenten ontdekt waren, richtlijnen aanbevolen door G.D. Searle om een standaard te ontwikkelen voor de gehele industrie i.v.m goede laboratoriumpraktijken. DKP wordt door FDA-toxicoloog Dr. Jacqueline Verrett in haar getuigenis voor de Senaat van de VS ook genoemd als oorzaak van baarmoederpoliepen en veranderingen in het cholesterolgehalte van het bloed. De bestanddelen van aspartaam kunnen leiden tot een grote verscheidenheid van aandoeningen. Sommige problemen verschijnen geleidelijk, andere geven direct acute reacties. Er is een enorme bevolkingsgroep die lijdt aan symptomen veroorzaakt door aspartaam; toch heeft men er geen idee van waarom kruiden en geneesmiddelen niet helpen om de klachten te verminderen. Er zijn echter ook aspartaamgebruikers die niet ‘lijken’ te lijden aan onmiddellijke reacties. Maar zelfs deze enkelingen zullen op den lange duur schade ondervinden, die veroorzaakt wordt door de prikkelende aminozuren phenylalanine, methanol en DKP. Enkele van de vele aandoeningen waar ik ernstig ongerust over ben zijn de volgende: 1. Geboortedefecten Dr. Diana Dow Edwards, een onderzoekster, werd door Monsanto gefinancierd om mogelijke geboortedefecten te bestuderen veroorzaakt door het gebruik van aspartaam. Nadat inleidende gegevens schadelijke informatie aantoonden over aspartaam, werd de financiering van het onderzoek stopgezet. Een kinderarts genetica van de Emory Universiteit getuigde dat aspartaam geboortedefecten veroorzaakt. In het boek While Waiting: een prenatale gids door George R. Verrilli (arts) en Anne Marie Mueser staat, dat aspartaam verdacht wordt van ‘het veroorzaken van hersenbeschadiging bij gevoelige individuen. Voor een foetus kunnen deze effecten gevaarlijk zijn. Sommige onderzoekers hebben gewaarschuwd dat grote doses aspartaam de oorzaak kunnen zijn van problemen, uiteenlopend van duizeligheid en kleine veranderingen in de hersenen tot achterlijkheid’. 2. Hersentumoren In 1981 stelde Satya Dubey, FDA-statisticus, vast dat de gegevens over hersentumoren door aspartaam zo ‘zorgwekkend’ waren, dat hij de goedkeuring van aspartaam niet kon aanbevelen. Tijdens een twee jaar durende studie gehouden door de fabrikant van aspartaam, ontwikkelden 12 van de 320 ratten die een dieet met aspartaam kregen hersentumoren, terwijl geen van de controleratten tumoren hadden. 5 van de 12 tumoren werden gevonden bij ratten die een lage dosis aspartaam kregen. De goedkeuring van aspartaam was een overtreding van het amendement-Delaney, dat verondersteld werd om kankerveroorzakende stoffen zoals methanol (formaline) en DKP uit onze voeding te weren. Wijlen Dr. Adrian Gross, FDA-toxicoloog, getuigde voor het Congres van de VS dat aspartaam in staat was om hersentumoren te veroorzaken. Dit maakte het voor de FDA onrechtmatig om een dagelijks toegestane hoeveelheid aan te geven van welk niveau dan ook. Gross verklaarde in zijn getuigenis dat de studies van Searle ‘in grote mate onbetrouwbaar’ waren en dat ‘tenminste een van de onderzoeken zonder enige twijfel bewezen had dat aspartaam in staat was hersentumoren te veroorzaken bij proefdieren’. Hij beëindigde zijn getuigenis door te vragen: ‘Wat is de reden voor de ogenschijnlijke weigering van de FDA om het zogenaamde amendement-Delaney toe te passen voor dit voedingsadditief? (...) En als de FDA verkiest om de wet te overtreden, wie blijft er dan nog over om de gezondheid van het publiek te beschermen?’ In het midden van de jaren zeventig werd ontdekt dat de fabrikant van aspartaam de onderzoeken op meerdere manieren had vervalst. Een van de gebruikte technieken was om tumoren uit proefdieren te snijden en de dieren dan terug in het onderzoek te brengen. Een andere techniek die gebruikt werd om onderzoeken te vervalsen was om dieren die gestorven waren opnieuw op de lijst te zetten alsof ze de testen hadden overleefd. Dus de gegevens over hersentumoren waren waarschijnlijk ernstiger dan boven besproken werd. Bovendien vertelde een voormalig werknemer van de fabrikant van aspartaam, Raymond Schroeder, op 13 juli 1977 aan de FDA dat de DKP-deeltjes zo groot waren, dat ratten onderscheid konden maken tussen de DKP en hun normale voedsel. Het is interessant om op te merken dat het aantal hersentumoren bij personen boven de 65 jaar gestegen is met 67% tussen de jaren 1973 en 1990. Hersentumoren zijn bij alle leeftijdsgroepen gestegen met 10%. De grootste stijging was in de jaren 1985-1987. In zijn boek Aspartaam (NutraSweet). Is It Safe? geeft Dr. H.J. Roberts bewijzen dat aspartaam een zeer gevaarlijke vorm van kanker kan veroorzaken, namelijk primair lymphoma van de hersenen. 3. Diabetes De Amerikaanse Diabetes Associatie (ADA) beveelt dit chemische vergif in feite aan voor mensen met diabetes. Volgens onderzoek door H.J. Roberts, diabetesspecialist, lid van de ADA en autoriteit op het gebied van de kunstmatige zoetstof aspartaam: 1) leidt het tot een versnelling van de klinische diabetes; 2) geeft het verminderde diabetescontrole bij insuline of orale antidiabetes; 3) geeft het verergering van de complicaties bij diabetes, zoals retinopathie, cataract en neuropathie; 4) veroorzaakt het stuiptrekkingen. In een verklaring over het gebruik van producten die aspartaam bevatten door personen met diabetes en hypoglykemie, zegt Dr. Roberts: ‘Helaas ontwikkelden veel patiënten in mijn praktijk en anderen die mij raadpleegden ernstige stofwisselings-, neurologische en andere complicaties die specifiek te wijten waren aan het gebruik van aspartaamhoudende producten. Dit werd bewezen door: – het verliezen van de controle over de diabetes, de verheviging van de hypoglykemie, het voorkomen van veronderstelde insulinereacties (met inbegrip van stuiptrekkingen), waarvan bleek dat het aspartaamreacties waren, en de versnelling, verergering of het nabootsen van diabetescomplicaties (speciaal gezichtsschade en neuropathie) bij het gebruik van deze producten; – dramatische verbetering van zulke verschijnselen na het staken van aspartaam en de direct voorspelbare terugkeer van deze problemen wanneer de patiënt het gebruik van aspartaam gewild of ongewild hervatte.’ Dr. Roberts gaat verder: ‘Ik betreur het dat andere artsen en de Amerikaanse Diabetes Associatie (ADA) geen passende waarschuwing geven aan patiënten en gebruikers gebaseerd op deze herhaalde bevindingen, die beschreven zijn in neutrale onderzoeken en publicaties.’ Dr. Russel L. Blaylock, professor in de neurochirurgie van de Medische Universiteit van Mississippi, verklaarde dat prikkelende vergiften zoals die gevonden worden in aspartaam het krijgen van diabetes kan versnellen bij personen die genetisch ontvankelijk zijn voor deze ziekte. 4. Emotionele stoornissen Een dubbelblind onderzoek naar de effecten van aspartaam bij personen met emotionele stoornissen werd gedaan door Ralph G. Walton. Daar het onderzoek noch gefinancierd noch gecontroleerd werd door de makers van aspartaam, weigerde de firma NutraSweet hem de aspartaam te leveren. Dr. Walton was verplicht om het uit een andere bron te betrekken. Het onderzoek vertoonde een grote toename van ernstige verschijnselen bij personen die aspartaam gebruikten. Daar sommige van de verschijnselen zo ernstig waren, was men van hogerhand verplicht het onderzoek te staken. Drie van de deelnemers verklaarden dat ze ‘vergiftigd waren’ door aspartaam. Dr. Walton concludeerde dat ‘personen met emotionele stoornissen in het bijzonder gevoelig zijn voor deze kunstmatige zoetstof; het gebruik bij deze bevolkingsgroep zou ontmoedigd moeten worden’. Er zich bewust van zijnde dat de experimenten niet herhaald konden worden vanwege het gevaar voor de proefpersonen, zei Dr. Walton: ‘Ik weet dat het epileptische insulten veroorzaakt. Ik ben er ook van overtuigd dat het absoluut gedragsveranderingen veroorzaakt. Ik ben erg kwaad dat deze stof op de markt is. Persoonlijk twijfel ik aan de betrouwbaarheid en de deugdelijkheid van enig onderzoek dat gefinancierd is door de firma NutraSweet. Vertaling: Ed Gunneweg Met dank aan: Aspartaam NL Voor meer artikelen van Aspartaam.nl klik hier |