Kartelvorming in zaadhandel leidt tot overheersing in de wereldvoedselvoorziening Kijkend naar de geschiedenis van de agrarische culturen, blijkt de landbouw altijd al een gediversifieerde sector van de economie geweest. Kleine, zelfvoorzienende familiebedrijven waren in de meeste culturen de orde van de dag. Zelfs toen in de loop van de tijd kleine landbouwbedrijven groter en meer gespecialiseerd werden, bewaarden velen van hen nog steeds zaden of kocht ze van andere landbouwbedrijven, waardoor de controle van de landbouw in handen van de mensen bleef. Maar vandaag de dag is alles veranderd naarmate grote chemische en agribusiness bedrijven zaadbedrijven en andere agrarische invoerbedrijven hebben opgekocht of er mee zijn samengesmolten. Ze hebben met succes vaste voet gekregen in genetisch gemodificeerde (GG) gewassen met transgene eigenschappen. Deze primaire factoren en vele anderen hebben een crescendo in de richting van de wereldwijde dominantie van de agricultuur door bedrijven, en dus de wereldvoedselvoorziening, vergemakkelijkt. De sombere toestand waarin we ons vandaag de dag bevinden, gebeurde uiteraard niet in één nacht slaap, maar het kreeg wel een sneltreinvaart na de introductie van GG-gewassen in het midden van de jaren 1990. Van dan af hebben multinationals als Monsanto, DuPont en Syngenta een aanzienlijke mate van controle over de wereldwijde zaadindustrie verkregen die in grote mate de agrarische diversiteit en vrijheid heeft beperkt. De mogelijkheid om zowel zaden als zaadeigenschappen te patenteren heeft de zaak ook nog erger gemaakt omdat de mogelijkheid om natuurlijke of erfgoedzaden te verkrijgen steeds moeilijker wordt en vele landbouwers het gevoel hebben dat ze geen andere keuze hebben dan met de stroom mee te gaan. Professor Philip H. Howard van de Department of Communicty, Agriculture, Recreation and Resource Studies aan de Michigan State University publiceerde in 2009 een studie genaamd Visualizing Consolidation in the Global Seed Industry: 1996-2008 (vert: Beeld van de versterking in de wereldwijde zaadindustrie) die de agricultuurtrend naar corporate dominantie analyseert. Deze studie, die gepubliceerd werd in een speciale uitgave van het tijdschrift Renewable Agriculture, biedt zowel een uitgebreide data-analyse van de dramatische transformatie van de landbouw in de voorbije decennia alsook een zeer informatieve visuele analyse van deze werkelijk schokkende vijandige overnamesituatie. Het enige dat erger is dan Monsanto en de dominantie van de zaakmarkt zijn de gezellige relaties die ze met elkaar hebben. Uit Prof. Howards analyse blijkt dat elk bedrijf van de “Zes Grote” minstens één wederzijdse relatie met elkaar heeft, en ze samen de corporate controle over de zaadindustrie deelt. Monsanto heeft kruislicentie-akkoorden voor zijn transgene patenten met elk ander bedrijf in de mix, terwijl Dow akkoorden heeft met iedereen behalve Bayer. En Syngenta heeft akkoorden met Dow, Monsant en DuPont, terwijl BASF akkoorden heeft met Dow en Monsanto. Wat betekent dit allemaal? Het betekent dat de reeds verontrustende oligarchie die de zaadindustrie controleert, zich aan het vormgeven is tot een totaal monopolie, uiteraard met Monsanto aan het roer. En de transgene technologie blijft zich uitbreiden, wat landbouwers dwingt om ofwel mee te gaan in de stroom, ofwel het beroep vaarwel te zeggen, binnenkort zou er geen andere keuze meer kunnen zijn in de landbouw naast wat Monsanto te bieden heeft. Men zou denken dat de landbouwers zich meer bewust zouden zijn van deze overname en zich zouden verzetten. Maar de “Zes Grote” vliegen zeer effectief onder de radar, in de meeste gevallen door hun zaden en chemicaliën te verkopen aan verschillende leveranciers onder verschillende namen. Volgens Prof. Howard is dat de manier waarop ze doeltreffend de illusie van concurrentie en keuze tijdens hun overname hooghouden. Voor tal van redenen is door de jaren heen échte concurrentie in de zaadindustrie systematisch afgebroken. Naast flagrante industriële versterking en overname door farmaceutisch- en chemische bedrijven, hebben vele landbouwers simpelweg de nieuwste zaadtechnologieën geaccepteerd, zelfs wanneer dit betekende dat ze hun zaadsparende vrijheid moesten opgeven en gedwongen moesten vertrouwen op het intensieve gebruik van chemicaliën en andere synthetische interventies om te kunnen telen. Prof. Howard legt uit dat een concept, bekend als de “agriculturele tredmolen” een belangrijke factor heeft gespeeld in de overdracht naar de zaadindustrie. Omdat de vraag naar voedsel grotendeelt inelastisch is, zal elke productiestijging leiden tot dalende gewasprijzen. Als dus nieuwe kweekmethoden ontstaan zullen landbouwers die de methoden het eerste toepassen, andere landbouwers onbedoeld dwingen deze methoden ook toe te passen, alleen al om hetzelfde niveau van omzet hand te haven. Indien ze deze methoden niet toepassen, of mislukken in het bijhouden van de andere landbouwers in de tredmolen, zullen ze uiteindelijk afvallen of gedwongen worden helemaal uit het agrarisch beroep te stappen. Andere factoren zijn beleidsveranderingen die de acccumulatiebarrières om landbouwovernames in het verleden te voorkomen, hebben verminderd. Door de ontwikkeling van gepatenteerde, transgene zaadeigenschappen zijn zaadbedrijven in staat geweest de accumulatiebarrière in de landbouw te overwinnen. Wanneer landbouwers hun GG zaad niet kunnen opslaan, kunnen corporate eigenaren doeltreffend een continue jaarlijkse cash flow behouden alleen al van de verkoop van zaden en de bijhorende pesticiden en herbiciden, wat op zijn beurt, voor aasetende bedrijven als Monsanto, de landbouw tot een veel grotere winstgevende onderneming maakt dan vroeger.
Vertaald door ‘t Vertalerscollectief |