Een prachtig gezongen metta-soetra



De metta-soetra, woorden van de Boeddha over liefdevolle vriendelijkheid, gezongen door Imee Ooi. Uitleg en een Nederlandse vertaling door Marcel Messing vindt u onder de video.





De metta-soetra, over onbegrensde vriendelijkheid 

Het was bij het naderen van de regentijd dat de Boeddha te Savatthi verbleef en vele monniken naar hem toe kwamen om individuele medi­tatie-instructies te krijgen. Vooral de regenperiode werd als een gunsti­ge tijd voor meditatie gezien.
De Boeddha 'deed zijn best'. Hij gaf - zo vertellen de overleveringen althans - aan zo'n vijfhonderd monniken verschillende instructies en leringen, rekening houdend met ieders karakter en bevattingsvermogen. Natuurlijk komen er tussen al deze instructies overeenkomsten en her­halingen voor.
Opgewekt zochten de monniken in een prachtige omgeving van de Hi­malaya een geschikte plek uit om in alle rust te kunnen mediteren. Ze werden van eten en drinken voorzien door de dankbare bewoners uit de omgeving, die ook hutten voor hen bouwden waarin ze hun retraite van drie maanden konden doorbrengen.
Maar de monniken waren eraan voorbijgegaan dat ze niet alléén in het woud leefden. De boomdeva's waren niet zo blij met hun bezoek als de menselijke bewoners uit de buurt. Vijfhonderd ongenode gasten, die de deva's geen toestemming hadden gevraagd om in het woud te mogen mediteren. Dat betekende toch een zekere overlast en een verstoring van de rust, ook al zouden ze mediteren. De deva's besloten de monni­ken uit het woud te verdrijven. Ze maakten afschrikwekkende geluiden, namen bizarre vormen aan en verspreidden onwelriekende geuren. Ze slaagden in hun opzet. De monniken raakten in verwarring, verloren hun aandacht en concentratie en gingen ontmoedigd naar de Boeddha om raad. Deze glimlachte slechts en wees erop dat ze geen goede relatie met de deva's hadden opgebouwd. En om hun de liefde voor alle schepselen bij te brengen gaf hij hun de metta-soetra, die tot de dag van vandaag door miljoenen boeddhisten dagelijks gereciteerd wordt om liefde en mededogen voor alle schepselen te ontwikkelen, geweld te verminderen of te voorkomen en de vrede van de geest te vinden. 

De soetra luidt: 

Hem die duidelijk geworden is,
dat de vrede van de geest
het doel van zijn leven is,
tracht de volgende gezindheid te verwerven: 

Hij streeft ernaar om sterk te zijn,
oprecht en gewetensvol,
vriendelijk, zachtmoedig en zonder trots. 

Hij is tevreden met weinig,
gauw tevreden te stellen.
niet te druk bezig is hij en bescheiden.

Zijn zintuigen zijn in rust
en helder is zijn verstand,
zijn gedrag is niet vermetel en begeertevol.

Hij verricht niet het geringste of het minste,
waarvoor wijze mensen hem zouden kunnen berispen. 

Mogen alle levende wezens gelukkig zijn
en vrede vinden! 

Wat voor levende wezens er ook zijn:
of ze nu sterk zijn of zwak,
groot of klein,
zichtbaar of onzichtbaar,
ver weg of nabij,
of ze al geboren zijn of nog geboren moeten worden,
mogen ze allemaal gelukkig zijn! 

Moge niemand een ander bedriegen
of met geringschatting behandelen.
Moge niemand uit ergernis of boze opzet
een ander ongeluk toewensen. 

Zoals een moeder met haar leven
haar enig kind beschermt en behoedt,
moge men zo voor alle levende wezens
en de gehele wereld
een onbegrensd gevoel
van liefdevolle vriendelijkheid opwekken:

Zonder haat, zonder vijandschap,
zonder begrenzing naar boven of naar beneden,
ja, naar alle richtingen.

Tijdens het lopen of het staan,
tijdens het zitten of liggen
dient men vol ijver de gezindheid te ontwikkelen
die genoemd wordt: een vertoeven in het volmaakte. 

Wie er geen verkeerde meningen meer op na houdt,
deugd en inzicht verwerft,
en niet meer gehecht is aan zingenot,
voor hem is er geen geboorte meer.


Overgenomen uit  'Buigzaam als riet', Beschouwingen over geweldloosheid
© Marcel Messing 1994, Ankh hermes.

 

 

 





©2007 www.wijwordenwakker.org