De “Salvador Optie” van Het Pentagon:
De Inzet van Doodseskaders in Irak en Syrië


Deel 2 van 3

Dit deel 2 richt zich op de geschiedenis van de “Salvador Optie” van het Pentagon in Irak en zijn relevantie voor Syrië. Het programma werd uitgevoerd in het kader van de ambtstermijn van John D.Negroponte, die als Amerikaanse ambassadeur diende in Irak (juni 2004-april 2005). De huidige ambassadeur in Syrië, Robert S.Ford maakte deel uit van het team van Negroponte in Badgdad in 2004-2005.

Syrië: Overzicht en ontwikkelingen

De Westerse media heeft een central rol gespeeld in het verdoezelen van de aard van buitenlandse inmenging in Syrië, inclusief externe steun aan gewapende opstandelingen. Ze hebben in koor de recente gebeurtenissen in Syrië beschreven als een “vreedzame protestbeweging” tegen de regering van Bashar Al Assad, terwijl het bewijs ruimschoots bevestigt dat de Islamitische paramilitaire groepen de troepen hebben geïnfiltreerd. Het Israëlische Debka Intelligence nieuws erkent tactisch dat Syrische troepen worden geconfronteerd met een georganiseerde paramilitie, terwijl ze het probleem vermijden van een gewapende opstand.”[Syrische troepen] stoten nu op zwaar verzet. Op hen wachten anti-tank vallen en versterkte barrières bemand door demonstranten die gewapend zijn met zware machinegeweren.” DEBKAfile. Sinds wanneer zijn vreedzame burgerdemonstranten gewapend met “zware machinegeweren” en “anti-tank vallen”? Recente ontwikkelingen in Syrië wijzen op een volwaardige gewapende opstand, geïntegreerd door Islamitische “vrijheidsstrijders” die geheime steun krijgen, getraind worden en uitgerust worden door buitenlandse machten. Volgens de Israëlische inlichtingendienstbronnen: Maakt het NAVO-hoofdkwartier in Brussel en het Turkse opperbevel ondertussen plannen voor hun eerste militaire stap in Syrië, wat het bewapenen van rebellen is met wapens voor het strijden tegen de tanks en helikopters om zo het regime van Assad hardhandig neer te halen. In plaats van het herhalen van het Libische model van luchtaanvallen, denken NAVO-strategen meer in termen van grote hoeveelheden anti-tank en anti-luchtafweer, mortieren en zware machinegeweren te plaatsen in de protestcentra voor het terugslaan tegen de gewapende krachten van de overheid (DEBKAfile, NAVO geeft rebellen anti-tank wapens, 14 augustus 2011, nadruk toegevoegd),De levering van wapens aan de rebellen wordt “langs het land”, namelijk langs Turkije en onder Turkse bescherming uitgevoerd...als alternatief zouden de wapens met vrachtwagens in Syrië gevoerd worden onder bewaking van een Turkse militaire wacht en naar rebellenleiders overgebracht op vooraf afgesproken plaatsen.” (Ibid, nadruk toegevoegd) Volgens Israëlische bronnen, die nog moeten worden nagekeken, denken de NAVO en het Turkse hoge commando ook na over de ontwikkeling van een “Jihad” met de werving van duizenden Islamitische “vrijheidsstrijders” die doet denken aan de werving van Mujahideen om de CIA’s jihad (heilige oorlog) te voeren in de hoogdagen van de Sovjet-Afgaanse oorlog: Onze bronnen melden ook dat er in Brussel en Ankara een campagne is besproken om duizenden moslim-vrijwilligers te werven in de landen van het Midden-Oosten om zij aan zij te vechten met de Syrische rebellen. Het Turkse leger zou deze vrijwilligers huisvesten, trainen en hun doorgang naar Syrië veilig stellen. (Ibid, nadruk toegevoegd) 

Deze verschillende ontwikkelingen wijzen op de mogelijke betrokkenheid van de Turkse troepen in Syrië, die mogelijk kan leiden tot een uitgebreide militaire confrontatie tussen Syrië en Turkije, evenals een volwaardige “humanitaire” militaire interventie door de NAVO. In recente ontwikkelingen zijn Islamitische doodseskaders tot de havenstad Latakia’s Ramleh district, die ook een Palestijns vluchtelingenkamp van zo’n 10.000 inwoners omvat, doorgedrongen. Deze gewapende schutters inclusief daksluipschutters terroriseren de locale bevolking. Met een cynische verdraaiing heeft de Westerse media de Islamitische paramilitaire groepen in Latakia voorgesteld als “Palestijnse dissidenten” en “activisten” die zichzelf verdedigen tegen de Syrische strijdkrachten. In dit verband proberen de acties van gewapende bendes gericht tegen de Palestijnse gemeenschap in Ramleh zichtbaar een politiek conflict aan te wakkeren tussen Palestina en Syrië. Verschillende Palestijnse persoonlijkheden hebben de kant gekozen van de Syrische “protestbeweging” terwijl ze achteloos voorbij gaan aan het feit dat de “pro-democratie” doodseskaders in het geheim worden gesteund door Israël en Turkije. De Turkse Minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu heeft laten doorschemeren dat Ankara militaire actie tegen Syrië overweegt als de al-Assad regering niet “onmiddellijk en onvoorwaardelijk” zijn acties tegen de “demonstranten” staakt. In een bittere ironie zijn de Islamitische strijders die in Syrië de burgerbevolking terroriseren getraind en gefinancierd door de Turkse regering-Erdogan. Ondertussen hebben de VS, de NAVO en de Israëlische militaire planners de contouren van een humanitaire militaire campagne geschetst waarin Turkije (de op een na grootste militaire macht binnen de NAVO) een centrale rol zou spelen. Teheran reageerde op 15 augustus op de zich ontvouwende crisis in Syrië, zeggende dat “de gebeurtenissen in Syrië alleen moeten gezien worden als interne aangelegenheden van dat land en beschuldigde het Westen en zijn bondgenoten van een poging tot destabiliseren van Syrië, om zo een zaak te maken en haar uiteindelijk te bezetten.” (Verklaring van het Iraanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, geciteerd in “Iran dringt er bij het Westen op aan om uit de interne aangelegenheden van Syrië te blijven”, Todayszaman.com, 15 augustus 2011) We zitten op een gevaarlijk keerpunt: Als we een militaire operatie lanceren tegen Syrië, zou de uitgebreide Midden-Oosten Centraal-Aziatische regio die zich uitstrekt van Noord-Afrika en het Oostelijk Middenlandse Zeegebied tot de Afghaans-Pakistaanse grens met China worrden verzwolgen in de onrust van een uitgebreide oorlog. Een oorlog tegen Syrië zou kunnen evolueren naar een VS-NAVO militaire campagne die gericht is tegen Iran, waarbij Turkije en Israël direct zouden worden betrokken. Het is cruciaal om het nieuws te verspreiden en de kanalen van media-desinformatie te breken. Een kritische en onbevooroordeeld begrip van wat er gebeurt is Syrië is van cruciaal belang in het keren van het tij van militaire escalatie in de richting van een uitgebreide regionale oorlog. (Michel Chossudovsky, 16 augustus 2011)

Achtergrond: Amerikaanse Ambassadeur Robert S.Ford komt aan in Damascus (januari 2011)

Eind januari 2011 kwam de Amerikaanse ambassadeur Robert S.Ford aan in Damascus tijdens het hoogtepunt van de protestbeweging in Egypte. De vorige Amerikaanse ambassadeur in Syrië werd teruggeroepen door Washington naar aanleiding van de moord op voormalig Premier Rafick Hariri in 2005, welke zonder bewijs toegeschreven werd aan de regering van Bashar al-Assad. De auteur was 27 januari 2011 in Damascus, toen de gezant van Washington zijn kwalificaties aan de al-Assad regering voorlegde (zie foto hieronder). Aan het begin van mijn bezoek aan Syrië in januari 2011, dacht ik na over de betekenis van deze diplomatieke benoeming en de rol die het zou kunnen spelen in een geheim proces van politieke destabilisatie. Ik had echter niet voorzien dat dit proces zou worden uitgevoerd in minder dan twee maanden na de plaatsing van Robert S.Ford als Amerikaanse ambassadeur in Syrië.

De herinvoering van een Amerikaanse ambassadeur in Damascus, maar meer specifiek de keuze van Robert S.Ford als Amerikaanse ambassadeur, is direct gerelateerd aan het ontstaan van de protestbeweging tegen de regering van Bashar al-Assad midden maart. Robert S.Ford was de man voor de job. Als “Nummer Twee” van de Amerikaanse ambassade in Bagdad (2004-2005), onder leiding van de ambassadeur John D.Negroponte, speelde hij een belangrijke rol bij het uitvoeren van de “Iraakse Salvador Optie” van het Pentagon. Het laatste bestond uit steun aan Iraakse doodseskaders en paramilitaire troepen naar het voorbeeld van de ervaring opgedaan in Midden-Amerika. De Westerse media heeft de publieke opinie misleid over de aard van de Arabische protestbeweging door niet te verwijzen naar de steun, die het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken alsmede Amerikaanse stichtingen (waaronder de National Endowment for Democracy (NED)) hadden gegeven, aan geselecteerde pro-Amerikaanse oppositiegroepen. Het is gekend en gedocumenteerd dat het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken “tegenstanders van de Syrische President Bashar al-Assad heeft gefinancierd, sinds 2006.” (VS geeft financiering Syrische oppositie toe, World – CBC News, 18 april 2011). De protestbeweging in Syrië werd door de media gehandhaafd als een deel van de “Arabische Lente”, gepresenteerd aan de publieke opinie als een pro-democratische protestbeweging die spontaan verspreid is van Egypte en de Maghreb naar de Mashriq. Het feit van de zaak is dat deze verschillende landsinitiatieven nauwgezet getimed en gecoördineerd waren. (Michel Chossudovsky, De Protestbeweging in Egypte: “Dictators” dicteren niet, ze volgen orders op, Global Research, 29 januari 2011) Er is reden aan te nemen dat de gebeurtenissen in Syrië echter wel op voorhand waren gepland, samen met het proces van regimeverandering in andere Aramische landen, waaronder Egypte en Tunesië. Het uitbreken van de protestbeweging in de Zuidelijke grensstad Daraa was zorgvuldig getimed om te volgen op de gebeurtenissen in Tunesië en Egypte. Het is het vermelden waard dat de Amerikaanse ambassade in verschillende landen een centrale rol gespeeld heeft in de ondersteuning van oppositiegroepen. Bijvoorbeeld in Egypte werd de Jeugd Beweging van 6 april direct gesteund door de Amerikaanse ambassade in Caïro.

Ambassadeur Robert S.Ford presenteert zijn kwalificaties aan President Bashar al-Assad, januari 2011

 

Ambassadeur Robert S.Ford en President Bashar al-Assad, januari 2011

 

Wie is Ambassadeur Robert Stephen Ford?

Sinds zijn aankomst in Damascus, eind januari 2011, speelde ambassadeur Robert S.Ford een central rol in het leggen van de fundering en het leggen van de contacten met oppositiegroepen. Een goed functionerende Amerikaanse ambassade in Damascus werd gezien als een voorwaarde voor het uitvoeren van een proces van destabilisatie dat zou leiden tot “regimeverandering”. Ambassadeur Robert S.Ford is geen gewone diplomaat. Hij was in januari 2004 de Amerikaanse vertegenwoordiger van de Sjiitische stad Najaf in Irak. Najaf was het bolwerk van het Mahdi-leger. Enkele maanden later werd hij aangesteld als “Nummer Twee-Man” (Minister adviseur voor politieke zaken) in de Amerikaanse ambassade in Bagdad aan het begin van de ambtstermijn van John Negroponte als de Amerikaanse ambassadeur in Irak (juni 2004-april 2005). Ford diende later onder de opvolger van Negroponte, Zalmay Khalilzad voorafgaand aan zijn benoeming als ambassadeur in Algerije in 2006. (BEKIJK DEZE FOTOLINK: Nieuwe Ambassadeur Negroponte ontmoet Iraakse Ambtenaren – Photo – LIFE) : 29 juni 2004 – Amerikaanse ambassadeur John Negroponte (2e L) staat met zijn medewerkers (3e L) Juridisch Adviseur Corrin Stone, Minister-adviseur voor Politieke Zaken Robert Ford (C), en de plaatsvervangende Chef Personeelszaken James Jeffrey (3e R), terwijl ze functionarissen van de Iraakse interim-regering ontmoeten op 29 juni 2004 in Bafdad, Irak.
Negroponte’s mandaat als Amerikaanse ambassadeur in Irak (samen met Robert S.Ford) was om vanuit de ambassade, geheime steun te coördineren aan doodseskaders en paramilitaire groepen in Irak met het oog op het aanstoken van sektarisch geweld en de verzwakking van de verzetsbeweging. Robert S.Ford speelde, als “Nummer Twee” (Minister-adviseur voor Politieke Zaken), bij de Amerikaanse ambassade een centrale rol in dit streven. Om Robert Ford zijn mandaat in zowel Bagdad en vervolgens Damascus te begrijpen, is het belangrijk even na te denken over de geschiedenis van de Amerikaanse geheime operaties en de centrale rol die gespeeld werd door John D.Negroponte.

 Negroponte en de “Salvador Optie”

John Negroponte had gediend als VS-ambassadeur in Honduras van 1981 tot1985. Als ambassadeur in Tegucigalpa speelde hij een belangrijke rol in de steun en supervisie op de Nicaraguaanse Contra huurlingen die waren gevestigd in Honduras. De grensoverschrijdende Contra-aanvallen in Nicaragua vroegen ongeveer 50.000 burgerlevens. In dezelfde periode was Negroponte instrumentaal bij het opzetten van de Hondurese doodseskaders van het leger “werkend met steun van Washington vermoorden [ze] honderden tegenstanders van het door de VS gesteunde regime.” (Zie Bill Vann, Bush kandidaat gelinkt met Latijns-Amerikaans terrorisme, door Bill Vann, Global Research, November 2001) Onder het bewind van Generaal Gustavo Alvarez Martnez was de militaire regering van Honduras zowel een nauwe bondgenoot van de Regering Reagan, als dat ze tientallen politieke tegenstanders in klassieke doodseskader-stijl liet “verdwijnen”. Negroponte schreef in een brief uit 1982 dat het “gewoon onjuist was om te stellen dat doodseskaders voor het eerst opkwamen in Honduras.” Het Landsverslag over de Mensenrechten Praktijken dat zijn ambassade stuurde naar het Senaatcomité Buitenlandse Betrekkingen nam hetzelfde standpunt in, erop aan dringend dat er “geen politieke gevangenen waren in Honduras” en dat de “Hondurese regering noch vergoelijkt, noch willens en wetens moorden van een politieke of niet-politieke aard toelaat.” Nochtans, volgens een vierdelige serie in de Baltimore Sun in 1985, stonden er alleen al in 1982, 318 verhalen van moorden en ontvoeringen door het leger van Honduras. The Sun beschreef de activiteiten van een geheime, door de CIA opgeleide, Hondurese legereenheid, Bataljon 316, die “schok en verstikkingsapparaten gebruikten in ondervragingen. Gevangenen werden vaak naakt gehouden en, als ze niet langer bruikbaar waren, gedood en begraven in ongemarkeerde graven.” Op 27 augustus 1997 gaf CIA-inspecteur-generaal Frederick P.Hiltz een 211-pagina tellend geclassificieerd rapport vrij met de titel “Geselecteerde Feiten met betrekking tot CIA-aktiviteiten in Honduras in de jaren 1980.” Dit rapport werd deels vrijgegeven op 22 oktober 1998, als antwoord op vragen van de Hondurese mensenrechten ombudsman. Tegenstanders van Negroponte eisen dat alle senatoren het volledige rapport lezen voordat ze over zijn benoeming als Permanente Amerikaanse Vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties stemmen.” (Peter Roff en James Chapin, Face-off: Bush zijn Krijgers van het Buitenlandse Beleid , Global Research, November 2001)

John Negroponte – Robert S.Ford. De Iraakse “Salvador Optie”

In januari 2005, na de benoeming van Negroponte als Amerikaanse ambassadeur in Irak, bevestigde het Pentagon in een verhaal dat uitgelekt was in Newsweek dat het “overwoog om doodseskaders van Koerdische en Sjiitische strijders te vormen om leiders van de Iraakse opstand te treffen in een strategische verschuiving die geleend was van de Amerikaanse strijd tegen linkse guerilla’s in Midden-Amerika 20 jaar geleden.” (El Salvador stijl doodseskaders worden tegen Irak militanten ingezet door de VS - Times Online, 10 januari 2005) John Negroponte en Robert S.Ford werkten op de Amerikaanse ambassade nauw samen aan het project van het Pentagon. Twee andere ambassade ambtenaren, namelijk Henry Ensher (Ford’s vice) en een jongere ambtenaar in de politieke afdeling, Jeffrey Beals, speelden een belangrijke rol in het team “in het spreken met een aantal Irakezen, waaronder extremisten.” (Zie The New Yorker, 26 maart 2007). Een andere belangrijke persoon in het team van Negroponte was James Franklin Jeffrey, de Amerikaanse ambassadeur in Albanië (2002-2004). Jeffrey is op dit moment de Amerikaanse ambassadeur in Irak. Negroponte bracht ook een van zijn voormalige medewerkers, kolonel James Steele (buiten dienst), van zijn hoogdagen in Honduras, in het team: Volgens de “Salvador Optie” “had Negroponte hulp van zijn collega uit zijn dagen in Midden-Amerika tijdens de jaren 1980, b.d. Kolonel James Steele. Steele, wiens titel in Bagdad Adviseur voor de Iraakse Veiligheidstroepen was, hield toezicht op de selectie en opleiding van de leden van de Badr Organisatie en het Mehdi Leger, de twee grootste Sjiitische milities in Irak, om de leiding en hulpnetwerken van een voornamelijk Soennistisch verzet te treffen. Gepland of niet, deze doodseskaders bleken snel onbeheersbaar, om zo de belangrijkse doodsoorzaak in Irak te worden. Opzettelijk of niet, de scores van gemartelde, verminkte lichamen die elke dag opduiken in de straten van Bagdad, worden voortgebracht door de doodseskaders die de impuls waren van John Negroponte.  En het is deze, door de VS gesteund sektarisch geweld, dat grotendeels geleid heeft tot de hel-ramp die Irak vandaag de dag is. (Dahr Jamail, Beheren van Escalatie: Negroponte en Bush zijn nieuwe Iraakse Team, Antiwar.com, 7 januari 2007) John Negroponte beschreef Robert Ford toen hij op de ambassade in Bagdad was als “zo één van die onvermoeibare mensen... die het niet erg vindt om zijn kogelvrije vest en helm aan te doen om erop uit te gaan in de Green Zone om contacten te maken.” Robert S.Ford spreekt vloeiend Arabisch en Turks. Hij werd door Negroponte gezonden om strategische contacten op zich te nemen: Een Pentagon voorstel zou Speciale Eenheden teams sturen om Iraakse troepen te adviseren, te ondersteunen en mogelijk te trainen, waarschijnlijk met de hand geplukte Koerdische Peshmerga strijders en Sjiitische militieleden, om Soennitische opstandelingen en hun sympatisanten te treffen, volgens militaire insiders die bekend zijn met de discussies, zelfs over de grens naar Syrië. Het blijft echter onduidelijk of dit een beleid zou zijn van moord of zogenaamde “snatch” operaties, waarin de doelwitten worden gezonden naar geheime verhoorfaciliteiten. Het huidige denken is dat terwijl de Amerikaanse Speciale Eenheden operaties zouden leiden in, zeg maar Syrië, de activiteiten in Irak zelf zouden worden uitgevoerd door Iraakse paramilitairen. (Newsweek, 8 januari 2005, nadruk toegevoegd) Het plan had de steun van de door de VS aangestelde Iraakse regering van Premier Lyad Allawi: Het Pentagon weigerde commentaar te geven, maar een insider vertelde Newsweek: “Waar iedereen het over eens is, is dat we niet gewoon kunnen doorgaan zoals we momenteel bezig zijn. We moeten een manier vinden om het offensief tegen de opstandelingen te vinden. Op dit moment spelen we defensief. En we verliezen.” Slagtroepen zouden controversieel zijn en zouden vermoedelijk geheim worden gehouden. De ervaring van de zogenaamde “doodseskaders” in Midden-Amerika blijven voor velen, zelfs nu nog, grof, en heeft bijgedragen tot het bezoedelde imago van de Verenigde Staten in de regio ... John Negroponte, de Amerikaanse ambassadeur in Bagdad, had destijds een ticket voor de eerste rij, in de tijd toen hij ambassadeur was in Honduras van 1981-1985.

Doodseskaders waren destijds een brutaal kenmerk van de Latijns-Amerikaanse politiek. In de jaren 1970 in Argentinië, en de jaren 1980 in Guatemala, droegen soldaten overdag uniformen, maar ’s nachts gebruikten ze ongemarkeerde auto’s om diegene die vijandig stonden tegenover het regime of hun vermeende sympathisanten te ontvoeren en te doden. In de vroege jaren 1980 financierde de regering van President Reagan, en hielp ze Nicaraguaanse contra’s, die gebaseerd waren in Honduras , met als doel het verdringen van het Sandinistische regime van Nicaragua. De contra’s waren uitgerust met geld van de Amerikaanse  illegale verkoop van wapens aan Iran, een schandaal dat Meneer Reagan zou kunnen hebben genekt.Het was in El Salvador, dat de Verenigde Staten kleine eenheden van lokale strijdkrachten trainde om specifiek rebellen te treffen. De hoop van het Pentagon voorstel in Irak, volgens Newsweek, is dat model te volgen en Amerikaanse Speciale Eenheden teams leiden om Koerdische Peshmerga strijders en Sjiitische militieleden te adviseren, te steunen en te trainen om leiders en de Soennitische opstand te treffen. Het is onduidelijk of het hoofddoel van de missie zou zijn om de rebellen te vermoorden of te ontvoeren en ze mee te nemen voor ondervraging. Elke missie in Syrië zou waarschijnlijk worden uitgevoerd door de Amerikaanse Speciale Eenheden. Het is ook niet duidelijk wie de verantwoordelijkheid zou nemen voor dergelijk programma, het Pentagon of de CIA. Dergelijke geheime operaties worden van oudsher gerund door de CIA, op armlengte van het bestuur dat aan de macht is, waardoor de Amerikaanse functionarissen de mogelijkheid krijgen om alle kennis erover te ontkennen. (Times Online, Op cit, nadruk toegevoegd) Onder het roer van Negroponte in de Amerikaanse ambassade in Bagdad is een golf van geheime burgermoorden en gerichte moordaanslagen ontketend. Ingenieurs, artsen, wetenschappers en intellectuelen werden ook getroffen. Het doel was om fractionele verdeeldheid te creëren tussen Soennieten, Sjiiten, Koerden en Christenen, alsook het uitwiedden van burgersteun aan het Iraakse verzet. De Christelijke gemeenschap was een van de belangrijkse doelen van het moordprogramma. De doelstelling van het Pentagon bestond ook uit het trainen van een Iraaks leger, politie en Veiligheidstroepen, die, (onofficieel) namens de VS, een “contra-opstand” programma van eigen bodem zouden kunnen uitvoeren.

De Rol van Generaal David Petraeus

Er werd een “Multi-Nationale Veiligheids Transitie Commando van Irak” (Multi-National Security Transition command Iraq-MNSTC) opgericht onder het bevel van Generaal David Petraeus met het mandaat om een lokaal Iraaks leger, Politie en Veiligheidstroepen te trainen en uit te rusten. Generaal David Petraeus (die door Obama werd aangesteld als leider van de CIA in juli 2011), nam het commando van de MNSTC in juni 2004 over, aan het begin van de ambtstermijn van Negroponte als ambassadeur. Het MNSTC was een integraal onderdeel van “Operatie Salvador Irak” van het Pentagon onder het roer van ambassadeur John Negroponte. Het werd gecategoriseerd als een oefening in contra-opstand. Op het einde van Petraeus zijn termijn, had het MNSTC zo’n 100.000 Iraakse Veiligheidstroepen, politie, enz getraind, die één geheel vormde van lokaal militair personeel dat gebruikt zou worden om het Iraakse verzet te treffen evenals zijn burgersupporters.

Van Bagdad naar Damascus: De Syrische “Salvador Optie”

Hoewel de situatie in Syrië aanzienlijk verschilt met die van Irak, heeft Robert S.Ford zijn taak als “Nummer Twee-Man” in the VS ambassade in Bagdad een directe invloed op de aard van zijn activiteiten in Syrië waaronder zijn contacten met oppositiegroepen. Begin juli reisde de Amerikaanse ambassadeur Robert Ford naar Hama en had hij ontmoetingen met leden van de protestbeweging. (Rustige VS diplomaat transformeert Syrisch beleid - the Washington Post, 12 juli 2011) Verslagen bevestigen dat Robert Ford talrijke contacten had met de oppositiegroepen, zowel voor als na zijn juli-reis naar Hama. In een recente verklaring (4 augustus), bevestigde hij dat de ambassade oppositiegroepen zal blijven “helpen” in de strijd met de Syrische autoriteiten.



Ambassadeur Ford in Hama, begin juli

Generaal David Petreaus: President Obama zijn Nieuwe Leider van de CIA

Obama zijn nieuw benoemde leider van de CIA, David Petaeus die, samen met ambassadeur John Negroponte, het MNSTC “Contra-opstand” programma leidde in Bagdad in 2004, is belast met het spelen van een belangrijke inlichtingen rol in Syrië, waaronder heimelijke steun aan de oppositie en “vrijheidsstrijders”, de infiltratie van Syrische inlichtingendiensten en het leger, enz. Deze taken zou hij uitvoeren in samenwerking met ambassadeur Robert S.Ford. Beide mannen werkten in Irak samen, ze maakten deel uit van het uitgebreide team van Negroponte in Bagdad in 2004-2005.

Bekijk ook deze video: http://www.youtube.com/watch?v=_-bsLF7HopI&feature=player_embedded




Bron: Prof. Michel Chossudovsky voor Global Research, 16 augustus 2011

Vertaald door ‘t Vertalerscollectief





©2007 www.wijwordenwakker.org