Een ‘Humanitaire Oorlog’ tegen Syrië?

Deel 1 van 3

Militaire Escalatie.
Richting een Uitgebreide Midden-Oosten Centraal-Aziatische Oorlog?

“Toen ik in november 2001 terug ging via het Pentagon, had één van de hoge militaire staf officieren tijd voor een praatje. Ja we waren nog steeds op schema tegen Irak, zei hij. Maar er was meer. Dit werd besproken als onderdeel van een vijf jaar durend campagneplan, zei hij, en er waren in totaal zeven landen, te beginnen met Irak, vervolgens Syrië, Libanon, Libië, Iran, Somalië en Soedan.” Generaal Wesley Clark.

Al sinds het midden van de jaren 1990 ligt een uitgebreide Midden-Oosten Centraal-Aziatische oorlog op de tekentafel van het Pentagon. Als onderdeel van dit uitgebreid oorlogscenario ontwerpt het VS-NAVO bondgenootschap een militaire campagne tegen Syrië onder een VN-gesteund “humanitair mandaat. Escalatie is een integraal onderdeel van de militaire agenda. Destabilisatie van soevereine staten door middel van “een regime verandering” wordt nauw gecoördineerd met militaire planning. Er is een militair stappenplan dat gekenmerkt wordt door een opeenvolging van VS-NAVO oorlogstheaters. Oorlogsvoorbereidingen om Syrië en Iran aan te vallen zijn al meerdere jaren “in een gevorderde staat van paraatheid”. De Syrische Verantwoordelijkheid en Restauratie van de Libanese soevereiniteit Wet van 2003 categoriseert Syrië als een “schurkenstaat”, als een land dat terrorisme ondersteunt. Het Pentagon ziet een oorlog tegen Syrië als onderdeel van de uitgebreide oorlog tegen Iran. President George W.Bush bevestigde in zijn memoires dat hij “het Pentagon bevolen had een aanval te plannen op de nucleaire installaties van Iran en een geheime aanval op Syrië [had] overwogen.” (Memoires van George Bush onthullen hoe hij aanvallen op Iran en Syrië overwoog, The Guardian, 8 november 2010) Deze bredere militaire agenda is nauw verbonden met de strategische oliereserves en pijpleidingroutes. Het wordt ondersteund door de Anglo-Amerikaanse oliereuzen. In juli 2008 maakten de bombardementen op Libanon deel uit van een zorgvuldig geplande “militaire wegenkaart”. De uitbreiding van de “juli-oorlog” van Libanon naar Syrië was overwogen door Amerikaanse en Israëlische militaire planners, maar werd verlaten na de nederlaag van Israëlische grondtroepen door Hezbollah. De Israëlische oorlog tegen Libanon in juli 2006 “probeerde ook” Israëlische controle te krijgen over de Noord-Oostelijke Middenlandse Zee met inbegrip van de olie- en gasreserves aan de kust van de Libanese en Palestijnse territoriale wateren. De plannen om zowel Libanon als Syrië binnen te vallen zijn op de tekentafel van het Pentagon gebleven, ondanks de tegenslagen van Israël in de oorlog in juli 2006. In november 2008, nauwelijks een maand voor Tel Aviv zijn bloedbad begon in de Gazastrook, hield het Israëlische leger oefeningen voor een oorlog langs twee fronten, tegen Libanon en Syrië, genaamd Shiluv Zro’ot III (De wapens opnemen III). De militaire oefening behelzde een enorme gesimuleerde invasie van zowel Syrië als Libanon.” (Zie Mahdi Darius Nazemoraya, Volgende Oorlog van Israël: Vandaag de Gazastrook, Morgen Libanon?, Global Research, 17 januari 2009) . De weg naar Teheran gaat door Damascus. Een door de VS-NAVO gesteunde oorlog tegen Iran zou als een eerste stap een destabilisatiecampagne (“regime verandering”) inhouden met inbegrip van acties van de geheime inlichtingendienst ter ondersteuning van de rebellen tegen de Syrische regering. Een “humanitaire oorlog” onder het mom van de “Verantwoordelijkheid om te Beschermen” (R2P [Responsability to Protect]) die gericht is tegen Syrië zou ook bijdragen tot de lopende destabilisatie van Libanon. Waar een militaire campagne wordt gevoerd tegen Syrië, zou Israël direct of indirect betrokken worden in militaire- en inlichtingen acties. Een oorlog tegen Syrië zou leiden tot een militaire escalatie. Er zijn momenteel vier verschillende oorlogstheaters. Afghanistan-Pakistan, Irak, Palestina en Libië. Een aanval op Syrië zou leiden tot de integratie van deze afzonderlijke oorlogstheaters, uiteindelijk leidend tot een uitgebreide Midden-Oosten Centraal Aziatische oorlog, een hele regio verzwelgend van Noord-Afrika en het Middenlandse Zeegebied tot Afghanistan en Pakistan.

De aanhoudende protestbeweging moet dienen als een voorwendsel en een rechtvaardiging om militair in te grijpen tegen Syrië. Het bestaan van een gewapende opstand wordt ontkend. De westerse media hebben in koor de recente gebeurtenis in Syrië beschreven als een “vreedzame protestbeweging” tegen de regering van Bashar Al Assad, terwijl het bewijs van geïntegreerde Islamitische paramilitaire groepen het bestaan van een gewapende opstand bevestigen. Vanaf het begin van de protestbeweging in Daraa, midden maart, is er een vuurgevecht tussen de politie en de strijdkrachten aan de ene kant en de gewapende schutters aan de andere kant. Er zijn ook brandstichtingen gepleegd tegen overheidsgebouwen. Eind juli werden in Hama openbare gebouwen, waaronder het gerechtsgebouw en de Agrarische Bank, in brand gestoken. Israëlische nieuwsbronnen wijzen het bestaan van een gewapend conflict af, maar erkennen echter dat “demonstranten gewapend waren met zware machinegeweren.” (DEBKAfile 1 augustus 2011. Report on Hama, nadruk toegevoegd)

“Alle Opties op de Tafel”

In juni zinspeelde de Amerikaanse senator Lindsey Graham (die zetelt in de Senate Armed Services Committee) op de mogelijkheid van een “humanitaire” militaire interventie tegen Syrië met het oog op “het redden van burgerlevens.” Graham stelde voor dat de “optie” die toegepast werd op Libië onder de VN-Veiligheidsraad resolutie van 1973 zou moeten worden overwogen in geval van Syrië: “Als het logisch is om de Libische mensen tegen Gadhafi te beschermen, en dat was het geval omdat ze zouden worden afgeslacht als we de NAVO niet zouden gestuurd hebben toen hij aan de rand van Benghazi was, moet de wereld zich de vraag stellen of we op dat punt zijn gekomen in Syrië...We zijn er misschien nog niet, maar we komen wel erg dicht, dus als je echt geeft om de bescherming van het Syrische volk tegen afslachting, dan is het nu tijd om Assad te laten weten dat alle opties op tafel liggen, “ (CBS, “Face the Nation”, 12 juni 2011). Na de goedkeuring van de VN-Veiligheidsraad verklaring met betrekking tot Syrië (3 augustus 2011), riep het Witte Huis in niet mis te verstane termen op tot “regime verandering” in Syrië en de afzetting van President Bashar Al Assad: “We willen hem voor stabiliteitsredenen niet in Syrië zien blijven, we zien hem eerder als de oorzaak van de instabiliteit in Syrië,” zei Witte Huis woordvoerder Jay Carney woensdag tegen verslaggevers. “En we denken eerlijk gezegd, dat het veilig is om te zeggen dat Syrië een betere plaats zou zijn zonder President Assad,” (geciteerd in Syrië: VS roepen eerder op voor Regime Verandering, IPS, 4 augustus 2011). Uitgebreide economische sancties leiden vaak naar regelrechte militaire interventie. In de Amerikaanse Senaat werd een wetsvoorstel, gesteund door Senator Lieberman, geïntroduceerd met het oog op de toelating van ingrijpende economische sancties tegen Syrië. Bovendien riepen meer dan zestig Amerikaanse senatoren in een brief aan President Obama begin augustus op tot “uitvoering van extra sancties...terwijl ook duidelijk gemaakt moet worden aan het Syrische regime dat ze stijgende kosten zullen betalen voor hun schandalige onderdrukking.” Deze sancties zouden het blokkeren van bank- en financiële transacties, alsook “het beeindigen van Syrische olieaankopen en het afsnijden van investeringen in de Syrische olie- en gassector” vereisen. (Zie Druk op Obama om harder op te treden tegen Syrië komt van alle kanten – Foreign Policy, 3 augustus 2011). Ondertussen heeft het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken ook een ontmoeting met de leden van de Syrische oppositie in ballingschap. Er is ook geheime steun doorgesluisd naar de gewapende rebellengroepen.

Gevaarlijk kruispunt: Oorlog tegen Syrië. Gunstige aanvangspositie voor een Aanval op Iran

Na de Verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad tegen Syrië op 3 augustus , waarschuwde Moskou gezant bij de NAVO Dmitry Rogozin voor de gevaren van militaire escalatie: “De NAVO maakt plannen voor een militaire campagne tegen Syrië om het regime van President Bashar Al-Assad omver te werpen met een langetermijn doel om een gunstige aanvangspositie te krijgen op een aanval op Iran... [Deze verklaring] betekent dat de planning [van de militaire campagne] in volle gang is. Het zou een logische conclusie zijn van de militaire en propaganda operaties, die door bepaalde Westerse landen uitgevoerd werden tegen Noord-Afrika,” zei Rogozin in een interview met de krant Izvestia... De Russische diplomaat wees op het feit dat het bondgenootschap ernaar streeft zich enkel te bemoeien met de regimes “wiens standpunten niet overeenkomen met die van het Westen.” Rogozin was het eens met de mening van sommige deskundigen dat Syrië en later Jemen, de laatste NAVO stappen zouden kunnen zijn op weg naar de lancering van een aanval op Iran. “De strop rond Iran wordt aangesnoerd. Militaire planning tegen Iran is aan de gang. En we zijn zeker bezorgd over een escalatie van een grootschalige oorlog in deze enorme regio,” zei Rogozin. Na de geleerde Libische les blijft Rusland “tegen een gewelddadige oplossing van de situatie in Syrië,” zei hij, eraan toevoegend dat de gevolgen van een grootschalig conflict in Noord-Afrika verwoestend zou zijn voor de hele wereld. "Gunstige aanvangspositie voor een Aanval op Iran": NAVO plant een Militaire Campagne tegen Syrië, (Novosti, 5 augustus 2011)


Dmitry Rogozin, augustus 2011

Militaire Blauwdruk voor een Aanval op Syrië

Dmitry Rogozin’s waarschuwing was gebaseerd op concrete gekende en gedocumenteerde informatie uit militaire kringen, dat de NAVO momenteel een militaire campagne beraamd tegen Syrië. In dit verband ligt momenteel een scenario van een aanval op Syrië op de tekentafel met Franse, Britse en Israëlische militaire deskundigen. Volgens de voormalige commandant van de Franse Luchtmacht (chef d’Etat-Major de l’Armee de l’air) Generaal Jean Rannou is een NAVO-aanval om het Syrische leger uit te schakelen technisch haalbaar: “NAVO-lidstaten zouden beginnen met behulp van satelliet-technologie om het Syrische luchtafweer op te sporen. Enkele dagen later zouden gevechtsvliegtuigen in grotere aantallen dan Libië, opstijgen van de Engelse basis in Cyprus en 48uur bezig zijn om Syrische oppervlak-naar-lucht-raketten (SAMs) en jets te vernietigen. Alliantievliegtuigen zouden dan beginnen met een open-eind bombardement van Syrische tanks en grondtroepen. Het scenario is op basis van analysten van het Franse leger, van gespecialiseerde Britse publicatie Jane’s Defence Weekly en van de Israëlische Channel 10 TV-zender. De Syrische luchtmacht zou een weinig bedreiging vormen. Ze heeft ongeveer 60 MiG-29s van Russiche makelij. Maar de rest, ongeveer 160 MiG-21s, 80 MiG-23s, 60 MiG-23BNs, 50 Su-22s en 20 Su-24MKs, zijn verouderd. ...”Ik zie geen pure militaire problemen. Syrië heeft geen verweer tegen de Westerse systemen ... [maar] het zou een groter risico zijn dan Libië. Het zou een zware militaire operatie zijn,” vertelde de voormalige chef van de Franse luchtmacht Jean Rannou aan EUobserver. Hij voegde eraan toe dat acties hoogst onwaarschijnlijk zijn omdat Rusland een VN-mandaat zou stellen. NAVO-middelen worden uitgerekt in Afghanistan en Libië en de NAVO-landen zitten in een financiële crisis (Andrew Rettman, Blauwdruk voor NAVO-Aanval op Syrië onthuld, Global Research, 11 augustus 2011).

De Bredere Militaire Wegenkaart

Terwijl Libië, Syrië en Iran deel uitmaken van de militaire wegenkaart, zou deze strategische inzet, als ze zou worden uitgevoerd, ook China en Rusland bedreigen. Beide landen hebben investeringen, handel en militaire samenwerkingsakkoorden met Syrië en Iran. Iran heeft een waarnemersstatus in de Shanghai Cooperation Organization (SCO). Escalatie maakt deel uit van de militaire agenda. Sinds 2005 zijn de VS en zijn bondgenoten, waaronder de Amerikaanse NAVO-partners en Israël, betrokken geweest bij de uitgebreide inzet en opslag van geavanceerde wapensystemen. De luchtverdedegingssystemen van de VS, de NAVO-lidstaten en Israël zijn volledig geïntegreerd.
 


De rol van Israël en Turkije

Zowel Ankara als Tel Aviv zijn betrokken bij de ondersteuning van een gewapende opstand. Deze inspanningen worden gecoördineerd tussen de twee regeringen en hun geheime diensten. Volgens berichten heeft de Israëlische Mossad geheime steun gegeven aan radicale terroristische Salafi groepen die aan het begin van de protestbeweging in Daraa midden maart actief werden in het zuiden van Syrië. Berichten suggereren dat de financiering voor de Salafitische opstand afkomstig is uit Saoedi-Arabië. (Zie Syrische Leger sluit in op Damascus voorsteden, The Irish Times, 10 mei 2011). De Turkse regering van Premier Recep Tayyib Erdogan steunt Syrische oppositiegroepen in ballingschap, terwijl ze ook de gewapende rebellen van het Moslimbroederschap in Noord-Syrië steunen. Zowel het Syrische Moslimbroederschap (MB) (wiens leiding in ballingschap is in het Verenigd Koninkrijk) en de verboden Hizb-ut-Tahrir (Partij van de Vrijheid) staan achter de opstand. Beide organisaties worden ondersteund door de Britse MI6. De bekende doelstelling van zowel MB als Hizb-ut Tahrir is uiteindelijk de seculiere staat Syrië te destabiliseren. (Zie Michel Chossudovsky, SYRIË: Wie zit er achter de protestbeweging? Verzinnen van een voorwendsel voor een VS-NAVO “Humanitaire Interventie”, Global Research, 3 mei 2011). In juni staken Turkse troepen de grens in het noorden van Syrië over, officieel om Syrische vluchtelingen te redden. De regering van Bashar Al Assad beschuldigt Turkije van rechtstreekse ondersteuning van de inval van rebelstrijdkrachten in het noorden van Syrië: “Een rebelstrijdkracht oplopend tot 500 strijders vielen een Syrische legerpositie aan op 4 juni in het noorden van Syrië. Ze zeiden dat het doelwit, een garnizoen van de militaire inlichtingendienst, werd gevangen in een 36-uren aanval waarbij 72 soldaten werden gedood in Jisr al-Shughour, vlakbij de grens met Turkije. We ontdekten dat de criminelen [opstandige strijders] wapens uit Turkije gebruikten, en dit is zeer zorgwekkend”, zei een ambtenaar. Dit was de eerste keer dat het Assad-regime Turkije beschuldigd van het helpen van de opstand. ... Functionarissen zeiden dat de rebellen het Syrische leger uit Jisr al-Shughour verdrong en vervolgens de stad in beslag nam. Ze zeiden dat overheidsgebouwen werden geplunderd en in brand gestoken vooraleer een volgende Assad strijdkracht arriveerde. ... Een Syrische officier die de tocht leidde zei dat de rebellenstrijdkracht in Jisr al-shughour bestond uit Al Qaida gerichtte strijders. Hij zei dat de rebellen gebruik maakten van een scala aan Turkse wapens en munitie maar beschuldigde de regering in Ankara niet van het leveren van de apparatuur.” (Syrische Assad beschuldigd Turkije van bewapening rebellen, TR Defence, 25 juni 2011). De westerse media ontkent buitenlandse steun aan de Islamitische opstandelingen die “geinfiltreerd zijn in de protestbeweging”, maar dit wordt desalniettemin bevestigd door westerse inlichtingendienstbronnen. Volgens ex-MI6 agent Alistair Crooke (en hogerang EU-adviseur) “zitten twee belangrijke krachten achter de gebeurtenissen [in Syrië], Soennitische radicalen en Syrische groepen in ballingschap in Frankrijk en de VS. Hij zei dat de radicalen de leer van Abu Musab Zarqawi, een voormalige Jordaanse Islamist, volgen die een Soennistische emiraat, genaamd Bilad a-Sham, wou maken in Jordanië, Libanon, Palestina en Syrië. Ze zijn ervaren stedelijke guerilla’s die vochten in Irak en externe financiering hebben. Ze infiltreren protesten om de Assad strijdkrachten aan te vallen, zoals in Jisr al-Shugour in juni, waar ze zware verliezen toebrachten.” (Andrew Rettman, Blauwdruk voor NAVO-Aanval op Syrië onthuld, Global Research, 11 augustus 2011, toegevoegde nadruk) . De voormalige MI6 agent bevestigt ook dat Israël en de VS terroristen steunen en financieren: “Crooke zei dat de groepen in ballingschap tot doel hebben het anti-Israëlische [Syrische] regime ten val te brengen. Ze worden gefinancierd en getraind door de VS en hebben banden met Israël. Ze betalen Soennitische stamhoofden om mensen op straat te zetten, werken met NGO’s om niet-bevestigde verhalen van wreedheden aan Westerse media te voeden en werken samen met radicalen in de hoop dat escalatie van het geweld een NAVO-interventie zal rechtvaardigen.” (Ibid, nadruk toegevoegd). Politieke partijen in Libanon zijn ook betrokken. De Libanese inlichtingendienst heeft de geheime lading van geweren en automatische wapens aan Salafi strijders bevestigd. De verzending werd uitgevoerd door Saoedi-ondersteunde Libanese politici.” 

De Israëlisch-Turkse Militaire Samenwerkingsovereenkomst.

Israël en Turkije hebben een militaire samenwerkingsovereenkomst die op een hele directe manier betrekking heeft op Syrië, net als op de strategische Libanees-Syrische Oostelijke Middenlandse Zee (inclusief de gasreserves voor de kust van Libanon en de pijleidingroutes). Al tijdens de regering-Clinton ontvouwde zich een driehoekig militair bondgenootschap tussen de VS, Israël en Turkije. Deze “drievoudige alliantie”, die wordt gedomineerd door de Amerikaanse Joint Chiefs of Staff, integreert en coördineert militaire commandobesluiten tussen de drie landen, met betrekking tot het bredere Midden-Oosten. Het is gebaseerd op de nauwe militaire banden van respectievelijk Israël en Turkije met de VS, gekoppeld aan een sterke bilaterale militaire relatie tussen Tel Aviv en Ankara ... De drievoudige alliantie is ook gekoppeld aan een in 2005 NAVO-Israëlische militaire samenwerkingsovereenkomst met “vele zaken van gemeenschappelijk belang, zoals de strijd tegen het terrorisme en gezamelijke militaire oefeningen. Deze militaire samenwerkingsbanden met de NAVO worden bekeken door het Israëlische leger als middelen “ter verbetering van de afschrikkingsmogelijkheden van Israël met betrekking tot potentiële vijanden die hen bedreigen, vooral Iran en Syrië.” (Zie Michel Chossudovsky, “Drievoudige Alliantie”; De VS, Turkije, Israël en de oorlog in Libanon, 6 augustus 2006)

Ondertussen heeft de recente herschikking binnen Turkije’s bronzen top de pro-islamitische partij binnen de krijgsmacht versterkt. Eind juli is de opperbevelhebber van het leger en hoofd van de Joint chiefs of Staff van Turkije, Generaal Isik Kosaner samen met de commandanten van de marine en de luchtmacht afgetreden. Generaal Kosaner vertegenwoordigde een brede seculiere houding binnen de Krijgsmacht. Generaal Necdet Ozel werd aangesteld als zijn vervanger als de nieuwe legerchef en commandant van het leger.  Deze ontwikkelingen zijn van cruciaal belang. Ze hebben de neiging Amerikaanse belangen te steunen. Ze wijzen ook op een mogellijke verschuiving binnen het leger in het voordeel van het Moslimbroederschap inclusief de gewapende opstand in Noord-Syrië. “Nieuwe afspraken hebben Erdogan en de regerende partij in Turkije versterkt ... The militaire macht is in staat tot meer ambitieuze projecten in de regio. Het is voorspeld dat in geval het Libische scenario in Syria wordt gebruikt, het mogelijk is dat Turkije militaire interventie zal aanvragen.” (Nieuwe benoemingen hebben Erdogan en de regerende partij in Turkije versterkt: Public Radio of Armenia, 6 augustus 2011, nadruk toegevoegd)

 

Rebellen van het Moslimbroederschap bij Jisr al-Shughour, foto AFP 16 juni 2011. [Let op deze foto is in veel opzichten misleidend, het merendeel van de rebelschutters zijn hoog opgeleid met modern wapens.]

Het Uitgebreide NAVO-Militaire Bondgenootschap

Egypte, de Golfstaten en Saoedi-Arabië (binnen het uitgebreide militaire bondgenootschap) zijn partners van de NAVO, wiens troepen kunnen worden ingezet in een campagne gericht tegen Syrië. Israël is een de facto lid van de NAVO na een akkoord ondertekend in 2005. Het proces van militaire planning binnen de uitgebreide alliantie van de NAVO gaat om de coördinatie tussen het Pentagon, de NAVO en Israël’s Defense Force (IDF), evenals de actieve militaire betrokkenheid van de frontline Arabische landen waaronder Saoedi-Arabië, de Golfstaten, Egypte: al met al tien Arabische landen plus Israël zijn lid van de Mediterrane Dialoog en het Samenwerkingsinitiatief van Istanbul. Wij zitten op een gevaarlijk kruispunt. De geopolitieke implicaties zijn verstrekkend. Syrië heeft grenzen met Jordanië, Israël, Libanon, Turkije en Irak. Het verspreidt zich over het dal van de Eufraat, het ligt op het kruispunt van belangrijke waterwegen en pijpleidingroutes.

Syrië is een bondgenoot van Iran. Rusland heeft een marinebasis in Noord-West-Syrië (zie kaart)

De oprichting van een basis in Tartus en de snelle vooruitgang van de militaite technologische samenwerking met Damascus maakt een instrumentale gunstige aanvangspositie en een bolwerk in het Miden-Oosten. Damascus is een belangrijke bondgenoot van Iran en een onverzoenlijke vijand van Israël. Het spreekt voor zich dat de verschijning van de Russische militaire basis in de regio zeker aanpassingen in de bestaande machtsverhoudingen zal introduceren. Rusland neemt het Syrische regime onder zijn bescherming. Het zal vrijwel zeker Moskou’s betrekkingen met Israël verzuren. Het kan zelfs het Iraanse regime in de buurt aanmoedigen en het nog minder inschikkelijk maken in de nucleair programma gesprekken (Ivan Safronov, Rusland verdedigt zijn belangrijkse bondgenoot in het Midden-Oosten: Moskou neemt Syrië in bescherming, Global Research, 18 juli 2006). 

Wereldoorlog III Scenario

Gedurende de laatste vijf jaar is de Midden-Oosten Centraal-Aziatische regio op actieve voet van oorlog. Syrië heeft gewichtige luchtafweermogelijkheden en grondtroepen. Syrië is haar luchtverdedigingssysteem aan het opbouwen met de levering van Russische Pantsir S1 luchtafweerraketten. In 2010 leverde Rusland een Yakhont raketsysteem aan Syrië. De Yakhonts die opereren vanuit de Russische Tartus marinebasis “zijn ontworpen voor het treffen van vijandige schepen op het bereik van maximaal 300 km.” (Bastion raketssystemen om Russische marinebasis in Syrië te beschermen, Ria Novosti, 21 september 2010). De structuur van militaire bondgenootschappen respectievelijk langs de VS-NAVO kant en Syrië-Iran-SCO kant, om maar te zwijgen over de militaire betrokkenheid van Israël, de complexe relatie tussen Syrië en Libanon, de druk die door Turkije uitgeoefend wordt op de noordelijke grens van Syrië, wijzen allemaal onuitwisbaar naar een gevaarlijk proces van escalatie. Elke vorm van VS-NAVO gesteunde militaire interventie gericht tegen Syrië, zou de hele regio destabiliseren, potentieel leidend tot een escalatie over een groot geografisch gebied dat zich uitstrekt van de oostellijke Middenlandse Zee naar de Afghaans-Pakistaanse grens met Tadzjikistan en China.

Op korte termijn is het VS-NAVO militaire bondgenootschap met de oorlog in Libië overbelast in termen van mogelijkheden. Hoewel we op korte termijn geen uitvoering van een VS-NAVO militaire actie voorzien, zal het proces van politieke destabilisatie door de geheime steun aan een rebellenopstand naar alle waarschijnlijkheid blijven voortduren.


Bron: Prof. Michel Chossudovsky voor Global Research, 9 augustus 2011
Vertaald door ‘t Vertalerscollectief




 





©2007 www.wijwordenwakker.org