Plannen van Amerika om Libië te bombarderen bestaan al lang

 

Global Research, 30 maart 2011
Het Pentagon, waar het Amerikaanse ministerie van defensie huist, heeft al sinds 1997 plannen om een oorlog tegen Libië te beginnen. In 1997 werd door de regering van Clinton nagedacht over het inzetten van pas ontwikkelde nieuwe generatie van tactische nucleaire wapens voor gebruik in het Midden-Oosten en/of Centraal Azië.

Bron: "Militaire beambten en leiders van de nucleaire wapenlaboratoria van Amerika spoorden aan om een nieuwe generatie van nauwkeurige nucleaire wapens te ontwikkelen... die in conventionele conflicten met derde wereldnaties gebruikt zouden kunnen worden", Federatie van Amerikaanse Wetenschappers, 2001.

Het aardedoordringende tactische wapen met een nucleaire raketkop, de B61-11, was nog niet getest. Amerikaanse legerbronnen zeiden: "Indien gebruikt in Noord-Korea, zou de radioactieve neerslag naar nabijgelegen landen zoals Japan kunnen drijven". (B61-11 Earth-Penetrating Weapon, Globalsecurity.org).  De B61-11 zou de kracht hebben van 66,6 procent van de Hiroshima bom en  voor operaties in het Midden-Oosten en Centraal Azië kunnen worden ingezet. 

In april 1986 kwam een conflict tussen Libië en Amerika kwam tot een hoogtepunt, toen de Amerikaanse marine in opdracht van president Reagan Tripoli bombardeerde. Het was vergelding voor de "vermeende rol van Libië in het terrorisme", bij een bomaanslag in een Berlijnse discotheek waarbij ook Amerikaanse militairen gewond raakten. Aangenomen wordt nu dat dit voorwendsel werd gefabriceerd. 

Zowel Frankrijk als Italië veroordeelden in 1986 de luchtaanvallen. Toen de bommen op het verblijf van Qadhafi terecht kwamen werd een jonge dochter van Qadhafi gedood. 

Het plan van het Pentagon om Libië met atoombommen te bestoken

Het B61-11 tactische nucleaire wapen werd door het Pentagon voorbestemd om in 1997 tegen het regime van Qadhafi te worden gebruikt. De B61 is een wapen met een gestroomlijnd omhulsel dat bestand is tegen extreme hitte, druk en hoge snelheden. De B61-11 is een bom met extreem doordringend vermogen. Het wapen heeft een versterkt omhulsel dat verarmd uranium bevat en is uitgerust met een vertragingsontsteking. Hierdoor duikt het wapen eerst een aantal meters de grond in voordat het explodeert. Versterkte ondergrondse constructies worden hierdoor beschadigd of uitgeschakeld.

 

Bron: "Belangrijke beambten in het Pentagon zorgden voor controverse in april [1997] door voor te stellen dat het nucleaire wapen, dat spoedig klaar zou zijn, te gebruiken tegen een vermoedelijke ondergrondse chemische fabriek in Tarbunah in Libië. Dit onverholen dreigement werd slechts elf dagen na de ondertekening van de “African Nuclear Weapons Free Zone Treaty” door Amerika geuit. Het verdrag was ontworpen om het gebruik van of dreigen met nucleaire wapens te verbieden (David Muller, Penetrator N-Bombs, International Action Center, 1997)

Tarbunah, 60 kilometer oostwaarts van Tripoli, had een bevolking van 200.000 mannen, vrouwen en kinderen. Zou deze bom met een "opbrengst" of explosieve capaciteit van twee-derde van een Hiroshima bom op deze "vermoedelijke" ondergrondse fabriek waar wapens van massadestructie konden worden gebouwd zijn gelanceerd, dan zouden tienduizenden mensen zijn gedood, om nog maar te zwijgen van de nucleaire fall-out….. 

De man achter dit diabolische idee was een medewerker van de Minister van Defensie,  Harold Pelgrim Smith Jr. "Zelfs voor de B61-11 klaar was, werd Libië als een potentieel doel geïdentificeerd". (Bulletin of the Atomic Scientists - September/ October 1997, p. 27)

 Harold Pelgrim Smith Jr.

Harold Pelgrim Smith was aangesteld door President Bill Clinton om toe te zien op nucleaire, chemische en biologische programma’s en zich concentreren op de “reductie” van het Amerikaanse arsenaal van nucleaire wapens. Echter, van aanvang af was zijn mandaat eigenlijk niet het verminderen van het nucleaire arsenaal, maar het bevorderen van een nieuwe generatie “mini atoombommen” om te gebruiken in het Midden-Oosten. 

De B61-11 moest worden getest

Het departement onder leiding van Harold Smith adviseerde de nieuwe bom te "testen" op een echt land: Vijf maanden later stelde Smith voor het productieschema van het B61-11 programma te versnellen. Publiekelijk verklaarde hij dat de luchtmacht het B61-11 tegen de vermeende ondergrondse chemische wapenfabriek in Tarhunah, Libië te willen gebruiken, indien de president besliste dat de fabriek moest worden vernietigd.
 
"Wij zouden de fabriek niet met strikt conventionele wapens kunnen vernietigen"; “De B61-11 zou het nucleaire wapen van zijn keuze zijn," vertelde hij Jane's Defence Weekly.

Terwijl het Pentagon later ontkende dat het de intentie had de fabriek in Tarhunah te bombarderen, bevestigde het Pentagon niettemin dat "Washington niet kon uitsluiten dat het nucleaire wapens zou inzetten tegen Libië". 

Nucleaire bommen  en nucleaire minibommen: Irak and Afghanistan

De Amerikaanse strijdmachten zijn van mening dat nucleaire minibommen “humanitaire” bommen zijn, die weinig bijkomende schade met zich meebrengen. Volgens de wetenschappers (die betaald worden door het Pentagon) brengen ze aan omringende burgerbevolking geen schade toe omdat de explosie ondergronds plaatsvindt. 

In militaire documenten wordt onderscheid gemaakt tussen de ”Nuclear Earth Penetrator” (NEP, nucleair en aarde doordingend) en de "mini-atoombom", die een kracht heeft van 10 kiloton, tweederde van de kracht van de atoombom die op Hiroshima werd gegooid. De NEP kan een kracht hebben van 1000 kiloton, of 70 maal de Hiroshima bom.  

Bij beiden is de radioactieve neerslag vernietigend. In de B61 serie (B61-3, B61- 4, B61-7 and B61-10) zijn variabele sterkten in kiloton bereik mogelijk. 

Noch de Bush regering noch de Obama regering heeft het gebruik van aardedoordringende tactische wapens met een nucleaire raketkop uitgesloten. Deze wapens zijn speciaal ontwikkeld voor de periode na de Koude Oorlog, om eventueel te gebruiken in conflicten met derde wereld naties. Ze zijn goedgekeurd door de Senaat in 2002. 

In oktober 2001, direct na de ineenstorting van de torens op 9/11, stelde de Amerikaanse minister van defensie Donald Rumsfeld voor om de B61-11 tegen Afghanistan te gebruiken. De bunkers van Al Qaida in de grotten van de Tora Bora bergen waren het doel. Rumsfeld zei dat "conventionale" bommen voldoende waren om de bunkers te vernietigen, maar ook nucleaire bommen konden worden ingezet (Houston Chronicle, 20 oktober 2001). 

Ook tijdens de oorlog tegen Irak in 2003 werd nagedacht over het gebruik van de B61-11; om de bunkers van Saddam Hussein te vernietigen (Defense News, December 8, 2003).  

"Alle opties liggen open"... 

Complete gekheid, atoombommen om een regimeverandering af te dwingen? Wat Rumsfeld voorstelde, was geen “humanitaire” oplossing, een nucleaire bom gebruiken om een president in het buitenland weg te werken!

Ligt het plan om Libië te bestoken met nucleaire wapens nog steeds op tafel?

 "De coalitie van de welwillenden" onder leiding van de Amerikanen en de NAVO is op dit moment bezig een “humanitaire oorlog" te voeren op Libische bodem. Is het gebruik van nucleaire wapens ondenkbaar? 

Klokkenluider William Arkin liet weten dat de Bush regering in 2002 plannen had laten opstellen voor het gebruik van nucleaire wapens tegen zeven landen: Rusland en landen van  “De as van het kwaad” Irak, Iran, Noord Korea, maar ook tegen China, Libië en Syrië (William Arkin, "Thinking the Unthinkable", Los Angeles Times, 9 March 2002). 

Het Amerikaanse ministerie van defensie heeft te horen gekregen dat men rekening moet houden met het feit dat nucleaire wapens nodig kunnen zijn in een toekomstige oorlog tussen de Arabische wereld en Israel. Het heeft plannen gemaakt om in het geval van chemische of biologische aanvallen of verrassingsaanvallen met nucleaire tegenaanvallen te reageren. 

Deze richtlijnen zijn beschreven in het niet openbare document dat de “Nuclear Posture Review” wordt genoemd. Hierin wordt de nieuwe VS kernwapenpolitiek voor het volgende decennium samengevat.

De preventieve nucleaire richtlijnen (DJNO) van de regering van Obama, laten ruimte voor de inzet van nucleaire minibommen tegen zogenaamde schurkenstaten. Terwijl de richtlijnen zwaardere bommen niet uitsluiten, worden door het Pentagon scenario’s in het Midden-Oosten en Noord Afrika beschreven met aardedoordringende tactische wapens met een nucleaire raketkop als de B61-11. 

Het feit dat Libië in 1997 werd uitgekozen door het Pentagon als testgrond voor de kleine atoombom was een belangrijk onderdeel in de formulering van Nuclear Posture Review (NPR) in 2001. 

De B61 wapens zijn door mogendheden opgekocht, die mede NAVO lid zijn, maar tevens niet-kernwapenstaat zijn zoals België, Nederland en Italië. Deze landen zijn nu ook betrokken bij de strijd in Libië. Ze hebben een massa B-61 wapens in hun magazijnen. (Michel Chossudovsky, Europe's Five "Undeclared Nuclear Weapons States", February 10, 2010). In de NAVO plannen wordt gesproken over landen als Rusland en Syrië en Iran, die doelwit kunnen zijn voor de B61 bommen (National Resources Defense Council, Nuclear Weapons in Europe, Februari 2005).

In de context van de strijd in Libië zijn alle opties open, ook een preventieve nucleaire bom, als “oplossing” om onschuldige burgers te “beschermen”. 

In 2007 werd een geheim STRATCOM plan uit 2003 onthuld. Hieruit werd duidelijk dat Washington een nucleaire bom op Iran, Syrië en Libië als preventieve optie goedkeurde. Het plan van het strategisch hoofdkwartier was gefocust op de implementatie van nucleaire bommen ( the Plan formulated by Strategic Command headquarters (USSTRATCOM) focused concretely on issues of implementation).

Het gebruiken van nucleaire wapens zoals de B61-11 tegen Libië kan dus niet worden uitgesloten. Het ministerie van defensie heeft dit in 1997 opgetekend en in 2001 in de Nucleaire Posture Review herhaald.



Door professor Michel Chossudovsky
Bron: http://globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=24049

Vertaald door ‘t Vertalerscollectief

 





©2007 www.wijwordenwakker.org