Palestijnse kwestie:
Joodse pleidooien voor recht


Hoofdstuk 21 uit het boek: Een schreeuw om recht, tragedie van het Palestijnse volk .

Wie het waagt het gedrag van de staat Israël jegens de Palestijnen te laken krijgt alras het verwijt dat hij zich te buiten gaat aan antisemitische uitspraken. Die beschimping heb ik ook zelf moeten verduren, soms regelrecht, vaker bedekt. Dat wapen wordt alom ter wereld ingezet tegen critici van Israël. Het werkt in menig geval probaat en dat bevordert de hantering ervan. Velen zijn er, begrijpelijkerwijs, beducht voor als antisemiet te worden gebrandmerkt.
In mijn ijveren voor rechtsherstel voor de Palestijnen ben ik vaak te rade gegaan bij Joden - zowel organisaties en instellin­gen als particulieren - die het gedrag van de staat Israël hekelen. Het gaat hier om critici die in Israël zelf wonen of daar geves­tigd zijn, dan wel om Joden in Nederland of elders buiten Israël. Graag wil ik enkelen van hen hier aan het woord laten.

 
Dri Avnery is de nestor van de critici in Israël zelf Hij kwam al jong naar het toenmalige Palestina, in 1933. Als vijf tienjarige sloot hij zich aan bij de Joodse terreurgroep Irgun, maar hij maakte zich een paar jaar later daarvan los omdat hij het plegen van bomaanslagen op Palestijnse markten verfoeide. Avnery heeft gevochten voor Israël in de onafhankelijkheidsoorlog van 1948. In 1965 werd hij gekozen tot lid van het Israëlische parle­ment, de Knesset, en daar is hij tot 1981 lid van gebleven. In 1993 richtte hij de vredesorganisatie Gush Shalom op, die pleit voor een levensvatbare Palestijnse staat en het opruimen van de settlements in de bezette gebieden. 'Praat mij niet over terroris­me,' zegt hij, 'ik ben zelf terrorist geweest.'(1) 
  
In zijn geschriften maakt Avnery herhaaldelijk vergelijkingen met Zuid-Mrika onder het apartheidsregime. Als een van de voorbeelden haalt hij de Israëlische wet aan die Palestijnen in de bezette gebieden verbiedt, ook al zijn ze gehuwd met een burger van Israël, met hun echtgenoot of echtgenote in Israël te wo­nen. Avnery noemt de situatie waarin de Palestijnen verkeren overigens nog bedreigender dan die in Zuid-Mrika ooit is ge­weest. De Palestijnen staan immers niet alleen bloot aan apart­heid, zegt hij, maar ook aan een sluipende zuivering. De hoog­leraar Ilan Pappe betitelt het gedrag van de bezetter ook als etnische zuivering, zoals ik eerder heb geschreven. Hem is, na­dat hij het boek Ethnic Cleansing of Palestine had uitgebracht, het leven in Israël zo zuur gemaakt dat hij inmiddels is uitgewe­ken naar een leerstoel aan een Britse universiteit. (2)
  
Uri Avnery heeft al in 1948, vlak voor de oorlog met de Arabieren uitbrak, een boekje uitgegeven, getiteld War or Peace in the Semitic Region.(3) Daarin zegt hij dat de stichters, toen zij besloten in Palestina een toevluchtsoord te vestigen, de keuze hadden tussen twee modellen. Ze hadden zich kunnen beschou­wen als een terugkerende Aziatische natie, erfgenaam van het Semitische ras, bereid om samen met de andere Semieten van de regio op te trekken tegen de uitbuiting van die regio door de Europeanen. Of ze konden zich in West-Azië opstellen als een Europese veroveraar, als een bruggenhoofd van het blanke ras en een meester over de inlanders, zoals de Spaanse conquistado­res hebben gedaan en de Angelsaksische en overige kolonisten in het noorden van Amerika. En ook de kruisvaarders die naar Palestina kwamen. Helaas hebben zij het laatste gekozen, aldus Avnery. En Israël is 'America's rottweiler' geworden. Zo heeft Theodor Herzl het gewild: 'In Palestina [ ... ] zullen wij voor Europa een muur vormen tegen Azië en dienstdoen als voor­hoede van de beschaving tegen barbarij.' (4) 
  
De Israëlische regering wenst geen vredesregeling met de Pales­tijnen want dan moet het een grens vastleggen. Dat verdraagt zich niet met de zionistische visie, die een staat zonder grenzen wil die zich voortdurend uitbreidt naargelang zijn militaire en politieke macht dat mogelijk maakt. Daarom weigerde David Ben-Gurion destijds al in de Onafhankelijkheidsverklaring eni­ge verwijzing naar de grenzen van de nieuwe staat Israël op te nemen. De Oslo-akkoorden gewaagden wel van zones maar stel­den geen grens vast. Avnery trekt een parallel met de Verenigde Staten. Die staat werd gesticht langs de oostkust maar bleef ex­panderen tot hij de kust aan de andere kant van het continent had bereikt.

In de geschriften van Jeff Halper vinden we veel terug van het­geen Uri Avnery heeft betoogd. Halper doceert aan de Ben­Gurion Universiteit in de Israëlische stad Beer Sheva. Hij is de spraakmakende voorman van het Israeli Committee Against House Demolitions. Zijn uitvoerige essay The Problem with lsrael, geschreven in november 2006, opent aldus: 'Laat ons voor één keer eerlijk wezen: het probleem in het Midden-Oosten is niet het Palestijnse volk, noch Harnas, niet de Arabieren, noch Hezbollah of de Iraniërs of de hele moslimwereld. Wij, de Israëli's, zijn het probleem. Het Israëlisch-Palestijnse conflict is misschien wel het eenvoudigste conflict in de wereld om op te lossen. Al twintig jaar lang, sinds de PLO ertoe kwam Israël te erkennen ach­ter de in 1949 getrokken bestandslijn, heeft iedere Palestijnse lei­der aan Israël dit genereuze aanbod gedaan: voor u een staat die 78 procent bestrijkt van het voormalige Palestina, voor ons slechts 22 procent, omvattende de Westelijke Jordaanoever, Gaza en Oost-Jeruzalem.' (5) 
  
Over het probleem van de vluchtelingen schrijft Halper dat de Palestijnen van Israël erkenning van het recht op terugkeer wensen, zulks in overeenstemming met het internationale recht waarin die aanspraak al is verankerd. Maar de Palestijnen heb­ben zich ook bereid getoond een regeling te treffen die voorziet in terugkeer van slechts een klein aantal uitgewekenen, vooral ouderen. Voor de overigen, die zich in enig Arabisch land of el­ders in de wereld vestigen, vragen zij financiële compensatie. 


Prof. Halper zet uiteen dat de regeerders van Israël (en voor­dien het leiderschap van de zionistische beweging) steevast ge­weigerd hebben het bestaan van het Palestijnse volk en zijn recht op zelfbeschikking te erkennen. Telkens weer heeft Israël nee gezegd, in duidelijke taal, wanneer zich een mogelijkheid voordeed om tot vrede te geraken. Halper somt een lange reeks van voorvallen op, tussen september 1948 en nu, die illustreren hoe vaak Israël kansen op toenadering welbewust heeft verwor­pen. Hij citeert in dit verband de Israëlisch-Britse historicus Avi Shlaim: 'De dossiers van het Israëlische ministerie van Buiten­landse Zaken puilen uit van bewijzen dat de Arabieren al vanaf september 1948 met initiatieven bezig zijn om tot vrede te ko­men en bereid zijn om met Israël te onderhandelen.' (6) 
  
In zijn essay analyseert Jeff Halper waarom Israël wel zegt uit te zijn op vrede en veiligheid maar volhardt in zijn politiek van conflict en expansie. Dit gebeurt in de overtuiging dat de status­quo te verkiezen is boven het nastreven van vrede want dat zou het sluiten van compromissen vergen en dus het aandragen van concessies. Daarom wordt er omwille van de schone schijn zo nu en dan onderhandeld, terwijl intussen het inpikken van be­zet gebied (in Oost-Jeruzalem en op de Westoever) voortgaat. Zo incasseert Israël elke dag winst en lijden de Palestijnen dage­lijks verlies.

Israël heeft wel een veiligheidsdoctrine, maar geen vredespolitiek. Veiligheid wordt gebouwd op militaire overmacht. Het le­ger heeft een beslissende invloed op het regeringsbeleid. Het ministerie van Buitenlandse Zaken van Israël en het diploma­tieke apparaat doen vooral pr-werk. Het gaat er uiteindelijk om Palestina helemaal in handen te krijgen, met dien verstande dat de Palestijnen die er nog blijven worden opgeborgen in enclaves binnen Groot-Israël.

Evenals Uri Avnery schrijft ook Halper dat Israël zichzelf beschouwt als een bastion van het Westen in de regio. Israël oriën­teert zich op Europa (en de vs), de Arabische wereld is slechts waardeloos achterland. Van enige integratie in de regio wil Israël niet weten. Vandaar ook het wegwuiven van de Saoedische vredesinitiatieven.

De Israëlische politiek komt neer op welbewust aanmodderen ('muddling through'). Het is conflictmanagement, om de status­quo te handhaven zolang dat maar kan. Het lijkt erop dat Israël in het bereiken van zijn einddoel verregaand geslaagd is. 'We hebben nu al het hele land ten westen van de Jordaan in onze macht, nog even en dan zullen de Arabieren ons aanzoeken om vrede doen.' Maar Halper meent dat Israël zijn hand heeft over­speeld en dat het behaalde succes op den duur niet houdbaar zal zijn. 'Om te beginnen: Israël heeft niet genoeg Joden om al het in bezit genomen land te blijven beheersen. Minder dan een derde van de Joden in de wereld is in Israël, van de Amerikaanse Joden is er maar één procent heen gegaan. Anderzijds neemt het aantal Palestijnen, ondanks de ellende waarin zij verkeren, voortdurend toe.' (7)
 
De Britse schrijver Jonathan Cook voorspelt dat binnen een decennium de Palestijnen die in de bezette gebieden wonen plus die in Israël zelf talrijker zullen zijn dan het aantal Joden in Israël plus de settlements. Het is om die reden, aldus Co ok, dat Israël zich zorgen maakt over de nuclearisering van Iran. Cook gelooft niet dat Iran ooit atoomraketten zal afvuren op Jeru­zalem, waar enkele van de belangrijkste heiligdommen van de islam staan. Veeleer valt te vrezen - zegt ook een generaal die plaatsvervangend defensieminister was in het kabinet-Olmert ­dat veel Joden liever niet in Israël zouden willen blijven of zich niet in Israël zouden willen vestigen wanneer het nabije Iran de beschikking zou krijgen over nucleair wapentuig. (8)


Israël bekommert zich wel om zijn betrekkingen met Arabische regeringen, aldus Halper, maar het onderschat de macht van 'de straat', van het volk. Neem Egypte. President Mubarak is al vele jaren de dienstwillige dienaar van Washington, waarvan zijn be­wind financieel afhankelijk is, en is coöperatief jegens Israël. Maar het is allerminst ondenkbaar dat Egypte vroeg of laat wordt over­genomen door de Moslimbroederschap en dan zal Jeruzalem het moeilijk krijgen met de buurman in het zuiden. Zelfs in het oos­telijke buurland Jordanië, waarmee Israël eveneens een vredesver­drag heeft, is politieke stabiliteit niet tot in lengte van dagen ver­zekerd. Onder de Arabische bevolking heersen - in contrast met de regeringen - woede en verontwaardiging over wat de Pales­tijnen moeten verduren. De bezetting van de Palestijnse gebieden blaast extremisme en fundamentalisme aan (ook tegen Israëls voedstervaders Amerika en Europa) en belemmert de opkomst van een progressieve avant-garde in de Arabische wereld.

Ten slotte, Israël kan zich nog steeds van alles veroorloven wat niet geduld zou worden van enige andere staat die zichzelf rekent en gerekend wordt tot de familie van beschaafde naties. Dat kan omdat Israël nog immer wordt gepercipieerd als het land van de Holocaust-overlevenden. Door enkel tijdsverloop zal die percep­tie van lieverlee eroderen. De wereldwijde verontwaardiging die zich indertijd gericht heeft op de apartheidspolitiek van Zuid Afrika zal Israël niet voor eeuwig bespaard blijven.

Shulamit Aloni, voormalig minister van Onderwijs van Israël, heeft in een interview Israël een racistische staat genoemd die oorlogsmisdaden begaat en zich erger dan de Palestijnen begeeft in terrorisme.(9) Sharon (toen nog premier) en andere Israëlische leiders blijven maar proberen, zegt zij, de bevolking te doen ge­loven in de leugen dat de Palestijnen ons de zee in willen drij­ven. Israëli's blijven de rol van slachtoffer spelen en de Ameri­kaanse president slikt dat verhaal.

In een artikel in Foreign Affàirs met de ondertitel 'Will Israel Ever Seal the Victory of 1948?' betoogt Shlomo Ben-Ami dat stelling moet worden genomen tegen de nederzettingen. 'Een normale staat wordt niet geacht land te bezetten buiten zijn wettige grenzen.' (10) Israël is erin geslaagd de hele Arabische we­reld ertoe te krijgen de grenzen van voor de Zesdaagse Oorlog te aanvaarden. Het moet nu eindelijk vredesverdragen sluiten met Syrië, Libanon en de Palestijnen en terugkeren naar die grenzen. Dit is voor Israël de enige kans om de overwinning van 1948 te bezegelen voordat het aanzwellende moslimfundamen­talisme de huidige Arabische regimes overweldigt en het uit­zicht op een bestendige vrede met de Arabieren verdwijnt. In een binationale staat ziet ook Ben-Ami, voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Israël, geen heil.

Avraham Burg heeft een lange staat van dienst in het Israëlische parlement, hij is zelfs voorzitter van de Knesset geweest. Burg heeft bovendien leiding gegeven aan de Wereld Zionisten Organisatie en aan het Joods Agentschap voor Israël. Een man dus met een indrukwekkende conduitestaat: icoon van het zio­nisme, gevierd politicus van Israël.

Toen Avraham Burg in 2004 de nationale politiek verliet en zich kritisch uitliet over het zionisme, veroorzaakte dat natuurlijk grote consternatie in zijn land. Het verhaal van zijn ommekeer is verbluffend. Het besef brak bij hem door dat de staat Israël ont­spoord is en dat zijn land zichzelf te gronde voert. Hij ging naar Amerika en trok vanuit Connecticut als wandelaar wekenlang door de Appalachen, zijn gedachten in de eenzaamheid herorde­nend. Na zijn terugkeer werd hij zakenman en schrijver.

In 2007 verscheen zijn boek Defeating Hitler. Een jaar later kwam dit boek in Amerika uit, hertiteld tot The Holocaust Is Over - We Must Rise From its Ashes." (11) Het bracht opschudding teweeg. In de staat Israël, vindt de schrijver, is de Shoah een obsessie geworden, een staatsreligie waarvan het land zich in zijn eigen belang zou moeten ontdoen. 'Israël is door al die zelf­rechtvaardiging bezig een soort Sparta te worden, een krijgshaf­tige staat op de rand van de afgrond.'(12)  Elke vijand wordt be­schouwd als een reïncarnatie van Hitler. In een interview sluit hij hierop aan: 'Als elke vijand het absolute kwaad is en elk con­flict een oorlog op leven en dood, dan is in onze ogen alles ge­rechtvaardigd.'(13) Hij noemt de oorlog in Gaza - van eind 2008 tot medio februari 2009 - zinloos, hieraan toevoegende dat er om de weg naar vrede te openen ook met Harnas gesproken moet worden.


In het artikel 'Invoking the Holocaust to defend the occupati­on' noteert prof. John Mearsheimer dat Israël in ernstige proble­men verkeert en dingen straks verschrikkelijk verkeerd kunnen gaan.'(14) Dat roept bij hem de vraag op: zou Israël, dolzinnig ge­worden, zich uiteindelijk te buiten kunnen gaan aan een moord­dadig optreden tegen de Palestijnen? Avraham Burg acht dit mo­gelijk. 'De idee dat dit ons niet kan gebeuren, omdat onze geschiedenis als een vervolgd volk ons immuun maakt voor haat en racisme, is heel gevaarlijk,' schrijft Burg. 'De hoofdoorzaak van Israëls problemen is de obsessie met de Holocaust. Israëli's denken dat iedereen het op hen gemunt heeft en dat de Pales tijnen nauwelijks verschillen van de nazi's.' In zijn boek, schrijft Ethan Bronner in de New York Times, verwoordt Burg zijn ver­ontrusting ook door te zeggen dat de Israëlische samenleving griezelig is gaan lijken op het Duitsland van juist voor Hitler aan de macht kwam.'(15, 16)

Al voor zijn vertrek uit de politiek schreef Burg enkele ge­ruchtmakende artikelen. In de Guardian zei hij: 'De Israëlische natie staat in een stellage van corruptie en zij rust op de grond­vesten van onderdrukking en onrecht. Het einde van het zio­nisme is nabij. Onze generatie zou wel de laatste zionistische kunnen zijn.' In hetzelfde stuk: 'Wil je dat Joden in de meer­derheid blijven? Dat kan. Zet dan de Arabieren op de trein of de bus, op ezels en kamelen, en gooi hen massaal buiten. Of we moeten ons volstrekt van hen separeren. Een middenweg is er niet. We moeten alle, ja alle settlements opdoeken en een inter­nationaal erkende grens trekken tussen het Joods nationaal te­huis en dat van de Palestijnen.'(17)

In The New Yorker zei Burg: 'Al willen mensen het niet toege­ven, Israël heeft het gehad. Vraag je vrienden of naar hun me­ning hun kinderen daar zullen leven. Hooguit de helft van hen zal dan ja zeggen. Met andere woorden, de Israëlische elite heeft al afscheid genomen en zonder elite geen natie.'(18)

Sprekend over de zelfmoordaanslagen heeft Avraham Burg in de International HeraId Tribune gezegd: 'Israël is niet langer be­zorgd over de kinderen van de Palestijnen, en het moet dan ook niet verbaasd zijn als die zich vol haat komen opblazen in de centra van het Israëlisch escapisme. Op plaatsen waar Israëliërs zich ontspannen vertrouwen zij zichzelf toe aan Allah, omdat hun eigen leven een kwelling is geworden. Ze verspillen hun bloed in onze restaurants om onze eetlust te bederven, omdat thuis hun kinderen en hun gezin honger hebben en zich verne­derd voelen.'(19)
 
Minder ingrijpend dan de opvattingen van Avraham Burg is de mening van de schrijver Avraham B. Yehoshua. Op 29 november 2007 verscheen in Le Nouvel Observateur een artikel van zijn hand, getiteld 'Le rêve du partage'. Hierin schrijft hij: 'Het ver­zet van de Arabische Palestijnen tegen het binnendringen van de Joden op hun land, in het begin van de twintigste eeuw, was volkomen vanzelfsprekend en gefundeerd. Elk ander volk zou waarschijnlijk evenzo hebben gehandeld. Generlei morele basis heeft het betoog dat de Joden een historisch recht op Palestina zouden hebben aangezien zij daar tweeduizend jaar geleden soe­verein zijn geweest. Te minder daar tal van Joden in de loop der eeuwen Eretz Israël vrijwillig hebben verlaten en na het jaar '70 hadden kunnen terugkeren, zo zij dit gewild hadden.' (20)
 
In zijn conclusies stelt Yehoshua dat VN-resolutie 242 integraal moet worden uitgevoerd. Israël moet zich helemaal terugtrek­ken binnen de grenzen van 1967, aldus in het bezit blijvend van driekwart van het Palestijnse land. En de vluchtelingen? Die moeten zich een plaats verwerven in (het nieuwe) Palestina.

Geboren in een gezin van Poolse Joden emigreerde Zeev Sternhell enkele jaren na de oorlog als zestienjarige naar Israël. Daar stu­deerde hij geschiedenis en politicologie. In 1981 werd hij hoog­leraar aan de Hebrew University in Jeruzalem. Sternhell steunt de vredesbeweging in zijn land en bekritiseert in zijn geschriften de bezetting en de behandeling van het bezette volk. Hij is van oordeel dat het in bezit nemen van (een deel van) Palestina ge­rechtvaardigd was aangezien de Joden in hun voortbestaan wer­den bedreigd. Maar na 1967 gold die rechtvaardiging niet lan­ger. Tetwijl de veroveringen van 1948-1949 noodzakelijk waren om Israël te grondvesten, stelt hij, riekt het vasthouden aan de veroveringen van 1967 sterk naar imperiale expansie. Sternhell is zeer gekant tegen de kolonisatie van de Westoever. Hij beschouwt de nederzettingen als een gevaar voor Israëls ontwikkeling als een vrije en open maatschappij. 'De bezetting bederft onze sa­menleving. Ik wil een einde maken aan de feitelijke apartheid want ik wil een samenleving creëren waarvoor toekomstige ge­neraties zich niet zullen schamen,' zegt SternheIl in een inter­view met Haaretz. (21)

De vermaarde Brits-Joodse historicus Tony Judt woont in Amerika. Hij is hoogleraar aan New York University. Zijn ou­ders waren linkse zionisten. Op de leeftijd van achttien jaar ging hij naar Israël om in een kibboets te werken. In 1967 werk­te hij als vertaler voor het Israëlische leger. Maar al tijdens de nasleep van de Zesdaagse Oorlog begon zijn geloof in het zio­nistisch project te wankelen. Na studies in Cambridge en Parijs verhuisde hij naar de vs.

In een beroemd/berucht geworden artikel in The New York Review of Books in 2003 stelde Judt dat Israël op weg was een 'agressief onverdraagzame, fanatiek godsdienstige, etnische staat' te worden.(22) Hij sprak zich uit voor de omvorming van Israël tot een binationale staat met gelijke rechten voor allen, Joden en Arabieren, die wonen in Israël en de bezette Palestijnse gebieden. Dit artikel ontketende hevige beroering. Prof. Judt werd uit de redactie gezet van het Amerikaanse pro-Israël-tijd­schrift The New Republic.

Er kwam weer heisa toen Judt in maart 2006 zich in positieve termen uitte - in 1he New 10rk Times - over de studie van John Mearsheimer en Stephan Walt over de Israël-lobbyen de bui­tenlandse politiek van Amerika. Toen hij een jaar later in een interview sprak over de gedurige neergang van Israëls geloof­waardigheid sinds 1967, kreeg hij het aan de stok met de Anti­Defamation League en het American Jewish Committee.


Moshé Machover, geboren in Tel Aviv (toen Palestina), is emeri­tus hoogleraar filosofie aan de universiteit van Londen. Hij acht de zionistische ideologie het grootste obstakel voor het oplossen van het Israëlisch-Palestijnse conflict: 'Het hele conflict komt zelfs uit de zionistische gedachte voort.'(23)

Dit conflict kan alleen worden opgelost door een schikking, op basis van gelijkheid, tussen twee nationale groepen, de Palestijnse Arabieren en de Hebreeën (Machover geeft aan deze benaming de voorkeur boven de gebruikelijke aanduiding 'Israëlische Jo­den'). Gelet op de huidige machtsverhoudingen acht hij op korte of middellange termijn geen echte oplossing mogelijk. Een zoge­naamd onafhankelijke Palestijnse 'staat' moet wel een schertsver­toning worden. Eén staat tussen de Middellandse Zee en de Jor­daan zal evenmin gelijkheid brengen, meent hij. Pas op langere termijn kan een oplossing in zicht komen en wel door een soci­aalpolitieke omvorming die kan leiden tot een confederatieve structuur waarin zowel het Hebreeuwse volk als het Palestijns­Arabische wordt opgenomen.

In de zionistische ideologie bestaat er evenwel geen Hebreeuw­se natie. In die zienswijze vormen alle Joden ter wereld tezamen een natie. Het echte thuisland is voor elke Jood het Bijbelse Land Israël. Niet-Joden die daar wonen zijn slechts insluipers, verstekelingen. De kolonisatie wordt beschouwd als rechtvaar­dig want het is een terugkeer naar het Bijbelse Land waar alleen Joden het recht hebben zich te vestigen. De leden van de we­reldwijde Joodse natie die al naar dat land zijn teruggekeerd zijn voor hun broeders in de diaspora een voorhoede. De anderen hebben het recht, ja de heilige plicht hen te volgen naar het Bijbelse Land van Israël. Deze gedachtegang voert naar verdere kolonisatie en expansie en staat een werkelijke oplossing van het conflict in de weg. Aldus Machover in 'Zionism - A Major Obstacle' . (24)

De Poolse Jodin Felicia Langer, gehuwd met een overlevende van het concentratiekamp Theresienstadt, emigreerde in 1950 (zij was toen twintig jaar) naar Israël en behaalde daar haar doc­toraalexamen rechten. Vanaf 1967 heeft zij bijna 23 jaar lang Palestijnse gedetineerden bijgestaan, meestal tevergeefs. 'Ik hoor bij het andere Israël,' zegt zij. Ze heeft het in de Israëlische sa­menleving steeds zwaar te verduren gehad: ze werd verstoten door haar omgeving en herhaaldelijk met de dood bedreigd.

In haar boeken schrijft Felicia Langer over haar strijd, tegen de klippen op, voor ontrechte Palestijnen, gedetineerd naar willekeur en dikwijls zonder aanklacht of proces in gevangenschap gehou­den. Ze documenteert tal van vergrijpen door Israël tegen de Rode Kruis-verdragen van 1949. Zij rapporteert over schendingen van mensenrechten zoals marteling, soms met dodelijk gevolg, en onder dwang geproduceerde bekentenissen. Langer pakt uit tegen het optreden van de militaire rechtbanken in bezet gebied.

In 1990 sloot ze haar advocatenkantoor, gedesillusioneerd en uitgeput. Met haar echtgenoot keerde ze terug naar Europa om in Tübingen, Duitsland, docent te worden aan de universiteit. In een interview in !he Washington Post zei ze: 'Ik kon geen vij­genblad voor het systeem (van rechtsbedeling) meer blijven. Mijn vertrek is demonstratief en geeft uiting aan mijn wanhoop en afkeer van het systeem daar [00'] want de Palestijnen kunnen er helaas geen recht krijgen.'(25)

In Tübingen is Felicia Langer boeken blijven schrijven. Ze treedt op als pleitbezorger van de Palestijnse zaak op conferen­ties en symposia her en der in de wereld, mede om blijk te ge­ven van solidariteit met de Israëlische vredesorganisaties.

Felicia Langer heeft de Alternatieve Nobelprijs voor de Vrede gekregen voor haar inspanningen ten dienste van de mensentech­ten en ook de Bruno Kreisky Award for Outstanding Achieve­ments in the Area of Human Rights.

Van de Amerikaanse Jood Norman Finkelstein heb ik eerder in dit boek al gewag gemaakt. Hij is nooit mals geweest in zijn kri­tiek op het zionisme en op de schendingen van mensenrechten begaan jegens Palestijnen. Toen onlangs in 2007 de DePaul University in Chicago op het punt stond hem als hoogleraar een vaste aanstelling te geven, ontbrandde een felle campagne tegen hem. Die bracht de universiteit ertoe met hem te breken. Nadien gaf DePaul niettemin een verklaring uit dat Finkelstein een voortreffelijke docent is en een productieve wetenschapper. Het vermoeden is gerezen dat de universiteit onder druk heeft gestaan van Israël-gezinde sponsors.

In de campagne tegen Finkelstein speelde de Harvard-hoog­leraar Alain Dershowitz een hoofdrol. Dershowitz is prominent in de Israël-lobby in de vs en pleegt mensen die het wagen het beleid van de staat Israël te kritiseren met pek en veren te be­smeuren. Finkelstein heeft het herhaaldelijk bij hem en de zij­nen verbruid. Ook - en wellicht in de hoogste mate - toen Finkelstein in 2005 zijn boek Beyond Chutzpah uitbracht. (26) Dat boek ging dwars in tegen het twee jaar voordien gepubliceerde boek The Case for Israel, waarin Dershowitz de loftrompet had gestoken over Israëls mensenrechtenbeleid.(27)

Ook Henry Siegman is in het voorgaande reeds genoemd. Siegman is directeur van het project vs/Midden-Oosten. Hij heeft twaalf jaar gewerkt voor de Council on Foreign Relations in New York. Wat zijn geschriften een bijzonder gezag verleent is het markante feit dat hij zestien jaar lang aan het hoofd heeft gestaan van het American Jewish Congres.

Op 16 augustus 2007 verscheen in London Review of Books een beschouwing van zijn hand waarop ik mij hier wil concentre­ren: 'The Great Middle East Peace Process Scam', heet het.(28) De grote zwendel van het vredesproces in het Midden-Oosten, dus.

Alle vredesinitiatieven zijn tot dusver mislukt, schrijft hij, om­dat Israël nimmer de opkomst zal toestaan van een Palestijnse staat die in militair en economisch opzicht zelf de baas wordt over de Westoever. Israël zal alleen aanvaarden dat daar een aan­tal afzonderlijke enclaves ontstaat die de Palestijnen desgewenst een staat kunnen noemen. Sterker: Israël wénst die enclaves zelfs om te voorkomen dat er uiteindelijk één binationale staat komt waarin de Palestijnen de meerderheid zouden hebben.

'Het vredesproces in het Midden-Oosten is misschien wel de opvallendste vertoning van bedrog in de eigentijdse diploma­tieke geschiedenis,' aldus Siegman. Israël veinst interesse in dat proces om onder dekking daarvan door te gaan met het bezet­ten en confisqueren van Palestijns land, meent hij. De ontrui­ming van Gaza in 2005 diende ertoe om van dat gebied de eer­ste bantustan te maken. Wat daar nu gebeurt laat zien wat er met de enclaves op de Westoever zal gebeuren als de bewoners ervan zich niet naar de wensen van Israël gedragen.

Ter adstructie van zijn mening roept Siegman in herinnering dat generaal (later defensieminister) Moshe Dayan al in 1968, dus kort na het begin van de bezetting, zijn plan voor de toekomst van Israël beschreef als 'de huidige realiteit in de (bezette) gebie­den'.(29) Tien jaar later zei Dayan: 'De vraag is niet wat de oplos­sing is, maar hoe te leven zonder een oplossing.'(30) Want leven zonder oplossing leverde toen al, en nog steeds, maximale voor­delen op, te verkiezen boven terugtrekking of formele annexatie.

Siegman beroept zich ook op andere onthullende uitlatingen van Israëlische prominenten. Het bekende/beruchte interview in 2004 met Dov Weisglass natuurlijk, kabinetschef van Ariel Sharon, waarin hij zei: 'Ons gaat het erom veilig te stellen dat de Amerikaanse president en het Congres onze maatregelen blijven steunen, die erop gericht zijn het vredesproces en de vorming van een Palestijnse staat op sterk water te zetten'.(31) Siegman verwijst ook naar een interview in Haaretz met een hooggeplaatste adviseur van defensieminister Peretz. Daarin wordt gezegd dat de lOF in het geheim gemene zaak maakt met de settlers. Volgens de geïnterviewde, Haggai Alon, voert de lOF een apartheidspoli­tiek om Hebron te ontdoen van zijn Arabische bewoners en de Jordaanvallei te judaïseren.(32)
 
Met een beroep op de VN-Veiligheidsraad (resolutie 242: het is ontoelaatbaar om grondgebied te verwerven door middel van een oorlog) betoogt Henry Siegman dat Israël minstens gehou­den is alle gebieden te verlaten die het in 1967 heeft veroverd. Maar hij gaat nog verder. In de oorlog van 1948 heeft Israël zijn grondgebied flink uitgebreid. Het territoir dat in het verdelings­plan van de VN (1947) was toegedacht aan de te vormen Joodse staat heeft Israël in die oorlog met de helft vergroot. De vraag is derhalve niet, stelt Siegman, hoeveel Palestijns land Israël nog mag toevoegen aan wat het reeds sinds 1949 heeft, maar hoeveel Israël mag behouden van wat het in de oorlog van 194811949 heeft verworven.


Richard Falk behoort tot de coryfeeën van het internationaal publiekrecht. Hij was lange tijd hoogleraar aan Princeton University en aan de University of California, Santa Barbara. In maart 2008 werd hij door de UN Human Rights Council be­noemd tot onderzoeker van de mensenrechtensituatie in de be­zette Palestijnse gebieden, als opvolger van prof. John Dugard. Israël heeft in december 2008 aan Falk de toegang tot de bezette gebieden ontzegd. Sterker nog: de VN-rapporteur werd na aan­komst op de luchthaven van Tel Aviv in bewaring gesteld en vervolgens op een terugkerend vliegtuig gezet.

Hoe de nieuw benoemde rapporteur over de bezetting denkt heeft hij herhaaldelijk uitgesproken en in klare taal. Vooral zijn artikel 'Slouching toward a Palestinian Holocaust' is genadeloos.(33) 'Het is voor mij, een Amerikaanse Jood, bijzonder pijn­lijk dat ik mij genoodzaakt voel de aanhoudende en steeds erger wordende verdrukking van het Palestijnse volk door Israël te schetsen door bij wijze van beeldspraak het woord "Holocaust" te bezigen,' schrijft hij. En: 'Ik denk niet dat het een onverant­woordelijke overdrijving is de bejegening van de Palestijnen in verband te brengen met de wreedheden die de nazi's hebben be­gaan.'

Falk tuchtigt in zijn essay de VN-Veiligheidsraad, die verzuimd heeft ten behoeve van de bevolking van Gaza de doctrine van humanitaire interventie toe te passen. Daaraan voegt hij toe dat de schuld van dit falen ligt bij de vs en ook bij Europa. De we­reldgemeenschap is in verzuim gebleven in Rwanda 1994, Sre­brenica 1995 en nu weer in Darfur. 'Maar Gaza is in die zin nog erger dat het niet blijft bij werkeloos toezien, maar dat de in­vloedrijkste leden van de internationale gemeenschap Israël zelfs aanmoedigen en bijstaan in zijn aanpak van Gaza.' Overi­gens maken niet alleen de vs en Europa zich medeplichtig maar ook buurlanden als Egypte en Jordanië, aldus Falk. Die twee landen maken zich er kennelijk bezorgd over dat Harnas ban­den heeft met de Moslimbroederschap, die zich in die landen roert.

De boycot die Israël oplegt aan Gaza heeft de bevolking daar op de rand van hongersnood gebracht. 'Onder de huidige om­standigheden met dit beleid doorgaan staat gelijk aan genocide,' verklaart Richard Falk.

© Dries van Agt,
Met dank aan mijnher van Agt voor zijn toestemming dit hoofstuk te mogen plaatsen.
Meer informatie: www.driesvanagt.nl

Noten:

1 Swift, R., 'Blunt Talk: Aconversation with Vri Avnery, senior statesman of Israel's peace movement', New Internationalist, Issue 348, augustus 2002.

2 Fotiadis, A., 'Occupiers cannot be considered liberal: An interview with Han Pappe', The Electronic Intifada, 21 juni 2008. Dit interview is terug te lezen op de website van Han Pappe: www.ilanpappe.com.

3 Avnery, U., War or Peace in the Semitic Region, in het Hebreeuws versche­nen in 1947.

4 Avnery, U., 'Americàs Rottweiler', Counterpunch, 26/27 augustus 2006. 5 Halper, J., 'The Problem with Israel', The Israeli Committee Against House Demolitions (ICAHD), 16 november 2006.

6 Shlaim, A., The Iron Wall, Israel and the Arab World, Londen 2000, blz. 49.

7 Halper, J., 'The Problem with Israel', 'The Israeli Committee Against House Demolitions', 23 november 2006.

8 Cook,J., 'Still Jews only', AI-Ahram, 20 december 2006.

9 Nahmias, R., 'Israeli terror is worse', Yedioth Ahronoth, 29 juli 2005.

10 Ben-Ami, S., 'A War to Start all Wars: Will Israel Ever Seal the Victory of 1948?', Foreign Affairs, september/oktober 2008.

II Burg, A., The Holocaust Is Over; We Must Rise From its Ashes, New York 2008.

12 Bronner, E., 'Once a Political Riser, an Israeli Challenges His Country's Identity', The New York Times, 19 december 2008.

13 Rottenberg, H., 'Politiek plus messianisme leidt tot catastrofes', interview Avraham Burg, de Volkskrant, 16 januari 2009.

14 Mearsheimer, J.]', 'Invoking the Holocaust to defend the occupation', TPM Café, 9 december 2008.

15 Bronner, E., 'Once a Political Riser, an Israeli Challenges His Country's Identity', The New York Times, 19 december 2008.

16 In februari 2008 dreigde plv. defensieminister Matan Vilnai Gaza met een 'shoah' als Palestijnen raketten zouden blijven afvuren over de grens met Israël. Rabbani, M., 'Birth Pangs of a New Palestine', Middle East Report, 7 januari 2009.

17 Burg, A., 'The end of Zionism', The Guardian, 15 september 2003.

18 Remnick, D., 'The Apostate', The New Yorker, 30 juli 2007.

19 Burg, A., 'A Failed Israeli Society is Collapsing', The International Herald Tribune, 6 september 2003.

20 Yehoshua, A.B., 'Le rêve du partage', Le Nouvel Observateur, 29 november 2007.

21 Eldar, A., 'Prof. SternheIl: Supporters of occupation are not Zionist', Haaretz, 29 september 2008.

22 Judt, T., 'Israel: The Alternative', The New York Review of Books, 23 oktober 2003·

23 Machsover, M., 'Zionism - A Major Obstacle', 19 september 2005, het artikel is beschikbaar op de website van de Universiteit Gent: www.flwi.ugent.be/cie/Palestina/palestinaI93·htm.

24 Ibid.

25 Website The Right Livelihood Award, www.rightlivelihood.org/langer.html. 26 Finkelstein, N., Beyond Chutzpah: On the Misuse of Anti-Semitism and the Abuse of History, Berkeley 2005. Dit boek is in 2006 in het Nederlands verschenen: Finkelstein, N., De drogreden van het antisemitisme. Israël, de vs en het misbruik van de geschiedenis, Amsterdam 2006.

27 Dershowitz, A., The Case for Israel, New York 2004.

28 Siegman, H., 'The Great Middle East Peace Process Scam', London Review of Books, 16 augustus 2007. 29 Ibid.

30 Ibid.

31 Ibid.

32 Ibid.

33 Falk, R., 'Slouching toward a Palestinian Holocaust', Transnational Foundation for Peace and Future Research (TPF), 29 juni 2007.

 

 

 





©2007 www.wijwordenwakker.org