Wereldwijde armoede, voedselrellen en de economische recessie



De regering van Tunesië ruimt het veld onder druk van het volk.  Hoge voedselprijzen en werkeloosheid waren de voornaamste aanleidingen.  Kan de ‘Jasmijn Revolutie’  in Tunesië zorgen voor een domino-effect in andere delen van de wereld? Hier volgt een samenvatting van het hoofdstuk over de manipulatie van de voedselprijzen uit "The Global Economic Crisis: The Great Depression of the XXI Century", in het Nederlands vertaald: De wereldwijde economische recessie: de Grote Depressie van de 21ste eeuw. Een kijk achter de schermen over de achtergronden van de huidige crisis.

Het zijn de met suikerbedekte kogels van de ‘Vrijemarkteconomie’ die onze kinderen onderdrukken. Dit gebeurt op afstand, per computer, via de handel op de beurzen van New York en Chicago, waar de wereldwijde prijzen van rijst, maïs en tarwe worden bepaald. Alle mensen ter wereld kunnen tot armoede worden gedreven. Een klein aantal financiële instituten en handelscorporaties manipuleren de markt en de drijven de graanprijzen kunstmatig op.

De huidige hoge voedselprijzen zijn een gevolg van de invoering van de ‘vrijemarkteconomie’, dat wereldwijd is doorgevoerd sinds de financiële crisis van de 80er jaren van de vorige eeuw. Toen verdween de regeringssteun voor lokale landbouw, graan reservevoorraden en kredietvoorzieningen in Amerika. Tegelijkertijd werden de tarieven op invoer van landbouwproducten verlicht. Het gevolg was een massale monopolisering in de landbouwindustrie. In 1988 hadden de tien grootste zaadbedrijven in de wereld dertig procent van de mondiale markt. Tegenwoordig is 90% in handen van drie bedrijven.

In dezelfde periode maakte nieuwe regelingen in de financiële dienstverlening het mogelijk dat banken hun investeringen verlegden: kleine banken die traditioneel in hypotheken handelden, mochten in andere gebieden van de economie gaan investeren. Grote banken slokten in rap tempo de kleinere banken op. Tussen 1980 en 1998 vonden meer dan 8000 bankfusies plaats in de VS. Terwijl het bankieren steeds meer gecentraliseerd werd, konden kleine bedrijven steeds moeilijker geld lenen. 

De combinatie van een dalende opbrengst voor voedingsprijzen en de dure chemicaliën en zaden, zorgden ervoor dat boeren in die jaren of steeds groter moesten groeien of moesten stoppen. Handelaren in goederen investeerden ook steeds meer in financiële diensten zoals de markt in speculatieve termijncontracten op de beurs.  Banken als Goldman Sachs, werden ook importeurs van materiële goederen, terwijl traditionele agrobedrijven, zoals Cargill ook investeringsbanken oprichtten die handelen van onroerend goed tot verzekeringen en technologie.

Honger nu

Protesten tegen de hoge voedsel- en benzineprijzen zijn simultaan in verschillende delen van de wereld ontstaan. In Haïti, Bangladesh, Guatemala en India is de situatie zeer kritiek. In Haïti is de prijs van eten zo goed als verdubbeld in een jaar. In Bangladesh gingen arbeiders de straat op om te protesteren tegen de prijs van voeding en het lage loon. In april 2008 gebeurde hetzelfde in Mahalla al-Kobra, ten noorden van Cairo. Twee mensen werden neergeschoten en honderden mensen werden gearresteerd. In Egypte waren de voedselprijzen gemiddeld met 40% gestegen dat jaar. In de Ivoorkust verzamelden de mensen zich in april 2008 op straat en riepen “We hebben honger…. Het dagelijkse leven is te duur, willen jullie ons vermoorden?”

In Bolivia, Peru, Mexico, Indonesië, Filippijnen, Pakistan, Oezbekistan, Thailand, Jemen, Ethiopië en het grootste gedeelte van de sub Sahara in Afrika gebeurt hetzelfde. In Somalië lijdt een complete natie honger, in Ethiopië ook. De voedselprijzen rijzen de pan uit, door droogte valt het vee dood neer. In Somalië proberen mensen een soort papje te maken van gestampte takken, ze smeren het op hun lippen om het hongergevoel tegen te gaan. Mensen zijn wanhopig. De situatie is verschrikkelijk.

Onderwijl wordt de onderliggende manipulatie van voedselprijzen door machtige bedrijven niet verminderd. De speculatieve handel in voedselvoorraden en olie kan opnieuw beginnen.  

Voedsel, benzine en water

Voedsel, benzine en water zijn drie basisvoorwaarden voor de overleving van de menselijke soort. Ze zijn het fundament voor de ontwikkeling van een beschaafde samenleving. De prijzen van rijst, maïs en tarwe, benzine en water zijn op globaal niveau gigantisch gestegen. De economische en sociale effecten zijn verwoestend. De prijs van deze drie essentiële goederen of artikelen zijn onder de controle van een klein aantal ondernemingen en banken. Het lot van miljoenen van mensen wordt achter gesloten deuren geleid in de bedrijfsdirectiekamers. Winst is het doel.  

De regeringen en intergouvernementele organisaties zijn medeplichtig aan deze ontwikkelingen. Speculatieve handel wordt beschermd. De prijzen van voedsel, water en brandstof worden niet bepaald door de regeringen. Interventie om armoede te verlichten of de uitbarsting van een hongersnood af te wenden worden niet bepaald door regeringen.

Zowel de "voedselcrisis" als de "oliecrisis" zijn het resultaat van de speculatieve manipulatie van marktwaardes door machtige economische corporaties. Omdat deze machtige economische acteurs een schijnbaar neutraal en "onzichtbaar" marktmechanisme bedienen, lijkt het dat de geconstrueerde prijzen van voedsel, brandstof en water het resultaat zijn van een vraag en aanbod economie.

We moeten niet afzonderlijk kijken naar een voedselcrisis, een brandstofcrisis en watercrises. Het is een wereldwijd proces van economische en sociale herstructurering. De dramatische prijsstijging van deze drie essentiële artikelen is niet toevallig. De prijzen van voedsel, water voor productie en inname en brandstof, zijn een gelijktijdig en opzettelijk object van marktmanipulatie. De voedselcrisis van 2005-2008 ontstond hoofdzakelijk door de verhoogde prijzen van voedselvoorraden, de verhoogde prijs van benzine en de verhoogde prijs van water (door een wereldwijde privatisering van de waterbedrijven). 

De wereldwijde ineenstorting van de levensstandaard vindt plaats in een tijd van oorlogen. Er is een relatie met de militaire agenda. De oorlogen in het Midden-Oosten en Centraal Azië hebben een rechtstreekse verbinding met de controle over olie- en waterreserves. Water is op dit moment nog geen internationaal handelsartikel, maar de privatisering van waterbedrijven is reeds begonnen. Het gaat dezelfde kant op als de voeding- en olie-industrie.

De Staat en de internationale organisaties – de zogenaamde "internationale gemeenschap" – dienen het wereldwijde kapitalisme. De Verenigde Naties, de Bretton Woods instellingen en de Wereld Handels Organisatie (WTO) hebben de Nieuwe Wereld Orde goedgekeurd ten gunste van hun bedrijfssponsors. De regeringen van ontwikkelde en ontwikkelingslanden hebben de historische taak losgelaten om de economische variabelen in hun land te regelen en een minimumlevensonderhoud voor hun mensen te verzekeren.

De speculatieve prijsstijgingen

De media hebben de mensen misleidt over de oorzaken van de prijsstijgingen van 2005 tot 2008. Zogenaamde verhoogde productiekosten, klimaat en andere factoren zouden hebben geleid tot een verminderd aanbod en gestegen prijs.

De gestegen voedselprijzen zijn grotendeels het resultaat van marktmanipulatie. Graanprijzen worden door grootschalige speculatieve acties kunstmatig omhooggeduwd. Het is belangrijk hier te vermelden dat het Chicago Ministerie van handel (CBOT) fuseerde met  het Chicago Mercantile Exchange (CME).

De Chicago Mercantile Exchange is een Amerikaans derivatenbeursbedrijf. Het werd in 1898 als de "Chicago Butter and Egg Board" opgericht. In 1919 werd de Chicago Butter and Egg Board gereorganiseerd tot de Chicago Mercantile Exchange. In 1972 creëerde CME de eerste financiële futures, door futures voor zeven buitenlandse valuta's te introduceren. In 2007 fuseerde het bedrijf met de Chicago Board of Trade, waardoor de CME Group werd gevormd. In 2008 fuseerde de CME Group met de New York Mercantile Exchange. Nu is het het grootste wereldwijde handelshuis, inclusief een groot assortiment van speculatieve instrumenten (opties, opties op toekomst, index fondsen, enz.).

Speculatieve handel in tarwe, rijst of maïs kan zonder de aanwezigheid van echte artikeltransacties gebeuren. De instellingen die in de graanmarkt speculeren hoeven niet noodzakelijk betrokken te zijn in de eigenlijke verkoop of levering van graankorrels. De transacties kunnen indexfondsen gebruiken die wedden op toekomstige prijsstijgingen of -dalingen. Een "put optie" is een gok dat de prijs naar beneden zal gaan, een "call optie" is een wed dat de prijs zal gaan stijgen. Door gezamenlijke manipulatie zorgen banken en handelaars ervoor dat de prijs zal gaan stijgen, maar niet voordat ze zelf een call optie hebben geplaatst.

Voor meer informatie en achtergronden van de wereldwijde economische crisis:

The rest of the chapter excerpted above is contained in The Global Economic Crisis The Great Depression of the XXI Century

Met dank aan Michel Chossudovsky voor Global Research

Vertaald door ‘t Vertalerscollectief

Noten:
 

1. Bill Van Auken, “Amid Mounting Food Crisis, Governments fear Revolution of the Hungry”, Global Research, http://www.globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=8846, 30 April 2008.

2. Jeffrey Gettleman, “Famine Looms as Wars Rend Horn of Africa”, New York Times, http://www.nytimes.com/2008/05/17/world/africa /17somalia.html, 17 May 2008.

3. Oxfam’s Rob McNeil, quoted in Barry Mason, “Famine in East Africa: Catastrophe threatens as food prices rise”, World Socialist Website, http://www.wsws.org/articles/2008/aug2008/east-a06.sh tml, 6 August 2008.

 

 

 

 





©2007 www.wijwordenwakker.org