Heb het Hart eens…
om mijn organen te verwijderen!



Dit artikel over de inzichten van Marieke de Vrij over orgaandonatie,
 is overgenomen uit ‘De Dura’, tijdschrift voor Cranio Sacraal en Meditatie.
Voorwoord van Guido Jonkers (voormalig bestuurslid ‘De Vrije Mare’)

Waarom is er zoveel verborgen of onbewust verzet tegen orgaandonatie? Zou het nu écht zo zijn dat wij, bij wijze van spreken, te lui zijn om een orgaandonatiekaartje in te vullen? Of dat we misschien bang zijn, dat we na de dood tóch nog de pijn zullen voelen van het verwijderen van onze organen? Of is het misschien gewoon een éng idee. Maar waarom is er eigenlijk nooit onderzoek gedaan naar deze oorzaken en de achtergronden van dit stille 'verzet' of protest tegen orgaandonatie..? Waarom heeft dit fenomeen alleen maar luide, overigens zeer goed bedoelende, voorstanders. Zo lijkt het althans.

Zou het niet zo kunnen zijn de stilte in dit opzicht veelsprekender is dan de 'logische' voordelen van donatie. Kan het zijn dat er onderbelichte achtergronden achter dit fenomeen schuil gaan bij IEDER mens? Achtergronden we mogelijk zouden kunnen duiden als 'onbewuste gevoelens van afkeuring'? Gevoelens die wellicht ieder mens met zich meedraagt die op voorhand geen klakkeloze voorstander is van orgaandonatie?

Marieke de Vrij is een vrouw die haar talenten op het gebied van het lezen van collectieve velden meer dan eens heeft mogen aanwenden voor maatschappelijke belangen- en vakorganisaties op velerlei gebied. De door haar vrijgegeven inzichten geven menig vakman reden zichzelf eens achter de oren te krabben, om haar uiteindelijk te complimenteren met zoveel 'vakmanschap' en 'inzicht'. Het is daarom ook de hoogste tijd om haar, voor sommigen zeer herkenbare, inzichten op het gebied van orgaandonatie hier me u te delen.

De essentie van de inzichten van Marieke de Vrij:
In de mens is een sterke hang gaande tot vernieuwing. Deze vernieuwing wordt menigmaal te eenzijdig beleefd, namelijk vernieuwing van het uiterlijk schoon, de verfraaiing van de eigen identiteit, of de verlenging van het leven door orgaandonatie. Dit wordt niet altijd zorgvuldig wezenlijk doorgetrokken naar het eigen zijn. De diepere persoonsbewuste zelf-aanname en zelfacceptatie blijven achterwege. Dat houdt in dat -doordat er collectief al of niet bewust veel angst is voor verval -we voortdurend nieuwe technieken ontwikkelen om verval te voorkomen. We denken namelijk dat verval onomkeerbaar is en op een dieper niveau de eigen identiteit zal aantasten.

We durven onvoldoende ons eigen wezen te accepteren binnen menselijke beperking. Vanuit een meer spiritueel standpunt is dit ongegrond. De mens is in wezen niet zijn lichaam maar dát wat hem doet „begeesteren. Hiermee wordt bedoeld zijn innerlijke vonk, zijn geest, die via een zielsafsplitsing geïncarneerd is om een bepaalde spirituele persoonseigen opdracht te vervolmaken hier op aarde. Deze innerlijke vonk overstijgt het aardse leven en evolueert geestelijk bestaanszeker. Er is hier geen sprake van verval, de eigen identiteit blijft gehandhaafd en vervolmaakt zich. Ieder orgaan beeldt een complexe specifieke individuele psychologische gesteldheid uit, daarin ligt de neerslag van de complexiteit van jóuw individuele innerlijke levensopdracht, daarin ligt eveneens opgeslagen jóuw opgedane levenservaring. Met andere woorden jouw diepere wezen, jouw zijn, wordt aards onder meer vertolkt en vertaald door verscheidene organen. Elk orgaan bevat andere specifieke herinneringsopslag en kwaliteiten. Bepaalde organen, mede soms afhankelijk van grootte en complexiteit ook in relatie tot andere organen, zijn veel ‘welsprekender’ in energie-uitdrukking dan andere organen. Bijvoorbeeld het hart, dat direct bemiddelend is naar alle organen toe. Alle organen zijn immers primair afhankelijk van het hart.

Organen en datgene waar het orgaan psychologisch voor staat, kunnen door verscheidene levens heen te weinig aandacht gehad hebben. Dat wil zeggen dat er te weinig bewust geaccepteerd contact is geweest tussen de persoon, het orgaan en datgene waar het orgaan psychologisch voor stond. Hierdoor kan het orgaan al in een vroeg stadium zich in meer of mindere mate niet gezond gedragen, met als oproepende kracht om bewustwording te genereren vanuit een diepere zelfacceptatie.

Als wij in plaats van dit aan te gaan, een donororgaan in ons lichaam laten plaatsen, is de vraag wat dit ‘nieuwe’ orgaan ons wezenlijk te bieden heeft. Door de orgaantransplantatie neemt een ontvanger eigenlijk afscheid van dat wat hij onvoldoende heeft leren beminnen door acceptatie van een innerlijk leerproces. Aan de andere kant wordt een enorm verlangen gewekt naar een gezond orgaan. Dit is eigenlijk ook heel symbolisch: dat wat jou belast wil je overstijgen, zowel op psychologisch als op lichamelijk niveau. Dan zie je de orgaantransplantatie als de kans tot vernieuwing. Niet de doorleving van de oude levensprocessen maar het nieuw gewenste staat op de voorgrond.

Je kunt je voorstellen dat de vitale organen door de hoeveelheid indrukken die er in zijn opgeslagen zeer essentiële organen zijn. Bij de uitname van je eigen organen om plaats te maken voor de donororganen, ontstaat een gemis van je eigen specifieke herinneringsopslag om plaats te maken voor de herinneringsopslag van de donor die aan het donororgaan gekoppeld is. Vervolgens krijg je heel veel subtiele overdracht van zielsenergie van die ander in jouw lichaam. De eigen levensintenties en gedragsimpulsen kun je verliezen, en die van de donor overnemen.

Als de donor is overleden, is hij etherisch nog wel op jou aangesloten. Het etherisch lichaam van de ander kan immers niet honderd procent functioneren, want de zielskwaliteit die in zijn stoffelijk lichaam geaard was, heeft niet volledig mogen overgaan naar het onstoffelijk lichaam. Immers zijn hart klopt nog terwijl het orgaan of meerdere organen verwijderd worden. Zolang het hart klopt, kan de ziel zich nimmer volledig terugtrekken in de geestelijke wereld en al zijn zielsenergie daarvoor verzamelen. Een deel van zijn zielskwalititeit is nog ín het donororgaan aanwezig en leeft voort in het lichaam van de ontvanger en wordt in de loop van de tijd steeds sterker vermengd met de energie van de donor. Er ontstaat zielsverstrengeling.

Werkelijke bewustwording zou praktisch en emotioneel ingezet kunnen worden als de ontvanger zeer bewust afscheid genomen heeft van het oude orgaan en de ontvanger zich wezenlijk bewust wil zijn wat de mogelijkheden en onmogelijkheden geweest zijn die dit orgaan hem geschonken heeft op het niveau van innerlijke bewustwording en persoonlijke leeropdracht, voor zover dit tot zijn mogelijkheden behoort. Vervolgens zal men het 'nieuwe' orgaan moeten zien als een hulpmiddel dat verkregen is door mededogen van een ander mens en men zal oog moeten hebben voor het proces waarin de donorziel nu verkeert. Hiermee wordt de belasting die wederzijds is opgetreden niet ongedaan gemaakt, maar bewuster tegemoet getreden. De zielsverstrengeling die, al of niet in grote mate, heeft plaatsgevonden wordt onder ogen gezien. Als een orgaan niet meer te opereren valt, dan is dat het tijdslot, dan is dat ook de begrenzing van het aards bestaan omdat je dan in een andere vorm dient door te leven. Als je die grens kunstmatig oprekt -want dit is echt tegennatuurlijk grensverleggend – wordt de ziel onnodig lang vastgehouden in de aardse dimensie.
Na het overlijden dient enige tijd in acht genomen te worden voordat de persoon zijn gehele zielseenheid uit zijn organen en stoffelijk lichaam heeft teruggetrokken. Per persoon is de tijd die hiervoor nodig is verschillend, van enkele seconden tot enkele dagen. Dit vraagt aandacht en bewustwording naar hoe wij met de overledene om wensen te gaan. Ook in relatie tot donatie na definitieve hartstilstand, is dit belangrijk.

In het algemeen gesproken is de lichamelijke en psychologische gesteldheid van een mens aangepast aan het draagvermogen dat nodig is om een innerlijke opdracht of meerdere opdrachten te vertegenwoordigen voor zover als in dit leven raadzaam geacht werd. Als je doet aan levensverkorting of aan levensverlenging grijp je in op basis van je eigen vrije wil in een kosmisch patroon. Dat is dan wel je eigen keuze, maar het punt is -het woord ongerijmdheid voel ik daar dan ook bij -dat je ingrijpt in het raadselachtige, in het wonder van het leven zelf.

Het is iets heel anders als je vanuit bewustzijn probeert het orgaan te ondersteunen, op een persoonseigen wijze, met aandacht en zorgvuldige handelingen, zodat het orgaan niet onnodig snel in verval behoeft te geraken. Je werkt dan op basis van jouw vrije keuze zonder dat je daar anderen op zielsbestemmingsniveau mee hindert.

Het is van het grootste belang te begrijpen waar het nu eigenlijk ten diepste om gaat. Het zou een zegen zijn als men zich durft te gaan realiseren dat het eeuwige leven vertolkt wordt dóór de mensenlevens heen. En dat men vandaar uit niet slechts opkijkt naar de fysiek waarneembare materiële vorm waarin alles zich aards manifesteert, maar men ook inziet dat het leven op een onstoffelijke, niet waarneembare, wijze zich voortzet. Hiervan hebben vele mensen, die sterk fijnzintuiglijk ontwikkeld zijn, door alle tijden heen getuigenis afgelegd.

Wetenschappelijk gezien is het belangrijk om gevoeligheid te ontwikkelen voor de beperkingen van het huidige wetenschappelijk waarnemen. Wanneer onderwerpen als orgaandonatie teveel benaderd worden vanuit het mentaal denken, wordt er een grote kans gemist om vanuit meer „wezen.lijke benadering overstijgend te schouwen. Bepaalde takken van de huidige wetenschap leggen dit gebied overigens ook steeds meer bloot. Het ‘goed’ doen aan elkaar middels orgaandonatie, wat maatschappelijk om diverse redenen aangeprezen wordt en hoe begrijpelijk ook in relatie tot hen die psychologisch en lichamelijk in innerlijke nood verkeren, is bezien vanuit het zielsaspect niet wezenlijk gewenst. De organen worden afgestoten, niet natuurlijk geaccepteerd in het lichaam van de ontvanger. Immers, alleen met behulp van zware medicatie kan het orgaan (tijdelijk) doorleven in het lichaam van de ontvanger.

Orgaandonatie cultiveert onze angst voor verval en staat de acceptatie in de weg, die veel vraagt van onszelf of van de geliefde ander, om uiteindelijk met zware lichamelijke klachten verder te leven en uiteindelijk te sterven. Ik ben zelf iemand die houdt van sterk genuanceerd, gedetailleerd spreken en ik vind voor het eerst in alle informatie die ik vrijgegeven heb (45.000 bladzijden) een grens die niet te overschrijden valt. Gedurende (de laatste) 4 jaren heb ik bij herhaling dit onderwerp opnieuw voorgelegd aan de onstoffelijke begeleiders en de uitkomst blijft hetzelfde. Ik word al langdurig geconsulteerd op diverse onderwerpen en het vrij geven van dieperliggende inzichten heeft mij vaak vreugde geschonken. Ondanks dat ik vaak werk op moeilijke en ‘zware’ onderwerpen, werk ik aan vernieuwing.
Mijn hart voelt zwaar omdat ik mensen vanuit hún visie zou gunnen wat zij graag wensen, bijvoorbeeld verlenging van hun leven hier op aarde met hun dierbaren. Ik zou mensen mijn inzichten willen besparen, als ik twijfel zou hebben omtrent wat ik vrijgeef. Ik vertel deze keer dus geen ‘goed’ nieuws. Echter wanneer ik niet spreek zullen meer orgaandonaties plaats gaan vinden met alle gevolgen van dien. Mijn verzoek aan u is deze kennis serieus te overwegen en daarmee naar eigen inzicht en verantwoordelijkheid om te gaan. Naar mijn mening is het belangrijk dat in de maatschappelijke overwegingen zaken van zielsaard een rol gaan spelen op een meer bewuste wijze dan voorheen.

Marieke heeft ook over orgaandonatie en transplantatie een boekje geschreven. Het boekje is te bestellen via www.devrijemare.org
Zie ook het interessante stuk van Juriaan Kamp, hoofdredacteur van ODE, over orgaandonatie, op: http://www.ode.nl/article.php?aID=4901

Nabeschouwing door Jules van der Veldt
Er zijn al langere tijd in Nederland vele acties gaande om u en mij over te halen orgaandonor te worden. De publieke opinie doet daar stevig aan mee. We worden op allerlei manieren gewezen op de dringende noodzaak het aantal orgaandonoren snel op te voeren. Iedereen lijkt de noodzaak te onderschrijven. Het Universitair Medisch Centrum Groningen is een onderzoek gestart naar gevoeligheden rond orgaandonatie van kinderen. Mogen we überhaupt wel druk uitoefenen op kinderen om donor te worden? Ziekenhuizen en scholen overwegen daar serieus aandacht voor te vragen. Is dit ethisch wel verantwoord? Kunnen kinderen wel zelf een besluit nemen om hun organen beschikbaar te stellen? Wie vertelt hen de keerzijde? Zijn zij in staat bewust te zijn van de energetische consequenties? Zijn wij dat zelf wel?

‘Het menselijk lichaam is de ultieme machine’, onder deze krantenkop stond op 26 juli 2007 in het Dagblad van het Noorden, dat er kortgeleden een campagne begonnen is waar wij als mens vergeleken worden met het op de weg houden van een oldtimer, waarbij donoronderdelen onontbeerlijk zijn. Dit is nu precies het denkbeeld dat m.i. doorbroken dient te worden! Dat de mens zichzelf ziet en gezien wordt als méér dan een machine alléén. Is zij los van haar aardse, fysieke bestaan niet een geestelijk wezen waarvan de aardse organen niet uitwisselbaar zijn, vanuit hun energetische, geestelijke betekenis?

Onder een andere krantenkop in dezelfde krant, ‘Het kan een zinloze dood toch nog zin geven’ werd recentelijk door ouders van een overleden baby van twintig weken naar buiten gebracht dat het een fantastisch gevoel geeft dat hun kind het leven heeft gered van vier andere kinderen. “Zo kon de zinloze dood toch nog enige zin hebben”, volgens de moeder. Natuurlijk is het vreselijk om een kind op zo’n jonge leeftijd te moeten verliezen. Maar wat staat er werkelijk tegenover voor de ouders en het overleden kind als we beseffen dat het leven niet echt ophoudt? Durven we ons geloof werkelijk in deze richting te aanschouwen? Welke kracht kunnen we halen uit een dergelijk verlies en uit de weg van aanvaarding? Welke prijs staat tegenover het lot van de ordening? Ik zelf heb ook een jong kind aan de dood verloren en weet dus wat het is, wat je als ouder, als vader doormaakt. Tegenwicht bieden aan de indringende en m.i. eenzijdige campagnes is een innerlijke keuze die eenieder vrij staat. Laat het een eerlijke keuze zijn op basis van zuivere informatie van beide kanten.

Automatische registratie
Landen waar de automatische registratie al ingevoerd zijn: Spanje, Oostenrijk, België, Zweden, Denemarken, Finland, Frankrijk, Italië, Noorwegen en Singapore. In Nederland wordt er over gediscussieerd, maar kreeg het systeem tot nu toe niet de meerderheid van de Kamerstemmen.

Pim van Lommel schrijft hierover in zijn boek ‘Het leven gaat door’:

Is hersendood gelijk aan dood?
Er wordt in de richtlijnen voor orgaantransplantatie gesteld dat de diagnose hersendood gelijkstaat aan dood. Het overheersende beeld over dood houdt in dat leven en dood elkaar nooit kunnen overlappen; een persoon is óf dood, óf levend, maar nooit beide tegelijkertijd. Het is echter wetenschappelijk niet mogelijk te bepalen op welk moment het leven volledig uit het lichaam is verdwenen. Het stervensproces duurt uren tot dagen, verloopt voor elk persoon verschillend, en vindt plaats op het niveau van organen tot cellulaire en subcellulaire niveaus, waarbij elke systeem een eigen proces en tempo van afbraak heeft. Verder is bij de diagnose hersendood bijna honderd procent van het lichaam nog in leven. De criteria van hersendood en de methoden om die te diagnosticeren verschillen van land tot land, en hoe meer er wetenschappelijk bekend raakt over de problematiek van een juiste diagnose, hoe meer onzekerheid er bij deskundigen over de diagnose bestaat. Het is bij de meeste mensen ook niet bekend dat anesthesie (narcose) bij het uitnemen van organen bij 'overleden' patiënten meestal noodzakelijk is vanwege het zogenaamde 'Lazarus-syndroom'; dit zijn heftige afweergebaren van de officieel reeds gestorven orgaandonor. Een 'stoffelijk overschot' zou toch geen anesthesie nodig moeten hebben? Hersendood verklaarde patiënten tonen ook significante veranderingen in bloeddruk, vaatweerstand en hartslag tijdens hun operatie wegens het verwijderen van hun organen voor donatie, hetgeen alleen mogelijk is ais er nog gedeelten van de hersenen en de ruggenmergreflexen intact zijn.

Ook moet men nadenken over de betekenis van het feit dat het baren van een levend kind door 'dode' patiënten blijkbaar mogelijk is. Het is bij tientallen zwangere vrouwen beschreven dat zij in diep coma met de diagnose hersendood gedurende weken tot soms zelfs maanden aan de beademing, aan medicatie en aan intraveneuze voeding werden gehouden tot er een levend kind werd geboren, waarna de apparatuur werd uitgezet. Een 'lijk' kan toch geen levend kind baren...? Het wordt ook wel erg ingewikkeld wanneer men stelt dat 'een klinisch hersendode zwangere vrouw wel persoonlijk maar niet biologisch dood is.'! Er bestaan zelfs medische richtlijnen en een boek voor het in stand houden van de zwangerschap van hersendode vrouwen, getiteld: Management of post-mortal Pregnancy (Handleiding voor zwangerschap na de dood).

Gebrekkige en eenzijdige voorlichting
Aanmelding als donor is thans vanaf de leeftijd van twaalf jaar wettelijk mogelijk, en het is de bedoeling dat jongeren vanaf veertien jaar die op het gemeentehuis hun identiteitsbewijs halen in de toekomst ook een donorformulier meekrijgen. De voorlichting door de overheid is eenzijdig gericht op het werven van meer donoren en niet op objectieve voorlichting over de achtergronden van 'postmortale' orgaandonatie. Postmortaal betekent: nadat iemand dood is verklaard. De discussie is bijna uitsluitend gericht op het tekort aan organen, maar het tekort aan organen zal in de toekomst blijven bestaan, hoeveel donoren er ook zijn, en hoeveel organen men ook transplanteert. De nadruk ligt dus te veel op de positieve kanten van donorschap (nobel, heroïsch, levensreddend), en niet op de negatieve kanten.Enkele voorbeelden van de gebrekkige voorlichting zijn:
1. De meeste mensen kennen ondanks alle voorlichtingscampagnes niet het belangrijke verschil tussen orgaandonatie en weefseldonatie. Men weet niet dat weefseldonatie nog mogelijk is als het stoffelijk overschot al 24 uur in het mortuarium heeft gelegen. Weefseldonatie betreft het hoornvlies van het oog, de huid, bot- en spierweefsel en hartkleppen. Postmortale orgaandonatie betreft het uitnemen van organen bij zogenaamde 'hersendode' patiënten die met een nog warm lichaam in diep coma aan de beademing liggen. Voor orgaandonatie worden de nieren, de lever, het hart, de longen, de alvleesklier (pancreas) en stukken van de darm gebruikt. Eventuele contra-indicaties voor orgaandonatie worden nauwelijks genoemd, zoals kwaadaardige aandoeningen, aderverkalking, chronische infecties, hiv en recente piercing.
2. Ondanks het ontvangen van een nieuw orgaan ontstaat er bepaald geen normale levensverwachting. Een patiënt die een orgaan heeft ontvangen wordt de rest van zijn leven onderworpen aan een intensief medisch controlesysteem wegens het gevaar van afstotingsreacties, bijwerkingen van afweeronderdrukkende medicijnen, en loopt een grotere kans op kwaadaardige ziekten, hoge bloeddruk, suikerziekte of ernstige infecties.
3. Nergens wordt gemeld wat de mogelijke lichamelijke en psychische gevolgen van een orgaantransplantatie kunnen zijn. De psychologische druk op de ontvanger is groot vanwege de 'tirannie van het geschenk': negatieve gevoelens zullen niet worden uitgesproken uit angst 'ondankbaar' genoemd te worden.
4. In de voorlichting ontbreekt iedere vermelding van de noodzakelijke maatregelen die organen geschikt moeten houden voor donatie nog voordat de diagnose hersendood definitief is gesteld en voordat toestemming voor orgaandonatie is verkregen.

Wat kunt u doen wanneer u de visie van Marieke onderschrijft?
Het formulier rond orgaandonatie invullen met een vermelding dat u zich niet beschikbaar stelt voor orgaandonatie, zodat anderen (familie, partners) niet onverwachts over uw lichaam kunnen beslissen.

Maak in persoonlijke kring uw standpunt duidelijk.

Geef ook tegenwicht aan alle pro-campagnes voor orgaandonatie, door zélf te publiceren in plaatselijke, regionale en landelijke dagbladen en tijdschriften.

Verspreidt het PDF-bestand van dit artikel (u vind dit document op deze website: www.devrijemare.org).

Open gesprekskringen om gezamenlijk dieper af te stemmen op dit thema en hier vanuit, zelfgewenst actie te ondernemen.




Met dank aan ‘De Dura’