Wereldzaadbank Spitsbergen - kluis voor wanneer de Apocalyps aanbreekt

Global Research, 1 mei 2013,
Eén ding kan men Microsoft-oprichter Bill Gates (1955) niet noemen: lui. Hij programmeerde al op 14-jarige leeftijd computers en richtte Microsoft op toen hij nog maar 20 jaar en student aan Harvard was. In 1995 werd Gates door Forbes 's werelds rijkste man genoemd, als grootaandeelhouder van Microsoft, het bedrijf dat door zijn doorzettingsvermogen en ambitie in feite het monopolie van softwaresystemen voor personal computers in handen had.

In 2006 trok Bill Gates zich niet terug op een paradijslijk eiland in de Stille Zuidzee, maar besloot om zijn tijd en energie te wijden aan de Bill en Melinda Gates Foundation, 's werelds grootste transparante (zoals overal wordt vermeld) privéstichting, met een schenking van maar liefst 34,6 miljard dollars en de juridische verplichting om ieder jaar 1,5 miljard dollars aan goede doelen over de hele wereld te schenken om zijn belastingvrije charitatieve status te kunnen behouden. 

Een geschenk van vriend, zakenpartner en mega-investeerder Warren Buffett, ter waarde van ongeveer $ 30 miljard in aandelen van Buffets Berkshire Hathaway, zorgt ervoor dat de Gates Foundation per jaar ongeveer evenveel spendeert als de begroting van de Wereld Gezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties. Als Bill Gates besluit 30 miljoen dollars te investeren in een project, lijkt het me de moeite waard dit project eens nader te bekijken. 

 Gates en Buffet

Wat is interessanter op dit moment dan het merkwaardige project op een van 's werelds meest afgelegen plekken, een kaal stuk rots in het Noorse Spitsbergen (Noors: Svalbard)?  Bill Gates investeert miljoenen in een zaadbank in de buurt van de Noordelijke IJszee, zo'n 1100 kilometer van de Noordpool, in de buurt van het dorpje Longyearbyen. 

Op dit godverlaten eiland investeert Bill Gates tientallen miljoenen, samen met onder andere de Rockefeller Foundation, Monsanto, Syngenta Foundation en de regering van Noorwegen, in wat de 'doemsdag zaadbank' wordt genoemd. Officieel heeft het project op het Noorse eiland Spitsbergen de naam ‘Svalbard Global Seed Vault’ gekregen.

Op 26 februari 2008 vond de officiële opening plaats. De zaadbank bevindt zich 120 meter diep in een berg, op een hoogte van circa 130 meter boven zeeniveau, zodat de zaden ook veilig zijn indien de zeespiegel stijgt door het smelten van de ijskappen.

De deuren kunnen ontploffingen weerstaan, er zijn bewegingssensoren, sluizen en de wanden werden gemaakt van gewapend beton van een meter dik. In de kluis liggen 3.000.000 verschillende soorten zaden van uit de hele wereld, “zodat de diversiteit van de natuurlijke gewassen bewaard zal blijven voor de toekomst”, aldus de Noorse regering. 

Hebben we iets gemist? In het persbericht staat, “zodat de diversiteit van de natuurlijke gewassen bewaard zal blijven voor de toekomst”. Wat voor een toekomst verwachten de sponsoren van de zaadbank eigenlijk? Waarom moeten er überhaupt kluizen voor zaden worden gebouwd? 

Wanneer Bill Gates, de Rockefeller Foundation, Monsanto en Syngenta samenwerken in een gemeenschappelijk project, kan het de moeite waard zijn je erin te verdiepen. 

Het eerste opvallende punt is, wie de ‘dag des oordeels kluis’ allemaal sponsoren. Naast de Noren zijn dat de Bill & Melinda Gates Foundation, de Amerikaanse landbouwgigant DuPont/Pioneer Hi-Bred: een van 's werelds grootste eigenaren van gepatenteerde genetisch gemodificeerde (GM) plantenzaden en landbouwchemicaliën, Syngenta: het in Zwitserland gevestigde GM-zaden en landbouwchemicaliënbedrijf, dat deze via de Syngenta Foundation aan de man brengt, de Rockefeller Foundation: een privégroep, die sinds de jaren 1970 de "revolutie in DNA heeft mogelijk gemaakt door meer dan 100 miljoen dollar aan startkapitaal te leveren en CGIAR: het mondiale netwerk dat door de Rockefeller Foundation is opgericht tot bevordering van het ideaal van genetische zuiverheid, dat door veranderingen in de landbouw moet plaatsvinden.

CGIAR en ‘Het Project’

De Rockefeller Foundation, de Landbouw Ontwikkeling Raad van John D. Rockefeller III en de Ford Foundation bundelden in 1960 hun krachten om in Los Baños (de Filippijnen) het International Rice Research Institute (Internationaal Rijstresearch instituut, IRRI) op te richten. 

Door in 1971 het IRRI te combineren met de in Mexico gevestigde Internationale Maïs en Tarwe Verbeteringscentra (twee andere door Rockefeller en Ford Foundation-geschapen internationale onderzoekscentra) en de de IITA voor tropische landbouw in Nigeria, werd het wereldwijde Consultative Group on International Agriculture Research (Groep consultants internationaal landbouwonderzoek, CGIAR) gecreëerd.



CGIAR werd opgericht na een reeks conferenties, die werden gehouden in Bellagio, Italië in het conferentiecentrum van de Rockefeller Foundation. Belangrijkste deelnemers: van de Rockefeller Foundation George Harrar, van de Ford Foundation Forrest Hill, van de Wereldbank Robert McNamara en de internationale milieuorganisator, die als Rockefeller Foundation Trustee, in 1972 Stockholm’s Earth Summit organiseerde, Maurice Strong. 

CGIAR was onderdeel van het proces de wetenschap aan te wenden voor eugenetica of rasverbetering, een afschuwelijke versie van raciale zuiverheid, ook wel ‘Het Project’ genoemd. Om maximale impact te garanderen werden de Wereldbank, de Voedsel-en Landbouworganisatie en het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties erbij gehaald.  

Door een zorgvuldig gepland hefboomeffect van de eerste fondsen (ingebracht in de jaren 1970) had de Rockefeller Foundation de positie gekregen om wereldwijd het landbouwbeleid vorm te gaan geven. 

Gulle studiebeurzen van de Rockefeller en Ford Foundation zorgden ervoor dat landbouwkundigen uit de Derde Wereld naar de VS werden gestuurd om de moderne agribusiness onder de knie te leren krijgen. Op deze manier werd de DNA revolutie via het ontstane netwerk in de landbouw in ontwikkelingslanden gepromoot. Alles in de naam van de wetenschap en efficiëntie en de vrije markt.

Genetische manipulatie om een superieur ras te kweken?

Nu begint de zaadbank in Svalbard steeds interessanter te worden. Maar het wordt nog erger. 'Het Project' waarover ik het zojuist had, het project van de Rockefeller Foundation.  Sinds de jaren 1920 hebben machtige partijen zich beziggehouden met eugenetica (later omgedoopt tot genetica) en gebruikt om de creatie van een genetisch gemanipuleerd meesterras te rechtvaardigen. 

Hitler en de nazi’s hadden verhalen over de Ariërs als ondersteuning voor hun rassenleer. De blonde, blauwogige Germaan werd daarbij voorgesteld als de Ariër in zijn zuiverste vorm. Hitler’s eugenetica werd voor een belangrijk deel gefinancierd door dezelfde Rockefeller Foundation die vandaag de dag de zaadbank In Noorwegen heeft helpen bouwen. 

De Rockefeller Foundation creëerde ook de pseudowetenschappelijke discipline moleculaire biologie, in hun streven het menselijk leven te beperken tot ‘een nog te definiëren volgorde van genen', die (hoopten zij) zouden kunnen worden gewijzigd om menselijke trekken naar believen te veranderen. 

De eugenetische wetenschappers van Hitler, van wie velen stilletjes naar de Verenigde Staten werden gebracht na WO II, zetten hun biologische eugenetica onderzoek gewoon voort en legden de basis voor genetische manipulatie van verschillende levensvormen. 

Datzelfde Rockefeller Foundation creëerde, na een reis in 1946 naar Mexico, ook de zogenaamde Groene Revolutie, met Nelson Rockefeller en voormalige New Deal minister van Landbouw en oprichter van de Pioneer Hi-Bred Seed Company, Henry Wallace.

De Groene Revolutie moest de honger oplossen in Mexico, India en andere geselecteerde landen waar de stichting van Rockefeller werkte. De agronoom van de Rockefeller Foundation, Norman Borlaug, “vader van de Groene Revolutie” won er zelfs een Nobelprijs voor de Vrede voor. In werkelijkheid is de Groene Revolutie onderdeel van een briljante Rockefeller intrige gebleken, een geglobaliseerde landbouwindustrie, die de familie Rockefeller monopoliseerde net zoals ze dat daarvoor in de olie-industrie hadden gedaan.

Het is zoals Henry Kissinger het in de jaren 1970 zei, 'Als je de olie controleert, controleer je een land; als je het voedsel controleert, controleer je de bevolking'.

Agribusiness en de Groene Revolutie van Rockefeller gingen hand in hand. Ze maakten deel uit van een grotere strategie om genetische manipulatie van planten en dieren te ontwikkelen.

John H. Davis was in de vroege jaren 1950 assistent minister van landbouw naast president Dwight Eisenhower. In 1955 verliet hij Washington en ging naar de Harvard Graduate School of Business, een ongebruikelijke plaats voor een landbouwexpert in die dagen. Hij had een duidelijk plan. 

In 1956 schreef Davis een artikel in de Harvard Business Review, waarin hij verklaarde dat "de enige manier om het zogenaamde landbouwprobleem voor eens en altijd op te lossen en omslachtige overheidsprogramma’s te vermijden, was om de landbouwcultuur  om te vormen naar agribusiness of landbouwindustrie". 

Hij wist precies waarover hij het had, hoewel maar weinig anderen konden vermoeden dat hij het had over een revolutie in de landbouwcultuur die op handen was, die de controle van de voedselketen zou concentreren in handen van multinationals, weg van de traditionele kleinere familiebedrijven.

Een cruciaal aspect voor de belangstelling van de Rockefeller Foundation en de Amerikaanse agribusiness was het feit dat de Groene Revolutie was gebaseerd op een groeimarkt van nieuwe hybride zaden in opkomende afzetgebieden. Een essentieel aspect van hybride zaden is het gebrek aan hun reproductieve capaciteit. 

Van oudsher legden boeren wat zaad van hun gewassen opzij, om voor het volgende seizoen zaaigoed te hebben, die ze ook zelf veredelden (= nieuwe variëteiten kweekten, aangepast aan de streek of de behoefte). Die praktijk was de zaadproducenten een doorn in het oog. 

Hybride zaden waren nog geen gentechgewassen, maar kruisingen tussen twee ingeteelde variëteiten; ze hadden een hogere opbrengst dan de traditionele gewassen, maar het zaad ervan gaf het volgende seizoen een zeer wisselende kwaliteit en/of lagere opbrengst.



In tegenstelling tot normale soorten gewassen, waarvan het zaaigoed opbrengsten geeft die vergelijkbaar zijn met de ouders, is de opbrengst van het zaad van hybride planten significant lager dan die van de eerste generatie. Boeren moesten dus elk jaar opnieuw hybride zaad kopen om hoge opbrengsten te krijgen.

In het verleden handelden vooral tussenpersonen zaaigoed, zonder toestemming van kwekers. Als de grote multinationals in staat zouden zijn om de controle te krijgen over de ouderzaadlijnen, dan zou geen enkele tussenpersoon, concurrent of boer de hybride zaden mogen verhandelen, zonder ervoor te betalen. Alle patenten voor hybride zaden zijn nu wereldwijd in handen van slechts een paar grote zaadbedrijven: geleid door DuPont Pioneer Hi-Bred en Monsanto.

De invoering van de moderne Amerikaanse landbouwtechnologie, chemische meststoffen en commerciële hybride zaden hebben in feite alle lokale boeren in ontwikkelingslanden afhankelijk gemaakt van buitenlandse (vooral Amerikaanse) agribusiness en petrochemische bedrijven. Het was een eerste stap in wat een decennialang en zorgvuldig gepland proces moet zijn geweest.

Onder de noemer Groene Revolutie kreeg de Amerikaanse agribusiness toegang tot markten die voorheen slechts beperkt toegankelijk waren voor Amerikaanse exporteurs. 

Door de Groene Revolutie konden de Rockefeller Foundation en later ook de Ford Foundation hand in hand de doelstellingen van Amerikaanse agentschap voor Internationale Ontwikkeling (USAID) en het buitenlandse beleid van de CIA vormgeven.

Een belangrijk effect van de Groene Revolutie was de gedwongen vlucht van boeren naar de sloppenwijken rondom de steden, in een wanhopige zoektocht naar werk. Dat was geen toeval, het was onderdeel van het plan om goedkope arbeidskrachten te creëren voor de Amerikaanse multinationals, gedurende de 'globalisering' van de laatste jaren. Steeds meer (ontwikkelings- of lage lonen) landen gingen dingen produceren, die ze later weer verhandelden en in een ander land op de markt brachten.

Toen de PR machine rondom de Groene Revolutie ging liggen bleken de resultaten heel anders dan van tevoren beloofd. Het gebruik van de nieuwe chemische bestrijdingsmiddelen zorgde voor problemen, vaak met ernstige gevolgen voor de gezondheid. De monocultuur met nieuwe hybride zaadsoorten verminderde de vruchtbaarheid van de bodem en ook de opbrengsten werden lager. De eerste resultaten waren indrukwekkend: dubbele of zelfs driedubbele opbrengsten voor sommige gewassen, zoals tarwe en later maïs in Mexico. Maar dat hield niet lang stand.

De Groene Revolutie ging vaak gepaard met grote irrigatieprojecten. Daarvoor moesten de ontwikkelingslanden leningen sluiten bij de Wereldbank (om grote dammen te kunnen bouwen). Eerder bewoonde gebieden en vruchtbare landbouwgrond raakten vervolgens overstroomd.

Om super-tarwe te produceren moest de bodem worden verzadigd met enorme hoeveelheden kunstmest. De meststof was een product van nitraten en aardolie, grondstoffen die werden geleverd door de door Rockefeller-gedomineerde oliemaatschappijen.



Er werden grote hoeveelheden herbiciden en pesticiden gebruikt. Met de kunstmest werd de mineralenvoeding van de planten gereguleerd, met herbiciden en pesticiden werden insecten, onkruid, schimmels en virussen onderdrukt en de irrigatie zorgde ervoor dat plantengroei onafhankelijk werd gemaakt van de natuurlijke omstandigheden. 

Het opende een  grote nieuwe markt voor de giganten in de olie-en chemische industrie. De Groene Revolutie was in feite een chemische revolutie. De ontwikkelingslanden konden de enorme hoeveelheden chemische meststoffen en pesticiden nooit zelf betalen. Zij kregen kredieten van de Wereldbank, speciale leningen van de Chase Bank en andere grote banken uit New York en werden gesteund met garanties van de Amerikaanse overheid.

In een groot aantal ontwikkelingslanden ging het geld van die leningen vooral naar grootgrondbezitters. De kleinere boeren konden zich de chemische en andere moderne input niet veroorloven en moesten geld lenen. Diverse overheidsprogramma's probeerden in het begin leningen te verstrekken aan boeren, zodat ze zaden en kunstmest konden kopen. 

Boeren die niet konden deelnemen aan dit soort programma’s moesten geld lenen bij de private sector. Vanwege de exorbitante rentepercentages schoten veel kleine boeren er niets mee op. Na de oogst moesten ze het grootste deel, zo niet alles, van hun producten verkopen om hun leningen af te lossen. Ze werden afhankelijk van geldschieters en verloren hun land. 

De komst van gentech of GMO gewassen is een logische volgende stap geweest in de industrialisering van de landbouw. Het waren niet de boeren, maar de bedrijven die deze gewassen op de markt brachten: de zaadbedrijven en de agrochemische bedrijven.

Dezelfde Foundations die de Groene Revolutie steunden werken nu aan de “DNA revolutie” en aan de verspreiding van de industriële landbouw en commerciële gepatenteerde gentech zaden.

Kijk voor meer informatie hierover  de video ‘The future of food’ http://www.filmsforaction.org/watch/the_future_of_food/ 

Bill Gates, Rockefeller en een nieuwe “Groene Revolutie” in Afrika

Denkend aan de wereldwijde gevolgen van de Groene Revolutie is het merkwaardig dat het alweer dezelfde Rockefeller Foundation is die nu samen met de Gates Foundation miljoenen dollars investeert om al het zaad te behouden voor het geval er een doemsdag zou aanbreken. 

Het zijn dezelfde foundations die ook miljoenen sponsoren voor een speciaal project in Afrika, genaamd: de Alliantie voor een Groene Revolutie in Afrika (AGRA).

De voorzitter van de Raad van Bestuur van AGRA is niemand minder dan voormalig VN-secretaris-generaal Kofi Annan. Tijdens een World Economic Forum in juni 2007 verklaarde hij de uitdaging met dankbaarheid te accepteren. Hij bedankte de Rockefeller Foundation, de Bill & Melinda Gates Foundation en alle anderen die de Afrikaanse campagne ondersteunden  



In de raad van bestuur zitten ook Strive Masiyiwa (Rockefeller Foundation), Sylvia M. Mathews (Bill & Melinda Gates Foundation), Mamphela Ramphele (manager World Bank 2000 – 2006), Rajiv J. Shah (Gates Foundation) Nadya K. Shmavonian (Rockefeller Foundation), Roy Steiner (Gates Foundation). Bij AGRA werken verder Gary Toenniessen (Managing Director Rockefeller Foundation) en Akinwumi Adesina (Associate Director, Rockefeller Foundation), Peter Matlon (Managing Director, Rockefeller Foundation); en Joseph De Vries (Director of the Programme for Africa’s Seed Systems and Associate Director, Rockefeller foundation).

Net als bij de oude mislukte Groene Revolutie in India en Mexico heeft de Rockefeller Foundation veel belangen in de nieuwe Groene Revolutie in Afrika. 

Hoewel tot op heden Monsanto en andere GMO giganten een laag profiel houden zullen de door hen gepatenteerde zaden onder het misleidende etiket bio-technologie over Afrika worden uitgerold. Biotechnologie is het nieuwe eufemisme voor genetisch gemanipuleerde gepatenteerde zaden. 

Tot op heden is Zuid-Afrika het enige Afrikaanse land dat de aanplant van gentech gewassen wettelijk toestaat. In Burkina Faso werden in 2003 GM-proeven goedgekeurd. In het Ghana van Kofi Annan werd in 2005 uitgesproken dat de wetgeving voor bio veiligheid zou worden aangepast zodat onderzoek naar genetisch gemodificeerde gewassen zou kunnen plaatsvinden.

Afrika lijkt dus het volgende doelwit te zijn voor de campagne om GM gewassen wereldwijd te verspreiden. De rijke bodem maakt het een ideale kandidaat, maar veel regeringen in Afrika zijn er (terecht) niet gerust op.  

De Amerikaanse regering sponsort Afrikaanse wetenschappers die in de gentech industrie worden opgeleid in de VS en GMO onderzoek naar Afrikaanse inheemse voedselgewassen; bioveiligheid projecten worden gefinancierd door het Amerikaanse agentschap voor Internationale Ontwikkeling (USAID) en de Wereldbank.

De Rockefeller Foundation werkt al jaren aan de bevordering van gentech projecten in Afrika, grotendeels zonder succes. Onderzoek naar de toepasbaarheid van genetisch veranderd katoen in de velden van Makhathini in Zuid Afrika werd door hen bekostigd.

Monsanto heeft een sterke positie in Zuid-Afrika's zaad-industrie, zowel de gentech als de hybride varianten en heeft de nieuwe campagne Seeds of Hope opgestart. Kleinschalige arme boeren moeten een pakket a la Groene Revolutie implementeren, natuurlijk gevolgd door de door Monsanto gepatenteerde gentech zaden.

Syngenta AG uit Zwitserland spendeert miljoenen dollars voor een nieuwe kas in Nairobi, om genetisch gemodificeerd insectenresistent maïs te ontwikkelen. Syngenta is ook onderdeel van CGIAR, de groep consultants voor internationaal landbouwonderzoek.



Slechts 10 bedrijven controleren tegenwoordig twee derde van de mondiale zaadmarkt. Monsanto is het grootste zaadbedrijf ter wereld, op de voet gevolgd door DuPont. 

En dan nu de zaadbank in Svalbard

Wat motiveert de stichtingen van Gates en Rockefeller, om gentechzaden te stimuleren in Afrika? GM zaden, die net als in iedere andere plaats op aarde, de aanwezige gevarieerde plantenrassen helpen vernietigen. Dat gebeurt namelijk, als de op monocultuur gebaseerde geïndustrialiseerde agribusiness wordt ingevoerd. 

Tegelijkertijd investeren de stichtingen van Gates en Rockefeller tientallen miljoenen dollars aan de bomvrije doemsdagkluis bij de poolcirkel,  de ark van Noach, waarin 3.000.000 verschillende soorten zaden van uit de hele wereld worden bewaard, zodat de diversiteit van de natuurlijke gewassen bewaard zullen blijven voor de toekomst!

Is het toeval dat de Rockefeller en Gates Foundation samenwerken om een Groene Revolutie maar dan in gentech-stijl in Afrika helpen pushen op hetzelfde moment dat ze stilletjes de zaadbank in Spitsbergen financieren? 

De grote gentech bedrijven zijn allemaal bij het project in Svalbard betrokken.

De zaadbank wordt geleid door de ‘Global Crop Diversity Trust’ (GCDT) en is gebaseerd in Rome. GCDT werd door de Food and Agriculture Organisation (FAO) van de VN en het ‘Bioversity International’ instituut aangesteld. Marie Haga is Executive Director, in de raad van bestuur zitten Margaret Catley-Carlson (ook bij Group Suez Lyonnaise des Eaux, een van de grootste waterbedrijven ter wereld; zij was ook voorzitter van Rockefellers Population Council – controle over bevolkingsaantallen, “familieplanning”, sterilisatie in ontwikkelingslanden).

Andere bestuursleden zijn Lewis Coleman (directeur Hollywood DreamWorks Animation en voorzitter van Defensie- en technologiebedrijf Northrop Grumman Corp.); Jorio Dauster (ook bestuurslid van Brasil Ecodiesel en hoofdonderhandelaar van het Braziliaans Ministerie van Financiën, oud-directeur Brazilian Coffee Institute en coördinator van het moderniseringsproject van de Braziliaanse landbouw: legalisatie gentech gewassen);

Verder ook Cary Fowler (professor en researchdirecteur in het Department for International Environment & Development Studies in Noorwegen, adviseur voor Bioversity International, lobbyist voor Future Harvest Centres of the Consultative Group on International Agricultural Research (CGIAR) en onderhandelaar voor internationale verdragen voor genetische bronnen van planten).

Bestuurslid van GCDT Dr. Mangala Rai uit India is secretaris van India’s departement van Landbouwonderzoek en educatie (DARE) en directeur  ‘van Indian Council for Agricultural Research ‘(ICAR). Hij is ook bestuurslid bij het Rockefeller Foundation International Rice Research Institute (IRRI) en  CIMMYT (International Maize and Wheat Improvement Center).

Onder de sponsors van het Global Crop Diversity Trust zitten, zoals Humphrey Bogart het zo mooi in de film Casablanca zei  ‘all the usual suspects’. Naast de Rockefeller en Gates Foundations zijn daar GM giganten als DuPont-Pioneer Hi-Bred en Syngenta, verder de  CGIAR en USAID (United States Agency for International Development (USAID) is een Amerikaans agentschap, onder begeleiding van het U.S. Department of State, het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken).

Het ziet ernaar uit dat de ‘gentech vossen’ het kippenhok van de mensheid bewaken, de opslag van zaden van zo veel mogelijk rassen van (voedsel)gewassen in Svalbard. 

 Zadenopslag

Waarom NU Svalbard?

Het is gerechtvaardigd ons nu af te vragen waarom Bill Gates, de Rockefeller Foundation en de belangrijkste gentech landbouw giganten zoals DuPont en Syngenta samen met CGIAR de ‘ark van Noach’ zaadbank bouwen.

Wie gaan er in de eerste plaats gebruik maken van een dergelijke zaadbank? Zaadveredelaars en onderzoekers zijn de belangrijkste gebruikers van genenbanken. Dat zijn nu Monsanto, DuPont, Syngenta en Dow Chemical.

Sinds begin 2007 hebben Monsanto en de regering van Amerika samen het patent op zogenaamde  'Terminator-zaden' of Genetic Use Restriction Technology (GURT). Terminator-planten zijn genetisch gemodificeerd om steriele zaden te produceren, wat zeer lucratief is voor de zaadindustrie. De zaden plegen ‘zelfmoord’ na één oogst. 

De macht is dan dus in de handen van een paar grote private zaadcorporaties. Hun controle en macht over de voedselketen is nog nooit zo groot geweest. Veertig jaar geleden waren er nog zo'n 7000 zaadbedrijven, waarvan sommigen hoogstens een half procent van de wereldmarkt in handen hadden. Nu hebben 10 corporaties 67% van de wereldzaadmarkt in handen.

De gemanipuleerde terminator eigenschap dwingt boeren om elk jaar terug te keren naar de zaadleveranciers, om nieuwe zaden voor rijst, sojabonen, maïs of tarwe te kopen. Binnen tien jaar kan de mensheid afhankelijk zijn als nieuwe feodale horigen van drie of vier grote zaadbedrijven zoals Monsanto, DuPont en Dow Chemical. 

Zullen in de toekomst ontwikkelingslanden alleen zaden mogen kopen als ze op een politieke lijn staan met Washington en de in Amerika gevestigde agribusiness giganten? Het loutere bestaan ​​van deze concentratie van macht in drie of vier particuliere Amerikaanse landbouwgiganten zou reden genoeg moeten zijn voor een wettelijk verbod op alle gentech gewassen, zelfs al waren de oogstwinsten enorm en dat is niet zo. 

Monsanto, DuPont en Dow Chemical staan niet bekend als voorbeeldige stewards van het menselijk leven. Zij ontwikkelden en verspreidden in het verleden dioxine, PCB's en Agent Orange. Ze hebben tientallen jaren het bewijs onder het tapijt geveegd van kankerverwekkende eigenschappen van hun giftige chemicaliën. 

Ze hebben wetenschappelijke rapporten begraven, die schrijven over ‘s werelds meest wijdverspreide herbicide: glyfosaat, een essentieel ingrediënt in Monsanto’s Roundup, dat wordt gekoppeld aan de aankoop van de meeste genetisch gemanipuleerde zaden van Monsanto, dat zeer giftig is wanneer het in het drinkwater doorsijpelt.  Denemarken verbood glyfosaat in 2003, toen duidelijk werd dat het in het grondwater zat.

De diversiteit aan opgeslagen zaad in genenbanken is de basis voor biologisch onderzoek en plantenveredeling. Enkele honderdduizenden monsters worden jaarlijks voor dat doeleinde rond de wereld gestuurd. Er zijn wereldwijd zo'n 1400 zaadbanken, de grootste is in handen van de Amerikaanse overheid. Andere grote zaadbanken zijn in handen van China, Rusland, Japan, India, Zuid-Korea, Duitsland en Canada in dalende volgorde van grootte. Daarnaast exploiteert CGIAR een keten van zaadbanken in bepaalde centra over de hele wereld.

CGIAR, opgericht in 1972 door de Rockefeller en Ford Foundations om hun Groene Revolutie agribusiness model te verspreiden, controleert het grootste deel van de particuliere zaadbanken. Al deze zaadbanken hebben samen meer dan zes en een half miljoen zaadvarianten. 

Gentech als biologisch wapen?

Nu komen we aan bij de kern van het gevaar en misbruikmogelijkheden inherent aan het Svalbard project. Kan de ontwikkeling van gepatenteerde gentech zaden 's werelds belangrijkste voedselgewassen zoals rijst, maïs, tarwe en sojabonen uiteindelijk worden gebruikt in een vorm van biologische oorlogvoering?

Het expliciete doel van de eugenetica lobby, sinds de jaren 1920 gefinancierd door rijke elitaire families (als de Rockefellers, Carnegie, Harriman en anderen), belichaamt wat zij noemen 'de negatieve eugenetica', de systematische moord op ongewenste bloedlijnen.

 

Margaret Sanger, fanatiek aanhangster van de eugenetica, oprichtster van de Planned Parenthood International (gepland ouderschap) organisatie en bevriend met de familie Rockefeller, ontwikkelde in 1939 in Harlem The Negro Project. In een brief aan een vriend bekende ze, “wij proberen de negerbevolking uit te roeien”.

Een klein biotech bedrijf uit Californië, Epicyte, kondigde in 2001 aan een genetisch gemanipuleerde maïssoort met een zaaddodend middel ontwikkeld te hebben; mannen die het aten zouden onvruchtbaar worden. Het bedrijf Epicyte had een overeenkomst getekend met Du Pont en Syngenta om zijn technologie te verspreiden; twee van de sponsors van de Doemsdag Zaadbank. 

Epicyte is sindsdien overgenomen door een biotech bedrijf uit Noord-Carolina. Verbazingwekkend was te leren dat Epicyte haar zaaddodende GMO maïs met onderzoeksgeld van het Amerikaanse ministerie van Landbouw had ontwikkeld, hetzelfde ministerie, dat ondanks wereldwijde oppositie, de ontwikkeling van de Terminator-technologie bleef sponsoren, technologie die nu in handen is van Monsanto.

In de jaren van 1990 lanceerde de Wereld Gezondheidsorganisatie van de VN een campagne om miljoenen vrouwen in de leeftijd tussen 15 en 45 te vaccineren in Nicaragua, Mexico en de Filippijnen, naar verluidt tegen tetanus (een ziekte die voortvloeit uit het stappen op een roestige spijker). Mannen of jongens kregen het vaccin niet, ondanks het feit dat zij vermoedelijk even vaak op een roestige spijker stappen.

Comite Pro Vida de Mexico, een rooms-katholieke lekenorganisatie, vertrouwde het zaakje daarom niet en liet een paar monsters testen. Het bleek dat het vaccin, dat alleen aan vruchtbare vrouwen tussen de 15 en 45 werd gegeven, choriongonadotrofine of HCG bevatte, een natuurlijk hormoon dat in combinatie met een tetanus drager antistoffen produceerde waardoor een vrouw niet in staat was een zwangerschap te voldragen.

Later werd bekend dat de Rockefeller Foundation samen met de Wereldbank, het Nationale Instituut van Gezondheid in de VS en Rockefellers Population Council 20 jaar lang voor de Wereld Gezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties hadden gewerkt aan een heimelijke abortus-vaccinatie, waarin een tetanus-drager zat verwerkt. 

Is het toevallig dat dezelfde organisaties, van de Rockefeller Foundation tot de Wereldbank, weer zijn betrokken bij het project in Svalbard? 

Volgens professor Francis Boyle, die het Anti-Terrorisme Act van 1989 vormgaf, is het Pentagon zich aan het oriënteren op biologische oorlogvoering. Boyle voegt eraan toe, dat in de periode tussen 2001-2004 door de overheid alleen al $14,5 werd uitgegeven aan bio-oorlogsvoering-gerelateerde werkzaamheden. 

Veel van de dollars die de Amerikaanse regering uitgeeft aan onderzoek naar biologische oorlogsvoering betreft genetische manipulatie. MIT Biologieprofessor Jonathan King zegt dat de “groeiende bio-terreur-programma’s ook een opkomend gevaar voor de eigen bevolking vormen. Dergelijke programma’s worden defensief genoemd, maar met biologische wapens, overlappen defensieve en offensieve programma's elkaar bijna volledig”.

De tijd zal uitwijzen of de wereldzaadbank van Bill Gates en de Rockefeller Foundation in Svalbard onderdeel zijn van een soort ‘eindoplossing’, het uitsterven van de mooie planeet Aarde.

 

Door F. William Engdahl
Bron: http://www.globalresearch.ca/doomsday-seed-vault-in-the-arctic-2/23503



1 F. William Engdahl, Seeds of Destruction, Montreal, (Global Research, 2007).
2 Ibid, pp.72-90.
3 John H. Davis, Harvard Business Review, 1956, cited in Geoffrey Lawrence, Agribusiness, Capitalism and the Countryside, Pluto Press, Sydney, 1987. See also Harvard Business School, The Evolution of an Industry and a Seminar: Agribusiness Seminar, http://www.exed.hbs.edu/programs/agb/seminar.html.
4 Engdahl, op cit., p. 130.
5 Ibid. P. 123-30.
6 Myriam Mayet, The New Green Revolution in Africa: Trojan Horse for GMOs?, May, 2007, African Centre for Biosafety, www.biosafetyafrica.net.
7 ETC Group, Green Revolution 2.0 for Africa?, Communique Issue #94, March/April 2007.
8 Global Crop Diversity Trust website, in http://www.croptrust.org/main/donors.php.
9 Engdahl, op. cit., pp.227-236.
10 Anders Legarth Smith, Denmark Bans Glyphosates, the Active Ingredient in Roundup, Politiken, September 15, 2003, in organic.com.au/news/2003.09.15.
11 Tanya L. Green, The Negro Project: Margaret Sanger’s Genocide Project for Black American’s, in www.blackgenocide.org/negro.html.
12 Engdahl, op. cit., pp. 273-275; J.A. Miller, Are New Vaccines Laced With Birth-Control Drugs?, HLI Reports, Human Life International, Gaithersburg, Maryland; June/July 1995, Volume 13, Number 8.
13 Sherwood Ross, Bush Developing Illegal Bioterror Weapons for Offensive Use,’ December 20, 2006, in www.truthout.org.

 

Copyright © 2013 Global Research

 

Vertaald door ‘t Vertalerscollectief